Calvin and Hobbes

My favorite Calvin and Hobbes episode

The Collected Calvin and Hobbes has been brought out in hardcover, which has lead to much praise for this strip, again.

Read The Tiger Strikes Again.

Or 25 Great Calvin & Hobbes Strips. [via]

Fans interview Bill Watterson


Muizenhol
Ronald Havenaar

[...] Óf het leven van een schrijver wordt op amateurpsychologische wijze naast zijn werk gelegd, en dat zou dan het mirakel moeten verklaren. Óf iemand gaat de meesterwerken van een ander knullig navertellen in een beschamende hompelstijl.

Dit gebeurt natuurlijk altijd uit bewondering en met de beste bedoelingen. Maar het levert immer weerzinwekkend proza op.[...]

boeklog 390


De mensen zijn dom. De mensen zijn bang

Elders heb ik al eens geschreven over mijn afkeer van secundaire literatuur over schrijvers. Laat het werk maar voor zichzelf spreken. Dus zal ik die nieuwe biografie niet gauw lezen over Hendrik de Vries van Jan van der Vegt.

Het interview over dat boek, in het radioprogramma Desmet live dinsdagavond was ook al illustratief genoeg. En bevatte zelfs meer informatie dan ik wel wilde weten.

Maar datzelfde interview had ook even de stem van de dichter zelf. En die diep-Groninger voordracht van Hendrik de Vries vind ik geweldig, sinds dat ene videofragment uit ‘De Dode dichters almanak’.

Nog mooier is dat hij ‘Ik ben de kleine zigeunerprinses’ doet, en daarmee voor eeuwig de kleinkunstwalm wegblaast die Jenny Arean erover uitspreidde in haar te gemaakte interpretatie op de CDi Denkend aan de Dapperstraat.

Helemaal fijn is dat ik De Vries nu ook hier heb. Fragment: 0.58 minuten

Ik ben de kleine zigeunerprinses.
Mijn vader heeft een gevaarlijk mes.
Mijn moeder had oorbellen, prachtig rood.
Nu draag ik ze zelf. Moeder is dood.

Haar kralen heb ik ook om de hals.
Ze schold mijn vader voor vuil en vals.
Mijn mooiste speelgoed heeft zij gebroken
En toen heeft vader haar doodgestoken.

Vader is wijs, en moeder was dom.
Ze komt soms weer, en ik weet waarom.
‘t Is om haar kralen en om haar bellen.
Maar als ik iets vraag wil ze niets vertellen.

Haar oorbellen en haar kralensnoer
Berg ik goed op: onder de vloer.
Een kleed er over; een zwarte kast -
Voor vader is dat een lichte last.

Hij weet wel dat ze terug kan komen.
Anderen zeggen: het zijn maar dromen,
Het zijn maar schaduwen tegen ‘t behang.-
De mensen zijn dom. De mensen zijn bang.

Hendrik de Vries (1896-1989)


Dode dichters | W.H. Auden 3


click image to play. 1.05 minutes

Vandaag dan, nu het werkelijk honderd jaar geleden is dat W.H. Auden geboren werd, kijk ik naar een documentaire die begint met zijn begrafenis. Met als voice-over zijn gedicht dat inmiddels een cliché geworden is, door het gebruik in ‘Four Weddings and a Funeral’; sterker nog, het is de versie uit die film.

Ach ja.

Art makes you smart,
Kitsch is what makes you rich

En dan komt de dichter zelf nogal moeizaam van zo’n lullige showbizz-trap afgelopen, om dan zijn interviewer uit te moeten leggen dat het leven van schrijvers er vooral uit bestaat op een stoel te zitten, om te schrijven. Dat maakt hun autobiografieën enigszins voorspelbaar. Alleen heeft die vanzelfsprekende constatering dan weer nog nooit een biograaf afgeschrokken niet toch naar het geheim achter het genie te zoeken. De documentaire met deze scene is daar het bewijs van.

Mijn gezicht is als een bruidstaart die te lang buiten in de regen werd gelaten, zei Auden.

Dus nee, er zijn ook daarom betere manieren om hem te herdenken dan naar een documentaire te kijken.


L.H. Wiener

De schrijver L.H. Wiener was deze week op televisie, en vertelde daar dat zijn werk nogal autobiografisch was.

Goh, de ogen zijn me geopend. Wiener is leraar Engels in Haarlem, en zijn verhalen gaan nogal vaak over een leraar Engels in Haarlem. Bijvoorbeeld. Ook komen dezelfde thema’s telkens bij hem terug. Alsof de schrijver zijn eigen leven eindeloos recyclet voor de kunst.

Merkwaardig is dus dat een roman als Nestor beter leesbaar zal zijn voor wie nog nooit iets van Wiener gelezen heeft, dan voor wie zijn werk al kent. Mij verraste vooral de vorm positief.

boeklog 649: Nestor
boeklog 650: Naamloze meisjes


Boyhood
J.M. Coetzee

[...] Er kleeft iets merkwaardigs aan de autobiografieën van schrijvers, en dat is dat die ergens allemaal op elkaar lijken. Tenminste, als het om de jeugd gaat van de auteur. [...]
 
 
 

boeklog 1141


Zoals lezen het leven voedt, verrijkt leven het lezen

Karel van het Reve heeft in zijn boeken veel op te merken over critici en literatuurtheoreten. En met éen opmerking ben ik het wel bijzonder eens. Van het Reve vond het vreemd dat als gekeken werd wie er invloed hadden gehad op een schrijver daarbij alleen de heel groten worden genoemd. Kafka mag dan wel, of Joyce. En Proust natuurlijk. Maar dat een schrijver ooit beslissend beïnvloed kan zijn door de albums van Suske en Wiske is uitgesloten binnen zo’n wereldbeeld.

Elitarisme is vaak gewoon een vorm van bekrompenheid. Of gemakzucht.

En het is mede door dit gegeven dat ik meld geen goed antwoord te kunnen geven op een vraag van Achille van den Branden, naar mijn autobiografie in bepalende boeken. Omdat mijn leven invloed heeft op mijn lezen, en andersom. Zoals boeken me ooit anders naar de wereld konden laten kijken — eventjes — zo bepaalt de wereld vaak weer welke boeken ik kies om te lezen. En ook hoe ik die lees.

Maar wat was er dan eerst?

Kafka heeft in elk geval geen bepalende invloed gehad op mij. Joyce al evenmin. Of Proust. Maar de gisteren overleden schrijver J.G. Ballard is wellicht toch iemand die aanwijsbaar effect heeft gehad. Net als vele andere schrijvers van science fiction die ik in mijn tienerjaren las overigens — of ‘speculatieve fictie’ zoals Ballard’s genre tegenwoordig heet. Al die auteurs tezamen hebben iets teweeg gebracht. De pulpisten, sexmaniakken, en imitatoren even goed als de echt originele auteurs onder hen.

Ik ben toevallig Ballard blijven lezen na mijn puberteit. Tegelijk is er geen boek van hem dat ik tot mijn favorieten zou rekenen. Hij was vaak zo donker. Zelfs al hanteerde Ballard een prettig sardonisch soort humor bij alle beschreven ellende.

Maar het is door schrijvers als hem — maar ook weer niet hen alleen — dat ik voor het eerst ging twijfelen aan de status quo die mij voorgespiegeld werd in de media en de meeste romans. Wat weer tot keuzes heeft geleid in mijn studie en werkzame leven.

En het is door schrijvers als Ballard dat ik slecht tegen geliteratureluur kan. Tegen l’art pour l’art. Tegen zo iemand als Jeroen Brouwers bijvoorbeeld, die voor zichzelf een uitzonderingspositie claimt als literator, en vindt dat de samenleving hem zo veel meer verschuldigd is om de boeken die hij schrijft, dan hem nu toegedacht wordt.

Ik zal nooit de invloed ontkennen die Brouwers op mij heeft gehad met het levendige Nederlands in zijn brieven, of de scherpte waarmee hij polemiseert. En tegelijk willen diens romans zo graag kunstwerkjes zijn dat ze alleen al onder die pretentie bezwijken. Bovendien missen ze duidelijk iets. Ik vind die boeken heel matig, en Brouwers’ poging tot zelfverheffing pathetische borstklopperij.

Literatuur staat voor mij op drie pijlers: taal, verhaal, en een derde factor, die ik bij gebrek aan een beter woord nu maar even wijsheid noem. In vrijwel alle romans, van wie dan ook, mist er altijd wel wat aan éen van de drie. Maar aan wijsheid, of inzicht, mankeert het mij toch het vaakst.

Toch gaat het altijd het minst over deze factor in de discussies over literatuur. Hoogstens dat een literatuurperfesser eens oppert straatrumoer te missen — waarop auteurs dan prompt weer verontwaardigd doen. Die gymlerares in hun boek was toch een zwarte vrouw?

Nee, taal staat het hoogst. Verhaal doet er al minder toe; plot is al verdacht. En de rest hoort blijkbaar tot de non-fictie.

In dat opzicht heeft een Jeroen Brouwers me absoluut geleerd dat zelfs een drol nog een taartje kan lijken, als die maar in goede stijl beschreven wordt.

J.G. Ballard heeft me daarentegen geleerd dat er schrijvers bestaan die kijken en doorzien, en het angstwekkende dat ze daarbij aantreffen ook over weten te brengen.

Door Ballard valt me de zo selectieve blindheid van andere auteurs op. Ik acht dat een grotere verdienste dan wat Brouwers me heeft bijgebracht. Maar tegelijk moet ik toegeven dat J.G. Ballard en zijn collega’s me in dit aspect mede hebben gevormd.

En waarschijnlijk niet met éen boek. Kwam het leven er vervolgens ook nog eens over heen.

Toen Brouwers onder mijn ogen kwam, was ik al bedorven.


Biografisch portaal van Nederland

Gelukkig, nooit meer verplicht naar de bieb om onnozele feitjes na te kijken over dode Nederlanders.

Het Biografisch Portaal is een samenwerkingsproject van wetenschappelijke en culturele instellingen van Nederland.


Wat is een biografie?

Is er een onmogelijker boekengenre dan de biografie? Altijd zijn dit boeken waarin een buitenstaander probeert het leven van iemand anders te beschrijven. En dan kan zijn of haar familie nog zo hebben meegewerkt, of dan kunnen er nog zo veel egodocumenten beschikbaar zijn, garanties biedt zoiets niet.

Biografieën gaan ook altijd over bekende personen. En alleen die faam vertekent de beschrijving van zo’n leven al. Omdat roem ook van omstandigheden van buiten afhangt waarop niemand invloed heeft — alleen wordt dit voorbehoud voor het gemak meestal vergeten.

Ook kunnen de beslissingen die de geportretteerde bewust nam zijn of haar biografie vervolgens behoorlijk kleuren. Er zijn maar weinig boeken over iemand die zichzelf tekort deed die niet lezen als een lange zelfmoordbrief.

Hebben biografieën over schrijvers nog eens het nadeel dat die rechtstreeks concurreren met het werk van zo’n auteur. En die strijd wint zo’n biograaf bijna nooit.

Nu las ik toevallig kort op elkaar twee schrijversbiografieën, lag er nog éen klaar op de stapel nog te lezen, en was er een vierde uit die me intrigeerde. Daarom leek het me een aardig idee eens een weekje van de schrijversbiografie op boeklog te organiseren.

Dat ik daar niet vooraf mee adverteerde, kwam omdat werkelijk alle vooroordelen uitkwamen die ik hierboven memoreerde.

En dan las ik vrijwel alleen schrijversbiografieën die luidkeels bejubeld zijn door de critici.

Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat literatuurbeschouwers daarmee eerder blijheid tonen over hernieuwde aandacht voor een groot schrijver, dan dat ze zo’n boek op eigen merites beoordeelden.


Interesting Times
Eric Hobsbawm

[...] Het boek is typisch de autobiografie van een man, die altijd aan het werk was, en het daarom niet nodig vind om over zijn huwelijk te schrijven, of zijn kinderen — of noem de normale hoogtepunten uit iemands persoonlijke leven maar op. [...]
 

boeklog 6 vi 2010


Citaat van de dag | 0902

Elke bibliotheek is de biografie van een lezer. Ze vertelt het verhaal van een ik dat nooit heeft bestaan.

Frank Albers, ‘Boeken’


Iemand schrijft een boek over zichzelf…
over de autobiografie

De schrijver Paul Theroux publiceerde van de week een artikel waarin hij uitlegde geen autobiografie te zullen schrijven. Ook al is hij inmiddels bijna zeventig, en zou dit het ideale moment zijn voor memoires.

Hij bleef steken in de eerste vijfhonderd woorden.

In het artikel keerde hij zich daarop nogal tegen de gebreken van het genre van de autobiografie.

Nu heeft Theroux een aantal zeer autobiografische boeken geschreven. Al heten die doorgaans reisboeken, omdat hij daarin door de wereld trekt. In al deze werken is hij het belangrijkste personage; omdat de lezer alles door zijn ogen te zien krijgt. En hij is vaak knorrig, onderweg.

Verder is er nog een boek dat enkel gaat over zijn relatie met V.S. Naipaul; die erg belangrijk voor hem was, toen Theroux begon met schrijven.

En dan is er nog de roman, uit 1989, met de titel My Secret History. Die weliswaar opent met de waarschuwing geen autobiografie te zijn, maar tegelijk wel de levensloop volgt van een Paul Theroux-achtig personage. Die leefde en werkte waar Theroux dit ook had gedaan. En hij had zelfs een mentor, die opvallend veel weg had van V.S. Naipaul.

Had een autobiografie, kortom, nog iets toegevoegd aan wat ik over Paul Theroux wil weten?

Het was in elk geval nooit een boek geweest dat ik meteen na publicatie gekocht zou hebben. Hoe graag ik Theroux ook lees. En al helemaal niet als hij voor de verandering wel had geschreven over zijn mislukte huwelijken; en dat boek allerlei buiten-literaire roddel had opgeleverd, waarvoor de media altijd plaats inruimen; maar die verder totaal oninteressant zijn. Behalve dat de betrokkenen geraakt worden.

Toch leveren zijn overwegingen wel een interessante vraag op? Bestaan er goede autobiografieën, en, zo ja, waarom zijn deze dan goed?

[wordt vervolgd]


Iemand schrijft een boek over zichzelf…
verder over de autobiografie

Mijn waardering voor de autobiografie heeft sterk gewisseld tijdens mijn jaren als lezer. Ooit, namelijk, leek meer geen beter schrijven te bestaan dan dat. Terwijl ik inmiddels enorme voorbehouden bij het genre heb; wat het daarmee ook ingewikkeld maakt om na te gaan wat me in het verleden zo aansprak in boeken die iemand wijdde aan zichzelf.

Misschien leefde er het idee dat autobiografieën het dichtst kwamen bij een rechtstreekse brief van de auteur aan zijn lezers.

Misschien ook zocht ik puur naar voorbeelden, van wat iemand moest doen om wijs te worden, en goede boeken te schrijven; want vooral autobiografisch werk van schrijvers zocht ik op.

Misschien geloofde ik nog in de uitgeverspropaganda dat een reeks als privé-domein, van de Arbeiderspers, prestigieus was. Waardoor de boeken nogal wat extra mochten kosten.

Maar waarschijnlijk, ben ik bang, gold simpelweg dat er voor mij niets ging boven ‘echt gebeurd’. Want ‘echt gebeurd’ is juist dat wat autobiografieën lijken te brengen.

En goed, dan bestaan er heel verschillende genres nog binnen die autobiografie. Memoires zijn toch echt andere boeken dan brievenverzamelingen, of dagboeken.

Verder maakt het voor de geloofwaardigheid ook wel uit of een auteur iets tijdens zijn eigen leven heeft uitgebracht, of dat een uitgave postuum verschijnt.

Alleen had ik de autobiografie al zo veel eerder een onbetrouwbaar medium bevonden dan Paul Theroux. En dat kwam dan nog niet eens omdat ik auteurs op onwaarheden had betrapt; of vermoedens dat zij hun verleden zorgvuldig hadden schoongepoetst. Nee, dat was veeleer om wat ik zelf had gemerkt over de techniek van het schrijven. Over welke aspecten in een verhaal altijd nadruk krijgen; en wat daarom juist meestal wordt weggelaten. Omdat het simpelste journalistieke verhaal volgens precies dezelfde mechanismen werkt als een monografie, of een autobiografie. Door het éen te versimpelen, het andere weg te laten, en een derde element extra aan te zetten voor effect.

Sindsdien gaat goed schrijven me vele malen boven ‘echt gebeurd’.

Hoogstens is het autobiografische genre nog speciaal als dat een boek oplevert waarin een schrijver zich ineens heel anders toont dan voorheen.

[wordt vervolgd]


A rating system for memoirs

Ben Yagoda and Dan DeLorenzo have made a simple scoring system to judge memoirs.

In their judgment of A Moveable Feast they were a bit too lenient, I reckon.


Pertinent Players
Joseph Epstein

[...] Het enige essay in het boek dat niet gewijd is aan éen schrijver gaat over de autobiografie als genre. Waarbij Epstein zich onder meer afvraagt waarom de echt interessante boeken met memoires vrijwel nooit geschreven zijn door professionele schrijvers, of dichters, en toneelauteurs. [...]

boeklog 11 x 2011


Bespottelijk maar aangenaam
Arjen Fortuin en Joke Linders (red.)

[...] Ik blijf van mijn mening dat geen mens los van zijn tijd bestaat, en dat biografen er doorgaans te weinig rekening mee houden dat iemands leven gekleurd wordt door modes, luimen, en gebeurtenissen waar hij of zij lang niet altijd bewust van hoeft te zijn geweest. In die zin is het onmogelijk genre.

Bovendien betekent dit gegeven dat geen biografie ooit de definitieve levensbeschrijving geven kán. [...]

boeklog 17 xii 2011