Zo schreef ik vandaag deze zin, die je ooit in ‘De Zondvloed’ zult terugvinden:

Je kent dat gezicht niet en toch is het je vertrouwd.
Correctie:
Je kent dat gezicht niet, al is het je toch vertrouwd.
Correctie:
Je kent dat gezicht niet, maar het is je toch vertrouwd.
Correctie:
Je kent dat gezicht niet, maar toch is het je vertrouwd.
Correctie:
Al ken je dat gezicht niet, toch is het je vertrouwd.
Correctie:
Al ken je dat gezicht niet, het is je toch vertrouwd.

Uiteindelijk luidt de zin (voorlopig) opnieuw:
Je kent dat gezicht niet en toch is het je vertrouwd.

Ik heb nog gepiekerd of er een komma moest tussen “niet” en “en”.
Voor zowel komma als niet-komma “viel iets te zeggen”.

Het formuleren van deze ene zin kostte mij precies drie kwartier. ‘De Zondvloed’ telt op heden (ruw geschat, want moeilijk om meer precies te tellen): 440 bladzijden. Op al die bladzijden staan zinnen. Al die zinnen zijn het resultaat van oeverloos getob…Waarvoor?

Jeroen Brouwers, 18 v 1987