Een vooroorlogse Godwin
Te fietsen | week 2

De naam Tommy Godwin zal weinigen in Nederland iets zeggen. Toch heeft deze Brit (1912-1975) éen van de meest krankzinnige lichamelijke prestaties ooit geleverd. Hij bezit een record van een dusdanig afschrikwekkende omvang dat meteen toen het gevestigd werd al een vraag was wie ooit nog een poging zou durven te doen tot verbetering.

Godwin fietste in het jaar 1939 75.065 mijl, ofwel 120.805 kilometers, wat gelijk staat aan drie keer de aarde rond — met dus een gemiddelde van meer dan 200 mijl [320 km] per dag. En daarmee was hij nog niet klaar. Tommy Godwin bleef gewoon doorrijden, om in 1940 ook de man te worden die het snelst 100.000 mijl had afgelegd.

De mare gaat dat hij na deze records opnieuw moest leren lopen, omdat zijn beenspieren die beweging totaal ontwend waren.

En nu zijn er in 2015 ineens twee mannen die een poging willen doen om Godwin’s record te verbeteren. In Groot-Brittanië is Steven Abraham begonnen, op hetzelfde moment dat de rest van het land elkaar een gelukkig nieuwjaar wenste. Later op de dag starten had geen zin gehad, zo stelde Abraham. Van de zenuwen had hij anders toch niet kunnen slapen.

In de VS begint Kurt Tarzan Searvogel op 10 januari met zijn tijdrit van een jaar.

Van Searvogel weet ik overigens nog bijna niets. Maar de verrichtingen van Abraham volg ik al een tijdje. Hij is een bekend fietser in het wereldje van de Britse randonneurs, en op een forum van hen is al in een vroeg stadium de recordpoging opgepakt.

Op dinsdagochtend had Steven Abraham zijn eerste duizend mijl erop zitten, wat gevierd werd in een fastfood-restaurant.

Meest opvallend aan de recordpoging van Abraham tot nu toe, voor mij? Dat hij uit eerbied voor Tommy Godwin op een relatief eenvoudige stalen Raleigh rijdt, met spatborden en bagagedrager bovendien; een fiets die iedereen voor weinig kan kopen. Terwijl er geen reden was om niet voor een lichtgewicht carbonracer te kiezen.

Steven Abraham’s rit kan op deze tracker rechtstreeks gevolgd worden. Zijn website is hier te vinden. Hopelijk nog zeker 358 dagen lang.

[wordt vervolgd]


Een vooroorlogse Godwin ii
Te fietsen | week 4

De beknopte Engelse waarheid over fietsen in winter luidt dat je daar later in het jaar zo prettig van profiteert.

Winter miles, Summer smiles

Is er bovendien nu een Engelsman bezig met zijn tijdrit van een jaar. Elke dag is hij al onderweg, lang voor het licht wordt. Voor ik helemaal wakker ben zelfs. In weer en wind. Dezer dagen sneeuwt het, en vriezen de wegen aan waarop hij rijdt. En later deze week wordt dat enkel erger.

Steve Abraham fietste daarom dit weekend terloops even 200 mijl per dag, om alvast een buffertje te hebben voor later.

Eén van de vele fietsers die een eindje met hem oprijden, of hem een nacht onderdak verlenen, schreef daar een illustratief verslagje over.

Ondertussen is in Florida ook Tarzan begonnen met zijn poging om het record te breken van het meeste aantal kilometers gefietst in een jaar. Hij heeft aanmerkelijk beter weer — al kan dat later in het jaar anders worden. Hij weet bovendien precies hoeveel zijn concurrent gefietst heeft tien dagen eerder — zelfs al is het record dat ze willen breken van Tommy Godwin, en zijn ook diens daggemiddelden bekend.

Een spreadsheet met alle tussenstanden staat overigens hier online.

Abraham maakt het alleen wel moeilijk voor mij om nu de fiets te laten staan als het weer er niet naar is.

Zelfs al bestaat er een groot verschil tussen móeten fietsen en mógen fietsen.

Normaal klaag ik zelden over het weer; mede omdat niemand mij meer verplicht ’s ochtends vroeg ongeacht de omstandigheden naar een plek te fietsen waar ik niet wezen wil. Maar deze winter is tot nu toe behoorlijk winderig en daarbij vochtig kil. Er is ook geen vervelender koude dan natte koude, die met kracht komt aangewaaid.

En normaal was het geen probleem om dan een paar weken wat minder te fietsen, tot het weer verbeterd was, en enkel de verplichte kilometers te maken.

Maar ineens roept mijn weerzin schaamte op. Want die lijkt nu een excuus.


Een vooroorlogse Godwin iii
Te fietsen | week 5

De belangrijkste strijd in een tijdrit van een jaar is die van een man tegen zichzelf. Want blijft alles heel? Fysiek zowel als mentaal?

Dus zo bezien zou het niet uit horen maken dat naast Steve Abraham ook Kurt ‘Tarzan’ Searvogel in januari begon met een aanval op het onbreekbaar geachte record van Tommy Godwin.

Maar alleen al de verschillen in aanpak tussen Abraham en Searvogel leveren stof tot nadenken op.

Steve Abraham maakt verschrikkelijk lange dagen op het moment, ondanks de winterkou, waarbij hij op een laag inspanningsniveau fietst. Zijn hartslag blijft laag. Hij wandelt op de fiets.

‘Tarzan’ is een heel ander soort rijder. Hij komt ook niet uit de vriendelijke wereld van de randonneurs, hij maakte vooral naam in duurwedstrijden van een week.

Dus fietst Tarzan sneller dan Abraham, waardoor zijn dagen in het zadel minder lang zijn — daartoe geholpen door het veel betere weer in Florida. Bovendien rijdt hij meestal op een weinig comfortabel ogende tijdritfiets.

Steve Abraham gaf al aan nu per dag zeker tien mijl minder te rijden dan later in het jaar mogelijk is, met dezelfde inspanning, vanwege de koude en de belemmering van al die lagen kleding.

Tarzan toont zich alleen ook een stuk ongeduriger. Wat het interessant maakt om zijn Facebook-pagina te volgen. Zo reed hij al eens met twee broeken aan, vanwege zadelpijn. Brak er vorige week spontaan een stuur af. En de grootste schok was nog wel dat hij ineens even overstapte op een ligfiets om zijn kilometers te maken.

Nu kan ik me van alles bij zo’n overstap voorstellen. Duurfietsen levert, in mijn ervaring, vooral problemen op doordat je houding daarbij zo zelden wisselt. Niet de benen of de longen zijn dan het zwaarst belast, maar de lichaamsdelen die een naar verhouding veel kleinere last hebben, en die telkens op dezelfde manier moeten opvangen.

Mijn schouders geven bij mij de grootste problemen op een heel lange rit.

Van randonnées als Londen-Edinburgh-Londen is bekend dat de rijders na 1.400 km het meest last hebben van dode polsen en slapende voeten.

Alleen is een vraag nu wel, mag iemand overstappen op een ligfiets tijdens een recordpoging — gezien alle pogingen bij fietsbonden om het bestaan van de ligfiets te ontkennen?


Een vooroorlogse Godwin | iv
Te fietsen | week 6

Raleigh vierde vorig jaar al het Godwin-record; omdat het toen vijfenzeventig jaar was na de geslaagde poging. Dus daagde het bedrijf in 2014 elke fietser uit om tenminste éen dag de afstand te rijden die Tommy Godwin gemiddeld genomen iedere dag wist af te leggen in 1939.

205 mijl. Oftewel 332 kilometer.

Nu is dat weliswaar een heel eind trappen, maar ook weer geen onoverkomelijke afstand, voor een goed getraind iemand. Die ene dag tenminste — want het blijft onvoorstelbaar hoe iemand deze inspanning dag na dag heeft kunnen herhalen. Ik heb in een sportiever verleden een enkele maal ook weleens een grotere dagrit gemaakt. De vraag wordt alleen bij zulke stunts, die grote investeringen vergen aan tijd, en energie, waarom je die dan doen zou.

Om de trots achteraf? Werkelijk?

Twee dagen achter elkaar honderd mijl rijden in een weekend is al heel mooi. Kun je ondertussen ook nog eens ergens blijven slapen. Dan blijft het leuk. Een uitje.

De plicht om die tweehonderd mijl op éen dag te doen, legt namelijk een heel zware hypotheek op die inspanning. Want ergens, zonder uitzondering, wordt zo’n fietsrit dan een survivaltocht. Dan schakelt het benul grotendeels uit, en wordt kilometer na kilometer volkomen automatisch afgelegd.

En daar heb ik dus geen zin meer in. De kwaliteit van een rit gaat me inmiddels ver boven de kwantiteit.

Als ik mijn benul wil uitschakelen, ga ik liever slapen.

Ondertussen werd afgelopen zaterdag wel de eerste honderdkilometerrit van het jaar afgelegd. Wat nog meer inspanning vroeg dan gedacht; omdat lang overal niet de sneeuw van de wegen verdwenen was. Maar ritjes van vier, hoogstens vijf uur, zo af en toe, vind ik wel verfrissend. Die maken me moe op een prettige, niet verlammende manier.

Dus kan ik enkel hopen dat Steve Abraham, die in Engeland onder gelijkaardige winterse weersomstandigheden rondrijdt, iets van datzelfde plezier heeft, als hij zijn dagelijkse driehonderd kilometer fietst; op weg om een onbreekbaar geacht record op zijn minst eens stevig aan te vallen.


Een vooroorlogse Godwin | v
Te fietsen | week 7

Het is op de tweeënveertigste dag van het jaar 2015 moeilijk voor te stellen dat de strijd om het jaarrecord fietsen nog gewoon 323 dagen duurt. En daarna nog eens de tien dagen die Kurt ‘Tarzan’ Searvogel later startte. Zo veel interesse heb ik namelijk tot nu toe elke dag in de tweestrijd — die eigenlijk een driestrijd is, vanwege dat bestaande record uit 1939.

Daarbij helpt het absoluut dat beide rijders van dit moment zulke totaal verschillende personages zijn.

Over de stoïcijnse Brit Steve Abraham verscheen vorige week een lang verhaal in The Guardian. Meest typerende quote uit dat stuk:

I ask him what had finally made him do it, and he says, modestly: “Well, I had a year off work.”

“But you asked for the year off work, right?”

“Well, yes.”

Abraham is al sinds zijn puberteit gefascineerd door Godwin’s record, en lijkt zich behoorlijk gedegen te hebben voorbereid. Eerder al draaide hij proefweken in de winter om te kijken wat het vergde om dagelijks te fietsen.

Bovendien deed hij zijn best om in elk geval materiaalsponsors te vinden, voor de slijtageslag.

Tarzan daarentegen plaatste van de week nog een bedelfilmpje op zijn Facebook-pagina, waarin hij zijn volgers smeekte om binnen- en buitenbanden te doneren.

Kurt Searvogel zag verder zijn huwelijk kort geleden stranden; waarschijnlijk vanwege dat voornemen om een heel jaar lang elke dag enkel te fietsen, om een bizar record van 75 jaar terug.

En waar Steve Abraham aanvankelijk mijn favoriet was — want door zijn plannen online leerde ik over de recordpoging — merk ik inmiddels vrij neutraal te zijn geworden in mijn voorkeuren. Alleen fietst de Brit elke dag langzaam en gestaag, waar de Amerikaan telkens heel wat sneller is. Dus ontpopt de strijd tussen hen zich niet alleen tot een conflict tussen verschillende karaktertypen. Die staat nu ook al voor een krachtmeting voor methoden om te doen.


Eddington-nummer
Te fietsen | week 7

Sommige nummers liggen weliswaar vast, maar vergen nog enig nadenken. Mijn leeftijd? Dat is geen getal dat ik spontaan kan noemen. Of mijn kledingmaten. Die voor de grote stukken paraat hebben, gaat nog wel — tot het lastiger wordt en ineens de vraag speelt wat mijn boordomvang is, of de omtrek van mijn hoofd, of de lengte van mijn hand, en ik niet gewoon even stiekem kan passen.

Andere getallen gaan bijvoorbeeld over sportprestaties. Toen ik de atletiek nog heel belangrijk vond, in het verleden, hadden die nummers hadden zelfs een aanduiding. Persoonlijk record [PR] heetten deze. En de meeste daarvan liggen voor eeuwig vast. Want, hoewel tal van sporten met leeftijdscategorieën werken — zo zullen zowel Steven Abraham als Tarzan Searvogel beiden een jaarrecord vestigen, domweg omdat ze niet in dezelfde veteranenklasse rijden — vind ik zo een onderscheid wat kunstmatig.

Het interesseert me weinig dat ik ook op leeftijd gekomen elke periode van vijf jaar weer nieuwe records kan lopen, springen, of werpen, als die nogal onderdoen voor wat me eerder lukte.

Een relatief onbekend nummer dat iets met prestatie te maken heeft, en tegelijkertijd voor mij toch vooral met plezier, is het Eddington-nummer. Voor fietsers wel te verstaan.

De Britse fysicus Arthur Eddington kreeg namelijk twee nummers naar zich genoemd. Het eerste Eddington getal gaat over het aantal protonen in het universum. Ook leuk. Alleen voor nu even niet zo nuttig om verder op in te gaan.

Zijn tweede nummer is een maat voor lange-afstandrijders, en legt vast hoe vaak iemand tenminste éen bepaalde afstand heeft gefietst. Eddington’s eigen E-nummer was 84. Wat betekent dat hij in zijn leven op 84 dagen een fietsrit van tenminste 84 mijl heeft afgelegd.

Ik ben opvallend benieuwd naar mijn E-nummer — en weet dat ik het nooit zal kennen. Pas sinds 2013 leg ik systematisch mijn gereden dagafstanden in een spreadsheet vast. Van alle ritten daarvoor — en mijn meest actieve fietsperiode lag heel lang terug — is er hoogstens nog sporadisch en anekdotisch bewijs.

Wel is me al opgevallen dat het makkelijker is om een E-nummer in mijlen aan te houden dan een E-nummer in kilometers.

100,00 km = 62,14 mijl

Voor een E-nummer van 62 hoef ik maar op 62 dagen die 100 kilometer gereden te hebben, en geen honderd keer.

Ik weet overigens vrij zeker dat mijn E-nummer hoger is dan 62 — vorig jaar alleen al reed ik 41 keer meer dan 100km/62 mijl. Alleen, hoe veel hoger dat is een vraag die wel nooit beantwoord zal worden. Tenzij ik de komende jaren nog een grote honger krijg tot het rijden van grote dagafstanden; wat me vrijwel uitgesloten lijkt.

Dwing me tot een schatting, dan zeg ik nu >80; ofwel minstens 80 x zeker 129 km.

En daarmee zal ik mijn best doen ook dit getal weer te vergeten.


Een vooroorlogse Godwin | vi
Te fietsen | week 8

In de jaren 2010 en 2011 las ik elke dag minstens éen boek, waarvan de meeste vervolgens ook besproken werden. Maar, de enige reden om dit te doen, was omdat ik al vrijwel mijn hele lezende leven een boek per dag heb gelezen. Zonder daar verder drukte over te maken, en dus anderen mee lastig te vallen.

Sterker nog, doorgaans verzwijg ik het te lezen. Onze cultuur heeft namelijk weinig ruimte voor lezers. En al helemaal niet als dit lezen maakt dat ze er gericht heel kritische vragen door kunnen stellen.

Dat ik er in 2010 en 2011 toch even aandacht voor vroeg, was om het simpele feit dat er telkens weer anderen waren die wel luid tamboereerden een jaar lang iedere dag een boek te gaan lezen. Daar media-aandacht voor vonden. En die daarmee deden of dit een geweldige inspanning zou zijn.

Nu, dat is het niet.

Je kunt er namelijk gewoon bij blijven zitten.

Een inspanning zou het pas worden als die 365 boeken vast lagen; als je enkel Nederlandse romans zou mogen lezen, of zoiets vreselijks. Maar voor wie zijn eigen menu kan vaststellen, blijft er altijd honger naar meer.

Dezer weken heb ik met enkele anderen gepraat over de pogingen van Steve Abraham en Kurt Searvogel om zo veel kilometers als mogelijk te fietsen in een jaar. Waarbij zich de gewetensvraag opdrong of ik een poging had willen wagen, als het record niet op zo absurd veel kilometers stond.

Waarop mijn antwoord luidde: nee. Ook niet met sponsoring. Of met een jaar betaald vrij van werk.

Van sommige inspanningen ben ik gewoon te blij dat anderen die al verricht hebben. Dat vrijwaart me om er zelf verder nog een tel over te hoeven nadenken. En nee, dat voelt niet als een nederlaag. En al evenmin groeit daardoor twijfel aan mijn mannelijkheid.


Een vooroorlogse Godwin | vii
Te fietsen | week 10

De eerste vijfenzestig dagen van het jaar zijn bijna om; nog driehonderd te gaan. En een zekerheid die ik in 2015 elke ochtend bij het opstaan heb, is dat ergens in Engeland dan al een man op zijn fiets stapte voor zijn rit van een dag.

Steve Abraham rijdt de laatste tijd vervolgens minstens driehonderd kilometer. Eindigend doorgaans als bij mij de werkdag er al lang weer opzit.

En hoewel het in naam weliswaar voorjaar is, maakte dat voor het weer dat hij trof nog niet veel uit. Alleen heeft ook bij hem nu elke dag iets meer daglicht. En bij daglicht fiets je altijd makkelijker en sneller dan in het donker, door een geheime fysiologische wet.

Het krankzinnige aan deze tijdrit van een jaar is dat Abraham nog altijd niet het daggemiddelde haalt van Tommy Godwin uit 1939. Die reed toen 320 km per dag, gerekend over dat hele jaar. En dan vooral door in de zomermaanden, als het lang licht is, ook ellenlange dagen te maken op de fiets.

Steve Abraham lijkt dezelfde tactiek te kiezen.

Althans, dat hopen de talrijke Britse fans van hem, die het maar niets vinden dat Abrahams concurrent Kurt Searvogel het platte en warme Florida heeft uitgekozen voor zijn poging om in een jaar zoveel kilometers als mogelijk te fietsen.

Maar, zo houden de Abraham’s fans zich voor, Searvogel haalt misschien nu al zijn maximale dagafstanden. Die rijdt enkel bij daglicht. Zit hoogstens twaalf uur per keer op de fiets. En die haalt wel al met regelmaat meer dan die 320 km op een dag.

Driehonderd dagen gaat dit circus dus nog door. Dat lijkt oneindig lang.

[zie hier de hele reeks over de 1YTT]


Een vooroorlogse Godwin | viii
Te fietsen | week 13

Het krankzinnige van dat jaarrecord fietsen is dat er vooraf al sommetjes over te maken zijn. Die daarbij dan de inspanning nog tastbaarder maken.

Want, gegeven dat een dag 24 uren telt, en een jaar 365 dagen, dan volgt daar het aantal uren uit per jaar. Neem dan de jaarafstand van Tommy Godwin uit 1939, die 120805 kilometer, en dan is meteen ook al bekend dat iemand die dit record wil breken 13,79 km per uur moet rijden — het hele jaar lang, tijdens elk uur van de dag.

Rijd slechts twaalf uur per dag — een mens wil tenslotte ook weleens eten, of desnoods slapen — dan moet er tijdens die tijd op de fiets gemiddeld 27,58 km/h gereden worden.

En dat is hard.

Dat haalt de gemiddelde mooiweer-rijder op zijn pluisgewicht carboonwonderfiets namelijk niet eens, zoals het overzicht bleek dat Strava publiceerde. En dan rijden die mooiweer-rijders hoogstens een afstandje van 45 kilometer per keer.

Toch hanteert Kurt Searvogel deze tactiek. En hij zorgt er daarbij wel voor vlakke wegen te hebben, en windje mee. De meeste van zijn dagen beginnen ook telkens ergens anders. Hij leeft het grootste deel van de tijd dat hij niet fietst in een camper.

Zijn rivaal Steve Abraham kiest er daarentegen voor om langere dagen te maken op de fiets. Tot achttien uur per etmaal aan toe. En van de zomer kunnen dat er best weleens twintig worden — wat zal moeten, want ook Tommy Godwin reed krankzinnige dagafstanden in de zomer van 1939.

Ik moet toegeven dat in mijn fascinatie voor deze recordpogingen een paradox zit. Enerzijds blijft er voor mij wat willekeurigs aan kleven dat beide mannen telkens hun eigen route kiezen, afhankelijk van de wind vooral — dat ze weliswaar wat rondfietsen, maar dat ze nooit ergens aankomen; omdat enkel de afgelegde dagafstand telt. En anderzijds is de lichamelijke en geestelijke inspanning die beiden verrichten onbegrijpelijk groot.


Een vooroorlogse Godwin | ix
one year time trial


Een vooroorlogse Godwin | x
Te fietsen | week 14

Eind maart 2014 had ik op hetzelfde moment in het jaar duizend kilometer meer gefietst dan nu. Maar al te grote conclusies zijn daar verder niet aan te verbinden. Het was domweg beter weer tijdens de eerste drie maanden vorig jaar. Waardoor het heel goed mogelijk is dat ik me toen relatief gezien aanzienlijk minder heb hoeven inspannen dan dit jaar van me eiste.

En het scheelt nogal in de beleving, als het fietsen geen moeite kost.

Eens het weer boven de 8° à 9° C is, dan ligt mijn kruissnelheid meteen zeker 10% hoger, bij dezelfde inspanning. Eenmaal de altijd klapperende winterkleding uit kan, en al die laagjes de beweging niet langer belemmeren, biedt dat eveneens zo al 10% winst.

Er is een behoorlijk verschil als je weet in een uur of vier gemakkelijk 110 kilometer te kunnen fietsen, of in dezelfde tijd met moeite 84 kilometer af te zullen leggen; zoals me dit weekend overkwam, tijdens alle storm en regen.

Ik moest daar aan denken tijdens de wielerklassieker Gent – Wevelgem gisteren. Toen professionele renners ondanks de voorspelde windstoten toch met hoge velgen gingen rijden, waardoor sommige pardoes van de weg waaiden. Hun wielen werkten als zeil.

Ik moest daar ook aan denken toen gisteren het nieuws doorkwam dat Steve Abraham van de weg is gereden door een brommer. Met als gevolg een zware enkelblessure, en een verwachte operatie, en daarmee een ietwat onverwacht slot aan zijn tijdrit van een jaar.

Want Abraham heeft in hetzelfde rotterige winterweer rondgereden als ik; alleen trof hij daar vanzelfsprekend nog veel meer van; want hij was elke dag tot wel achttien uur op pad. Leuk fietsen zal er in 2015 voor hem nog altijd niet vaak zijn bij geweest.


Eerst even eten
Te fietsen | week 15

Een keer of wat per jaar fiets ik weleens met iemand die brevetten rijdt. Een randonneur is dat, die elk jaar verschillende randonnées doet, zo heet dat dan, in andere woorden. Audax heet deze activiteit dan weer bij de Britten en Amerikanen.

Hij is in training voor Parijs-Brest-Parijs — een rit van ruim 1200 kilometer — later dit jaar, en moet eerst nog een hele serie brevetten rijden om zich te kwalificeren, tot en met een 600 kilometerrit aan toe.

Zulke afstanden afleggen per fiets doen maar weinigen.

Want waarom zou men ook.

En ondanks dat er altijd op mij wordt ingepraat om me toch eens aan een brevet te wagen, voel ik daar geen enkele lust toe.

Mijn belangrijkste bezwaar is dat ik vier à vijf uur fietsen lang genoeg vind voor een dag. En het kortste brevet dat echt telt, is tweehonderd kilometer rijden. Zeker acht uur stevig doorfietsen, daarmee. Dat heb ik vroeger allemaal al eens gedaan; waarmee allang bewezen is dat ik dat kan.

Een tweede probleem is het georganiseerde verband. Dat iemand anders een route uitzet, maakt mij niet zo veel uit. Dat kan zelfs een voordeel zijn. Die ander kan door jarenlange fietservaring veel mooiere routes kennen dan ik. Alleen telt een brevet pas met het bewijs dat je werkelijk was waar je geacht werd langs te komen. Dus moeten er onderweg stempels worden verzameld, bij benzinestations of cafés. Of anders moet er even geld gepind worden, met bon, wat dan bewijst dat je ergens bent geweest.

En dat verzamelen van die stempeltjes zie ik mijzelf domweg niet doen. Dat is me veel te kinderachtig.

Ik fiets nu eenmaal voor mijzelf. In wandeltempo doorgaans. Het idee daarmee iets te moeten bewijzen, is er niet.

Neemt niet weg dat ik veel van randonneurs heb geleerd. Veel van mijn kennis over onderhoud aan de fiets, of over wat goede verlichting is, deed ik op hun fora op.

De schaarse documentaires over randonnées — zoals deze in Schotland — kunnen me zelfs enige Fernweh geven.

En dan is er nog een oude randonneurswijsheid, bij pech onderweg, die heel erg goede raad is gebleken. Zij bevelen aan om dan altijd eerst iets te eten. Want eten maakt altijd helderder, en met helderheid komt ook afstand en relativering. Een lekke band is dan gewoon een makkelijk te verhelpen lekke band; en niet een barrière die de verdere voortgang van het leven in de weg staat.

Steve Abraham is een randonneur, en ook wereldjeberoemd in die kringen. Aan zijn reactie op het ongeluk met die dronken brommerrijder valt perfect de mentaliteit op die me aan brevettenrijders goed bevalt. Het had allemaal veel erger kunnen zijn. En straks gaat hij proberen om op een ligfiets met drie wielen in elk geval kilometers te maken. Kan hij zijn getroffen been hoog houden, en toch ook vitamine D tanken; wat helpt bij de genezing.

Maar mocht deze inspanning het helingsproces belemmeren, dan wordt zijn poging om zo veel mogelijk kilometers in een jaar te fietsen later opnieuw begonnen.


Identificatie
Te fietsen | week 16

Sinds Steve Abraham door een idioot op een brommer van zijn fiets werd gereden, is mijn belangstelling voor de tijdrit van een jaar verdwenen.

Ergens ver weg, in de VS, rijdt Kurt Searvogel weliswaar elke dag nog zeker tweehonderd mijl — hij zal ook wel moeten. Maar interessant is dat niet meer.

Begon ondertussen in Australië een derde kandidaat aan zijn poging om zo veel mogelijk kilometers als mogelijk te fietsen in een jaar. Miles Smith luidt zijn naam. ‘Go Miles’ heten daarom zijn Facebook-pagina en website; nomen lijkt weer eens omen.

Smith kiest voor een iets elementairder aanpak dan Abraham of Searvogel. Hij gaat gewoon dezelfde weg het hele jaar door op en neer rijden. En goed, dat is dan wel een weg met een lengte die in Nederland zo niet bestaat.

Daarbij heeft hij in zoverre gelijk dat het makkelijker fietst op bekende wegen dan op onbekend terrein. Schijnt deze ‘Beach road’ ook nog dagelijks vele andere fietsers te trekken. Zodat hij er allicht met regelmaat gegangmaakt kan worden.

Kende hij deze weg bovendien al van het dagelijkse forensen — waarvoor hij 155 km op een dag reed.

En toch zegt ook zijn poging me weinig.

Ik weet domweg niet hoe het is om in Australië te fietsen.

Wat me beviel aan Steve Abraham’s poging was hoe makkelijk het was om me met hem te identificeren. Het weer dat hij had, was hier ook; of anders kwam dat wel een dag later. Als hij in het hartje van de winter in het donker op zijn fiets stapte, was het ook hier nog nacht. Te vaak ben ik blij geweest in januari en februari dat er voor mij niets moest. Empathie telt.

Speelt met de pogingen in de VS en Australië ook nog mee dat die in heel andere tijdzones plaatsvinden. Dat pas lang achteraf duidelijk is wat er gebeurde.

Abraham was een beter mens dan ik ooit zijn kon. Hij reed opdat ik niet hoefde. Die andere fietsers zijn eerder freaks.


Een vooroorlogse Godwin xi
Te fietsen | week 24

Tommy Godwin reed in de zomer van 1939 na 31 mei maandenlang zeker vierhonderd kilometer op een dag. Dat is éen van de redenen dat zijn jaarrecord zo ontstellend scherp staat. Wie het verbeteren wil, zou in de periode van lang licht dus ook elke dag die vierhonderd kilometer moeten rijden. Plus liefst nog wat meer. Als er in de maanden hiervoor niet al een gigantische buffer werd opgebouwd, tenminste.

Bij een gemiddeld snelheid van 25 kilometer per uur kost die 400 km alleen al zestien uur fietsen. Zonder pauze. Maar met normale onderbrekingen erbij gerekend komt zo’n recordjager dus al nooit aan zijn acht uren slaap per nacht.

In het Verenigd Koninkrijk organiseerde Raleigh in 2014 de uitdaging om op tenminste éen dag het gemiddelde te fietsen van wat Godwin haalde over 365 dagen. 330 kilometer. Wat al ruim zeventig kilometer minder is dan hij in de zomer reed op een dag.

En ik moet zeggen dat die ene dagafstand van 330 km mij op dit moment zowel aantrekt als afstoot. Vooral omdat een uur of vier op een fiets zitten op een dag me inmiddels lang genoeg is.

Aantrekkelijk is vooral het oude fietsvakantie-idee, van ’s ochtends vroeg opstaan, na ruim honderd kilometer voor de tweede keer ontbijten, bij een bakker ergens, en het gevoel ruim voor de middag al meer dan een dagtaak verricht te hebben. Waarna het allemaal niet zo nodig meer moet.

Vier gescheiden etappes plannen op éen dag, van ruim tachtig kilometer, of anders drie van honderd plus, met veel rust daartussen, desnoods thuis doorgebracht, klinkt dan al weer veel doenbaarder. En, ik kan voor mijzelf een mooie dag uitkiezen, anders dan de recordjagers die elke dag de fiets op moeten.


Zomer
Te fietsen | week 32

Nog altijd heb ik het vage plan om dit jaar eens te kijken hoeveel kilometer het mogelijk is om te fietsen op een dag.

Alleen gaat de tijd inmiddels wat dringen. De dagen korten alweer — zelfs al zal er vandaag hier nog voor 15 uur en 29 minuten daglicht zijn. Volgende week is dat alweer een half uur minder. Zo’n poging moest eigenlijk dus wel in augustus.

Die driehonderddertig kilometer op éen dag van Tommy Godwin’s gemiddelde kost namelijk alleen al meer dan dertien uur fietsen, bij een gemiddelde van iets boven de 25 km/u — wat sneller is dan bijna elk ander rijdt op het fietspad onderweg. Dan is die 2½ uur aan mogelijke pauze daarbij niet veel. Wil ik voorkomen om in het donker te moeten fietsen.

Anderzijds is het niet heel erg om een uur of wat in het donker te rijden. Bekende routes genoeg die ik ook in het winterduister heb afgelegd.

Moest ik ondertussen ook zorg dragen dat het mogelijk is om onderweg telkens iets aan eten en drinken bij te kopen. Dat de pontjes nog varen. Of omgekeerd: dat mijn gemiddelde snelheid niet enorm keldert doordat de bruggen onderweg telkens open moeten voor recreërend bootjesvolk.

Zondag was ik van plan om minstens een century te rijden — honderd ouderwetse mijlen — wat er niet helemaal van kwam omdat mijn geplande route wat korter uitviel dan gedacht. En dan ga je niet nog een eindje omrijden, dat uur voor dat je thuis kan zijn.

Toch was zondag leerzaam.

Zo heb ik me niet verveeld onderweg; mede door twee goed geplande korte pauzes, en het gegeven dat in de grotere plaatsen de supermarkten open zijn op zondag; zodat er altijd ruim genoeg leeftocht was.

En verveling onderweg vreesde ik nog het meest.

Want als de vraag zich opdringt waar ik nu eigenlijk mee bezig ben, komt dit meestal vanwege een tekort aan suikers, of door ander fysiek malheur; zoals uitdroging.

Maar zondagen zijn de juiste dagen niet voor een poging tot een afstandsrecord in deze nieuwe era. Mijn duim werd lam van het constante gebel om ruimte te krijgen van de grijze duo’s die breeduit naast elkaar elke normale doorgang op de fietspaden blokkeerden.

Had ik een euro gekregen voor elke fiets met elektrieke ondersteuning die onderweg werd ingehaald, ware er dat middagje makkelijk voor een jaarsalaris opgestreken.


Mislukte generale
Te fietsen | week 33

218 kilometer reed ik zaterdag. Wat me ruim 8½ uur kostte aan pure zadeltijd. En daarmee is dan het meeste gezegd over de rit. Ik bleek deze afstand en de tijdsduur heel wel aan te kunnen. Tijdens het laatste uur fietste ik nog even vlot als in het eerste. En noch tijdens de rit noch daarna protesteerde enig lichaamsdeel door pijntjes.

Waarop ik concluderen moest dat het betrekkelijk weinig zin heeft om nog langer te willen fietsen op een dag. Er zijn nu heel goede gronden om aan te nemen dat ook een afstand van 330 kilometer me wel lukken zou. Dat hoeft daarmee voor mijzelf verder niet bewezen te worden.

Waarmee de generale repetitie voor zo’n lange fietsdag de eigenlijke lange fietsdag overbodig heeft gemaakt.

Onderweg had ik namelijk tijd genoeg om te bedenken dat er wel een heel groot doel moet zijn, wil het lonen om zo lang op een fiets te gaan zitten. 8½ uur. Meer dan een werkdag. Waar dan nog zeker 4 uur bij zouden komen voor die 330 km.

En zo’n doel heb ik domweg niet. Tegenover mijzelf hoef ik niets te bewijzen; en nu zeker niet meer. Anderen wil ik al helemaal niet lastigvallen met fietsverhalen.

Heroïsch is zo’n prestatie ook al niet. Daarvoor had er namelijk een heleboel mis moeten gaan, en hadden er grote problemen overwonnen moeten worden.

Mijn rit had amper een verhaal. Zelfs achteraf niet.

En tweehonderd kilometer fietsen is niet twee keer leuker dan honderd kilometer rijden. Bovendien blijft er na zo veel tijd in het zadel vrij weinig van mijn dag over eenmaal weer thuis. Anders dan na een ritje van honderd kilometer, dat simpel in een dagdeel is af te doen.

[ is vervolgd ]


Een vooroorlogse Godwin xii
Te fietsen | week 33

Het hele idee om 330 kilometer te fietsen op een dag kwam er enkel omdat op dit moment enkele dapperen proberen om net iets meer te rijden, elke 24 uur, over een heel jaar gemeten. Tommy Godwin zette een stevig record in 1939.

In Engeland is Steve Abraham op 8 augustus aan een hernieuwde poging begonnen, nadat hij in maart van zijn fiets werd geramd door een dronken brommerrijder, en daarbij zijn enkel brak.

Kurt ‘Tarzan’ Searvogel is al doende sinds 10 januari, begeleid door zijn vriendin, rondtrekkend in een camper; zodat ze telkens het ideale weer kunnen opzoeken in de VS. Searvogel rijdt nooit meer dan twaalf uur op een dag. Ondertussen heeft hij bloedarmoede, en last van zijn longen.

En in Australië is ene Miles Smith bezig, na al eens een poging te hebben afgebroken door ziekte.

Want dat is dus de constante. Niet dat hele eind fietsen elke dag. Maar het simpele gegeven dat je daarbij gezond moet blijven, om morgen weer zo’n zelfde afstand te kunnen rijden. Terwijl de herhaalde inspanning nu net ten koste gaat van je welzijn.

Waarbij er dus ook nog het geluk moet zijn onderweg niet al te veel idioten tegen te komen.

Mijn zaterdagrit van 218 kilometer heeft de inspanningen van de recordjagers wat tastbaarder gemaakt. In de zin dat ik hun dagafstand ineens eigenlijk wel mee vind vallen. Mijn eerder zo gekleurde herinneringen aan dergelijke lange dagen op de fiets kwamen ook omdat ik die ritten zelden in mijn eentje deed op mijn eigen tempo, zoals nu, maar in jachtgroepjes van testosteron-gedreven jonge mannen.

Tegelijk zijn die recordpogingen onwezenlijker dan ooit geworden. Elke dag weer die fiets op, met als enige doel om kilometers te maken. Zinlozer activiteit is ineens nauwelijks denkbaar.

Die ene lange dag op de fiets maakte mij ook duidelijk hoe vervelend een jaar van hetzelfde moet zijn.


Een vooroorlogse Godwin xiii
Te fietsen | week 46

Op 7 november passeerde Kurt ‘Tarzan’ Searvogel de 100.000 kilometer grens. Hij had toen net geen tien maanden gefietst elke dag. Op dat moment hadden slechts drie mensen in de geschiedenis meer gereden dan hem in een jaar. Inmiddels staan op de ranglijsten zelfs nog maar twee mannen voor hem. Heeft hij nog altijd twee maanden om het eeuwige record van Tommy Godwin te breken. En ook op dat schema ligt hij voor.

100.000 kilometer zou mij minstens zeven jaar aan fietsen kosten, tijdens mijn normale doen en laten, om deze prestatie in perspectief te zetten. Misschien wel bijna acht.

Geloof ik tegelijk dat vrijwel elk van die kilometers in deze periode me meer plezier zullen doen dan Searvogel beleeft.

Er kleeft toch iets droefs en zinloos aan duurprestaties. Helemaal als deze een heel jaar moeten duren. Want er is allang bewezen dat de duursporter kan wat deze presteert — in dit geval dan die meer dan 330 kilometer gemiddeld fietsen per dag. Alleen moet hij dat ook morgen nog weer doen. En overmorgen. En de dag daarna. Enzovoorts.

Kan hij nog altijd op dag 360 een onvoorzichtige automobilist tegenkomen, en het record missen.

Kurt Searvogel is dan slim genoeg geweest om te proberen elke dag hoogstens twaalf uur op de fiets te zitten. Zodat er ook nog twaalf uur overbleven voor iets anders.

Reed hij bovendien telkens in andere gedeelten van de Verenigde Staten — zodat het weer prettig meewerkte. En begon hij elke dag zo dat hij hele einden rugwind zou hebben.

En Searvogel is inmiddels met de vrouw getrouwd die hem al het hele jaar in hun camper begeleidt.

Wat voor jaar heeft zij wel niet gehad, tot nu toe?


Een vooroorlogse Godwin xiv
Te fietsen | week 51

Meer dan 70.000 mijl heeft Kurt ‘Tarzan’ Searvogel inmiddels gefietst dit jaar. Slechts éen mens reed er ooit meer dan hij. De roemruchte Tommy Godwin. In 1939.

Nog 4.000 mijl en Searvogel is Godwin voorbij. Hij heeft daar de tijd nog voor tot en met 9 januari.

Dat er nu een onbreekbaar geacht record binnen bereik is gekomen van iemand heeft inmiddels ook de massamedia wakker geschud. Kurt Searvogel moet almaar meer interviews geven — die vervolgens opvallend lange reportages opleveren.

Toch staat er relatief weinig nieuws in deze publicaties, omdat de auteurs zich daarin richten tot een publiek dat nog nooit van Kurt Searvogel heeft gehoord, laat staan van het jaarrecord fietsen. Sowieso is het voor mij wat vreemd om een onderwerp geïntroduceerd te krijgen dat me dit jaar al 350 dagen heeft bezig gehouden.

Maar uit het artikel van Tom Vanderbilt in Outside leerde ik onder meer dan toch dat de fietser schat dat de recordpoging hem een dollar per afgelegde mijl kost.

Plus dat ene jaar van zijn leven.

De reportage in de Süddeutsche Zeitung vertelde me iets meer over de slijtage aan Kurt. Want leunt hij met zijn onderarmen op zijn triatlonstuur dan krijgt hij pijn aan zijn kont. Houdt hij het stuur op de normale manier vast dan krijgt hij pijn aan zijn handen.

Ook is de opmerking mooi dat Searvogel zijn prestatie niet zal gaan uitmelken in het lezingencircuit, of als motivational speaker. En mocht Steve Abraham in Groot-Britannië ook Searvogel’s mogelijke record gaan breken, dan is hem dat best. Kurt Searvogel weet ruim voor het einde van zijn tijdrit van een jaar zeker dit nooit opnieuw te gaan doen.


Een vooroorlogse Godwin xv
Te fietsen | week 02

Verwarring in recordjagersland. Kurt ‘Tarzan’ Searvogel had gepland om vanmiddag, ergens tussen drie en vier, het onbreekbaar geachte record van Tommy Godwin te evenaren. Wat hem dan nog tot 10 januari geeft om een nieuwe standaard te zetten voor het hoogste aantal mijlen gefietst in een jaar.

Alleen laat het scoreboard van de UMCA — die het record moet ratificeren — zien dat Searvogel inmiddels Godwin’s 75065 mijl al gepasseerd is.

Nu ja, het bier zal de atleet er vanmiddag niet minder om smaken, waarschijnlijk.

In Groot-Brittannië ploegt Steve Abraham ondertussen voort, al moet deze maand uitwijzen of hij zijn recordpoging doorzet tot en met augustus. Abraham heeft inmiddels al een heel jaar gefietst, en legde daarin de vijfde afstand ooit af. Alleen was dat aanzienlijk minder dan gehoopt. Mede omdat een brommer hem aanreed waardoor hij zijn enkel brak, wat hem al direct op een enorme achterstand zette ten opzichte van Godwin; waarop er die officiële herstart volgde in augustus.

Kwamen daar in oktober nog andere medische problemen bij. Abraham’s nieren kregen het moeilijk met de enorme hoeveelheden suikers die de fietser elke dag verstouwde als brandstof. Daarop moest hij radicaal zijn dieet aanpassen, wat vervolgens zijn dagafstanden nogal verminderde.

Zijn er ondertussen twee nieuwe kandidaten gestart met hun jaar op de fiets.

In Australië is Bruce Berkeley — AKA Cycle_dr 1 — 2016 al vrij furieus begonnen.

En de Brits-Zweedse Kajsa Tylen wil het damesrecord verbeteren; wat overigens net de helft is van Tommy Godwin’s ooit zo onmogelijk lijkende afstand.

Terwijl ik eindelijk een metafoor lijk te hebben gevonden om aan te geven wat die tijdrit van een jaar op de fiets waard is.

Want stel dat ik een jaar lang alle trappen oploop van een nabije wolkenkrabber, om eenmaal boven telkens met de lift naar beneden te gaan, en vervolgens opnieuw naar boven te lopen. En stel dat de bovenste verdieping van dat gebouw op 100 meter ligt. Dan zou ik al snel kunnen zeggen meer te hebben geklommen dan de Mount Everest hoog is.

Punt blijft dan alleen dat ik niet die Mount Everest beklom, maar telkens in hetzelfde trappenhuis verkeerd heb.

Duurrecords zeggen hoogstens dat er iemand zo gek is geweest een hele tijd hetzelfde te gaan doen. En dat ook nog heeft volgehouden. Knap hoor, maar enkel boeiend zoals in het begin van 2015, toen twee mannen op twee verschillende continenten aan hun recordpoging begonnen; en daarmee ook elkaar als directe tegenstander hadden.


Een vooroorlogse Godwin xvi
Highest Annual Mileage Record

Ruim duizend mijl meer dan Godwin’s record uit 1939 is de eindstand van Kurt Searvogel na éen jaar fietsen.

Dat is drie keer de aarde rond, en nog een stukje. Alleen mag je zo niet rekenen. Want hij reed niet drie keer de wereld rond; Searvogel fietste een beperkt tal wegen af in de VS.


Een vooroorlogse Godwin xvii
Te fietsen | week 03

En toen hield Steve Abraham zijn poging voor gezien om een jaar lang zoveel mijlen als mogelijk te fietsen.

Weliswaar had hij al een jaar afgelegd — zijn eerste poging begon op nieuwjaarsdag 2015 — alleen werd hij een paar maanden later van zijn fiets gereden door een brommer, waardoor Abraham zijn enkel brak, en een tijdje met éen been trapte op een ligfiets om toch maar dagelijks kilometers te maken.

Daarop werd in augustus in hernieuwde officiële poging gestart; terwijl de eerste nog liep.

Probleem was alleen vanaf het begin dat Abraham zijn recordpoging ietwat romantisch heeft opgevat. Omdat Tommy Godwin in 1939 een onaantastbaar lijkende jaarafstand reed op een stalen Raleigh, koos Steve Abraham daar eveneens voor.

Verder bleef ook hij in Groot-Brittannië rijden, op een klein uitstapje naar Frankrijk na om tussendoor even Parijs-Brest-Parijs te doen.

Zijn concurrent Kurt Searvogel reed niet alleen in beter weer, diens wegen waren een stuk vlakker, en hij fietste altijd voor de wind. Omdat zijn metgezel er wel voor zorgde dat hun camper de volgende ochtend ergens stond van waaruit er lange einden met rugwind was te fietsen.

Searvogel maakte zo aanzienlijk kortere dagen dan Abraham — en herstelde daardoor beter.

Terwijl het met Steve Abraham al een tijdje lijden was. Zo zeer zelfs dat bevriende volgers online hem al even aanraadden om te stoppen, en weer beter te worden. Want zoals hij nu bezig was, leek het alsof hij zijn gezondheid voor eeuwig aan het slopen was.

Abraham zelf ziet het iets simpeler. Hij kon het record niet halen, daarom stopt hij nu. Want om het record te halen, zou hij een stuk sneller moeten fietsen dan hem lukt. Maar om sneller te kunnen fietsen had hij eerste een periode nodig van kortere dagen, om te herstellen en kracht op te doen; wat hem paradoxaal genoeg dus nog weer verder van het jaarrecord had afgebracht.

 


IPWR
Te fietsen | week 10

Er speelt op het moment van alles in het wereldje van het lange-afstandfietsen, en ik merk daar toch niet echt in geïnteresseerd te zijn.

Zo is Steve Abraham opnieuw begonnen met een poging om zo veel mogelijk kilometers te fietsen in een jaar. Exact twee jaar nadat zijn eerste poging eigenlijk strandde; omdat een brommer hem omver reed en hij zijn enkel daardoor brak.

In 2015 was dat nog wat, die eerste aanval op dat jaarrecord. Ook al omdat dit onnoemelijk scherp stond; terwijl het toch al uit 1939 stamde. Ik heb de inspanningen van Abraham en zijn concurrent Searvogel toen redelijk intensief gevolgd.

Maar ondertussen rijdt in de VS ene Amanda Coker al maanden dagelijks honderden kilometers af op een afgesloten circuit van 7 mijl, met een gemiddelde van boven de 32 km/u. En ze reduceert het jaarrecord fietsen al doende tot de onzin die het eigenlijk is.

Iemand is bezig een jaar uit zijn of haar leven op te offeren, om een saai record te zetten dat bijna niemand iets zegt. Om het daarna ongetwijfeld weer heel rustig aan te gaan doen met de fiets.

Jaarrecords zeggen mij voortaan hoogstens iets als iemand elk jaar fietst, en dit ook blijft doen, en zich daar dan eenmaal opvallend in verbetert. Tegelijk heb ik aan mijn eigen jaarafstanden gemerkt dat het weer van veel grotere invloed is op het tal afgelegde kilometers dan mijn fietskwaliteiten.

Nee, dan de Indian Pacifici Wheel Race (IPWR) van het moment — een non-stop fietsrace van 5460 kilometer langs de zuidkant van Australië tussen Perth en Sydney. Die een crime om te doen is vast, door alle kaarsrechte wegen. En toch spreekt zo’n evenement dan wel tot de verbeelding, omdat ik weer een paar keer dag aan dot-spotting kan doen online.


Records
Te fietsen | week 14

Amanda Coker heeft het jaarrecord fietsen verbeterd dat Kurt Searvogel vestigde over 2015.

76.076 mijl reed ze tot nu toe — 122.406 kilometer. Is het jaar nog niet eens voorbij ook. Haar recordpoging stopt pas op 14 mei. Dus kan het best dat er nog 10.000 mijl bij komen.

Toch zegt dit me allemaal weinig. Coker rijdt haar mijlen op een afgesloten circuit, dat volkomen vlak is. En hoewel daar om verschillende redenen veel voor te zeggen is — Amanda Coker en haar vader raakten ooit zwaargewond toen ze aangereden werden op de openbare weg — benadrukken die eeuwig dezelfde rondjes toch ook dat zo’n recordpoging een nogal kunstmatig iets kan zijn.

Een mentale inspanning meer wordt dan, als een lichamelijke prestatie.

Vanzelfsprekend, iemand die een recordpoging begint, zal proberen alle risico’s daarbij zo veel mogelijk uit te bannen. Als daarbij iets moet, dan toch zeker plannen. Alleen kan een sporter, of een avonturier, daarmee tegelijk ook alle aardigheid uit de inspanning weg plannen. Zo’n prestatie krijgt dan nooit een verhaal.

Een jaarrecord fietsen zo steriel oppakken als was dat een kantoorbaan inspireert me tot niets.

Deze week kwam Mark Beaumont ook weer eens in het nieuws. Hij gaat een nieuwe poging wagen om als snelste mens de wereld rond te fietsen. De eerste keer dat hij dit deed, leverde die inspanning een boeiende documentairereeks op, en een wel aardig boek.

Ditmaal moet het binnen 80 dagen lukken — een uit de literatuur bekend aantal. En anders dan bij zijn debuut wordt deze recordpoging deze keer geen solo-inspanning, maar krijgt hij ter begeleiding een heel team mee onderweg; om hem te voeden, en om hem een nieuwe fiets aan te reiken als er eens iets kapot mocht gaan.

En ziet, als het bij records allereerst om een getal gaat, zegt me dat dus ook helemaal niets. Records gaan pas leven als de nieuwe recordhouder ook echt wat te overwinnen had.


Abracadabra
Te fietsen | week 20

De volledigheid eist nog, omdat ik nu eenmaal ooit een reeksje begon over die tijdrit van 365 dagen, de melding dat Amanda Coker [24] haar jaar heeft rond afgerond. Al rijdt ze nog wel even door om ook het record te pakken op de snelste 100.000 mijl ooit gefietst. Houdt ze haar inmiddels normaal geworden daggemiddelde aan, dan haalt ze die afstand ergens medio juli.

Coker begon haar recordpoging op 15 mei 2016, waarmee zondag 14 mei 2017 de laatste dag werd om het jaarrecord te breken. Alleen had ze dat record, van Kurt Searvogel, al verbroken, in april.

Merkwaardig is dat nog nergens staat wat haar jaarprestatie uiteindelijk werd, behalve dan dat iedereen het getal van meer dan 86.000 mijl noemt.

Dat is dus ruim 138.403 kilometer.

En dit eiste een daggemiddelde van meer dan 381 kilometer fietsen.

Amanda Coker reed haar meters met een gemiddelde van boven de 32 km/uur, op een vlak circuit zonder wegverkeer. De video hierboven laat zien waar ze sinds 15 mei 2016 het grootste deel van haar tijd doorbracht.

Is ze ook nog eens het slachtoffer geweest van een ernstig fietsongeluk zes jaar geleden, waarvan het moeilijk herstellen was, zoals de Amerikaanse media dan berichten in een tranentrekkend verhaal. Elk land krijgt de sportjournalistiek die het verdient. En in de VS heeft een sportheld altijd eerst altijd grote moeilijkheden moeten overwinnen. Prestaties leveren is daar op zich namelijk nimmer genoeg.

En toch, zoals al eens eerder gememoreerd, zegt dit nieuwe record me vrij weinig. Omdat het allereerst het plichtsbesef toont, om elke dag weer die zelfde 37 à 38 rondjes door het bos te fietsen. Knap hoor. Alleen zit daar geen enkel avontuur bij. Avontuur zal zelfs zo veel mogelijk uit de recordpoging weggehouden zijn. Dat is ook wel zo efficiënt.

Maar heroïek eist meer aan verhaal dan een jaar vol kadaverdiscipline.