De mening van Huizinga dat v贸贸r de late Middeleeuwen de Groningers van zuiver Fries ras waren, en dat de Groningse ommelanden door het indringen van een Saksische bevolking hun oorspronkelijk Fries karakter verloren, wordt niet algemeen meer aanvaard, al staat het vast dat onder invloed van de stad Groningen het Fries teruggedrongen is. Huizinga verdedigde deze opvatting in een artikel Hoe verloren de Groninger Ommelanden hun oorspronkelijk Friesch karakter? (Drie- maandelijksche Bladen, 1914). Een tegengestelde mening werd verkondigd door D.J.H. Nyssen in zijn proefschrift The passing of the Frisians. Anthropography of Frisia (Amsterdam, 1927). Hij neemt aan, in een slothoofdstuk over The language test, dat door expansie van de Friezen een overheersing bestaan kan hebben, waardoor de taal van de hogere standen en de deftig geschreven taal Fries was, terwijl de massa van de bevolking Saksisch sprak, daar de oude Chauci z.i. geen Friezen waren. ”

C.G.N. de Vooys, Geschiedenis van de Nederlandse taal