boeklog xii: de halfjaarcijfers

stâld yn boeklog

Een half jaar geleden vatte ik het idee op om nu eens bij te houden wat ik zoal aan boeken las. Lezen ontspant me, ook al omdat een groot deel van mijn lezen uit herlezen bestaat.

Herlezen is ook leuker dan lezen omdat daarbij zo weinig ergernis optreedt. Ik weet namelijk al dat het boek me iets te bieden heeft, en er waarschijnlijk nog wel meer in is te ontdekken ook. Nieuwe boeken leveren veel heftiger emoties op, waarbij de meest voorkomende voor mij helaas nogal vaak weerzin is, verwend kreng als ik d’r ben.

Twee maanden na de start van mijn boeklog mocht de wereld meekijken wat ik over mijn lezen schreef. De ervaringen daarmee zijn over het geheel genomen wonderbaarlijk positief. Het boeklog trekt duidelijk een publiek dat dit log links laat liggen. Het liet soms enorme pieken in de bezoekersaantallen zien, als er ergens een prijsvraag was over een boek, of als ergens schoolklassen scripties moesten schrijven. Bovendien is de interactie met mijn lezers anders, door het ontbreken van de mogelijkheid tot direct commentaar.

Mijn meninkjes over boeken hebben al aardig wat scheldpost opgeleverd. Maar toch ook meer complimenten dan er ooit voor eamelje.net waren weggelegd.

Ik wil dus zeker met mijn boeklog doorgaan. Alleen twijfel ik hoe.

Hoewel het boeklog op zich al een selectie bood van wat ik in handen kreeg - wat te slecht was kreeg geen aandacht - heb ik inmiddels toch te veel recensietjes geschreven waar verder niets achter zat. De plicht om over letterlijk alles te schrijven wat ik lees, is te zwaar. Niet alles is die moeite waard.

Dus is er even een pauze om na te kunnen denken over een nieuwe vorm. Enerzijds moet ik niet alleen aandacht besteden aan boeken die ik goed vind. Anderzijds moet het wat vanzelf blijven gaan, en mag het geen werk worden.

Deze week stond in The Guardian een artikel waarin Harry Mulisch en Cees Nooteboom genoemd werden als onbekende schrijvers waar het Britse publiek zich nu toch echt eens in verdiepen moest.

Ik kan geen van beide lezen.

Mulish acht ik als schrijver een handig vakman, maar veel van diens ideeën zijn zo ridicuul dat het enorm probleem wordt dat de waarde van zijn boeken vooral in de ideeën zit. Nooteboom laat dolgraag zien in een traditie te willen staan, en ik lees liever geen schrijvers die zich zo pontificaal op de geschiedenis van hun métier baseren. Want, ik reageer veel beter op boeken die direct over het leven lijken te gaan.

Dus ontbreekt het me niet aan opvattingen over wat ik vind dat goed schrijven is.

Misschien is daar iets meer mee te doen.

Beethoven downloads

stâld yn mp3/muzyk fan ’e wike

Pracht gebaar van de BBC, maar eigenlijk vin ik de uitvoeringen niet zo heel goed. Is’t gratis, hou ik nog wat te mekkeren.

MP3 of week 27

stâld yn mp3/muzyk fan ’e wike

Sufjan Stevens, Holland

Holland, Michigan that is.

Tour de Wrangs

stâld yn alg.

Vorig jaar duurde het tot in de derde week van de Tour de France tot er eindelijk eens iets gebeurde. Lance Armstrong maakte het verschil in amper vijf kilometer beklimming; de Tourmalet moest zelfs nog beginnen. Vijf kilometer klimmen duurt zelfs als het erg steil is amper een kwartier. Maar om dat ene kwartiertje mee te kunnen maken stond wel drie weken lang de televisie aan.

Dus is de vraag gerechtigd, ga ik opnieuw vele uren uit mijn leven besteden aan iets dat me zo weinig unieke momenten oplevert?

Fietsen is prachtig, wielrennen is mooi, maar de overspannen waardering voor de Tour de France staat me tegen. Helemaal als ieder jaar dezelfde man wint, en de rest van het peloton daar al bij voorbaat mee instemt.

Naaste concurrenten reden de afgelopen jaren alleen voor hem uit tijdens de tijdritten, als Armstrong als laatste over het parcours moest.

Misschien moest ik dit jaar maar eens proberen over te slaan.

Kort [sport]

stâld yn alg.

Weertje

stâld yn alg.

Door de weerradar te laten tonen wat er de afgelopen 90 minuten veranderde, was goed te zien hoe snel het buienfront naderde vanmiddag. Daardoor schatte ik in tot iets voor drie uur de kans te houden droog te blijven, maar dan ook absoluut ergens binnen te moeten zijn.

Dat klopte.

Mijn eerste persoonlijke weerbericht klopte. En daar hoefde ik nog niet eens voor naar de lucht te staren ook nog.

π

stâld yn alg.

Toegegeven, tegenwoordig leer ik liever poëzie uit het hoofd, of nuttige frasen in de taal van mijn vakantie-adres, maar ooit kende ik het getal pi tot zo’n honderd cijfers achter de komma.

Dat was geheel nutteloze kennis. Het bleek alleen erg makkelijk te zijn om die willekeurige rij cijfertjes te onthouden, omdat er bij het hardop reciteren toch een zekere dreun in zat, die ergens wel prettig was ook. Nadenken was daardoor niet nodig.

Dit weekend verbrak de Japanner Akira Haraguchi het wereldrecord pi-opzeggen door de eerste 83.431 cijfers achter de komma te noemen. Een prestatie die weergaloos is in zijn onzinnigheid. Maar daarmee is het wel een record in de ware zin des woords.

Mooiste detail in het verhaal over Haraguchi was dat hij al eens eerder een poging had gedaan, maar die halverwege moest staken omdat de beheerder van het gebouw de boel af wou sluiten. Het was al laat.

Zoiets zie ik dan helemaal voor me.

Het Guinnes book of records zou vast een stuk dunner zijn als de concierges het voor het zeggen hadden. Of de echtgenotes van al die stakkers die hunkeren naar een morzel onsterfelijkheid.

Debielocratie

stâld yn poezy/poëzie/poetry

op het pleintje
luistert het volk
gladjanus
wikt en weegt woorden

vuilgrijs haar
uitstulpende voorhoofden
ogen te dicht bij elkaar
‘drie maal drie is tien’ blikken
geveinsde betrokkenheid

zo komen we er wel
wat fijn dat we ieder een stem hebben
en van die wijze leiders bovendien

Theo Bakker

Ik vind die laatste twee wel goede zinnetjes om een discussie over politiek mee kort te sluiten, als dat noodlot mij weer eens treft. Maar Bakker echo’t Reve wel wat in het laatste terzine, zie ik nu.

[...]
Ik vind dit leven al geweldig. En straks nog het eeuwig leven in de hemel.
Je vraagt je wel eens af:
‘ Waar hebben we het aan verdiend? ‘

05/07/05

stâld yn poezy/poëzie/poetry

Dinsdag was het Wereld Haiku dag. Dit had ik toen horen te plaatsen. Maken die twee dagen uit. [via]

Vijf lettergrepen
Gevolgd door nog eens zeven
Die ook niets zeggen

versiering

Hier staat totaal niet
Wat ik zou willen zeggen
Taal schiet soms tekort

versiering

Inspiratie is
Kunnen presteren als
Het werkelijk moet
 

 
Mijn inspiratie
Lijkt toch veeleer te komen
Uit blinde paniek
 

Internet toont zich
Een spiegel. Je komt vooral
Steeds jezelf tegen

versiering

Sociale dwang
Maakt ons allemaal uniek
En toch hetzelfde

versiering

En ja, sommige
stonden al eens eerder op
dit weblog. So what?

MP3 of week 28

stâld yn mp3/muzyk fan ’e wike

The Friends of Dean Martinez, So Well Remembered [scroll down to number 34].

The Friends proof again harmless pre-pop instrumentals are still written, even today.

Weening en blickering der tanden

stâld yn alg.

Hjoed is elts in Harrekiet

HP

stâld yn boeken/books

No, it isn’t hate. But, the huge success of the Harry Potter series has always made me wonder what people want from a book. Why even grown-ups are willing to fill days of their lives with wooden prose, while there are so many books out there offering so much more.

Critic Robert McCrum is asking that question as well.

[T]ry reading her aloud to an eight-year-old and you quickly discover that her prose is deadly - automatic writing, over-literal description and lazy dialogue. Perhaps The Half-Blood Prince will prove me wrong, but the series so far does not hold out much hope.

Robert McCrum

The Scratch

stâld yn poezy/poëzie/poetry

I woke up with a spot of blood
over my eye. A scratch
halfway across my forehead.
But I’m sleeping alone these days.
Why on earth would a man raise his hand
against himself, even in sleep?
It’s this and similar questions
I’m trying to answer this morning.
As I study my face in the window.

Raymond Carver

Nothing to Fear but Fear Itself v

stâld yn angst / fear, media

Adam Curtis’ excellent documentary The Power of Nightmares is freely available in a high quality download at the Internet Archive.

I see it as an excellent essay on the power of spin and the abuse of the news media, not so much as a historically accurate account of what really happened. But still, the accusation is real enough.

See the previous musings about this documentary series on this weblog here.

Mumbojumbo

stâld yn alg.

Binnen een paar minuten las ik in wat Nederlandse kranten en bladen drie woorden die me pijnlijk troffen.

Sektegekte
Flappentap
Lippenknippen

Dat laatste werkwoord staat voor de ingreep die sommige mevrouwen bij de plastisch chirurg vragen als ze weer over een kindervagijntje willen beschikken. Dat doen zij niet omdat ze anders niet kunnen fietsen, neem ik aan. Het moet een inmiddels breed aanvaard modeverschijnsel zijn, anders had nog geen journalist het al opgemerkt.

En nee, de pijn zat niet bij de gedachte aan die lippenknip. Het is dat binnenrijm wat me zo stoorde; de klankherhaling die zo’n woord onmiddellijk in het geheugen vastzet zonder dat het daar plaats verdient. Ik vroeg me af waarom.

Is het de blijvende teleurstelling van de kleuter in me? Dat woorden als abracadabra en hocus-pocus weliswaar indrukwekkende spreuken opleverden, die uiteindelijk toch holle frasen bleken?

Ollekebolleke.
Ollekebolleke knol.

Misschien is het omdat Youp van ’t Hek dat soort woorden altijd snel oppikt om er cabaret mee te maken. Er dan humor mee probeert te bedrijven; humor die bedoeld is om te lachen, maar meestal blijft steken in een pijnlijke lolligheid.

Inderdaad was een woord als ‘zweefteef’ voor een bepaald soort vrouwen zelfs bij mij nog wel goed voor een vage glimlach bij eerste kennismaking. Maar iedere herhaling stoorde al.

Toch vind ik ‘mumbojumbo’ wel weer een prachtig woord, misschien om de betekenis. En iets als ‘broodpoot’ trouwens ook. Maar mijn gesprekken gaan zelden over schandknaapjes, dus is er eigenlijk nooit gelegenheid om achteloos dat ‘broodpoot’ te benutten.

Het is trouwens een vulgair woord, waarvan het gebruik vermeden moet worden, zo laat mijn tekstverwerker nuffig weten.

Hawar.

Geel petje

stâld yn alg.


Gisteren droegen Friese politiemensen gele honkbalcaps, door de korpsleiding verstrekt omdat het publiek in een enquête het minst ontevreden bleek over de dienders in deze provincie.

Dus denk ik na over dit gebaar, en over de gevoelswaarde van de kleur geel.

De leider in de Ronde van Franrijk draagt een gele trui, toegegeven. Die associatie had de korpsleiding vast. Het is juli.

Maar in de VS is ‘yellow’ een ander woord voor laf, waarschijnlijk door een associatie met de kleur van babypoep.

In autoraces geeft een gele vlag aan dat de rijders op moeten letten. In het voetbal is de waarschuwing een gele kaart.

Geelzucht is een ziekte. Gras dat doodgaat is geel.

De ‘yellow papers’ is een andere naam om de schandaalpers te beschrijven.

Weinig mensen zien er goed uit als ze geel dragen, tenzij ze van nature een donkere huid hebben.

De politie moet ook geen honkbalpetjes met promo-opdruk gaan dragen, dat sowieso al niet. De hoge hiephiephoera-pet van hun normale tenue is bedoeld om indruk te maken; de drager daarvan lijkt groter. Dat hele effect verdwijnt. Knuppels worden het ineens. Dat waren ze misschien al, maar moeten ze niet ook nog eens gaan uitstralen.

CliChe iv

stâld yn cliche

click the image to order. see the previous CliChe’s here

MP3 of week 29

stâld yn mp3/muzyk fan ’e wike

The Jim Yoshii Pile-Up, Silver Sparkler,

These days I wake up

Short [sport, gossip]

stâld yn doping

Volwassen

stâld yn alg.

sorbo afasborstel, in de aanbieding

Goed, ik scoorde een kekke afwasborstel in de buurtsuper dit weekend. Maar die was in de aanbieding, dus zelfs dat bewijs nog wel degelijk wild te leven gaat niet op.

101 journalistiek

stâld yn angst / fear, media

Gastrecensent Joost Oranje gebruikt vandaag in de TV-rubriek van NRC-Handelsblad het woord 101-journalistiek om het oppervlakkige interview af te doen dat Paul Rosenmöller met minister Remkes had.

Dat is een in Hilversum onder sommige actualiteitenmensen gebezigde vakterm over niet al te diepgaande, maar ‘snel scorende’ nieuwtjes: het garandeert een vermelding op Teletekst-pagina 101.

Remkes mocht in dat programma afgelopen zaterdag ongehinderd door enig tegenspel weer eens herhalen hoe zeer de Nederlandse samenleving wel niet bedreigd wordt door extremisten. Had hij niet over terrorisme gesproken maar over het kwaad was het precies een antieke blikken dominee geweest.

Maar goed, daar gaat het me nu niet om.

Wat mij meer trof was die frase 101-journalistiek. Want, in Amerikaanse lesprogramma’s krijgt de inleidende cursus in een bepaald vak vaak het nummer 101 mee.

Daarentegen heeft dat getal 101 door George Orwell weer een heel andere betekenis gekregen. In 1984 is kamer 101 de martelruimte waarin een gevangene geconfronteerd wordt met zijn ergste nachtmerrie. Al heeft de BBC het begrip ook al jaren in gebruik als titel voor een luchtig amusementsprogramma, waarin een bekende Brit over zijn ergernissen mag praten.

Maar toch. 101. En journalistiek. En marteling.

Enfin.

Tour de Wrangs ii

stâld yn doping

Jan Ullrich draagt een te klein helmpje.

Twee weken is de Tour de France bezig, en de enige opmerkelijke gedachte die ik mij erover gevormd heb, is dat Ullrich een te klein fuchsia gekleurd helmpje draagt. Het staat te hoog op zijn hoofd, zoals clowns dat ook wel doen met een hoedje, voor een komisch effect.

Voor de rest, ach de ronde was na veertien kilometer op die allereerste zaterdag al beslist. Armstrong haalde éen van zijn gevaarlijkste tegenstanders in, in de allereerste tijdrit. En vanaf dat moment was de wedstrijd onder zijn controle. Bewonderenswaardig, als het niet zo vreselijk saai was.

Ooit zullen we misschien in oprechte admiratie terugkijken naar de man die ooit een tijdperk in het wielrennen domineerde, door zich als eerste resoluut op éen wedstrijd per jaar te concentreren. Maar goed, veel verder dan het bewonderen van die absolute wil om te winnen, kom ik ook niet. Armstrong is een perfectionistische klootzak, zoals ook biograaf Daniel Coyle aantoont. Ik ben vijfentwintig jaar te oud om in hem een held te kunnen zien.

Interessant vind ik wel de naijver die Armstrong’s prestaties oproepen. De openlijke vraagtekens die de fans van concurrenten hebben, omdat de man nu al zeven jaar lang nooit eens even ziek valt tijdens de Tour. Of de ruimte die de krant L’Equipe altijd weer biedt aan ‘bekenden’ of oud-medewerkers die Armstrong dan in verband brengen met doping. Want, iedereen die uitzonderlijk presteert, moet daarbij wel pharmaceutische hulp hebben gehad.

Nu ben ik wel degelijk in dopingproblematiek geïnteresseerd, zoals een hele reeks berichten op dit weblog al laat zien. Maar dat is om de schimmige rituelen eromheen; dat vooral veeartsen zich als dealers van het spul ontpoppen; dat sommige sporters eerder junks genoemd moeten worden dan iets anders.

En ook: dat het geloof in de positieve werking van medicatie alleen al zo religieus groot is.

Het is trouwens bijna te makkelijk om een link te leggen tussen Lance Armstrong en doping. Daarvoor hoeven er geen oud-medewerkers met belastende verklaringen te komen. De man heeft ooit een testikel moeten laten weghalen vanwege de kanker, dus is zijn hele hormoonhuishouding al niet meer die van een normale man. Maar dat probleem komt vaker voor. Ook sporters die veel anabole steroïden gebruiken, produceren veel minder tot geen eigen testosteron meer. Hiervoor zijn oplossingen bedacht. Daarom mag Armstrong op medische indicatie een testosteronzalf smeren; een middel dat elk ander bij een dopingtest positief zou maken, maar hem niet vanwege die ontheffing.

Verder ondersteunt Armstrong uit eigen zak de dopingcontroles van de wielerunie UCI financieel. Die subsidie valt natuurlijk meteen weg, mocht hij onverhoopt ooit positief testen.

Maar er is nog een andere reden waarom hij nooit betrapt zal worden op doping.

Het werkelijk grote geld.

De mare Lance Armstrong is een te mooi marketingverhaal om te besmeuren. Van kankerpatiënt tot recordwinnaar van de zwaarste sportwedstrijd ter wereld: aan dat sprookje kan niets ooit afbreuk doen. Daarvoor zijn de investeerdersbelangen inmiddels veel te groot. Lance Armstrong heeft in zijn eentje die kolossale Amerikaanse markt voor wielrennen, fietsen en Frankrijk weten te interesseren.

Het enige bewijs dat wij ooit kunnen krijgen dat hij niet kosher gepresteerd heeft, is als hij binnen vijfentwintig jaar toch nog onverwacht doodvalt. Vooral groeihormonen schijnen nogal kankerverwekkend te zijn. Al kan dat op zich ook weer een dopingsprookje zijn, om mensen af te schrikken het spul te gebruiken.

Het is Niets

stâld yn poezy/poëzie/poetry

II

Gezien of niet de wereld, om het even: het is niets.
wat gij gehoord, gezegd hebt of geschreven: het is niets.
gereisd door de klimaten alle zeven: het is niets.
tot studie en bespiegelen thuis gebleven: het is niets.

J.H. Leopold, Omar Khayam

Digital Enhanced Cordless Telecommunications

stâld yn [web] tech

UPC was zo blij met mijn besluit over te stappen op internettelefonie dat ik ruim een maand na installatie een pakje kreeg. Nogmaals werd me een DECT-telefoon geschonken. Ditmaal een lillijke van Philips.

Toen waren het er dus drie thuis, in mijn kluizenaarscel. Allemaal met een eigen basisstation, alle drie met verschillende mogelijkheden.

Leuk, als ik van telefoneren zou houden.

Maar, toen bleek er het Generic Access Protocol [GAP] te bestaan, een onderdeel van die DECT-standaard waardoor apparatuur van verschillende fabrikanten ineens met elkaar kan communiceren. Wonderbaarlijk.

Dus had ik opeens nog maar éen DECT-basisstation, en twee extra toestellen daarbij. Plus zes verschillende elektronische telefoonboeken, en de mogelijkheid om ieder binnenkomend telefoontje van een bekende aan een eigen voicemail-boodschap te koppelen.

Leuk, als ik ervan zou houden gebeld te worden. Goed, even overwoog ik een afblafbericht in te spreken voor anonieme bellers, maar zoiets doet men niet.

In dit kermisvertoon

stâld yn poezy/poëzie/poetry

V

In dit kermisvertoon zoek vriend noch magen,
hoor naar mijn woord: wil niet om toevlucht vragen,
aanvaard het leed, wees goedmoeds in de smart
en denk niet, dat u iemand zal beklagen.

J.H. Leopold, Omar Khayam

Er is hier niemand ii

stâld yn boeken/books

Het onvolprezen radioprogramma Kunststof interviewde de Portugees-Nederlandse schrijver José Rentes de Carvalho, onder meer over het boek Er is hier niemand.

Dat is toch éen van de aardigste boeken die ik dit jaar las.

In ieder geval is het merkwaardig dat deze kroniek vrijwel nergens besproken werd. Dus krijg ik misschien wat de neiging om te overcompenseren, door er opnieuw aandacht aan te schenken.
 
 
 
 
 
 
 

Dezen ophef

stâld yn poezy/poëzie/poetry

XVIII

Lach om al dit vergankelijke, dezen
ophef; kom drink, wees vrolijk zonder vreezen;
was al de wereld niet een wufte vrouw,
dan zou het toch nog lang uw beurt niet wezen.

J.H. Leopold, Omar Khayam

MP3 of week 30

stâld yn mp3/muzyk fan ’e wike

Gus Black, Uncivilized Love - Live on Air - KEXP Seattle

I wish more artists would put up these performances. I mean, KCRW’s program ‘Morning becomes eclectic’ alone could produce whole libraries of good songs.

Het is Niets ii

stâld yn poezy/poëzie/poetry

Omar Khayyam’s kwatrijnen zullen in alle belangrijke talen overgezet zijn. Daar is ook al even de tijd voor geweest, omdat ze in de 12e eeuw geschreven werden; al kwam de herontdekking dan pas zeven eeuwen later.

En toch, van dit kwatrijn dat Leopold koos voor zijn hertaling, was online maar éen andere versie te vinden. Heb ik de afgelopen dagen toch Engelse, Franse, Duitse, Deense en Zweedse vertalingen langsgelopen.

50.

You see the world, but all you see is naught,
And all you say, and all you hear is naught,
Naught the four quarters of the mighty earth,
The secrets treasured in your chamber naught.

translation: E. H. Whinfield

Bij de 100ste geboortedag van Elias Canetti

stâld yn angst / fear, boeken/books, memoires

Man müßte das System seiner Widerspruche finden, indem man ruhig wird. Wenn man die Gitterstäbe sähe, hätte man den Himmel dazwischen gewonnen.

Elias Canetti, Die Provinz des Menschen, 98.

Als iets mooi gezegd is — of misschien beter: wanneer een uitspraak in mij na blijft klinken — dan kan dat mijn denken voor een hele dag verlammen. En dan niet om het idee: dat ligt ver buiten mijn capaciteiten om te verzinnen. Maar veeleer om de alles platslaande helderheid die sommige uitspraken hebben. Uitspraken kunnen als een zon zijn recht van boven: alles beschijnend, geen schaduw twijfel latend. Daardoor zal het even duren voor ik weer flarden mist op kan roepen, die absolute helderheid weet te dimmen; tot schemering weer wat schaduwen zichtbaar maakt.

Canetti heeft veel van zulke verpletterende zinnen bedacht.

Al blijft het rare van die uitspraken dat ik uit zijn Duitse boeken — de oorspronkelijke taal waarin hij schreef — andere dingen oppik dan uit de Nederlandse vertaling. Bijna alsof het nooit om éen boek gaat, maar er onder dezelfde titel twee verschillende werken zijn uitgebracht.

Voor de boeken van Canetti gold ook dat ze jaren met mij leken te groeien — omdat ik iedere keer bij herlezen nieuwe inzichten ontdekte. Mijn bijbeltjes zouden het kunnen zijn; als ik door die boeken niet nog verder gesterkt werd in mijn twijfels.

Want, het is anders. Zeur verder niet.

Maar, het is op het moment even over tussen mij en Elias Canetti. Voornaamste reden daarvoor: zijn postuum verschenen autobiografische boek Party im Blitz, waarin onder meer staat hoe vreselijk het voor hem was om met Iris Murdoch te neuken.

Manche Sätze geben ihr Gift erst nach Jahren her.

Elias Canetti, Die Provinz des Menschen, 25.

En, hoe nuttig en vormend het ook is om Masse und Macht te lezen, het lijkt me vooral een boek dat iemand op jonge leeftijd onder ogen moet krijgen. Dan maakt de stelligheid van Canetti indruk, dan nog kunnen zijn heldere zinnen schril door iemands onverschilligheid heensnerpen.

Maar mij stoort die enorme stelligheid inmiddels wat. Die bewijzen uit het ongerijmde. Canetti is altijd beknopt, maar schrijft dan toch zo dat hij toch altijd overdrijft.

Toch, sinds ik Elias Canetti en Norbert Elias heb gelezen over het onderwerp macht, werd me ook ineens pijnlijk duidelijk hoe laf de doorsnee historicus schrijft. En hoe plat diens gedachten zijn.

Merkwaardig, dat macht en angst voor macht zo’n allesbepalende rol heeft in ieders leven, maar dat de wetenschap zich altijd ver van de bijbehorende verschijnselen houdt; wel vast wil leggen wat de gevolgen zijn, maar zich te zelden tegen de oorzaken aanmoeit.

Es ist schwer, andere zu durchschauen und selber intakt zu bleiben.

Elias Canetti, Die Fleigenpein, 44.

Canetti is een held voor mij. Alleen nu dan even niet. Maar, hij gaf me een motto mee toen ik voor de tweede keer ging studeren. Een motto dat als een waarschuwing te lezen is tegen alle studiepuntengedoe, maar me ook uitdaagde breed rond te kijken.

Hij voorspelde er trouwens ook goed het willoze pretsurfen op de internetten mee, lijkt me.

Das Lernen muß ein Abenteuer bleiben, sonst ist es totgeboren.

Was du im Augenblick lernst, soll von zufälligen Begegnungen abhängig sein und es solll sich so, von Begegnung zu Begegnung, wieder fortsetzen, ein Lernen in Verwandlungen, ein Lernen in Lust.

Elias Canetti

Miss België

stâld yn alg.

het antwoord dat kwam was: ‘euh, dinsdag?’

en de melancholie sloeg toe, bij mij