Te fietsen | week 46
meten

Lang geleden, toen ik bijna dagelijks rondjes draaide op een atletiekbaan was mijn tempogevoel groot. Na een 200tje of een 400tje wist ik simpelweg hoe snel die was gegaan. De blik op de stopwatch diende slechts ter controle.

Aan fietsen valt me op dat ik er juist heel slecht in ben om mijn tempo in te schatten.

Nu fiets ik ook nooit in een gecontroleerde omgeving, en evenmin is mijn fietsen de zoveelste korte herhalingsoefening in een reeks. De enige zekerheden die ik heb, is dat als het hard lijkt te gaan ik sneller rijd dan 30 kilometer in het uur. Maar of snel dan 36 is of 31 km/u: geen idee.

Gaat het naar mijn gevoel te langzaam, dan schommelt de snelheid rond de 20 kilometer per uur. En wordt deze relatieve traagheid veroorzaakt door tegenwind, dan kan ik in de luwte toch ook ineens 26 à 27 km/u rijden. Terwijl het dan enkel lijkt of het fietsen even lichter gaat.

Dus trek ik me doorgaans weinig aan van mijn snelheidsmeters — in de herfst en ’s winters zijn die in het donker toch ook niet af te lezen. Fietsen gaat op gevoel. En span ik me vreselijk in, dan is de tijdwinst zelfs op lange trajecten hoogstens enkele minuten op een veel ontspannener rit. Dus gaat het losjes.

Daarom zou het me niet moeten ergeren dat de twee fietscomputers die ik heb van het merk CicloSport zich wat apart gedragen. Ik bezit een basismodel van het type CicloMaster, en een wat luxer type. Beide gebruiken dezelfde houdertjes voor op het stuur, en dezelfde magneetjes in het wiel. Beide zouden probleemloos uitgewisseld moeten kunnen worden tussen mijn fietsen. Die fietsen hebben namelijk dezelfde maat aan voorbanden – die leggen in principe per omwenteling evenveel millimeters af.

En toch is het ene model te optimistisch als het om de aangegeven snelheid en afstand gaat, en het andere te pessimistisch. De afwijking is zelden gelijk — wat me eveneens bevreemdt — maar wissel ik de computertjes van fiets, dan kan een gereden afstand zo maar ineens 4% langer zijn. Of 2% korter dan de kaart of GPS aangeeft.

Dus heb ik een oude waarheid herontdekt.  [1]

Wie een klok heeft, weet hoe laat het is. Wie twee klokken heeft, twijfelt altijd aan de juiste tijd.

  1. Had ik de computertjes niet een keer omgeruild, was me dit natuurlijk nooit opgevallen. [ ]

[x]#10487 fan dinsdag 13 november 2012 @ 10:42:21