Dennett’s Law of Needy Readers

On any important topic, we tend to have a dim idea of what we hope to be true, and when an author writes the words we want to read, we tend to fall for it, no matter how shoddy the arguments. Needy readers have an asymptote at illiteracy; if a text doesn’t say the one thing they need to read, it might as well be in a foreign language. To be open-minded, you have to recognize, and counteract, your own doxastic hungers.

From the 2004 Edge Annual Question.


On Reading Dennett

The Guardian had a good profile of the American philosopher Daniel Dennett. And funny enough there is a quote in it that illustrates why I might like his books, and still can find the writer somewhat irritating.

I read Descartes [and I thought] this is really interesting, but it’s wrong. Let me think if I can figure out why.

Still, one of the basic questions philosophy asks is what that knowledge is we so easily talk about. Dennett always has a down to earth approach to this, as is illuminated in this quote:

Some of the most beautiful and deep ideas of the 20th century come from engineering. Certainly in America, engineering is very declassé. It has never had the cachet of physics, or even chemistry. And yet the deep insights of computer science, and a lot of the insights of molecular biology, are fundamentally engineering insights.

Thermodynamics, too – a lot of it came from work with steam engines. So I think that thinking about machines, and how to get purpose out of material, has been a wonderful source of insight. I don’t think it’s an accident that some of the greatest artists of all time have been engineers.

Ideas like that will be why I’ll continue buying any of his books. At the same time, I know there’ll always be something about them that’ll annoy me.

But then, there are too many books in the world that leave me completely indifferent.


Short [Intelligent Design ii]


Intelligent Thought

Daniel C. Dennett already wrote his thoughts down about the stupidities in ‘Intelligent Design’. And now Edge has come up with a special edition on this subject, featuring Richard Dawkins and John Allen Paulos among others.

Intelligent design is not an argument of the same character as these controversies. It is not a scientific argument at all, but a religious one. It might be worth discussing in a class on the history of ideas, in a philosophy class on popular logical fallacies, or in a comparative religion class on origin myths from around the world. But it no more belongs in a biology class than alchemy belongs in a chemistry class, phlogiston in a physics class or the stork theory in a sex education class. In those cases, the demand for equal time for “both theories” would be ludicrous. Similarly, in a class on 20th-century European history, who would demand equal time for the theory that the Holocaust never happened?


What’s your dangerous idea?

Edge begins 2006 as mind provokingly as last year. Scientists answer the question what the most dangerous idea is they know.

Or do they?

Ideas can be dangerous. Darwin had one, for instance. We hold all sorts of inventors and other innovators responsible for assaying, in advance, the environmental impact of their creations, and since ideas can have huge environmental impacts, I see no reason to exempt us thinkers from the responsibility of quarantining any deadly ideas we may happen to come across. So if I found what I took to be such a dangerous idea, I would button my lip until I could find some way of preparing the ground for its safe expression. I expect that others who are replying to this year’s Edge question have engaged in similar reflections and arrived at the same policy. If so, then some people may be pulling their punches with their replies. The really dangerous ideas they are keeping to themselves.

Daniel C. Dennett


Debat

Het publieke debat in Nederland is de laatste decennia gelukkig vrij gebleven van discussies over de doodstraf. Al vrees ik dat dit niet zo blijven zal. Als een paar grootbekken maar lang genoeg schreeuwen, zijn er altijd wel media die denken dat ze werkelijk iets te zeggen hebben.

Nederland heeft ook geen debatcultuur, al was het maar omdat iedereen meteen op de man gaat spelen.

En helaas, ik moet ook even op de man spelen nu. Omdat de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen dit jaar enige discussiebijeenkomsten zal organiseren over het thema geloof en wetenschap.

Dit is een werkelijk volkomen overbodige reeks debatten. God speelt geen rol meer in de wetenschap sinds ergens driekwart van de 19e eeuw. Toen durfden de wetenschappers eindelijk te stellen dat wat zij vonden ook zonder God’s inbreng te verklaren was.

Maar goed, zo’n ontwikkeling gaat in golven. De gedachte dat de menselijke geest alles zou kunnen verklaren, leidde indertijd ook tot overmatig optimisme in het eigen kunnen. Dat idee werd pas iets ingetoomd door het vergaan van de onzinkbare Titanic, en smoorde helemaal in de bloeddoortrokken modder van de loopgraven in de Grote Oorlog.

Tegenwoordig leven we met een herlevend godsdienstfundamentalisme. En een variant daarvan leidt in de VS tot de merkwaardige stelling dat er een ontwerp aan alles ten grondslag ligt. Dat idee heet Intelligent Design, en is op de keper beschouwd volkomen anthropocentrische relikitsch.

Daniel C. Dennett zei trouwens laatst tegen Der Spiegel nog aardige dingen over de mechanismen achter dat geloof in een ontwerper.

Omdat dit idee onder exacte wetenschappers hier totaal niet leeft, is het merkwaardig om er debatten over te willen organiseren. Want, eigenlijk is er in Nederland maar éen gerespecteerd iemand die openlijk wat God in de wetenschap terug wil stoppen. En dat is niet eens onderwijsminister Van der Hoeven. Nee, dat is ene Cees Dekker. Die het respect misbruikt dat hij afdwong voor zijn werk in de moleculaire biofysica, om aandacht te vragen voor de relikul die hij gelooft.


click to play. 2.16 min.

Dat mijnheer Dekker hier schijnbaar in gebed wordt afgebeeld, is overigens toeval. Hij vouwde zijn handen nu eenmaal vaak zo, afgelopen zondag in het TV-programma Buitenhof [uitzending staat online].

Maar het was jammer dat wetenschappers doorgaans te beleefd zijn om te weigeren aan zo’n discussie mee te doen. En het is heel doortrapt van de televisiemakers om net te doen of zo’n gesprek als dit tussen twee gelijkwaardige partijen plaatsvindt.

Er is simpelweg geen debat mogelijk met mensen die zeker weten dat God de waarheid is. Die zijn nu eenmaal ongevoelig voor welke argumentatie ook, omdat zij al zeker weten. Terwijl wetenschap ermee begint te aanvaarden dat er altijd betere argumenten mogelijk kunnen zijn dan jij nu weet. Hoe moeilijk dat ook is.


Dan did it again

Another fine interview with Daniel C. Dennett, on religion:

I take it you do not subscribe to the idea of an everlasting soul, which is part of almost every religion.

Ugh. I certainly don’t believe in the soul as an enduring entity. Our brains are made of neurons, and nothing else. Nerve cells are very complicated mechanical systems. You take enough of those, and you put them together, and you get a soul.

That strikes me as a very reductive and uninteresting approach to religious feeling.

Love can be studied scientifically, too.

But what’s the point of that? Wouldn’t it be more worthwhile to spend your time and research money looking for a cure for AIDS?

How about if we study hatred and fear? Don’t you think that would be worthwhile?


Bang om te denken

Bij toeval kwam ik op een Amerikaanse website met met een bijbelquiz uit. Maar, het is een quiz van de Freedom from Religion Foundation [FFRF]. Voor de hand liggende antwoorden kloppen niet.

Nu had ik Maarten ’t Hart net gelezen, dus was de quiz voor een deel heel goed te doen. Maar het valt wel op: selectief passages uit de bijbel quoten om zijn standpunt te bewijzen, kan werkelijk iedereen. Gelovig of niet.

Alleen wordt daardoor het raadsel nog maar weer eens vergroot wat er precies heilig is.

Laat ik het anders formuleren. De popgroep Genesis persifleerde ooit de Amerikaanse TV-evangelist Ernest Ainsley in het videoclip bij het liedje Jesus He Knows Me. Toen de zanger Phil Collins te gast was in het BBC-programma Room 101 werd daarin een clip getoond met de echte Ainsley aan het werk. Een indrukwekkende vertoning

Collins wilde vooral bewijzen wat een oplichter de TV-dominee is, geloof ik. Maar voor alle zekerheid heeft de BBC in de uitzending toch maar een lachband met deze preek mee laten lopen.

Boodschappen zijn blijkbaar niet subtiel over te brengen via TV.

Maar vind ik Ainsley nu wel zo veel belachelijker dan zijn collega’s hier in Nederland op radio en televisie? De mannen en vrouwen die hier de hulpjes van God uithangen?

Rationeel gezien niet. En toch moet je ieder mens zijn eigenaardigheden gunnen, denk ik. Al wordt het anders als ze daar anderen mee gaan lastigvallen. Vooral als ze claimen een gelijk te hebben dat groter is dan wat iemand anders heeft.

Daniel C. Dennett heeft recent een boek geschreven over de menselijke behoefte aan religie, ik linkte dit jaar al eerder naar hem. Hij stelt vragen als: wanneer is religie gevaarlijk?

Een actueler vraag dan die lijkt er op het moment niet te zijn. Merkwaardig genoeg. Omdat het een machtsvraag is.


Freedom evolves
Daniel Dennett

[…] Nee, ik lees Dennett graag. Maar dan vooral om de grote hoeveelheid wetenschappelijke informatie in de zijlijn van zijn betoog. Zelden om zijn centrale thema’s. […]
 
 
 

boeklog 412


My body has a mind of its own, so what does it need me for?

Minsky and Dennett in a meeting of minds.


Short | The Hitch

  1. Christopher Hitchens recently wrote the book: God Is Not Great. Slate has some excerpts of the chapters on Religion in general, Islam, and Mormonism;
  2. Daniel C. Dennett, who wrote yet another book questioning religion, reviewed Hitchens‘s

    Like sausage-making and legislating, the process of assembling the inerrant word of God is not always a pretty sight.

  3. When the controversial “Moral Majority” leader Jerry Falwell died, Hitchens wrote these harsh words;
  4. He also called Falwell a toad, among many other things, on CNN

    I think it’s a pity there isn’t a hell he can go to.

  5. And took on Fox News to defend his ideas about Falwell;

Brieven van een beroepsdwarskijker

Lang niet altijd ben ik het met hem eens, en toch link ik op dit weblog behoorlijk vaak naar de daden of uitspraken van Christopher Hitchens. Hij heeft éen groot voordeel als schrijver en dwarskijker. Hij weet me altijd weer aan het lachen te maken.

Neem nu bijvoorbeeld dat optreden laatst in New York, waarin hij een club met brave Amerikanen ging uitleggen dat ze niet in God moeten geloven.

Tegelijk denk ik niet dat zijn boek god is Not Great mij zal aanspreken. Recensente Amanda Bragg noemde het een te snel geschreven boekje, dat vooral even op de anti-God hype lijkt in te spelen. Daniel C. Dennett is beleefder in zijn afwegingen, maar toch niet onkritisch.

Ook Hitchens’ boekje dat ik zelf dezer dagen las, leek me nogal haastig in elkaar gezet. Maar ach, zijn charme vergoedt soms veel. Al heb ik hem inmiddels door.

boeklog 708: Letters to a Young Contrarian


Overwegingen | 0626

Dezer dagen wordt online vrij uitgebracht herdacht dat Alan Turing [1912 – 1954] honderd jaar geleden werd geboren. In het VK zijn er ook vele activiteiten. En dat is goed.

In de massamedia hier viel niet zo veel van dit jubileum te bespeuren. En ook dat is niet raar. De betekenis van Turing duiden zou te veel ruimte vragen. En dan nog blijft men waarschijnlijk hangen in de clichés.

Geniale codebreker, vader van enkele fundamentele ideeën over de computer, homoseksueel, tragisch einde.

Dan Dennett lichtte de betekenis van Turing’s kerngedachte waarschijnlijk het elegantst toe in dit artikel
Die kerngedachte luidt natuurlijk:

It is possible to invent a single machine which can be used to compute any computable sequence.

En een paar jaar terug was er die bekentenis van Turing’s Duitse tegenhanger, Gisbert Hasenjaegers. Die vermoedde dat de eerste atoombommen niet op Japan maar op Duitsland waren gegooid, als Turing en het team op Bletchley Park de oorlog niet bekort hadden door de Duitse Engima-codes te kraken.

Normaal ben ik niet zo van de ‘counter factual analysis’. Er kan heel wat misgaan als je erover nadenkt wat allemaal mis had kunnen gaan. Maar atoombom op ik noem maar Hamburg, of het Ruhr-gebied, had ongetwijfeld in Nederland ook zo zijn gevolgen gehad.

Merkwaardigste aan Turing is evenwel voor mij dat ik heel lang bezitterig over hem was. Dat anderen zijn grootheid niet zagen, of zelfs nooit van hem gehoord hadden, liet allereerst zien hoe dom zij waren. Terwijl ik toch had horen te weten dat de hele cultuur hier nog altijd doordrenkt is van minachting of angst voor technologie.


The Edge Question of the Year 2013

What should be we worried about?

If we have a million photos, we tend to value each one less than if we only had ten. The internet forces a general devaluation of the written word: a global deflation in the average word’s value on many axes. As each word tends to get less reading-time and attention and to be worth less money at the consumer end, it naturally tends to absorb less writing-time and editorial attention on the production side. Gradually, as the time invested by the average writer and the average reader in the average sentence falls, society’s ability to communicate in writing decays. And this threat to our capacity to read and write is a slow-motion body-blow to science, scholarship, the arts—to nearly everything, in fact, that is distinctively human, that muskrats and dolphins can’t do just as well or better.

The internet’s insatiable demand for words creates global deflation in the value of words. The internet’s capacity to distribute words near-instantly means that, with no lag-time between writing and publication, publication and worldwide availability, pressure builds on the writer to produce more. Global deflation in the value of words creates pressure, in turn, to downplay or eliminate editing and self-editing. When I tell my students not to turn in first-drafts, I sometimes have to explain, nowadays, what a first draft is.

David Gelernter

previously, The Edge Questions of the Years 2004, 2005, 2006, 2007, 2008, 2009, 2010, 2011 & 2012.


Quote of the Day | 0519

Let’s stipulate at the outset that there is a great deal of deplorable, second-rate stuff out there, of all sorts. Now, in order not to waste your time and try our patience, make sure you concentrate on the best stuff you can find, the flagship examples extolled by the leaders of the field, the prize-winning entries, not the dregs. Notice that this is closely related to Rapoport’s rules: unless you are a comedian whose main purpose is to make people laugh at ludicrous buffoonery, spare us the caricature.

‘Daniel Dennett’s seven tools for thinking’


Quote of the Day | 0526

If I go to a scientific conference I come away with a bunch of new things to think about. If I go to a philosophy conference I may come away just having learned four more wrinkles in the debate about something philosophers have been thinking about for all my life.

Daniell Dennett, ‘You can make Aristotle look like a flaming idiot’


Quote of the Day | 0912

A philosopher in the sub-discipline of aesthetics who held forth on the topic of beauty in music but who couldn’t read music or play an instrument, and who was unfamiliar with many of the varieties of music in the world, would not deserve attention. Nor would an ethicist opining on what we ought to do in Syria who was ignorant of the history, culture, politics and geography of Syria. Those who want to be taken seriously when they launch inquiries about such central philosophical topics as morality, free will, consciousness, meaning, causality, time and space had better know quite a lot that we have learned in recent decades about these topics from a variety of sciences. Unfortunately, many in the humanities think that they can continue to address these matters the old-fashioned way, as armchair theorists in complacent ignorance of new developments.

Daniel C. Dennett, ‘Let’s Start With A Respect For Truth’


Intuition Pumps
Daniel C. Dennett

Leesprojecten waren er genoeg dit jaar. Alleen schreef ik daar bijna niet over op eamelje.net. Enkel boeklog toonde dat ik soms hele reeksen boeken las van of over éen auteur.

Golo Mann’s leven werd bekeken. Leven en werk van Bruce Chatwin is gewogen. René Goscinny’s scenario’s voor Lucky Luke. En zo was er wel meer.

Maar omdat ik zo pijnlijk bleef steken in Flann O’Briens At Swim-Two-Birds werd verder geen boek besproken op hoofdstukniveau. Terwijl dat een aantal keren eigenlijk wel gemoeten.

Darwin’s Island van Steve Jones had een paar duizend woorden aan aandacht verdiend, in plaats van de paar honderd die ik er inderhaast aan gewijd heb. Bijvoorbeeld.

Daarom pak ik de draad van mijn publieke leesprojecten op met Daniel C. Dennett‘s Intuition Pumps; and Other Tools for Thinking.

Dennett is een filosoof die ik doorgaans niet heel goed kan lezen — van wie de terzijdes me doorgaans ook meer bieden dan de hoofdlijnen in zijn essays. Maar dit boek belooft toegankelijker te zijn dan zijn normale werk. Bovendien zou hij er nuttige wenken in geven om beter na te leren denken.

En beter kunnen nadenken, wie wil dat nu niet?

Zonder daarbij niet ook ineens het vele te zien dat voor het eigen gezond beter ongezien had kunnen blijven, zo denk ik dan.

[ Lees al mijn overwegingen bij Intuition Pumps hier ]


Intuition Pumps | I & II
Daniel C. Dennett

Ooit tekende ik met gretigheid de woorden van Willem Frederik Hermans aan dat je weinig kunt met filosofie. Tenzij je tot die vreemde sekte van filosofen toe wilt treden.

Filosofische problemen zijn nutteloos, verwarrend, neerdrukkend en bloeduitzuigend voor wie niet van plan is zelf een filosoof te zijn, door zijn voorgangers te verkrachten of te vermoorden.

En mijn voornaamste eerste indruk van Dennett’s leerboek Intuition Pumps; and Other Tools for Thinking was er inderdaad éen van een traktaat over oorlogsvoering te lezen.

In het eerste hoofdstuk legt weliswaar Daniel C. Dennett uit dat er methoden bestaan om beter na te denken. En dat verrast me dan niet, want daarom werd dit boek in huis gehaald.

Maar in het tweede hoofdstuk worden dan kort twaalf technieken beschreven die lang niet altijd denktechnieken zijn, en er regelmatig eerder op neerkomen om vooral de denkfouten bij anderen te kunnen herkennen.

En, zijn dat dan wel allemaal denkfouten?

Wat op het ene moment onzuiver redeneren zijn kan, staat in een andere situatie voor mij eerder gelijk aan nuttig toegepaste retoriek. Dennett negeert bovendien voor het gemak dat de wapens die anderen kunnen inzetten om gelijk te krijgen, zelf ook te gebruiken zijn. Misschien is hij er zelf al evenmin vies van — ik vind hem immers altijd zo’n macho filosoof.

De goede verstaander weet dan ook beter, lijkt me. Die kent ook Schopenhauer’s 38 trucs om altijd gelijk te krijgen.

Het dozijn aan algemene denktechnieken Dennett noemde zijn:

  1. Maak fouten. Wie bang is om fouten te maken, komt nergens in het leven;
  2. Trek vergelijkingen door tot in hun uiterste consequenties. De kracht of zwakte van een idee blijkt doorgaans pas in de extremen;
  3. Ga in kritieken uit van de beste bedoelingen van de ander. Cabaret bedrijven door een valse voorstelling van zaken te geven, zegt nog het meest over jou;
  4. Sturgeon’s Law. 90% van alles is korstig opgedroogd sperma. Richt je op de 10% die wel de moeite van het onderzoeken waard is;
  5. Occam’s scheermes. Zoek het niet in extravagante verklaringen, als er simpeler mogelijkheden voorhanden zijn;
  6. Occam’s bezem. Veeg de feiten die in je betoog niet van pas komen niet onder het tapijt;
  7. Zoek gericht kritiek op van niveau. Je moeder en je vrienden zullen het namelijk zonder meer met je voorstelling van zaken eens zijn. Een lekenpubliek is al gauw onder de indruk;
  8. Spring eens uit het systeem. Hoe onmogelijk dat ook is. Maar herken hierdoor wat het systeem inhoudt;
  9. Bezondig je niet aan Stephen Jay Gould’s favoriete stijlfiguren. Gould had volgens Dennett de neiging om in tegenstellingen te schrijven die op de keper beschouwd geen complete tegenstellingen waren;
  10. Vanzelfsprekend is het gebruik van woorden als ‘vanzelfsprekend’ verboden. Bij anderen zijn ze gauw eens een waarschuwing dat er iets komt dat die ander waarschijnlijk niet bewijzen kon;
  11. Denk er eens over na, hebben retorische vragen nut?
  12. Leer schijnbaar diepe uitspraken herkennen, die zo vaag zijn dat ze helemaal niets zeggen.

Intuition Pumps | III & IV
Daniel C. Dennett

Op een derde van het boek heb ik nog geen technieken gezien die mij tot een betere denker zouden maken. Inleiding is het wat de filosoof Daniel C. Dennett biedt. En dan ook nog inleiding van het wel erg grondige soort.

Het hele vierde boekdeel gaat er bijvoorbeeld over hoe computers werken.

En dat is dan enkel nodig omdat Dennett de computer weleens als metafoor gebruikt; om te verklaren hoe hersenen werken. Alleen kon daar toch ook weleens een denkfout inzitten, van de schrijver. Computers blinken nu eenmaal uit in het lineair uitvoeren van programmaregels die logisch op elkaar volgen. Wie zegt mij dat hersenen ook lineair werken? Op dat niveau van begrip is de wetenschap van het brein nog helemaal niet aangeland.

Volgens mij zijn er bijvoorbeeld zo al lange en korte routes aan te wijzen — in geval van nood kunnen onze hersenen vele stappen overslaan, die normaal wel worden gemaakt; zij het dat dit dan ook met een behoorlijke denkvernauwing gepaard gaat.

Mij ontgaat het directe nut kortom een beetje, om vrij beknopt te zien worden uitgelegd wat een computer op machineniveau doet — zelfs al is dat mij allemaal wel bekend. Maar imponeergebazel is het ook weer niet, want het klopt toch wel wat Dennett schrijft.

Het derde boekdeel gaat voornamelijk over wat begrip is, en denken, en daarmee dus welke basale fouten wij zoal maken in onze pogingen om iets te begrijpen van de wereld om ons heen — ofwel Dennett herhaalde daarin in kort bestek wat in eerder werk van hem aan de orde kwam.


Intuition Pumps | V & VI
Daniel C. Dennett

In de loop van boekdeel V herontdekte ik een oude waarheid. Daniel C. Dennett is een filosoof. En ik ben dat niet. Per definitie niet, zo blijkt. Wat Dennett denken noemt, is namelijk een beperkte subset van alles wat voor mij denken inhoudt.

Zijn ‘intuition pumps’ bestaan vooral uit hulpmiddelen om kritisch naar bestaande verklaringen te kijken. Dennett’s denken bestaat allereerst uit een kritische ontleding van wat er al is.

Ik ben veel meer van het ingenieurstype. Voor mij is veel interessanter dat iets werkt, en als het niet werkt om het dan werkend te krijgen, dan om in detail te willen verklaren wáarom iets werkt.

Voor waarom-vragen schiet onze kennis zo makkelijk tekort. Dennett ziet daar een uitdaging in, ik een reden om nogal wat waarom-vragen naast me neer te leggen.

Door dit boek zal ik kortom niet beter worden in het bedenken van iets dat er nog niet eerder was — hoogstens biedt het nuttige handgrepen om beter te reageren op zaken.

Al lukt het me overigens al wel om kritisch te zijn soms. Over boeken bijvoorbeeld. Daarmee zijn Dennett’s technieken ook zeker nuttig om kennis van te nemen.

Maar in boekdeel V gaat het bijvoorbeeld het verinnerlijken van wantrouwen. Bestaande verklaringen voor iets hoeven namelijk niet de volledige of enige verklaring te zijn.

Zo zet Dennett zijn studenten altijd een eenvoudig kruiswoordraadseltje voor, met een matrix van vier bij vier hokjes, en vier opgaven horizontaal en vier opgaven verticaal. Dit puzzeltje heeft twee oplossingen — en ik vond er maar éen.

Zijn studenten vragen Dennett altijd welke nu de juiste oplossing is. Hij wilde slechts aantonen dat allebeide kunnen; en de ene oplossing niet beter is dan de andere. Het hangt vervolgens van de positie van de waarnemer af, of van de context af, wat als grootste waarheid wordt gevoeld.

In boekdeel VI verwerkt Dennett het gevaarlijke idee van Charles Darwin — waar hij al eens een heel boek aan wijdde; net als Intuition Pumps toch al een soort uitgebreide bloemlezing is van Dennett’s eerdere werk.

Dat boek verscheen om te laten zijn dat alle menselijke activiteiten aan eenzelfde wet onderhevig zijn als in de natuur opgaat. Als de omstandigheden veranderen, overleeft slechts dat wat zich het best kan aanpassen aan de nieuwe situatie.


Intuition Pumps | VII
Daniel C. Dennett

Meer nog dan een leerboek over manieren om beter te denken, is Intuition Pumps in de praktijk een inleiding tot leven en werk van Daniel Dennett. Boekdeel VII, over die zo onmogelijke vraag wat het menselijke bewustzijn precies is — en dus of machines dat dan ook hebben — biedt geen andere antwoorden dan hij ergens anders ook al eens gaf

Hoogstens staan de deelvragen nu wat netter per hoofdstukje uitgesplitst.

Dus had ik Intuition Pumps ook in een dag of wat uit kunnen lezen. In plaats van het boek te behandelen als een leerboek, en de ruimte te nemen om er lessen uit te trekken.

Maar Dennett hoefde mij bijvoorbeeld niet uit te leggen dat iedereen vertekening aanbrengt op het moment dat hij of zij vertelt over een eigen belevenis. Ook als het dan gaat om een intieme bekentenis. Vertellen brengt nu eenmaal op zich al vertekening aan. Verhalen hebben een vorm. Dat geldt al voor een verhaal van éen regel.

Volgende week daarom de laatste boekdelen. Boeklogje over een dag of veertien.


Intuition Pumps | VIII, IX, X, XI
Daniel C. Dennett

In het laatste grote boekdeel behandelt Dennett de vraag of mensen een vrije wil bezitten.

Ik vind dat een niet zo interessante vraag. Omdat ‘de geschiedenis van het ik’ bijvoorbeeld leert dat door de eeuwen verandert wie dat ‘ik’ is. Laat staan wie ‘wij’ zijn en ‘zij’, en hoe de verhoudingen tussen al deze groepen zijn.

En groepsdruk bepaalt nu eenmaal nogal wat gedrag.

Bovendien is ons gedrag ook vrij makkelijk te ontregelen met roesmiddelen, als pillen, of drank, door ziekten als koorts, of desnoods een hersentumor.

Zeg ik daarmee dat er geen vrije wil zou zijn? Nee, ik wijs er enkel op dat er altijd voorbeelden zijn te verzinnen waarin iemand niet uit eigen wil lijkt te hebben gehandeld. Maar ook dat er tegenvoorbeelden genoeg te bedenken zijn — het ultieme voorbeeld is zelfmoord — waaruit blijkt dat er wel degelijk zelfbeschikking bestaat.

Vandaar dat de hele kwestie mij lauw laat. Er is niets te falsificeren aan de vraag of er een vrij wil bestaat, of niet. En daarmee wordt het hele probleem onoplosbaar.

Dennett wijst er overigens terecht op dat het strafrecht van een vrije wil uitgaat — en zulk een pragmatisme lijkt ook mij in deze zaken het meest nuttig. Er bestaat een vrije wil, tenzij die er niet is door omstandigheden. Punt. En de wetenschap moet dan de kennis maar aandragen over wanneer iemand ontoerekeningsvatbaar was, of handelde onder dwang.

Boekdeel XI gaat op de vraag in hoe het is om een filosoof te zijn. En daarbij ontdekte Dennett iets bijzonders.

Daniel C. Dennett stelde een dilemma op, en vroeg aan mensen hoe ze wilden voortleven:

(A) Je lost een belangrijk (filosofisch) probleem van jouw keuze op zo’n manier op dat er daarna niets meer over te zeggen is. (Dankzij jou kan dit onderzoeksveld worden afgesloten, en je wordt een voetnoot in de geschiedenis);

(B) Je schrijft een controversieel boek van een zo grote ingewikkeldheid dat het nog voor eeuwen op de verplichte leeslijst blijft staan.

Daarop bleek dat echte wetenschappers zonder aarzelen voor optie (A) kozen. Nogal wat filosofen daarentegen kozen (B).

En het was alsof me de schellen van de ogen vielen.


Intuition Pumps and Other Tools for Thinking
Daniel C. Dennett

[…] Intuition Pumps van Daniel C. Dennett is zelfs op twee manieren een leerboek.

De Amerikaanse filosoof had deze teksten allereerst bedoeld als een introductie voor zijn eigen studenten in de methoden om kritisch te denken. Vervolgens kwam er dus ook een versie voor het brede publiek.

Daarnaast biedt het boek terloops een degelijke introductie tot Dennett’s eigen kritische werk.

Nu lees ik Dennett al zeker dertig jaar — al sinds The Minds I dat hij samen schreef met Douglas Hofstadter. En ondanks dat er daarbij altijd iets schuurt tussen ons, houdt Daniel C. Dennett zich wel telkens bezig met onderwerpen die mij aanspreken. Dus bleek ik een diepere kennis te hebben van dat oeuvre dan gedacht. Waardoor Intuition Pumps me op éen niveau al wat tegenviel. Het bood mij te weinig nieuwe ideeën.

Veel van wat er nuttig is aan Dennett’s gedachten was me blijkbaar toch eigen geworden.

Goed aan hem blijft dat hij eeuwig de pretenties van de filosofie aanvalt — Daniel C. Dennett lijkt ook éen van de weinige filosofen te zijn die zijn denkbeelden af en toe bijstelt door wat harde wetenschap aan kennis heeft opgeleverd. […]

boeklog 27 i 2014


Quote of the Day | 0127

The book is, thus, valuable as a compact and compelling expression of an opinion widely shared by eminent scientists these days. It is also valuable, as I will show, as a veritable museum of mistakes, none of them new and all of them seductive—alluring enough to lull the critical faculties of this host of brilliant thinkers who do not make a profession of thinking about free will. And, to be sure, these mistakes have also been made, sometimes for centuries, by philosophers themselves. But I think we have made some progress in philosophy of late, and Harris and others need to do their homework if they want to engage with the best thought on the topic.

Daniel C. Dennett, ‘Reflections on FREE WILL’

Dennett vol op het orgel in een bespreking van een boek van Sam Harris. Over dat meest uitgekauwde aller uitgekauwde filosofische onderwerpen; de vraag of er een vrije wil bestaat.


The Edge Question of the Year 2015

WHAT DO YOU THINK ABOUT MACHINES THAT THINK?

What’s wrong with turning over the drudgery of thought to such high-tech marvels? Nothing, so long as (1) we don’t delude ourselves, and (2) we somehow manage to keep our own cognitive skills from atrophying.

(1) It is very, very hard to imagine (and keep in mind) the limitations of entities that can be such valued assistants, and the human tendency is always to over-endow them with understanding—as we have known since Joe Weizenbaum’s notorious Eliza program of the early 1970s. This is a huge risk, since we will always be tempted to ask more of them than they were designed to accomplish, and to trust the results when we shouldn’t.

(2) Use it or lose it. As we become ever more dependent on these cognitive prostheses, we risk becoming helpless if they ever shut down. The Internet is not an intelligent agent (well, in some ways it is) but we have nevertheless become so dependent on it that were it to crash, panic would set in and we could destroy society in a few days. That’s an event we should bend our efforts to averting now, because it could happen any day.

The real danger, then, is not machines that are more intelligent than we are usurping our role as captains of our destinies. The real danger is basically clueless machines being ceded authority far beyond their competence.

Daniel C. Dennett

previously, The Edge Questions of the Years 2004, 2005, 2006, 2007, 2008, 2009, 2010, 2011, 2012, 2013, & 2014