Hoe lees ik een boek? ii





Toen Bas Heijne het essay How Fiction Works van James Wood recenseerde voor NRC-Handelsblad, deed hij daarbij niets meer dan de inhoud navertellen. Wat de bespreking op zich niet fout maakt, maar slechts heel erg blind.

James Wood schreef zijn essay niet zo maar, om het leuk. Zijn pogingen om vast te leggen waaraan goede fictie moet voldoen, leverden eerder al een reeks snijdende kritieken op. Waarbij opviel dat nogal wat hoogaangeschreven auteurs volgens Wood ongeloofwaardige boeken schreven.

Dit alleen al riep wrevel op, omdat andere recensenten telkens over elkaar heen waren gebuiteld van enthousiasme voor de boeken van auteurs als Zadie Smith, Salman Rushdie, Don DeLillo, of Jonathan Franzen.

Dus riep ook Wood’s essay soms merkwaardig zure reacties op.

Doordat Heijne meende dit allemaal niet te hoeven noemen in zijn bespreking — misschien omdat Wood ook zijn favorieten heeft ontmaskerd — negeert hij een principiële onderliggende discussie. Die uiteindelijk over de elementaire vraag gaat hoe realistisch een roman dient te zijn.

Nu is realisme van zichzelf niets. Stap de deur maar uit en u wordt geheel realistisch omringt door realisme. En automatisch doet u meteen moeite om veel daarvan buiten te sluiten.

Ook in romans komt realisme altijd met een selectie van de auteur uit al het mogelijke dat die zou kunnen benoemen. Combineer dat met wat verteltrucs, waarvan de meeste al door kleine kinderen worden geleerd, en er ontstaat als vanzelf zoiets een verhaal.

Wat ik zo interessant vind aan Wood, is dat hij getracht heeft te benoemen wanneer bovenstaand mechanisme nu eens niet werkt in een boek, en waarom dan.

Literatuur is natuurlijk ook een raar fenomeen. Van een roman staat vast dat die een verzonnen verhaal bevat. En niemand heeft moeite met dit voorbehoud — behalve als de fictie misbruikt wordt voor een afrekening in de werkelijkheid. Tegelijk is de schrijver die ons in zijn of haar boek al toont slechts een verhaaltje te hebben verzonnen daarmee prompt een slechte schrijver.


[x]#4126 fan maandag 15 september 2008 @ 11:18:57

besibbe op eamelje.net [de nijste 10, maksimaal]:

  • Citaat van de dag | 040704/2017
  • Citaat van de dag | 040604/2017
  • Citaat van de dag | 030803/2017
  • Quote of the Day | 102810/2016
  • Quote of the Day | 111611/2015
  • A History of Reading  Steven Roger Fischer12/2014
  • Een geschiedenis van het lezen  Alberto Manguel12/2014
  • Citaat van de dag | 121912/2013
  • Stereotype of the day | 13121112/2013
  • Citaat van de dag | 111511/2013

  • © eamelje.net 2001-2017. Alle rechten voorbehouden

    2 kommentaren

    Achille van den Branden  op 15 september 2008 @ 20:51:46

    Als Wood dan toch zo principieel wil zijn als je schrijft, vraag ik me af waarom hij Smith, Franzen, Rushdie, DeLillo zelf niet duidelijk vernoemd in dit boek, qua statement. Hun werk lijkt me voor de hedendaagse Amerikaanse lezer vertrouwder dan al die canonstukken. (Of staan die recensies in zijn vorige bundels?)

    Vond ik ook een minpuntje aan ‘How fiction works’: een gebrek aan voorbeelden van jonge honden die het volgens Wood wél in zich hebben. Al die ouderdomsdekens nu: Roth, Bellow, Updike… Die grappenmaker van een William Marx lijkt nog gelijk te krijgen ook.

    [Mijn eigen recensie volgt volgende week.]

    eamelje.net  op 15 september 2008 @ 21:33:24

    Die staan inderdaad in eerdere bundels, en ook ik miste voorbeelden van echt slecht schrijven.

    Op zich vind ik het overigens niet raar dat bijvoorbeeld Bellow zo’n held is voor Wood, omdat Bellow’s generatie de laatste voor wie het geschreven of gesproken woord het belangrijkste massamedium was. Bovendien groeide Bellow op in de crisisjaren, toen boeken de enige betaalbare ontsnappingsmogelijkheid waren.

    Die algemene leeshonger, maar ook de taligheid, en de taalgevoeligheid, is afgenomen sinds de komst van de TV, zo beweert bijvoorbeeld Gore Vidal [donderdag op boeklog]. Het hoogtepunt is geweest.