Heb je nog vakantieplannen, zei hij tegen de jonge vrouw die hij kende van het werk. Ze waren elkaar tegengekomen in het winkelcentrum, en hij moest uit beleefdheid toch wat zeggen.
Ik ga naar Ibiza, zei ze. En stralend kneep ze ...
Een paar huizen verderop had een trotse vader een schommel voor zijn kinderen gebouwd. Fijn voor hen. En leuk ook dat ze iets hadden dat hen de hele dag bezighield.
Alleen piepte en kraakte de schommel tijdens de hele pendelbeweging. Of ...
En als hij in korte broek en teenslippers naar de budgetsuper ging die hij normaal nooit bezocht, was het toch net of hij in het buitenland was? Kijk toch eens, allemaal onbekende merken en producten. Kijk eens, heel andere prijzen.
Hij was op vakantie. Echt. Beste bewijs daarvan was hoe ontspannen hij de joelende kindermassa op het speelveldje achter zijn huis negeerde -- die daar spelletjes deden waarbij nogal wat aanmoedigingen gekrijst werden. Omdat hun onderwijzers waarschijnlijk ook niet wisten ...
Maar het ware vakantiegevoel ontstond pas toen hij elke middag de wereldontvanger kon aanzetten, om te luisteren hoe volwassen mannen deden of de Tour de France een enorm spannende wedstrijd was.
De illusie ver weg te zijn, werd dagelijks ruw verstoord als de buurman weer eens aanbelde met de smoes nog ander gereedschap nodig te hebben.
Hij wist niet wat erger was. De lulpraat van die man, of het gezeur van een ...
Belachelijke ansichtkaarten genoeg in de winkels om te versturen naar de familie, zo merkte hij. Maar belachelijk was toch wat minder leuk nu dat zijn eigen woonplaats betrof.