Spaar de lampen

Nu ook het Europees Parlement heeft ingestemd om de traditionele gloeilamp te verbieden, wordt het tijd te zien waarom dan toch. Niet dat ik in de hoofden van politici kijken kan, of wil, en maar een moment snap wat zij doen doorgaans. Maar ik vermoed dat zij zich hebben laten verblinden door de propaganda dat spaarlampen milieuvriendelijk zouden zijn. Of misschien is het slechts zo dat politici zich vooral nuttig en machtig voelen, als ze iets kunnen verbieden. Zelfs als zij daarmee niet meer bedrijven dan symboolpolitiek.

De kwaliteiten van spaarlampen worden nogal overdreven. En dat zeg ik, terwijl ik toch amper meer gloeilampen heb in huis. Mijn stroomverbruik is daardoor afgenomen, want dat kleine voordeel hebben spaarlampen wel. Maar dit compenseert nog altijd niet het meerverbruik van alle nieuwe elektronica die de laatste jaren in huis kwam. En computers, televisies, en opladers vreten almaar meer stroom.

Een korte literatuurinventarisatie, tezamen met enige jaren praktijkervaring, hebben mij het volgende over spaarlampen geleerd:

  • de spaarlamp is een kleine TL-buis — ook compacte fluorescentielamp [CFL] geheten — waarvan de elektronica om het ding te starten en door te laten gloeien in de voet is geïntegreerd;
  • deze elektronica — in vakkringen met ballast aangeduid — is verreweg het belangrijkste en kwetsbaarste element van de lamp;
  • de ballast maakt dat vrijwel geen spaarlamp zo lang zal meegaan als geclaimd wordt;
  • deze elektronica slijt al bovenmatig als de lamp minder dan vijftien minuten brandt; de elektronica slijt ook bovenmatig als de lamp erg vaak in en uit wordt geschakeld;
  • de elektronica kan bovendien slecht tegen warmte, zodat spaarlampen beter niet gebruikt kunnen worden in geheel afgesloten lampen, inbouwspots, en armaturen zonder ventilatiesleuven of -gaten;
  • de temperatuur van de lamp en de eigenschappen van de ballast bepalen hoe snel een spaarlamp zijn volle lichtsterkte bereikt. Dat deze lampen even nodig hebben om hun volle capaciteit te bereiken, is een gegeven. Toch zijn er ook duidelijke verschillen, van merk tot merk, en zelfs van type tot type;
  • dat spaarlampen zo veel beter zouden zijn voor het milieu lijkt me aantoonbare onzin. Hun rendement is minder hoog dan wij worden geacht aan te nemen. En de arbeidsomstandigheden in China — waar vrijwel alle spaarlampen vandaan komen — zijn dusdanig slecht dat onze blind gekochte lampen daar extra doden en invaliden gaan kosten;

Deze informatie en de daaraan verbonden stellingen worden voor een deel nader toegelicht [of spring anders meteen naar de eindconclusies]
 

CFL’s en hun ballast

Fluorescentielampen maken gebruik van het natuurkundige gegeven dat bepaalde gassen en gasmengsels licht uitstralen als er stroom door gaat. Voor dit effect optreedt, in een afgesloten buis met gas, moet er eerst een puls aan hoogspanning doorheen worden gejaagd om de atomen ‘aan te slaan’. Daarna is nog steeds stroom nodig om het gas licht te laten uitstralen, maar die kan van een veel lagere spanning zijn.

Dit alleen al eist dat de elektronica van een fluorescentielamp aan heel verschillende eisen moet voldoen. De stroom van het lichtnet moet omgezet worden naar iets waarmee de lamp kan werken. Er moet een hoogspanningspuls mee te maken zijn om de gasatomen aan te slaan. Die puls moet herhaald kunnen worden zolang er geen licht is. En het lampgedeelte moet vervolgens stabiele stroom kunnen krijgen van het niveau waarop de gasatomen licht blijven geven

Naast al dit kan er nog een elektromagnetisch mechanisme vereist zijn dat zorgt dat de druk van het gas in de buis gelijk blijft. Zodat de kwaliteit van het licht stabiel is over de tijd.

Bij traditionele TL-buizen zijn deze technische moeilijkheden opgelost door de ballast buiten de lamp te houden. De transformator om de stroom van het lichtnet om te zetten, zit in de armatuur. De starter om de eerste hoogspanningspuls door de lichtbuis te jagen, is te vervangen.

Bij spaarlampen moeten al die functies in een enkel voetje worden geïntegreerd. Dat is ingewikkeld. De grootste verbeteringen aan de spaarlamp zijn de afgelopen decennia dan ook telkens behaald door de ballast verder te perfectioneren.

Tegelijk legt de kleine ruimte in de voet van een spaarlamp beperkingen op die nooit te overwinnen zijn zolang vastgehouden wordt aan traditionele fittings – die ooit voor de gloeilamp bedacht werden. De gebruikte technologie in de ballast is dus zelden optimaal geschikt voor zijn doel. Omdat de spaarlamp uiteindelijk een wegwerpproduct is — en ingenieurs allereerst denken in productiekosten — mag er zelfs vanuit worden gegaan dat er de goedkoopst denkbare onderdelen in gebruikt zijn. Zelfs al werden die waarschijnlijk niet voor dit doel ontworpen.

Dit technische probleem maakt de spaarlamp zo vervelend kwetsbaar in veel hierboven al beschreven situaties, en dat levert weer andere moeilijkheden op.
 

CFL’s en hun levensduur
Als spaarlampen kapot gaan, gebeurt dat vaak spectaculair, zo niet gevaarlijk. Wanneer de elektronische onderdelen bijvoorbeeld niet specifiek voor gebruik bij 220 Volt wisselstroom geschikt zijn — en dat zijn ze vrijwel standaard niet — slijten deze bovenmatig, tot ze knetterend doorbranden.

Vocht doet evenmin veel goed aan de elektronica in spaarlampen, wat ze eigenlijk ongeschikt maakt voor gebruik in de badkamer of buitendeurs.

Ook kunnen kleine insecten soms in de ballast komen, tot ze daar geëlektrocuteerd worden. Maar de spaarlamp ter bescherming in een geheel afgesloten lamp plaatsen, kan evenmin; want dan kan het ding zijn warmte niet kwijt.

En warmte is ook al zo kwalijk voor de CFL’s, zoals eerder gemeld. Elektronica kan daar domweg slecht tegen.

Verder kunnen spaarlampen niet in dimmers gebruikt worden, tenzij op de verpakking vermeld staat dat ze deze extra belasting wel aankunnen.
 

CFL’s en het milieu
De belangrijkste reden om spaarlampen te gebruiken, is omdat ze minder stroom gebruiken dan traditionele gloeilampen. Zo zegt men. Daarbij waarschijnlijk uitgaand van de informatie die de fabrikanten van de spaarlampen op de verpakking zetten.

Een spaarlamp van 7 Watt geeft evenveel licht als een ouderwetse gloeilamp van 35 Watt, belooft de éen. Een spaarlamp van 11 Watt is als een gloeilamp van 60 Watt, claimt de ander. Dat betekent minstens een factor vijf verschil!

Was het maar zo eenvoudig.

Een gloeilamp is een erg simpel ding. Die bestaat uit een weerbarstig draadje wolfram dat van de hitte gaat gloeien als er stroom doorheen gejaagd wordt. Daardoor produceert een gloeilamp in de eerste plaats warmte. De lichtopbrengst is hoogstens 4% van wat er aan energie wordt ingestopt.

De spaarlamp heeft een hogere lichtopbrengst dan dat, maar zeker niet die factor vijf die de fabrikanten en politici claimen. Dit komt weer door die ballast, waarin van alles omgevormd moet worden, om de fluorescentie te laten beginnen en daarna in stand te houden.

Dat er verliezen in de ballast optreden wordt duidelijk omdat er twee manieren zijn om het stroomverbruik van een apparaat te meten. De ene is om alles in het gebruik aan Watts te rekenen; de kiloWattuur van de elektriciteitsrekening. De andere is om te kijken naar de vermogensfactor, die gemeten wordt in Voltampère.

Idealiter is de hoeveelheid Watt die een spaarlamp gebruikt dezelfde als de hoeveelheid Voltampère. En dit gaat bij gelijkstroom ook wel op. Maar bij wisselspanning zoals het lichtnet biedt — waarbij de stroomrichting 50 keer per seconde omkantelt — is dit lang niet altijd het geval. Een apparaat moet er wel op ingericht zijn om precies in de frequentie van de netstroom mee te gaan. En in praktijk blijkt dat spaarlampen er nogal eens grof naastzitten. De website Savethebulb.org vond dat een IKEA-spaarlamp bijna twee keer zo veel Voltampères gebruikte als Watts.

Weliswaar maakt dit onderscheid geen verschil op uw stroomrekening. Maar u bent er niet zo groen mee als u hoopt. In het grote verhaal gaat het de politici erom dat elektriciteitsbedrijven minder moeten vervuilen, wat kan als ze niet zo veel stroom hoeven te produceren. En dat is door de soms opmerkelijke vermogensverliezen in de spaarlampen dus minder het geval dan zo vaak wordt geclaimd.

En dan is er nog een ander element, dat tot nu toe genegeerd werd. De huidige CFL’s bevatten kwik, of kwikdamp, omdat dit in het contact met de fosforlagen aan de binnenkant van het glas het licht opwekt. Daar wordt soms wat hysterisch over gedaan. Er zijn online ook wel nieuwsberichten te vinden over mensen die duizenden dollars betaalden aan een professioneel schoonmaakbedrijf, dat met beschermende pakken binnen kwam stappen, nadat éen CFL was kapotgegaan.

Maar de hoeveelheid kwikdamp in zo’n lamp is te klein voor zo’n direct gevaar.

Wel maakt dat kwik een kappote CFL tot chemisch afval, waar de elektronica in de balans trouwens ook al voor gezorgd had.

Bovendien moet die kwik ergens in de lamp gestopt worden. En hoewel objectieve berichtgeving hierover ontbreekt, heb ik niet het idee dat de arbeidsomstandigheden in de Chinese lampenfabrieken deugen. Waardoor te veel mensen daar onbeschermd in aanraking komen met kwik; waarbij ze wel degelijk een groot gevaar voor hun gezondheid lopen.

Zelfs al werd kwik ooit hier als geneesmiddel ingezet, het is zeer giftig.

Zou ik ook nog een verhaal kunnen houden over de omstandigheden waaronder elektronica geproduceerd moet worden, en de extra energie die al dat vergt, maar dit stuk is al lang genoeg.
 

Kortom
Waarom acht ik concluderend al te grote milieuclaims over spaarlampen dus onzinnig, en een verbod op de verkoop van gloeilampen voorbarig:

  1. spaarlampen gaan minder lang mee dan geclaimd, en zijn mogelijk zelfs brandgevaarlijk;
  2. spaarlampen eisen doorgaans veel meer elektrisch vermogen dan geclaimd;
  3. als mensen weten dat ze CFL’s niet te vaak aan en uit moeten doen, laten ze zo’n spaarlamp vaak veel langer branden dan noodzakelijk. Wat alle eventueel gewonnen stroomverbruik ten opzichte van een gloeilamp nog sterker tenietdoet;
  4. spaarlampen leveren door hun korter dan geclaimde levensduur meer chemisch afval op dan waar in prognoses van wordt uitgegaan;
  5. spaarlampen zorgen elders in de wereld voor een aanzienlijk grotere belasting van het milieu en de mensen daarin;

 

Om verder te lezen:
Safethebulb.org
Compact Fluorescent Lamps (CFLs)
Should There be a Ban on Incandescent Lamps?
Wikipedia on CFLs


[x]#5549 fan vrijdag 20 februari 2009 @ 08:00:00


© eamelje.net 2001-2017. Alle rechten voorbehouden