Ik houd ervan naar professioneel wielrennen te kijken op de televisie, maar vraag me niet uit te leggen waarom. Het is makkelijker om van alles op de sport aan te merken. En dan gaat het me nog niet eens om de doping.

Een gruwel is me bijvoorbeeld de sponsoring, van de wielerploegen. Elke ploeg heet naar de belangrijkste geldschieter. De naam daarvan komt bovendien vele malen terug op steevast oerlelijke shirts en broeken. Om een of andere reden dalen de producten of diensten van zo’n bedrijf voor mij gigantisch in waarde zodra ze wielersponsor worden. Zo ze al kwaliteit bezaten, en niet al goedkoopte uitdroegen.

Misschien ligt dit aan het volkse karakter van de sport.

Nu rijdt er in België een profploeg rond met de naam ‘Chocolade Jacques’. Ik moet daar altijd om glimlachen. Helemaal als in de loop van een koers die naam zonder ironie gebruikt wordt.

‘Chocolade Jacques zet zich aan de kop van het peloton.’

‘Chocolade Jacques heeft zich goed laten zien vandaag.’

Maar toen bleek dat de firma ‘Jacques’ het chocolademerk Callebaut had overgenomen. Dat zei me al meer. En daarop was het zelfs zo dat de winkels hier deze chocolade gewoon in het assortiment hebben.

Dus, al waren mijn verwachtingen behoorlijk laag, deze pure chocolade is helemaal niet gek. Romig van nasmaak zelfs, als zoiets kan. Niet de lekkerste die ik ooit geproefd heb, maar ook absoluut niet vies.