9.48

De mens zal de honderd meter nooit sneller lopen dan in 9 seconden 48 honderdsten, zo stelt de Amerikaanse bioloog Mark Denny. Hij keek daarbij onder meer naar de vooruitgang die paarden en honden hadden gemaakt in hun racesport. En alleen daarom al geloof ik hem niet. Paarden zijn nauwelijks bewust te trainen om beter te worden — hoogstens extreem wedstrijdfit te maken, of te doperen.

Daarmee zij niet gezegd dat ik niet denk dat er geen limieten zouden zijn in de sport. Voor mensen. Het is zelfs omgekeerd; dat er limieten bestaan aan het menselijke kunnen bewijst elk kampioenschap, en maakt dit ook interessant. Afgezien van een uitzonderlijke vorm van overmacht, zoals Usain Bolt op de honderd meter vertoonde in Beijing, zijn al die topatleten nogal aan elkaar gewaagd.

Juist dat al die mannen, en vrouwen, ondanks hun soms heel verschillende achtergrond, bouw, levensloop, en trainingsmethodiek, toch vrijwel dezelfde tijden lopen, wijst als niets anders op een grens.

Ik herinner me trouwens ook te veel uitspraken van ‘deskundigen’ over waar de menselijke grens ligt, om me druk te maken over die 9.48. Talloos de uitspraken dat geen sprinter ooit onder de 10.70 kon lopen zonder doping te hebben gebruiken. Te vaak hoorde ik dat pezen zouden afscheuren bij nog hogere snelheden als er gelopen werden.

En het meeste leedvermaak leverde nog wel de voorspelling op van enkele statistici dat vrouwen betere atleten zouden zijn dan mannen. In het jaar 2156.

Het extrapoleren van huidige trends naar een moment in de toekomst is een van de fallacies waartegen Taleb zo grof scheldend waarschuwde.


[x]#4823 fan vrijdag 28 november 2008 @ 16:24:13


© eamelje.net 2001-2017. Alle rechten voorbehouden