click image to play. 1.47 minutes

VPRO’s onvolprezen ‘Dode dichters almanak’ zond al het eerste seizoen twee onvergetelijke fragmenten uit over W.H. Auden. De kans is klein dat die uitzendingen uit 1998 ooit nog ergens te zien zijn, zelfs met de YouTubes van dit moment. Daarom ben ik heel blij ze te hebben.

In het ene fragment heeft Auden het, in een nogal volle caféruimte, met Stevie Smith over poëzie en muziek. En alleen al door de voorbeelden die ze daarbij kiezen, om elkaar te amuseren, is het prachtig.

Van een heel andere aard is de clip hierboven. Waarin een geëmotioneerde Joseph Brodsky iets uitlegt van wat het betekende om met zijn grote voorbeeld ooit nog eens op éen podium te hebben gestaan.

Tegelijk toont dat fragment ook aan op welke beperkingen ik hier stuit. Mijn emoties over Auden zijn nog geen schaduw van wat Brodsky laat zien.

Bovendien wil ik nu ook weer weten hoe het zat met Brodksy. Wanneer hij uit de USSR verbannen werd, vanwege ‘parasitisme’. En wat hij geschreven had over Auden. Nu kan ik ook dat redelijk eenvoudig nakijken, want ik heb zijn boeken wel. Maar Brodsky’s essays lezen, is vrij verslavend.

En zo gaat het maar door.