Ynhâld fan ’e Gerrit Komrij-side

  1. Blunders11/2003
  2. Windje06/2004
  3. Mooi lullen ii11/2004
  4. Komrij laat me weer even anders kijken11/2004
  5. Gedichtendag 201/2005
  6. Gedichtendag 301/2005
  7. Poëzie is dat wat verloren gaat in lijstjes i02/2005
  8. Poëzie is dat wat verloren gaat in lijstjes vi03/2005
  9. Modewoorden04/2005
  10. Van alles te veel, van niks iets bijzonders09/2005
  11. Komrij weer09/2005
  12. Komrij weer ii09/2005
  13. Tevreden rokers worden onruststokers11/2005
  14. Kakafonie  Gerrit Komrij04/2006
  15. Regels zijn regels ii04/2006
  16. Daar is het gat van de deur  Gerrit Komrij04/2006
  17. Dunne Komrij  Gerrit Komrij06/2006
  18. Meer gouden woorden  Gerrit Komrij07/2006
  19. Boeklog xx08/2006
  20. Keizer Admiraal?10/2006
  21. Stemadvies10/2006
  22. Wijsheid is als gras11/2006
  23. Mijn favoriete Nederlandstalige roman01/2007
  24. Wat is een boek?01/2007
  25. Waarom vrouwen betere lezers zijn  Herman Franke01/2007
  26. Komrij’s Keuze06/2007
  27. Overwegingen van een weblogger01/2008
  28. Overwegingen van een weblogger | 302/2008
  29. Overwegingen van een weblogger | 402/2008
  30. DBNL.org  Abram de Swaan03/2008
  31. Büch03/2008
  32. Goeie literatuur laat onontkoombaar zien dat mensen sukkels zijn06/2008
  33. Overwegingen | 092909/2008
  34. Citaat van de dag | 100510/2008
  35. Overwegingen | 010601/2009
  36. Citaat van de dag | 021902/2009
  37. Overwegingen | 030703/2009
  38. Citaat van de dag | 030803/2009
  39. Citaat van de dag | 031003/2009
  40. Overwegingen | 0311, merkwaardig, merkwaardig03/2009
  41. Niet te geloven  Gerrit Komrij08/2009
  42. Overwegingen | 111111/2010
  43. Dit helse moeras  Gerrit Komrij03/2011
  44. Citaat van de dag | 060306/2011
  45. Wet van de dag | 060606/2011
  46. Gerrit Komrij [1944 – 2012]07/2012
  47. Gerrit Komrij [1944 – 2012] ii07/2012
  48. Opgroeien  week 3108/2012
  49. De buitenkant  Gerrit Komrij09/2012
  50. Lood en hagel  Gerrit Komrij11/2012
  51. De loopjongen  Gerrit Komrij09/2016
  52. Twee Punt Nul  Gerrit Komrij12/2016

© eamelje.net 2001-2017. Alle rechten voorbehouden. All rights reserved

 

Blunders

Ach, van alle voortbrengselen en initiatieven van het menselijk vernuft is een niet onaanzienlijke encyclopedie samen te stellen, het zou geen serie-werk worden dat je op een Ikearekje kwijtkon, men zou er zich misschien wel twee van die rekjes voor moeten aanschaffen, maar hoeveel honderdduizenden meters planken van het onbuigzaamste materiaal, in zaal na zaal aaneengeschaard, heb je niet nodig om er de neerslag van alle menselijke dwalingen, van al zijn blunders en stommiteiten op onder te brengen! Zijn grootste hoogten bereikte de mens op het gebied van dieptepunten. Het rijkst was hij steeds in zijn armzaligheden. De menselijke domheid is een bron met vele aderen – in de encyclopedie van zijn vernuft horen niet de kleine succesjes thuis, de halve uitvindingen, de middelmatige kunstwerken of, tout court, het ontbreken van domheid, maar in de onafzienbare galerijen van de bibliotheek van zijn dwalingen wel de vergissinkjes, de ideetjes die halverwege bleven steken, de gooi naar het magnifieke met lachwekkend resultaat of, al even kort en goed, het ontbreken van verstand.

Gerrit Komrij, in: Verzonken Boeken


Windje

We debatteren onbenullig en grijs over onbenulligheden en we debatteren even onbenullig en grijs als het over grote zaken gaat. Schieten criminelen elkaar op straat dood? Knijpt een staatsman in damesbillen? Draagt de premier een toupet? Geeft een psychopaat dertienjarige meisjes een lift? Hoor, het windje begint. Het windje volgt een eendere route. Tien columnisten spreken schande van het gebeuren. Vijftien deskundigen verklaren dat het wel meevalt. Twintig presentatoren bespreken de voors en tegens van beide standpunten. Vijfentwintig columnisten storten zich op de taalfouten en escapades van de voorgaande deskundigen en programmamakers. Ten slotte roept nog één superdeskundige, om op te vallen, dat iedereen het verkeerd heeft bekeken, terwijl één laatste columnist, schoorvoetende relativeerders definitief relativerend, de discussie een discussie van zulthoofden noemt. Dan is het ten einde. Punt, stilte, windje op raadselachtige wijze gesust.

Er is weer niets gebeurd.

Volgend windje, graag.

Gerrit Komrij, NRC 27 v 2004


Mooi lullen ii

Jij was een paar maanden terug link op minister Donner, omdat hij de journalistiek kapittelde. Toen hij zei dat journalisten vaak onzorgvuldig waren, en hun vrijheden misbruikten. En dat het opmerkelijk was dat iedere andere bedrijfstak hard op zulke fouten afgerekend zou worden, maar de journalistiek nu net nooit.

Ja.

Dan zul je wel blij zijn dat hij er nu ineens wel weer alles aan wil doen om de vrijheid van meningsuiting te beschermen.

Dat zijn twee heel verschillende dingen. Allereerst liet Donner in die vreselijke toespraak van toen duidelijk zien niet te begrijpen wat vrijheid inhoudt, en wat zijn rol daarin is.

lees verder »»


Komrij laat me weer even anders kijken

Houd een stopwatch bij het pratende hoofd van Balkenende en gegarandeerd rolt daar binnen drie seconden het woord ‘met elkaar’ uit. Ik kan Balkenendes ‘met elkaar’ niet meer horen, noch één van de variaties die ’t veelzijdig heertje daarop in petto heeft. Bij elkaar, tegen elkaar, voor elkaar, naast elkaar. Ik krijg braakneigingen als ik hem weer eens hoor zeggen dat de koningin zo meeleeft met elkaar.

column van 18 xi 2004


Gedichtendag 2

Nee, het kan me nu werkelijk niets schelen dat Driek van Wissen dichter des Vaderlands geworden is. Wat maakt het uit dat die man het leuk vindt om te rijmen en andere dichters niet. Meer dan een ceremoniële functie heeft-ie toch niet, en iets anders dan wegwerppoëzie komt zo’n poet laureate zelden uit de vingers.

Waar ik me wel over beklaag, is dat inmiddels de trend lijkt gezet dat de dichter des vaderlands een nogal lillijk manspersoon hoort te zijn. Na de hondenkop van Komrij [zo zei André van Duin] en de ongebakken deegsliert Simon Vinkenoog [aldus Jan Cremer], is het nu dus iemand die z’n kale schedel met een schaamlok bedekt, een mottig baardje heeft, en gewoon oogt of hij stevig uit zijn mond riekt.

Allen zijn het typisch dichters die zich niet mogen beklagen dat de uitvinding van de drukpers het mogelijk heeft gemaakt in stilte van poëzie te genieten.


Gedichtendag 3

Het historisch en letterkundig centrum Tresoar heeft in het kader van de Gedichtendag het archief van Operaesje Fers online gezet. Daar moeten op den duur alle opnamen beschikbaar komen die er vanaf 1968 bijna vijfentwintig jaar lang gemaakt zijn voor de dichterstelefoon.

De website geeft nu aan dat dit 1990 titels zijn. Omdat het hier om een Fries initiatief gaat, zijn ook de meeste gedichten Friestalig. Maar daarnaast is er ook Nederlandstalige poëzie te beluisteren, niet zelden door de dichter of dichteres zelf voorgedragen [Kal, Koenegracht, Komrij, Kopland, etc.].
 
 


Poëzie is dat wat verloren gaat in lijstjes i

Ik heb doorgaans een hekel aan Top-10’s; al helemaal sinds de Top-10 tegenwoordig vaak de basis is voor een goedkoop bij elkaar gescharreld TV-programmaatje.

De vraag wat er mee moet naar dat onbewoonde eiland is ook al te vaak gesteld. Leuker zou al zijn om te informeren welke tien boeken, cd’s of dvd’s iemand zou meenemen naar de gevangenis. Of wat diegene mee zou nemen als die plotseling dakloos werd.

En dan toch ben ik me ineens gaan afvragen wat voor mij nu de tien desnoods twaalf mooiste gedichten zijn in de Nederlandse taal. Dat komt door het lezen van Herman de Coninck’s brievenboek Een aangename postumiteit. Daarin moet hij ergens terloops een lijstje van zijn favoriete poëzie geven. Dat lijstje is:

  • M. Vasalis: ‘Er zijn dingen die alleen het oppervlak beroeren’
  • Rutger Kopland: ‘Wie zal de vriend zijn van mijn vriendin’
  • Hans Faverey: ‘Hoe zij recht staat; dat zie ik’
  • Gerrit Kouwenaar: ‘Daags voor de vrede zond onze almachtige’
  • Eva Gerlach: ‘De kracht van de verlamming’
  • Hugo Claus: ‘Dichter’
  • Richard Minne: ‘Soms tussen tulpen bloeit een tulp vreemdsoortig’
  • Judith Herzberg: ‘Burengerucht’
  • Remco Campert: ‘Lamento’
  • Fritzi ten Harmsen: ‘Interpretatie van het uitzicht’

Dit lijstje zette meteen tot speuren aan. Hoe veel van die gedichten kan ik zo in de boeken bij mij thuis opzoeken? Alleen dat van Fritzi Harmsen van Beek staat in mijn editie van de Dikke Komrij [10e druk 1996]. Verder heb ik ook Campert en Herzberg in huis. Is dat veel, is dat weinig?

Maar alleen die drie gedichten al zetten mij aan tot vergelijken. Ben ik het eens met De Coninck? En zo nee, waarom niet? Wat dus automatisch tot de vraag leidde wat ik nu eigenlijk onaantastbaar mooi vind. Gorter’s stamelingen? Nijhoff?

Eigenlijk ben ik ook heel benieuwd wat andere webloggers hun favoriete poëzie vinden. En waarom. Maar dat idee moeten ze zelf maar oppikken.


Poëzie is dat wat verloren gaat in lijstjes vi

Van welke regels Nederlandse poëzie durf ik toe te geven dat ze weleens spontaan in mij opwellen?

Typerend voor mij waarschijnlijk zijn dat vooral de spottende variaties op klassieke gedichten die Gerrit Komrij ooit de wereld in stuurde met de titel “onherstelbaar verbeterd”.

Laten we zacht zijn voor elkander, kind
Tot ik de pot met vaseline vind

Toch, er is éen man die wel regels heeft gedicht die tot mijn normale woordenschat zijn gaan behoren. Willem Elsschot. Al citeer ik hem ook weleens verkeerd, zie ik nu. Maar de regel / Ik word aan het oud zijn niet gewend / sloeg bij mij op mijn zeventiende al aan. Zelf was hij trouwens net zevenentwintig toen hij dat schreef. Of neem nu:

/ het wil, het wil tot mij niet spreken /

Of:

/ Ik ben een schurk, ik ben een hond, / geen rustplaats waard in heil’gen grond, /

En:

/Maar laat mij doen met eigen vuur / wat ik verkies, zoolang ik duur.

De Klacht van den Oude

Ik word aan ’t oud zijn niet gewend.
De lichtelaaie die ‘k heb gekend
zit nog te diep in mijne knoken
en blijft mij dag en nacht bestoken.

Mij beetren heb ik steeds gewild,
en menig, menig uur verspild
aan op te zien naar ginder boven,
aan bidden leeren en gelooven.

Helaas, ik schaam mij en beken
dat ik wel diep verdorven ben.
Want God en Ziel en andere dingen
waarvoor de menschen psalmen zingen,

Geweten, Vaderland in nood,
de Sterrenhemel en de Dood,
het wil, het wil tot mij niet spreken,
wat ik ook tracht het ijs te breken.

Maar waar ik wèl toe ben bereid,
dat is voor elke jonge meid
zooals er honderdduizend loopen,
de kleeren van mijn lijf verkoopen

en heel mijn huis en heel mijn vrouw.
Ik zou het doen, en geen berouw
zou in mijn oogen staan te lezen,
en ’t zou nochtans een misdaad wezen.

Wanneer ik langs de huizen trek
loert men mij na, als ware ik gek,
alsof mijn plannen en mijn zonden
op mijnen rug te lezen stonden.

Ik ben een schurk, ik ben een hond,
geen rustplaats waard in heil’gen grond,
en ‘k wil een hoog rantsoen betalen
voor elken bundel zonnestralen:

Maar laat mij doen met eigen vuur
wat ik verkies, zoolang ik duur.
En plaag ons niet: mij arme stakker,
en Satanlief, mijn laatste makker.

Willem Elsschot
Rotterdam, 14 Februari 1910

de hele reeks van mijn mogelijk meest favoriete gedichten


Modewoorden

en ander verfoeilijk taalgebruik op deze website:

“eigenlijk”: komt 50 maal voor, citaten niet meegeteld;
“gegarandeerd”: 1 maal, maar in een citaat. Van Komrij nota bene;
“[heb] zoiets van”: o
“een stukje …”: o
“echt[e]”: 24 maal

aanleiding: Bieslog


Van alles te veel, van niks iets bijzonders

Gerrit Komrij werd zaterdag in het radioprogramma Knetterende Letteren geïnterviewd over zijn schrijverskladboek [real]

Luister, bij wijze van experiment, naar een klein fragment hier:
 [duurt 1.43 minuut, laden kan even duren]


Komrij weer

Vroeg me toch af of iemand die nog nooit een boek van Gerrit Komrij heeft gelezen daartoe zou overgaan na het zien van die documentaire dinsdagavond.

Maar goed, het blijft een spotvogel. Dat alleen al verwart. Hoor hier wat hij zei over waarom anderen schrijven:
 
[laden duurt een tel of wat]


Komrij weer ii

Gerrit Komrij sprak ook met Martin Simek, ter promotie van zijn laatstverschenen boek Eendagsvliegen [uitzending van 18 september].


Tevreden rokers worden onruststokers

    

Die omslagfoto waar schrijver Adriaan Morriën op staat alsof hij de schlagerzanger Heino was in een eerder leven, is duidelijk geposeerd. En ook Herman Brusselmans koos er ooit bewust voor met sigaret af te worden gebeeld. Maar rookt hij eigenlijk nog?

    

Bij Gerrit Komrij weet ik niet of op de voorkant van zijn boek een publiciteitsfoto kwam, of een spontaan genomen kiekje. Net als met Herman de Coninck. Maar ze roken geen peuken. De lengte van hun sigaretten suggereert toch dat ook hier weer over de pose is nagedacht.

Het viel me ineens op dat als schrijvers met portret op de voorkant van hun boeken verschijnen, dat nog opvallend vaak is met zo’n klein wit staafje in de hand. Opvallend vaak bij publicaties die ik op mijn boeklog bespreek dan.

Misschien dat komende generaties ooit nog eens gaan denken dat de witte staafjes nu die pennen zijn, waar vroeger zo onhandig langzaam mee geschreven werd.

Maar voor ons, als tijdgenoten van de auteurs, verandert er toch ook al iets. Roken wordt zo sterk afgeraden, dat een sigaret opsteken al bijna een verzetsdaad lijkt. Profiteren die schrijvers er dan ineens toch ook weer van, dat ze met terugwerkende kracht rebels lijken. In plaats van drugsverslaafden.

Heel aardig bij Nobelprijswinnares Szymborska is dan weer dat ze niet met sigaret staat afgebeeld op de omslag van haar boek. Maar dat de goede kijker toch een asbak op kan merken, op de tafel voor haar.


Kakafonie
Gerrit Komrij

[…] [H]et boek is er nu dus. En dat had ik toch niet verwacht. Mij scheen altijd dat Komrij er slechts mee dreigde. Zodat hij nog eens kon laten zien ook uit stront geld te kunnen maken. Of misschien, als bewijs uiteindelijk overal schijt aan te hebben, en aan de Nederlandse boekenwereld in het bijzonder. […]

boeklog 339


Regels zijn regels ii


Daar is het gat van de deur
Gerrit Komrij

[…] Leest Gerrit Komrij weleens een boek dat hij wel kan aanbevelen? […]
 
 

boeklog 349


Dunne Komrij
Gerrit Komrij

[…] bijna elk gedicht illustreert de kracht die het Nederlands in zich bergt.

Die dikke van Komrij kon weleens te veel pagina’s hebben, in vergelijking met deze keuze. Hoe was het ook weer, in de beperking toont zich de meester. […]

boeklog 378


Meer gouden woorden
Gerrit Komrij

[…] Komrij slijpt en wet het Nederlands zorgvuldig om er zo diep mogelijke kerven mee te kunnen slaan.

In een krant is dat zeer prettig om te lezen. Daar lucht het op als iemand zich niets aantrekt van de journalistieke pose objectief te zullen zijn.

Maar in zo’n dulle omgeving is het niet moeilijk om de aandacht te krijgen. Bij bundeling winnen Komrij’s columns ditmaal niet. Te vaak roert hij de luide trom van het overstatement, en uiteindelijk slaan zijn roffels daarom dood. […]

boeklog 424


Boeklog xx

Door een tip van Ronald over tag-software is het me eindelijk gelukt een alfabetische lijst met de auteurs op mijn boeklog aan te maken.

Daardoor weet ik nu 283 schrijvers behandeld te hebben. Gerrit Komrij [16] het vaakst, gevolgd door Ethel Portnoy [9] en Rudy Kousbroek [9].

Omdat ik software van Engelstaligen gebruik, is er nu wel weer de ergernis dat die klinkers met accenten behandelt als vreemde tekens. Britta Böhler komt in de lijst na F.J.J. Buytendijk. Maar goed, perfect wordt het toch nooit. En ergernis alleen helpt niet.

En waar ik ook de pest over in heb, is dat ik altijd al velden aan de berichten toevoegde met de voornaam en achternaam van de schrijver. Dat is nu te zien in de titels van de berichten op archief– en categorie-pagina’s. Maar om éen of andere reden wilde die data buiten dat soort pagina’s niet netjes met me meespelen. Dus was gisteravond nogal wat dom typwerk van mij gevraagd.

Enfin. Dit moet het de komende 20 maanden dan maar weer doen, lijkt me.


Keizer Admiraal?

Wat vind ik nu de beste Nederlandse schrijver? Dat is een rijkelijk onnozele vraag, al was het maar omdat ik geen auteur ken van wie ik alles, zonder voorbehoud, waardeer. Maar bij de bespreking van een boek van Bert Keizer viel me op dat hij wel erg hoog scoort op mijn persoonlijke ranglijst.

Waarom is dat dan? En waar mankeert het anderen dan aan?

Laat ik eerst wat tegenvoorbeelden geven. De meest besproken auteurs op mijn boeklog zijn Gerrit Komrij, Rudy Kousbroek en Ethel Portnoy. Bijvoorbeeld van Komrij waardeer ik zijn zakelijke teksten en columns enorm, terwijl het me niet eens lukt om zijn romans zelfs maar uit te lezen. En nog geldt bij het werk dat ik wel hogelijk waardeer dat het vooral de stijl is waar ik voor val. Zelden de inhoud. Omdat die meestal inhoud mist.

Kousbroek is wat hors concours, moest ik hem beoordelen. Bijna alles van hem waardeer ik hoog, maar zijn boeken hebben hun werk twintig jaar geleden al gedaan. De opwinding die er toen was bij het lezen, zal me nu niet meer overkomen.

In de categorie Kousbroek kan ik overigens meer schrijvers noemen, die me ooit veel brachten, maar nu eerder bevestiging bieden bij het lezen dan heel nieuwe inzichten tonen. Karel van het Reve onder meer, W.F. Hermans, Bob den Uyl.

Renate Rubinstein.

Ethel Portnoy, waarvan ik dit jaar veel heb gelezen, is dan weer geen Nederlandse schrijver, op de keper beschouwd. Ook al verschenen haar boeken alleen in het Nederlands, altijd waren ze vertaald uit haar moedertaal Engels. Maar met dit voorbehoud geldt wel dat ik haar enorm bewonder; al was het maar omdat ze enige intelligentie veronderstelt in mij als lezer. Veel ongezegd laat, en dan toch aanbiedt door erover te zwijgen.

De afgelopen anderhalf jaar las ik twee romans van Bert Keizer, een boekenweekessaytje, en een bundel columns. Die boden mij veel. Heel veel.

Maar een vraag moet toch zijn of dat zo is omdat hij éen vast onderwerp heeft waar ik misschien wel te weinig vanaf weet.

Een Vincent Icke, of bijvoorbeeld een Karel Knip, waardeer ik mede zo hoog omdat ze met een getrainder wetenschappelijk oog naar de werkelijkheid kijken dan ik kan.

Maar behalve over leven en dood, schrijft Bert Keizer ook erg goed over geneeskunst. Heeft hij humor, en weet hij uit de filosofie ook net die vragen te pikken die mij interesseren. En zijn romans zijn ook als boek heel erg rijk.

Toch maar de beste schrijver dan?

Ik heb alleen niet zo’n zin die opera over Alzheimer te gaan bezoeken, waarvan hij het libretto schreef.

En een Jaap van Heerden scoort ook erg hoog, bij mij.

boeklog 500: Alles wordt niets
boeklog 134: Het refrein is Hein
boeklog 071: Koud liggen
boeklog 070: Tijdelijk feest


Stemadvies

Gerrit Komrij las zondag vooraf aan het discussieprogramma Buitenhof een gedicht voor. Ik heb daar een opname van, dus kan hier een filmpje plaatsen. Of desnoods alleen het geluid van z’n stem. Maar een of ander stuk regisseur had Komrij voor een klaterende fontein gezet, en dat stoorde me te veel. [Kijk anders zelf maar].

Daarom hier alleen de tekst.

Hoe heet de man (of vrouw) die quasi doet
Alsof hij naar ons luistert maar intussen
Met aangeleerde taal en lange lussen
Tegen zijn eigen leegte zit te praten –

Hoe heet de man (of vrouw) die vrede preekt
En door niets zó aan zijn gerief kan komen
Dan door het sturen, in zijn natte dromen,
Van kinderen (niet de zijne) als soldaten?

We noemen hem (of haar) politicus.
Houd de politici onder de duim.
Politici zijn gas. Geef ze de ruimte
En ze vullen alle hoeken, alle gaten.

Gerrit Komrij


Wijsheid is als gras


click image to play. 1.03 minutes

Groter en groter werd de bibliotheek waarin ik woonde…

Uit de documentaire De Gelukkige Schizo over Gerrit Komrij, die vorig jaar mei werd uitgezonden.

meer Komrij op eamelje.net
meer Komrij op boeklog


Mijn favoriete Nederlandstalige roman

Vandaag is blijkbaar de verkiezing van ‘het beste boek‘ gestart; georganiseerd door de NPS en NRC-Handelsblad. Die titel is nogal slordig geformuleerd. Zo dingen alleen boeken van Nederlandstalige schrijvers mee. En dat ‘boek’ klopt al evenmin. Ik ken de titels niet waarmee Simon Carmiggelt of Marten Toonder zijn vertegenwoordigd. Op de longlist ontbreken verder nogal wat schrijvers die voornamelijk bekend zijn door hun dichtwerk, essays of monografieën.

Ik noem een Gerrit Komrij, een Rudy Kousbroek, een Karel van het Reve. Of van wat langer terug een Johan Huizinga, of een E.J Dijksterhuis; om me tot de 20e eeuw te beperken.

Het gaat dus om een wedstrijdje wat de beste Nederlandstalige fictie voor volwassenen is. Kinderboeken worden uitgesloten, terwijl die waarschijnlijk bijzonderder zijn dan de romans.

Nu heb ik hier vaker mijn verbazing uitgesproken dat het promoten voor cultuur tegenwoordig altijd in de vorm van een wat onnozel wedstrijdje appels tegen peren moet gaan. Juist omdat bij dit soort strijd het breed gekende altijd van het werkelijk bijzondere zal winnen. [Tenzij er een actiegroep opstaat, en een boek van mijnheer Fortuyn alsnog de prijs wint. Elk mag een eigen titel opgeven, in tegenstelling tot wat soms al wordt gedacht.]

Enfin, ik lees ook weleens wat. Toch wel 93 titels van de 250 voorgeselecteerde meesterwerken, zo leerde mij een snelle telling. Maar heel veel zijn daar de laatste tien jaar niet bijgekomen, ik ben een beetje uitgekeken op de Nederlandse prozabreiers. Het is me allemaal wat te mager; te vaak draaiend om het ergerlijke eigen ikje.

Zadie Smith schreef dan misschien wel dezer dagen dat alle romans in een canon mislukkingen zijn. Maar ik heb meer gelezen dan alleen Nederlandstalig werk; sommige mislukkingen zijn toch echt erger mis dan anderen.

Als ik dan toch éen Nederlandstalig boek moest nomineren, dan Bert Keizer’s debuut Het Refrein is Hein. Dit is zo’n goede roman, dat ik ooit vergeten was dat het boek geen fictie is.

Vanzelfsprekend ontbreekt zo’n boek dan op de longlist.


Wat is een boek?

Wat is een boek?

Die vraag kan op erg veel verschillende manieren beantwoord worden. Dat maakt het een te brede vraag voor dit weblog. De boekhandelaar die op het moment zijn overtollige voorraad slijt in de aanbieding, denkt anders over die boeken dan ik. Om maar éen voorbeeld te geven.

Wat is een boek voor mij?

De vraag blijft nog te algemeen. Ik houd van lezen, maar om uit te leggen waarom dat is, zijn duizenden woorden nodig. Maar ik acht het niet heel slim om te onderzoeken waarom ik nu precies van lezen houd. Sommige conclusies worden misschien maar beter niet gedacht.

Wat is voor mij reden een boek te kopen?

Nieuwsgierigheid? De lage prijs? Een heel belangrijke reden om boeken te kopen, is omdat de inhoud me beviel en ik het graag herlezen wil. Herlezen blijft voor mij het echte lezen. Maar dan nog gaat het alleen om het lezen. Meegenomen is het dat een boek mooi vormgegeven werd, en ook als object schoonheid heeft; het gaat me om de inhoud.

Wat is voor mij reden een boek niet te kopen, als ik dat wel zou willen hebben?

Als de prijs de waarde van de inhoud verre overstijgt? Hoe nieuwsgierig ik ook ben? Ik weet nu dat twee van mijn schrijvershelden gecorrespondeerd hebben. En dat die brieven van Jeroen Brouwers en Gerrit Komrij zijn verzameld in een boek. De stilte bestaat uit zoveel woorden heet dat, een eenmalige activiteit van uitgeverij De Luchtbuks. Maar enkele van Brouwers’ brieven zullen ook in Kroniek van een karakter staan. En van Komrij’s kant kwam de correspondentie nooit op gang.

Hopelijk kom er nog eens een handelsuitgave van dit boek. Of anders lees ik het wel in een bibliotheek ergens, misschien. Want het gaat me alleen om het lezen, niet om de heb.

beluister ook het tweede uur van Desmet Live van 16 januari, voor meer details over Brouwers’ en Komrij’s brieven


Waarom vrouwen betere lezers zijn
Herman Franke

[…] Ik voelde me aangesproken door die opmerking over dat dédain. Want, als ik me ergens negatief over uitlaat hier, dan wel over het niveau van de doorsnee Nederlandse roman. Zelfs bij geliefde schrijvers als Komrij of Brouwers stel ik moeite te hebben met hun verhalend proza.

Maar lees ik die romans dan niet omdat essaybundels en andere non-fictie me beter voorbereiden om in gezelschap mee te praten, zoals Franke wil? […]

boeklog 580


Komrij’s Keuze

Gerrit Komrij werkt in de KB aan een bloemlezing van poëzie voor kinderen, en bespreekt daarbij dagelijks een vers online.


Overwegingen van een weblogger

  1. Moet ik er nu ook nog mee komen dat Gerrit Komrij een weblog is begonnen? Dat nieuws heeft iedereen al. Terwijl weinigen online zo veel aandacht zullen hebben besteed aan Komrij’s werk als ik;
  2. Interessant misschien dat hij begonnen is, interessanter is hoelang hij het volhoudt;
  3. De REA is opgehouden te bestaan, op 1 januari. Daar heb ik nog steeds geen aandacht aan besteed op eamelje.net. Maar goed, wie van mijn lezers zal het wat interesseren? Moet ik ze eerst uitleggen wat de betekenis was van die Raad van Economisch Adviseurs, en ook waarom het binnen de Nederlandse verhoudingen vrijwel onmogelijk was om tot stand te brengen wat zij wilden. Hele ministeries afschaffen? Met zulke voorstellen win je geen vrienden onder de grauwe massa aan beleidsmedewerkers die je bevriend houden moet;
  4. Tegelijk geldt ook, zoals ik een lid van de REA in een gesprek ontlokte, dat het geen zin heeft om ideeën aan te dragen waar het compromis al bij voorbaat in zit. Dan verandert er helemaal niets ten goede;
  5. Och ja, die reeks over de betekenis van het korte verhaal voor mij. Ideeën te over, tijd te kort;
  6. Het is ook makkelijker om een weblogje te schrijven over mislukte chemie-experimenten thuis. Zoals dat je niet met een slaapdronken kop bakpoeder, azijn, en kokend water in een verstopte gootsteenafvoer moet gieten. Al helemaal niet als je nuttige spullen op planken bewaart, boven die gootsteen.
  7. Toch had het wel wat, een bruisende fontein van een halve meter, uit die afvoer;

Overwegingen van een weblogger | 3

  1. Gerrit Komrij heeft niets meer op zijn weblog gepost, nadat het bestaan daarvan werd rondgetoeterd door iedereen en zijn moeder. Ik vermoed dat hij onder schuilnaam verder gaat. Misschien mogen we nog eens de heropstanding van een Patrick Demompere beleven;
  2. Heb ik nog iets te melden over de uitzending van de pornofilm Deep Throat op een publiek kanaal? Nee, de film schijnt behoorlijk te zuigen;
  3. Peter Erg de Vries dan? Hoogstens is die onthulling van hem leerzaam om te zien hoe de media op het moment reageren op iets;
  4. Er schijnen trouwens nogal wat talen te zijn die het onmogelijk maken om de lettervolgorde ‘rg’ of ‘gr’ zo uit te spreken dat te horen is dat het twee letters zijn. Onder die talen zijn ook dialecten van het Nederlands;
     

Overwegingen van een weblogger | 4

  1. Nee, ik heb niet gekeken;
  2. Voor mij geen televisie gisteravond;
  3. Boeken moet ook je lezen, niet in een TV-programma aanbevelen dat gesponsord is door de NS;
  4. Lezen in de trein is trouwens behoorlijk vermoeiend, omdat het extra concentratie vraagt om alle rumoer om je heen buiten te sluiten;
  5. En ja, ik had daar kunnen zitten. Het kan zelfs misschien alsnog;
  6. Trouwens ook niet gekeken naar die datingshow voor landbouwers, de Superbowl, of de trial by media door Peter Erg de Vies;
  7. Spraakmakende televisie wordt op de verkeerde manier spraakmakend als de beelden ertoe leiden dat zich ter plaatste een lynch mob vormt;
  8. Al ben ik dan wel weer benieuwd hoe De Vries, op zijn zegepraal in het Amerikaanse talkshow-circuit, gaat uitleggen dat een bekentenis in het Nederlandse rechtssysteem niet zo heel zwaar weegt — in tegenstelling tot het Amerikaanse, waar de aanklager soms een deal maakt door veel minder straf voor een verdachte te eisen, zolang die maar iets bekent;
  9. Overigens twijfel ik er ineens aan of het Komrij wel is, op dat weblog.
  10. Al is grappig dat die weblogger als foto voor zijn profiel de ietwat mislukte scan gebruikt die ik maakte van het boek De buitenkant. Wim de Bie gebruikte hetzelfde plaatje;

  11. Waarom ik dit denk? Mijn exemplaar van De buitenkant heeft een schuurplekje op het kader links, schuin onder de subtitel ‘Een abecedarium’. Dit plekje komt zo op alle plaatjes terug. Bovendien staat boeklog erg prominent met plaatjes op Google Image Search voor wie gericht zoekt;
     
     
     


DBNL.org
Abram de Swaan

Thans elektronisch online beschikbaar, onder meer:

Abram de Swaan’s De mens is de mens een zorg [pas nog hier geboeklogd];

** Misschien moet ik maar eens een categorie gratis elektronisch beschikbare boeken invoeren daar.

Gerrit Komrij’s Papieren tijgers; voor mij indertijd misschien wel de eerste kennismaking met Komrij. Zeker éen van de eerste boeken waardoor ik besefte dat er meer bestaat aan schrijverij dan alleen maar leuke verhaaltjes;

Gerrit Komrij’s Stankbel van de Nieuwezijds. Het pamflet tegen Scientology;

Jan Swammerdam’s Bijbel der nature, deel 1 en deel 2. Nuttige natuurkennis uit de 18e eeuw, uit eigen observatie voortkomend:

De Visschers, als sy deese Wurmen om te hengelen gebruyken, soo hechten sy haar angel in ’t hooft van deselve, alsoo de wurm daar het hartste ende sterkste is. En naademaal dat hy lang-levent is, soo dient hy door de beweging, die hy geduurig in ’t water veroorsaakt, tot een bequaam Aas, om de bedriegelyken angelboek de Visschen te doen inslokken.

Hoe sterk van leeven dit Aas is, kan hier uyt afgenomen worden, dat, als ik kem eens om te dooden, ende dan te droogen, met een spelt doorboorde, hy echter des anderen daags nog leefde, niet tegenstaande hy den heelen nacht over in een kopje met pis, om hem te doen sterven, was gewurpen geweest.


Büch

Voegde die documentaire van Coen Verbraak gisteren nog iets toe aan mijn kennis over Boudewijn Büch?

Nee. De meningen die ik nog niet kende, zoals van Maarten ’t Hart of Adriaan van Dis, voegden niets toe aan de mij al vertelde verhalen. Verbraak had bovendien nogal wat van dezelfde gesprekspartners als VN-collega Rudie Kagie opvoerde in diens biografie over Büch. En dan was het boek toch beter dan de film.

Soundbites waren het nu, die langskwamen op het scherm, dat eeuwige gebrek van het medium. Dus lachte Gerrit Komrij nu maar wat om die malle Büch, waar hij in Demonen met zo veel meer mededogen over hem had geschreven.

Het enige echt aardige aan Verbraak’s poging waren de archiefbeelden met Büch.
 
 
 
 
 
 
 
 


Goeie literatuur laat onontkoombaar zien dat mensen sukkels zijn

Als literatuur al zin heeft, dan komt daarin de mens aan bod die nauwelijks weet wat hij doet. Als iemand van het mensensoort al eens een goede beslissing neemt, gebeurt dat uit stom toeval. Goeie literatuur laat onontkoombaar zien dat mensen sukkels zijn die soms onze deernis verdienen en vaker niet. We zijn het zelf die de deernis moeten ophoesten, en dus erbarmelijke kandidaten. De schrijver maakt deel uit van het uitschot. Nooit zal de mens in staat zijn uit wat dan ook een les te trekken, want hij is een mens.

Gerrit Komrij, in NRC-Handelsblad vandaag

Komrij voert al enige tijd een openbare briefwisseling met Hafid Bouazza in NRC-Handelsblad’s Cultuurbijlage. En ditmaal was zijn brief er éen om eigenlijk geheel te citeren, omdat hij harde waarheden schrijft over het erbarmelijke niveau dat de meest succesvolle boeken hebben op het moment. Hoeraliteratuur is het.

meer Komrij op boeklog


Overwegingen | 0929

Beste karakterisering van het Amerikaanse overheidsplan om de financiële sector te redden: ‘No banker left behind‘;

Als u dit niet begrijpt, het desastreuze plan van de regering Bush om het onderwijs te verbeteren heette: ‘No child left behind‘;

Enfin. Ik hoefde niet eens tot maandag te wachten voor de laatste rampen uit bankenland gemeld werden. Fortis, genationaliseerd. Dexia, wordt waarschijnlijk genationaliseerd. Bradford & Bingley, genationaliseerd;

Ik zou haast zeggen: blij dat ik geen geld heb;

Ondertussen zie ik anders nog wel steeds allerlei reclame voor beleggingsproducten langskomen, in allerlei media;
Weggegooid geld dat — al zullen die media dit niet met mij eens zijn;

En je kunt alleen maar hopen dat al die topmensen van de banken hun miljoenenbonussen belegd hebben in nu waardeloze aandelen;
Maar dat zal wel niet;
Ik zie hen er voor aan ook de speculanten te zijn achter de razendsnel gestegen olie- en voedselprijzen;
Ik houd mijn vijandbeeld liefst zo simpel mogelijk;

Opmerking die ik gisteren las, over de status van beroepen. Hoe het vak onderwijzer enorm in aanzien is gedaald tijdens de twintigste eeuw, waar dat van beursspeculant juist geweldig steeg;

Denkend aan Holland zie ik waardepapieren
Snel door begerige vingers gaan
Rijen op koopwaar geile batavieren
Als zedeprekers op de kansel staan
En in de geweldige bankcatacomben
De tankerdollar en de krugerrand
Biljetten aan toonder, bigotte mores
Menten, Verolme, in een groot verband
De lucht hangt er laag en de geest wordt er langzaam
In parlementarische dampen gesmoord
En op alle terreinen is de stem van de koopman
Met zijn ethische krampen het meest aan het woord…

Gerrit Komrij, ‘De Binnenring van Holland’, naar Marsman


Citaat van de dag | 1005

In een huis waar iedereen elkaar bewondert is de gezelligheid oervervelend.

Gerrit Komrij, Met het bloed dat drukinkt heet, 251


Overwegingen | 0106

Gansch Friesland meent blind voor Tsead Bruinja te moeten kiezen, als nieuwe Dichter des Vaderlands;
Hij is het enige kind van het uitverkoren volk;
Ik heb alleen nooit een vers van de beste man gelezen dat me iets zei. Van de overige kandidaten heb ik slechts van Joke van Leeuwen met plezier werk aangehaald hier, op eamelje.net;

Ondertussen moppert Komrij op de schofferingen die hij van het televisievolk moest ondergaan als eerste DdV;
Op iemand stemmen, is die dichter dus ook in ellendige omstandigheden brengen;
Laat ik dus maar niet stemmen, dan houd ik tenminste de mogelijkheid open het hele instituut DdV belachelijk te blijven maken;

De nieuwe Apple MacBook Wheel;
Beantwoordt heel aardig aan al mijn vooroordelen;

Baantje bij Obama hebben? Wel even vertellen wat u online allemaal uitgespookt hebt, onder welk alias ook;

Soms denk ik weleens te hard te zijn over de lage kwaliteit van de Nederlandse media. Maar dan hoor ik in elke uitzending van het NOS-Journaal mevrouw Broekema mensen op straat ondervragen alsof die een poolexpeditie aan het ondernemen zijn, en dan weet ik: het is allemaal nog veel erger dan gedacht;

Modern dilemma: hoeveel boeken in bestelling hebben is te veel boeken in bestelling? Nu de nieuwjaarsopruimingen bij de standaardboekhandels me nooit meer iets opleveren?


Citaat van de dag | 0219

Vorm is niet zo’n simpel iets als ze vaak beweren. Wat mensen als Driek van Wissen vormvast noemen, met duidelijke zelftrots, is niet meer dan dreunbestendigheid. TaTOEM TaTOEM TaTOEM heeft niks met vorm te maken. De keer dat je afwijkt is interessanter, en moeilijker, dan de honderd keer dat je gehoorzaamt.

Gerrit Komrij, geïnterviewd op Loewak

Komrij op boeklog


Overwegingen | 0307

Veel Boekenweek in de couranten dezer dagen. Op televisie trouwens ook. En daarbij telkens dezelfde mannetjes sprekend opgevoerd. Terwijl allen toch beter schrijven dan praten;

Ik lees mijn kranten elektronisch tegenwoordig — dat scheelt nogal in het oud papier — maar schafte me vandaag toch speciaal NRC-Handelsblad aan om de maandelijkse biijlage M.;
Met het interview dat Ilja Pfeijffer aan Gerrit Komrij afnam, dat ook online staat;
Met het artikel dat Komrij schreef waarin hij schrijvers met dieren vergelijk;
Maar ook om het jubileum van 30 jaar Kamagurka in de NRC;

BBC2 zendt vanavond, na het onmisbare Qi XL, Robert Altman’s laatste film A Prairie Home Companion uit;
A Prairie Home Companion is het kindje van de schrijver Garrison Keillor; het is een amusant showprogramma dat al sinds 1976 wordt uitgezonden op de publieke radio in de VS;
Ik heb daar al meer over geschreven, maar dat verschijnt na middernacht op boeklog;
Keillor schreef ook het script voor de film;

A Prairie Home Companion moet zo ongeveer de laatste film zijn geweest waarvoor ik de bioscoop heb bezocht.;
Omdat Altman’s werk bij mij niet overkomt op een televisiescherm;
Dus kan ik maar beter niet kijken vannacht;

Volgens Altman gaat de film over de dood;
Maar een dergelijke, zo simpele symboliek ontgaat me altijd;
Het doet ook altijd eerder af aan een artistieke schepping dan dat het iets toevoegt om te weten wat de kunstenaar er mee bedoelde;

meer op boeklog over de hierboven aangeduide personen:
Midas Dekkers
Kamagurka
Garrison Keillor
Gerrit Komrij
Tim Krabbé
I.L. Pfeijffer


Citaat van de dag | 0308

De literatuur gaat van boek tot boek. Het is een bestsellers- en Libris- en AKO-literatuur. Ofwel je laat je in leven houden als een soort beroepsschrijver waarvan het niet uitmaakt wat hij schrijft, ofwel je moet meedoen in het circus van boeken die even een succes zijn en binnen een jaar niet meer bestaan. Dan komt er nog een midprice-editie en een pocketeditie en dan is het afgelopen met je boek. Het gaat niet meer om oeuvres, het gaat om titels. Schrijvers die bezig zijn met een universum waarbij verschillende boeken met elkaar samenhangen en naar elkaar verwijzen, zijn marginaal geworden. Ik heb mijn hele leven schrijvers gevolgd. Een lijstje namen van wie en over wie je alles wilt lezen. Dat vertegenwoordigt een kosmos voor je. Maar dat mensen op die manier met schrijvers meeleven, bestaat nauwelijks nog.

Gerrit Komrij, geïnterviewd door Ilja Pfeijffer


Citaat van de dag | 0310

Een nadeel aan het schrijven over boeken (er zijn meer, veel meer nadelen, en ik beklaag me er niet over, integendeel, ze stemmen me juist vrolijk) is dat je op den duur beschaafde uitdrukkingen van waardering tekort komt. […] Superlatieven, ja, die zijn er in het Hollands genoeg, dat godverknochte taaltje is één en al superlatief, maar gewone woorden bedoel ik, niet pathetisch, écht gemeend, woorden waarmee je de eeneiige tweelingbroer zou willen condoleren van een sterfgeval dat je oprecht na aan het hart lag, die houden niet over — […]

Gerrit Komrij, Papieren tijgers, 173

Komrij op boeklog


Overwegingen | 0311, merkwaardig, merkwaardig

Merkwaardig dat de Kluuns van deze wereld zo over Komrij’s verwijt vallen dat hij zo node echte boeken mist in de Nederlandse literatuur;
Komrij schrijft dit al meer dan dertig jaar, dus de klacht zou inmiddels bekend mogen worden geacht;

Nu ja, het is eerder gemeld. Iemand die zich alleen voor Nederlandse literatuur interesseert, is gek. Of een Belg.

Een merkwaardig gerucht waart rond over het ontslag van Joost Zwagerman als columnist in NRC-Handelsblad;
Zwagerman — die niet denken kan — toont zich al decennia een opportunist van het type: zo de wind waait, staat mijn hoedje;
Hij is niet te rechts, hij is gewoon te voorspelbaar oninteressant. En ik ben blij dat iemand dat nu eens inziet;

Merkwaardig dat NRC.nijntje het hele krantenformaat online heeft losgelaten, en voortaan op het web aanwezig is als weblog;
Kranten schrikken maar af. Bloggen da’s pas stoer;
Alleen heeft geen weblog een goed ontsloten geheugen;

Met de harde wetenschap is het ondertussen ook al dertig jaar niets;

Wel van nut: software om het denken, en daarmee het schrijven, te helpen;
Want, ik kan nu wel stoer zeggen stevig op mijn geheugen te kunnen vertrouwen. Maar zowel eamelje.net als boeklog liggen dagelijks vast hoe veel ik vrijwel onmiddellijk vergeet;


Niet te geloven
Gerrit Komrij

[…] Komrij was zo slim daarom nog een derde stem in te brengen. Naast een religieus iemand en een tegenstander van geloof doet er ook nog een halfzacht ei mee aan het gesprek. Dit is de twijfelende auteur Grijphart — die zich vooral voelt aangetrokken tot het mysterie van het geloof, maar verder niet meteen iets heeft met de religieuze traditie. […]

boeklog 23 viii 2009


Overwegingen | 1111

Edward Tufte, zonder wie de vormgeving van informatie er minder helder uit zou zien, laat zijn bibliotheek met oude en zeldzame boeken veilen;
En de catalogus van die veiling is op zich al een kunstwerkje, dat op papier € 38 moet kosten, maar die dus ook online staat;

Gerrit Komrij maakte op televisie reclame voor een keten boekhandels;
Gelukkig maar dat hij er geen binnenloopt in dat filmpje;
Want bij de combinatie Komrij + boekhandel past slechts een citaat:

Er verschijnen zoveel marginale boeken vol ziekenfondsproza en steungordel-poëzie dat een bezoek aan de literaire boekhandel nog het meest lijkt op een bezoek aan een strafinrichting.[…]

Gerrit Komrij, ‘De Literaire Misdadiger’ in: Vreemd Pakhuis, pag 130

Oud, maar fijn: al die vreselijke moderne kunst is ons door de CIA opgedrongen;
Hersenspoeling dus;
Leuk besef, bij het volgende museumbezoek;

Ondertussen draait UPC bij mij thuis twee WiFi-netten op de door dat bedrijf geleverde kabelmodem annex router;
Dat was me al opgevallen. Ik heb nog om informatie gezocht, een tijd terug, toen ik dat ding kreeg, en meteen zag dat er een schaduwnetwerk binnen bereik van mijn laptop was;

In elk geval weet ik nu tenminste het password;
Nog steeds is onduidelijk hoe dit beveiligingsrisico kan worden uitgeschakeld, behalve dan door alle WiFi eraf te gooien, en mijn oude router te gebruiken. Dat is slordig;
En nee, die automatische update, daar heb ik nog niets van gemerkt;


Dit helse moeras
Gerrit Komrij

[…] Tegelijk staan er enkele briljante schimpstukken in dit boek. Zoals in het gedeelte dat gewijd werd aan de onnozelste uitwassen van het feminisme; dat de titel kreeg ‘De onwelriekende gleuvenbrigade’. Of dat over de porno in het werk van de braaf-katholieke dichter Bertus Aafjes. […]
 

boeklog 24 iii 2011


Citaat van de dag | 0603

Ik slaag er zelf uitstekend in boeken met internet te rijmen, zonder in ondergangsmijmeringen te vervallen. Ik weiger te geloven dat ik een atypisch geval ben. Of je moet er van uitgaan dat boekenlezers altijd al atypische gevallen waren.

Gerrit Komrij, ‘Zijn ze het boek soms levend aan het begraven?’


Wet van de dag | 0606

er bestaat een ijzeren wet. Die wet zegt dat alles wat slechter en goedkoper en populairder kan ook slechter en goedkoper en populairder wordt.

Gerrit Komrij, ‘Over de onhoudbaarheid van de PvdA’


Gerrit Komrij [1944 – 2012]

Gerrit Komrij is verreweg de meest gerecenseerde schrijver op mijn boeklog. Dat komt omdat ik gauw naar Komrij vlucht. Het is gewoon niet moeilijk het met hem eens te zijn, en hij formuleert altijd weer verrassend. Ook bij de zoveelste herlezing.

Toch kan ik lang niet alles van Komrij aan. Het lukt me niet zijn romans en verhalen zonder problemen uit te lezen.

Misschien geldt wel dat het me tegenwoordig nauwelijks meer om de inhoud gaat. Daarvoor lees ik Komrij nu ook al te lang. Zijn obsessies zijn me bekend. Ik lees hem om zijn taal; zoals iemand die dagelijks magnetronmaaltijden opwarmt naar kookprogramma’s op televisie kan kijken in de waan daardoor ooit nog eens lekkerder te gaan eten.


Gerrit Komrij [1944 – 2012] ii

Literatuur is er om voortdurend zelf te ontsporen en anderen te laten ontsporen. Het is vanaf mijn vroegste jeugd toch een drijfveer geweest tegen de mensen te roepen: “Als jullie mij niet moeten, dan zal ik jullie eens wat vertellen, ik moet jullie ook helemaal niet!— Een soort pre -emptive strike. Ik hou niet van schelden, maar ik heb het nodig, als een soort zelfreiniging. Af en toe wordt het me te veel, dan zitten de mensen me te dicht op mijn nek. Mensen lullen ontzettend veel, ook al weten ze bijna van niks, het is on-voor-stel-baar hoe weinig mensen weten, maar ze hebben overal een prachtige mening over. Of ze hebben meningen over mij. En dan wordt het je soms te machtig, en denk je, nu ben ik aan de beurt, en leg je eens uit wat je vindt van die en die. Omdat je die stinkende adem in je nek kwijt moet.

in: Gerrit Komrij wordt zestig: ‘Zolang ik leef ben ik de kluts kwijt’


Opgroeien
week 31

De dood houdt ineens nogal huis onder mijn favoriete mopperaars. Christopher Hitchens stierf in december. Gerrit Komrij begin juli. En nu is Gore Vidal ook al kasjewijle.

Bovendien zie ik zo éen twee drie geen opvolgers voor hen. Terwijl deze tijden als geen andere om fel commentaar vragen.

Opvallend bij al deze drie auteurs is dat mijn liefdesaffaire met hen verliep volgens eenzelfde patroon. In het begin genoot ik vooral van hun oneerbiedigheid. Daarop raakte ik verslaafd aan hun woordkunst. En altijd ook volgde er een moment van verwijdering. Of misschien was het slechts ikzelf die een draai maakte.

Toen Hitchens de illegale inval in Irak begon te verkopen als een noodzakelijke ingreep heb ik hem nooit meer geheel serieus kunnen nemen.

Komrij ontmaskerde zichzelf toen hij makkelijke columns over de actualiteit ging schrijven voor de achterpagina van NRC-Handelsblad. Werk dat verzameld werd in de bundels Gouden woorden en Meer gouden woorden¸ maar dat behoudens een enkele geslaagde formulering doorgaans binnen een maand na publicatie in de krant al overleden was. De analyse ontbrak. En geschimp lezen, is toch leuker als je daardoor beter gaat kijken.

Vidal was zichzelf niet meer toen zijn partner Howard Austen stierf begin deze eeuw, waardoor er blijkbaar niemand meer was die hem kon temperen in zijn rol als narrige oude man. Zelfs al had hij doorgaans gelijk in zijn kritiek op het bewind van de zo matige Amerikaanse president George Bush jr.. Alleen ware die kritiek zo veel sterker geweest als deze uit meer had bestaan dan enkel gescheld.

Toch zit er ook wel iets moois in deze ontwikkeling. En in zekere zin denk ik zelfs dat onderwijs altijd zo hoort te werken. Eerst leert de leraar zijn pupil zien, daardoor gaat deze leerling zelfstandig denken. Om dan te merken dat veel van wat hem als waarheden zijn voorgespiegeld op zijn best grove generalisaties zijn, en op zijn slechtst zelfs helemaal niet waar.

Tot er een punt komt dat ook de waarheden van de leraar niet maar vanzelf spreken. Waarna ook afstand tot de leraar wordt genomen. En er misschien wel vadermoord plaatsvindt.

En vervolgens neemt het tijd voor er eerlijk gekeken kan worden naar wat ooit zo veel invloed had.


De buitenkant
Gerrit Komrij

[…] Al lang voor diens dood zag ik Komrij als een betrouwbare gids op een beperkt tal terreinen — zoals de poëzie door zijn bloemlezingen, zoals de romankunst door zijn kritieken — maar bovenal als schrijver van een prachtig Nederlands, en als amusant auteur.

En vooral die laatste hoedanigheid maakt dat een merkwaardig boek als De buitenkant zo goed herleesbaar is. In deze bundel heeft Komrij namelijk niets anders dan paragrafen opgenomen die hij uitsprak om een interviewer te amuseren. De tekst bevat zijn woorden wel, alleen werden deze telkens door een ander opgeschreven. […]

boeklog 19 ix 2012


Lood en hagel
Gerrit Komrij

[…] Ik besef heel goed aldus een standpunt in te nemen dat wankel is. Omdat niet alleen het publiek maar zelfs ook vele schrijvers een kritische bespreking allereerst begrijpen als een veroordeling van de auteur als mens. Ook als er in de recensie geen enkele uitspraak ad hominem voorkomt.

En dit misverstand is zo onuitroeibaar dat ik ook kan begrijpen dat zelfs critici weleens alle objectiviteit loslaten, en op de schrijver zelf gaan inhakken.

Punt is nu eenmaal dat zulke stukken ook heel aardig kunnen zijn om te schrijven. […]

boeklog 5 xi 2012


De loopjongen
Gerrit Komrij

[…] Er zitten sprongen tussen de delen van dit verhaal. Tijdssprongen. En die zouden het dus aannemelijk moeten maken dat de hoofdpersoon mettertijd steeds verder radicaliseerde.

Ik geloofde daar alleen niet in. Het lukte de schrijver namelijk wel om de jeugd van zijn personage, Arend, vol met tekenende details te vullen — in die zin vind ik deze roman zelfs beter geslaagd dan Komrij’s persoonlijke jeugdherinneringen in Verwoest Arcadië. Alleen hield het daarmee op. […]

boeklog 2 ix 2016


Twee Punt Nul
Gerrit Komrij

[…] Was hij alleen wel een vrijwel kritiekloos bewonderaar van de firma Facebook — wat voor mij helaas zo ongeveer gelijkstaat aan duivelsaanbidding; in dien verstande dat deze satan werkelijk bestaat; en groot is en veel te machtig. Is dit nog niet eens omdat sommigen van ons zo verslaafd aan Facebook wisten te raken. […]

boeklog 31 xii 2016