Hoe samen verder? Balkenende IV en de representatieve democratie

Zijne excellentie minister P.H. Donner hield vorige week de Thorbecke lezing [pdf], te Den Haag. De bedoeling daarvan is dat de referent vraagstukken over de democratie beschouwt.

En het moet gezegd, Donner is op dreef als hij aangeeft waarom veranderingen van binnenuit in het parlementaire stelsel hier tot mislukking gedoemd zijn.

Of we introduceren steeds meer elementen van directe democratie en daarmee het populistisch element in de besluitvorming, ten laste van de coherentie, consistentie en deskundigheid van de besluitvorming.

Of we confronteren en beperken de vertegenwoordigende democratie met direct gekozen ambten. Daarmee brengen we fundamenteel scheiding tussen de twee polen van het draagvlak: resultaat en deskundigheid van besluiten versus representativiteit en invoelbaarheid van de besluitvorming.

Of we beperken de expressiviteit van de vertegenwoordigende democratie, door kiesdrempels of kiesdistricten, maar dan zullen minderheden naar andere expressiemogelijkheden gaan zoeken.

Duidelijk moge zijn dat naar mijn mening geen van deze drie wegen opgegaan moet worden.

Het grote probleem blijft alleen dat ik Donner bij dit alles toch een te beperkte visie vind hebben. Al kan dat niet anders, gezien de partij waar hij deel van uitmaakt, en de functies die hij daarin in bekleedt.

Immers, heel principieel is over een democratie te zeggen dat die éen groot voordeel heeft boven een dictatuur. In een democratie is een slecht bestuur tenminste nog weg te stemmen, eens in de zo veel tijd. Ofwel, te vervangen door een beter alternatief.

Alleen, in Nederland coalitieland kan dit niet. Eén van de partijen uit het vorige kabinet komt altijd in het nieuwe weer terug. Balkenende is al twee keer met zijn toevallige liefdes van dat moment ergens over gestruikeld, en nog maakt de man hier de dienst uit. Dit, terwijl het CDA gewend is zelfs in heel principiële kwesties partijbelang verre boven landsbelang te laten prevaleren.

Om CDA-man Jaap de Hoop in een mooi baantje te parkeren, gaf Nederland ineens steun aan een illegale inval in een autonoom land. Wat volgens geldend internationaal recht de allergrofste misdaad denkbaar is. Maar onderzoek naar de gang van zaken in deze, wordt zelfs onmogelijk gemaakt.

Dus, mijnheer Donner, wat als de democratie in een land op alle niveau’s leidt tot besturen die bestaan uit amper democratische kongsies van steeds dezelfde drie grote partijen? Wie is daar dan eigenlijk door vertegenwoordigd?


[x]#2693 fan woensdag 25 april 2007 @ 00:25:08

besibbe op eamelje.net [de nijste 10, maksimaal]:

  • Citaat van de dag | 111511/2017
  • Citaat van de dag | 110411/2017
  • Citaat van de dag | 101010/2017
  • Citaat van de dag | 100410/2017
  • Citaat van de dag | 092109/2017
  • Citaat van de dag | 041804/2017
  • Citaat van de dag | 032703/2017
  • Quote of the Day | 032103/2017
  • Citaat van de dag | 022802/2017
  • Citaat van de dag | 022402/2017

  • © eamelje.net 2001-2017. Alle rechten voorbehouden

    ien réaksje

    Eric  op 25 april 2007 @ 15:35:52

    Wel jammer dat hij alleen vertelt wat hij *niet* wil. Da’s het nadeel van het uitnodigen van een zittend minister.

    Leuk zou in dit verband ook zijn de democratie in Europa – of beter het gebrek daaraan – en de mogelijkheden die dat schept om de Nederlandse democratie te omzeilen. Donner weet daar alles van…