Batman met een veel te kort capeje

Ik wilde onderweg zijn. Even. Op de fiets stappen en honderd kilometer rijden zonder af te stappen. Zonder zelfs maar een keertje te remmen ook. Niet om van het landschap te genieten, maar gewoon om de beweging. En dat kon heel goed ’s nachts. Helder zoele zomernacht, goed van temperatuur.

Maar auto’s zouden me verblinden. Mij steeds tot stoppen dwingen, als mijn weg in een keer onzichtbaar werd in hun groot licht.

Die angst altijd bij fietsen het in het donker, als het niet over de paden gaat.

Ik meende Portishead te moeten draaien op mijn walkman. Jaren niet naar geluisterd. Prachtig om te horen onder de rit. Mezelf zo afsluitend voor alles buiten, een omgeving van geluid creërend die me evengoed afschermde als wanneer ik langzaam rijdend in een auto voorbij zou zijn gaan. Raampjes dicht.

Toen werd me wel duidelijk dat het zomer is. Zo veel mensen nog op straat. Ook al was het al na twaalven.

Als een auto veel te hard reed, was het een taxi. Vrijdagavond. Iedereen met geld op zak. Allemaal ook steeds de andere kant op als ik uitging.

Ik nam de minirotonde precies volgens de regels. Want ook al was al laat, er kwamen auto’s van drie kanten. Weer twee taxi’s.

Iets van de lol in het fietsen ging er zo wel af, met al die mensen nog op.

En er kwamen geen mooie gedachten ook. Niets dat gestimuleerd werd door de leegte, omdat de leegte zelf ontbrak. Eigenlijk fietste ik alleen maar met heel harde muziek in mijn oren een beetje doelloos langs de randen van mijn woonplaats.

Deed ik wel tenminste weer eens iets aan mijn conditie.

Al vond ik het goede trapritme niet. Gisteren regende het, vandaag liep mijn ketting stroef. Hoewel dat niet het ergste is, leek ik wel een wielrenner op een dood punt, want ik vond de juiste versnelling niet.

Ach, zo zag ik wel wat er allemaal verandert. Waar er opnieuw wat is bijgebouwd, of weggehaald. Dat bruggetje over dat slootje tegenover mijn vroegere ouderlijk huis.

Ineens waren er weer mensen. Lampionnen ook. Er was daar blijkbaar feest. Maar ik reed verder. Dwars door het winkelcentrum heen. Over de normaal verboden steentjes. Toch weer slenterende jeugd, breed uitgewaaierd over de straat. Niet om of opkijkend toen ik er langs wilde.

De kruising over. Alle stoplichten op rood, maar van alle kanten kwamen taxi’s. Dus was het slim zelfs even voor groen te stoppen. Drie kwartier was ik onderweg, en ik kon best wel weer naar huis toe ook.

Het was eigenlijk veel te warm. Van de winter ging dit veel beter. Dicht ingepakt. Me bewust van mijn eigen ademhaling rondrijdend. Nu flapperde mijn jasje wat onhandig achter me aan. Als was ik Batman met een veel te kort capeje.

En er waren nog steeds te veel mensen op.

Bij mijn woonwijk zwermden er ineens hele groepen op het fietspad. Mij verblindend met te hoog priemende koplampen. Te breed uitgewaaierd over het smalle weggetje ook. Op het bruggetje over de rivier waren er twee idioten die een wedstrijd fietsten wie het eerste boven kwam, waardoor de achterste vloekend bijna tegen me opknalde.

Zelfs oude mensen waren nog op pad.

Ineens wist ik zeker eigenlijk vooral de rust gezocht te hebben. Bewegend door helemaal niets, op weg naar nergens. Wakend had ik willen slapen, om enkel door mijn dromen verrast te worden.


[x]#754 fan dinsdag 31 augustus 2004 @ 22:06:02


© eamelje.net 2001-2017. Alle rechten voorbehouden