Te fietsen | week 04
marsepein

Kennis is een merkwaardig goed. Ik ben opgeleid tot historicus, en werk weleens als journalist. En voor allebeide bezigheden geldt dat je je gauw en oppervlakkig nieuwe kennis moet leren eigen maken — al was het maar om te kunnen onderscheiden wat we menen zeker te weten, en wat juist nog niet bekend is.

Specialisatie, of diepgang, vindt daardoor zelden plaats. En meestal is dat geen probleem. Behalve dan in de confrontatie met een echte specialist. Omdat het zo verleidelijk is om op zijn of haar kennis te gaan leunen — terwijl dat eigenlijk niet zou moeten.

Tijdens alle jaren die ik nu nadenk over sport heb ik allerhande specialisten wijsheden horen vertellen waar achteraf meestal veel op af te dingen viel. Wat overigens allereerst betekent dat er nog heel erg weinig harde kennis is — misschien omdat de economische noodzaak voor die kennis ook nooit zo groot was.

En nu heeft Graeme Obree een boek geschreven over trainingsmethoden voor fietsers.

Obree is alleen al uniek omdat hij zich buiten de traditionele wielerploegen om tot een toprenner ontwikkelde. Zo verbeterde hij twee keer het werelduurrecord — beide malen door een lichaamshouding aan te nemen die de UCI inmiddels afkeurt.

Als over Obree iets op te merken is, dan toch zeker dat hij het experiment niet schuwt. En dus bestaande kennis niet voetstoots wenst aan te nemen.

Graeme Obree werd onlangs publiek geïnterviewd over zijn trainingsmethoden.  [1] Waarbij hij onder meer ademhalingsoefeningen deed met de zaal — omdat zijn theorie is dat vuile lucht zo gauw als kan uit de longen moet verdwijnen; dwars in tegen hoe de evolutie ons heeft leren ademen.

En de uitleg bij die ademhalingstheorie was jammer, omdat hij daarmee toch weer te veel de experimenterende autodidact leek; die niet gehinderd werd door een teveel aan benul.

Terwijl Obree tot dan zo veel zinnige dingen had gezegd. Zoals dat we tweeënhalf tot drie uur aan brandstof in onze spieren kunnen bergen — wat precies overeen komt met mijn ervaring. Of dat zelfs in de benen van Tour de France-renners 70% van de spiermassa dient om die energie op te slaan, en slechts 30% de kracht levert voor de voortgaande beweging.

Ook heeft hij uitgesproken ideeën over de voeding onderweg. Omdat fietsers doorgaans wel meer dan die tweeënhalf tot drie uur onderweg zijn, en dus die energiereserves onderwijl moeten aanvullen. En voor Obree begint het energie tanken al bij het kauwen, omdat dan enzymen aan het eten worden toegevoegd, en de verwerking van deze brandstof beter lukt.

Dus is het eten van zoiets simpels een stukje marsepein aanzienlijk beter dan het naar binnengieten van welk geoptimaliseerd gelletje of sportdrankje ook.

En nu vraag ik me af of ik Obree hierin wel geloof omdat hij net genoeg aanreikt om te kunnen wegen, met mijn kennis over de stofwisseling onder inspanning. Of dat ook mijn afkeer van mierzoete spullen als die gel het oordeel verkleurt.

Mijn voornaamste fietsvoedsel is momenteel overigens de Luikse wafel.

  1. Helaas heeft The Bike Show deze podcast niet meer online staan; anders dan daar normaal is. Wat ik natuurlijk pas ontdekte na deze woorden geschreven te hebben [ ]

[x]#9748 fan donderdag 26 januari 2012 @ 10:10:53