Dictaat
week 17

Al sinds ik eamelje.net begon, wordt me verweten dat deze website niet genoeg aan het Fries doet. De naam roept dat blijkbaar op dat die taal mijn voorkeur zou hebben. En daar heb ik dan geen antwoord op. Behalve dat er een geschiedenis ligt. In 2001 bestonden er vrijwel geen Friestalige weblogs, op dat van Joop Boomsma na misschien. Alle beweging vond elders plaats.

Dus leek er ook geen publiek te zijn.

Bovendien ligt het er het simpele feit dat ik oneindig veel meer training heb in het schrijven van het Nederlands dan in welke andere taal ook. Nederlands van allerlei aard daarbij.

Dus kan ik me schrijvend in deze taal meteen op de inhoud concentreren, omdat het met de woorden vanzelf wel goed zit, terwijl dit in het Engels, Duits, of Fries iets meer aan moeite vergt.

En op mijn weblogs staan altijd eerste versies van teksten. Daar wordt zelden nog iets aan veranderd. Meerdere versies schrijven van iets gebeurt alleen als het om werk gaat.

Dat deze woorden hier in het Nederlands staan, is kortom zeker geen principiële keuze. Tenzij gemakzucht ineens een principe is. En daar zou iets voor te zeggen zijn. Beleidsmakers in Nederland zouden er volgens mij goed aan doen een stuk gemakzuchtiger te worden; en het nu eens na te laten om overhaast maatregelen te treffen.

Omdat ik in meerdere talen lees en schrijf, is aardig te vergelijken hoe moeilijk deze me vallen in de praktijk. Alleen weegt ook dan mee dat gewenning alles kleurt. Het Engels heeft natuurlijk een krankzinnige spelling, omdat uitspraak en schrijfwijze zo vaak verschillen. Maar deze moeilijkheid valt mij niet meer op — gewend als ik ben aan het woordbeeld.

Het Fries heeft ook iets idioots in zijn spelling — maar dan omgekeerd, omdat deskundigen juist zo goed mogelijk daarin de uitspraak wilden volgen. Dat is alleen al vreemd omdat de taal geen eenheidstaal is, maar bestaat uit verschillende dialecten — waarin de meest basale woorden al verschillend worden uitgesproken. Slechts in het geschreven Fries bestaat er een standaard.

En daarin worden alle leenwoorden worden sinds die invoering van de Steatestavering ruim dertig jaar terug fonetisch geschreven. Ofwel, toen zijn al deze woorden van hun achtergrond en geschiedenis ontdaan. Niemand heeft me ooit kunnen uitleggen waarom. Dus is mijn theorette dat men dacht dat het Fries zich zo duidelijker kon onderscheiden van andere talen [1]. Terwijl ik juist meen dat juist door het doorsnijden van de band met die collectieve leenwoordenschat de taal met zijn rug naar de wereld is gaan staan.

De keuze voor een afwijkend woordbeeld benadeelt volgens mij ook iedereen die het Fries wil leren schrijven — behalve de allergrootste fanaten; de mensen van slechts éen taal. Training om aan die fonetisch Fries gespelde woorden te wennen, is in een minderheidstaal veel minder goed mogelijk dan in talen waarin meer mensen schrijven. En dus meer in druk beschikbaar is.

Ik blijf er domweg moeite mee houden om een woord als journalist, dat in vrijwel alle West-Europese talen gewoon journalist is, in het Fries te spellen als sjoernalist.

Tegelijk is spelling het meest oninteressante aspect aan een taal.

In het Nederlands bestaat er zowel het Groene boekje als het Witte boekje, en beide claimen een woordenlijst te bieden met de juiste spelling. Daardoor bestaat de juiste spelling per definitie al niet. En is ook zo’n jaarlijks Groot Dictee van de Nederlandse taal leuke poppenkast, goedkoop drie uur op TV gevuld, en verder onzin.

Praktisch gesproken, spel ik zoals het me uitkomt. De algemene regels worden braaf gevolgd — zodat iedereen ziet dat ik niet van de straat ben. De uitzonderingen daarop vul ik naar eigen voorkeur in. En in mijn werk geeft dit nooit problemen.

Keer ik me daarom nu fel tegen de aanstaande spellingswijziging van het Fries? Zoals Provinciale Staten onlangs, zonder discussie, tot een voldongen feit maakte?

Ik begrijp allereerst zo’n beslissing niet. Waarom Statenleden, die normaal vooral over ruimtelijke ordening gaat — zoals de vraag of een boomwal gekapt of herplant moet worden — ineens ook menen over taal te kunnen oordelen. En daarvan dan zeker weten dat daar nog aan geklooid mag worden, omdat die nog veel beter kan.

Maakbaarheidsillusies zijn o zo gevaarlijk.

  1. lees: zo veel als kon van het Nederlands zou gaan afwijken [ ]

[x]#11006 fan maandag 6 mei 2013 @ 09:39:52