Kiest uw vijanden met zorg

Eerder omschreef ik de Friese wereld der letteren al eens als benauwend klein. Het selecte clubje mensen dat zich bezighoudt met de taal op schrift, kan elkaar niet makkelijk ontlopen. En juist omdat de belangen zo gering zijn, is de toon in debat ongekend fel, en lopen ruzies snel op.

Dat benauwende was tot vorig jaar genoeg reden om dat wereldje geheel te negeren. Tot ik me liet overhalen hier en daar toch eens wat te doen.

En ziet, al binnen een jaar heb ik liefst het gehele bestuur van it Skriuwersboun tegen mij ingenomen  [1]. Er is officieel over mij vergaderd. Dit illustreert voor mij trouwens slechts dat werkelijk de futielste strubbeling in deze provincie al vijandigheid oplevert.

In punt 1 van de notulen van 1 oktober meldt it Skriuwersboun bij de Provinsje Fryslân te gaan klagen dat ik geen ‘sjuerylid’ kan zijn voor de Fedde Schurer-prijs  [2]. Met deze literaire prijs bekroont de provincie een debuterend auteur, of een schrijver die in een nieuw genre debuteerde  [3].

Nu werd mijn aanstelling als lid van de adviescommissie, voor zowel de Fedde Schurer-prijs [hierna FS-prijs] als de Fedde Schurer-publieksprijs [FS-publieksprijs], al bekend gemaakt op 20 februari 2008  [4]. It Skriuwersboun is er dus bliksemsnel bij. Het bestuur houdt de vinger aan de razende pols van de tijd.

Verder is it Boun in de notulen weinig zorgvuldig in de gebruikte aanduidingen — een adviescommissie is geen jury; er zijn twee prijzen — en ben ik in hun notulen geanonimiseerd. Bovendien is de verdachtmaking aan mijn adres niet verder toegelicht.

[Lezers van elders, excuses voor deze tot in den treure uitgespelde details; maar sommige mensen hebben nu eenmaal aan een half woord niet genoeg om iets te begrijpen. En ook die mensen gaan dit lezen, met hun lippen moeizaam dat verachtelijke Nederlands meeprevelend].

Dus wat is er precies aan de hand? De grote denkers van it Skriuwersboun diskwalificeren de gehele aanbevelingsprocedure voor de nominaties van de FS-prijzen, vanwege mijn aanwezigheid daarin als adviseur. Ik ben namelijk partij (?) en ben derhalve niet in staat tot neutraal oordelen. Maar hoe wisten de genieën van it Skriuwersboun van mijn benoeming in de adviescommissie? Zij ontdekten dit pas nadat op 3 september éen hunner bestuursleden genomineerd bleek te zijn voor de FS-publieksprijs. Door die commissie, met mij als corrupte adviseur.

Deze schande… Deze schande moet werkelijk ondraaglijk zijn…

Maar beseffen de verlichte geesten bij it Boun de logische consequenties van hun eigen woorden wel?

Door mijn oordeelsvermogen publiek en zonder argumentatie in twijfel te trekken, besmeuren zij openlijk de nominatie van het boek van hun eigen bestuurslid. Feitelijk is it Skriuwersboun nu officieel van mening dat deze vrouw moet aangeven niet in aanmerking te willen komen voor de publieksprijs. Met zulke vrienden heeft een mens geen vijanden meer nodig  [5].

Ik vind dit allemaal zo ontstellend treurig en dom dat het al bijna niet meer grappig is.

Wat daarom, is de vraag, kan it Boun precies hebben aangezet om alsnog in oktober 2008 een protest tegen mijn aanstelling aan te tekenen?

Punt is dat ik al ruim voor mijn aanstelling als commissielid twee boeken van eminente Skriuwersboun-bestuursleden kritisch gewogen heb. Helaas voor deze genieën zong ik daarbij niet mee in het lofkoor dat heel normale aanmerkingen tot dan toe altijd had overstemd. Kinnesinne en rancune is het dus. Anders niet. De eigenschappen waarin de kleinheid van mensen zich het duidelijkst toont.

Over het debuut van Skriuwersboun-voorzitter Tiemersma schreef ik onder meer [fy][nl] dat hij wel gebruik maakte van het totaal versleten cliché om een boek in de Tweede Wereldoorlog te plaatsen — en daar heel makkelijk de bijbehorende hoogspanning van leende — maar hier vervolgens niets mee deed.

Dat bracht Tiemersma ertoe om in december 2007 in een briesend ingezonden stuk te schrijven dat een bespreking van dit boek, zo veel jaar na dato, geen enkel nut diende  [6]. Afgezien daarvan werden mijn motieven in twijfel getrokken, en deed Tiemersma toen al zijn treurige best om mij te diskwalificeren als recensent  [7].

We hebben daar toen nog erg om moeten lachen. Liet die Tiemersma zich even kennen.

Nog van daar weer voor dateerde mijn recensie van de debuutroman Skrik van frou Schotanus [fy][nl], eveneens bestuurslid van it Skriuwersboun, in wier boek vol triest uitgesponnen psychiatrisch leed ik geen meesterwerk herkende. Frou Schotanus was negen maanden zwanger van haar groeiende onmin over deze beoordeling, om toen een soort parodie te baren op een boeklogje van mij. Dat stuk schoot helaas op nogal wat elementaire punten tekort. Het was onvoorstelbaar knullig geschreven — zoals ook uit een snelle reactie van Skriuwersboun-secretaris Ate Grijpstra bleek, die niet begreep waarom ik ineens op Schotanus’ weblog publiceerde, gezien mijn krukkige stijl daar — het was geheel niet doordacht, en het ontbeerde alle humor.

Helaas heb ik me toen tot een reactie laten verleiden. Mede door haar knulligheid deed frou Schotanus impliciet nogal infame beschuldigingen, die mij aantastten in mijn beroepseer en professionaliteit. Het is ongetwijfeld die ene reactie hier op de herhaalde provocaties hunnerzijds geweest, die mij op 1 oktober tot agendapunt hebben gemaakt bij it Skriuwersboun  [8].

Ik schreef in de paragraaf hiervoor ‘helaas’, omdat je domme mensen nu eenmaal beter kunt negeren. En domheid is bij it Skriuwersboun jammer genoeg geïnstitutionaliseerd. Men weet er niets; maar meent telkens op basis van dit totale niets toch stellig te moeten oordelen.

Nog maar wat illustraties? De beleidsbepalers van it Boun kennen de criteria niet die gelden voor twee van de provinciale literaire prijzen; en geven daarmee tegelijk aan niets te weten van de contemporaine literaire geschiedenis.

Zoals hierboven gemeld, maakte de provinsje Fryslân op 3 september het nieuws bekend dat er drie boeken genomineerd waren voor de Fedde Schurer-publieksprijs — wat dus éen van twee prijzen is. Bij die drie genomineerde boeken was de al eerder genoemde de roman Skrik van frou Schotanus. En mooi aan deze prijs is nu dat het brede publiek zich als jury uitspreekt. Daar heb ik dus werkelijk niets over te zeggen.

Op 5 september feliciteerde Tiemersma op zijn weblog frou Schotanus nog met haar nominatie  [9]. Alleen maakte hij daarbij een nogal kapitale fout; de voorzitter van de belangenvereniging voor schrijvers onwaardig.

Tiemersma bleek niet te weten dat zowel de FS-prijs als de FS-publieksprijs niet alleen voor debutanten open staat, maar ook voor schrijvers die debuteerden in een voor hen nieuw genre.

Tiemersma geeft daarmee aan ook niet te weten dat Trinus Riemersma — Frieslands meest gelauwerde schrijver — de Fedde Schurer-prijs ooit heeft aangevallen op dit laatste, niet altijd duidelijke, criterium. Riemersma had alle literaire bekroningen al, toen hij alsnog in aanmerking wilde komen voor de debutantenprijs, omdat hij iets geheel nieuws had gedaan. Hij had namelijk voor het eerst een filmscript uitgebracht — het kan ook iets anders zijn geweest, dat detail is irrelevant.

De vage algemeenheden in de regels voor de FS-prijs, en de FS-publieksprijs, veroorzaken helaas dat de aanbevelingscommissie een ingewikkelde taak heeft om te wegen wie er voor bekroning in aanmerking komen. Meenemen wie er voor het eerst iets publiceerde, is niet zo moeilijk. Maar keuren wiens debuut in een ander genre mee mag tellen, is altijd subjectief, zal dit ook blijven; en de uitkomsten zullen daarmee per adviescommissie verschillen.

Diep ironisch aan de kaboutervete van het moment is dat zonder mijn ingrijpen de roman Skrik nooit genomineerd zou zijn voor de FS-publieksprijs. Dus besteedt de provinsje Fryslân deze weken kapitalen voor een reeks oproepen aan iedereen om vooral uit de drie genomineerde titels te kiezen. En in dank poogt éen van de uitverkoren auteurs mij voor de zoveelste keer inmiddels bij anderen verdacht te maken. Nu ja, ditmaal zijn het haar vrindjes  [10].

Het was overigens kostelijk om de onpartijdigheid te zien gewaarborgd in de notulen van it Skriuwersboun:

Omdat een van onze bestuursleden (Elske Schotanus) als auteur betrokken is bij voornoemd probleem, is het bestuur zo vrij geweest dit zonder haar inbreng op te zetten en af te handelen.

[mijn vertaling]

Voorzitter Tiemersma was natuurlijk geheel neutraal in zijn oordeel over mij, en evenmin zal voor secretaris Ate Grijpstra hebben meegewogen dat ik diens vermogen om begrijpend te kunnen lezen met rede in twijfel trek.

Hun beider weblogs laten wat dit betreft alleen herhaaldelijk iets anders zien.

Maar het is simpel, de adviescommissie kreeg indertijd een lijst met debuten [pdf] aangeleverd door het Fries letterkundig documentatiecentrum Tresoar. Daarop kwam wel de debuutroman Skrik van frou Schotanus voor, maar een aantal andere debuutromans juist niet. Hieronder was het inmiddels ook genomineerde boek M/F van de schrijver Jaap Krol. Deze incompleetheid leverde ons als commissie een moeilijke afweging op. Hoe zwaar telde eerder gepubliceerd werk mee dan? De ene verhalenbundel die frou Schotanus al eens uitbracht in 2004 niet, en de bundels van Krol weer wel? Dat is raar. Hoort de roman wel tot een ander genre dan de verhalenbundel? Moet dit boek erbij, moet dat boek eraf? Waarom niet, waarom wel?

Skrik was werkelijk onmiddellijk bij de allereerste schrifting al afgevallen, als ik niet voor coulance had gepleit — anders waren er trouwens ook nauwelijks romans geweest om te beoordelen. Dan was dat boek verder geheel genegeerd, en had it Skriuwersboun zich nu niet voor eeuwig belachelijk gemaakt  [11].

Maar is het dan niet raar dan dat ik deel kan zijn van een adviescommissie die een boek voordraagt waar ik structurele problemen mee had?

It Skriuwersboun weet zeker dat ik zwakbegaafd ben — er staat bewijs genoeg online dat bestuursleden al sinds 2007 karaktermoord proberen te plegen door mij stelselmatig van kwade wil te beschuldigen. Maar zelfs ik beoordeel een boek apart werkelijk op heel ander merites dan als boek in een grotere verzameling. Mij lijkt het een aanzienlijk probleem voor het Friese literaire wereldje dat een boek, waarvan bekend is dat éen van de beoordelaars het matig vond, desondanks blijkbaar tot het beste behoorde wat er de jaren 2005 – 2007 als debuut verscheen.

En over dit structurele probleem heb ik de beleidsbepalers van it Boun dus niet gehoord — wat nog eens het zo hoge denkniveau daar tekent  [12].

Maar enfin, wat levert deze absurde episode mij dan als kennis op? Dat ik volkomen gelijk had om dat Friese literaire wereldje al die jaren te negeren. De vijver is te klein, het water staat er te stil, waardoor het een enorme zuurgraad heeft, en de aanwezige kikkers kunnen uit zichzelf weinig meer dan een geweldige keel opzetten. Als relatieve buitenstaander heeft het geen enkele zin me zo af en toe in dat zo toxische milieu te wagen. Het heeft me in het geheel niets goeds te bieden.

Jammer genoeg heb ik dit jaar al te veel research gedaan voor een groot essay, dat de titel krijgt ‘Fries, in de eenentwintigste eeuw’. Dit zal nog wel verschijnen. Daarna moest het maar eens over zijn.

* update uit 2009: waarom dat essay wel geschreven werd, en toen niet gepubliceerd
 
 

noten

  1. Wat it Skriuwersboun is? Een belangenvereniging voor Friestalige schrijvers. Geen idee van de huidige betekenis, geen idee van hun macht. Ik ken het bestaan van it Boun alleen van de conferenties die het organiseerde in een nabij mijn huis gelegen centrum — al kan ik het daarbij verwisseld hebben met een ander bejaardengezelschap op een leuk dagje uit. Maar het is een bond, met een bestuur. En zo’n bond krijgt vast subsidie, en inkomsten van de leden. En zo’n bond heeft bestuursleden die aan dat feit alleen al betekenis en macht ontlenen. Daar moet overigens niet te gering over gedacht worden. Macht en betekenis zijn beide zaken waar sommige mensen heel graag naar streven, ongeacht het doel van de club. Zo bleek éen van de bestuursleden van it Boun bij een optreden op de Friese televisie bijvoorbeeld de taal maar amper te kunnen spreken. [ ]
  2. mirror 1 [ ]
  3. Hierdoor heb ik dit voorjaar een groot tal nogal slechte boeken moeten lezen — je zou het werkelijk je ergste vijand niet aandoen. [ ]
  4. In dit provinciale persbericht van februari word ik redacteur van een tijdschrift genoemd. Maar dat was toen al maanden niet meer zo. Bovendien prijken er liefst twee spelfouten in mijn naam — ik heb dat persbericht niet van tevoren mogen zien, anders had niets er zo gestaan. [ ]
  5. Er nog van afgezien dat mijn benoeming tot adviseur een besluit was van Gedeputeerde Staten na een voordracht waarover vergaderd is. Door op deze procedure kritiek te uiten, schoffeert It Skriuwersboun uitdrukkelijk ook het oordeelsvermogen van de politici die straks over hun subsidie moeten gaan oordelen. [ ]
  6. mirror 2 [ ]
  7. Wat maar zeggen wil, dat de aanvallen ad hominem vanaf het begin door het treurige gezelschap bestuursleden van it Skriuwersboun zijn ingezet. Mijn reactie volgde pas heel laat, na herhaalde provocaties. [ ]
  8. Mocht het bestuur dit ontkennen, dan moeten de leden nu onmiddellijk uitleg eisen waarom er niet al in februari 2008 een brief naar de provinsje is uitgegaan. Of anders kunnen ze maar beter hun lidmaatschap opzeggen. [ ]
  9. mirror 3 [ ]
  10. En door haar vriendjes dus als bestuursbesluit vast te laten leggen dat de aanbevelingscommissie voor de FS-prijs corrupt is, zal haar roman Skrik als nominatie moeten worden teruggetrokken. [ ]
  11. Geprezen zij het geheugen van Google. [ ]
  12. Niet ik, of mijn aanwezigheid in een commissie is belangrijk, maar het structurele onvermogen van een bestuur om de problemen te kunnen reduceren tot wat ze zijn. [ ]

[x]#4340 fan zondag 5 oktober 2008 @ 10:00:00