Fictie is iets voor pubers en vrouwen. Als je ouder wordt, ga je echte boeken lezen: klassiekers en boeken waar je iets van opsteekt. Je wilt je schaarse tijd goed besteden.

Martin Bril, geïnterviewd

Dankzij mijn boeklog weet ik de afgelopen 26 maanden gemiddeld éen roman of verhalenbundel te hebben uitgelezen tegenover twee nonfictie-boeken.

Toch kloppen die cijfers niet helemaal. Het gemiddelde nonfictie-boek lees ik altijd wel uit. Het zijn juist altijd de romans die ik woedend wegwerp of verveeld terzijde leg. Er kwam die 26 maanden heel wat fictie langs die me uiteindelijk te weinig interesseerde, en boeklog nooit haalde. Ik haakte dan meestal binnen de eerste vijftig pagina’s af.

Nonfictie-boeken hebben het grote voordeel aan de buitenkant al duidelijk aan te geven waarover ze gaan. Dat selecteert beter. Ik zal niet gauw een boek over aquariumtechniek willen lezen, maar dat is ook makkelijk te vermijden.

Niet zo bij de romans. Daar kan ik onverwacht wel degelijk op aquariumtechniek stuiten. En dan personages tegenkomen die even boeiend converseren als de doorsnee goudvis bellen blaast, of een schrijver lezen die niet begrijpt dat er technieken bestaan die de inhoud van zijn wereld wel helder zichtbaar maken van buiten.

Toch blijf ik hoop houden in romans. Misschien wel tegen beter weten in. Omdat de beste romans niet vertellen hoe het zit, maar dat tonen. En een mens leert meer uit een zelf verworven besef, dan door iets opgelegd te krijgen.

Zakelijke teksten kunnen me bovenmatig boeien, en me heel soms in de roes brengen meer te willen weten.

Geslaagde fictie raakt meer dan alleen het verstand.

Dus nee, Martin Bril heeft ten dele zeker gelijk in het bovenstaande citaat, maar hij ontkent daarmee toch ook iets wezenlijks.