Elfriede Jelinek

Ieder jaar bij de uitreiking van de Nobelprijs voor literatuur toch even weer de opluchting dat het niet Mulisch is geworden, of Claus. Al verbaast het me dan ook wel weer dat Elfriede Jelinek dit jaar wint, en al helemaal dat ze daarmee pas de tiende vrouw is.

Jelinek schreef met Lust een pornografisch boek, dat schandaal veroorzaakte. En verder komt er nogal wat bloed, sex en geweld in haar boeken voor.

Toch is dit ergens ook wel weer aardig. Heel veel schrijvers die genoemd worden als mogelijke Nobelprijswinnaars, geven als commentaar waarom zij het ook dit jaar niet geworden zijn meestal dat hun boeken te veel sex bevatten.

Daar gaat het dus niet om.


boeklog xii: de halfjaarcijfers

Een half jaar geleden vatte ik het idee op om nu eens bij te houden wat ik zoal aan boeken las. Lezen ontspant me, ook al omdat een groot deel van mijn lezen uit herlezen bestaat.

Herlezen is ook leuker dan lezen omdat daarbij zo weinig ergernis optreedt. Ik weet namelijk al dat het boek me iets te bieden heeft, en er waarschijnlijk nog wel meer in is te ontdekken ook. Nieuwe boeken leveren veel heftiger emoties op, waarbij de meest voorkomende voor mij helaas nogal vaak weerzin is, verwend kreng als ik d’r ben.

Twee maanden na de start van mijn boeklog mocht de wereld meekijken wat ik over mijn lezen schreef. De ervaringen daarmee zijn over het geheel genomen wonderbaarlijk positief. Het boeklog trekt duidelijk een publiek dat dit log links laat liggen. Het liet soms enorme pieken in de bezoekersaantallen zien, als er ergens een prijsvraag was over een boek, of als ergens schoolklassen scripties moesten schrijven. Bovendien is de interactie met mijn lezers anders, door het ontbreken van de mogelijkheid tot direct commentaar.

Mijn meninkjes over boeken hebben al aardig wat scheldpost opgeleverd. Maar toch ook meer complimenten dan er ooit voor eamelje.net waren weggelegd.

Ik wil dus zeker met mijn boeklog doorgaan. Alleen twijfel ik hoe.

Hoewel het boeklog op zich al een selectie bood van wat ik in handen kreeg – wat te slecht was kreeg geen aandacht – heb ik inmiddels toch te veel recensietjes geschreven waar verder niets achter zat. De plicht om over letterlijk alles te schrijven wat ik lees, is te zwaar. Niet alles is die moeite waard.

Dus is er even een pauze om na te kunnen denken over een nieuwe vorm. Enerzijds moet ik niet alleen aandacht besteden aan boeken die ik goed vind. Anderzijds moet het wat vanzelf blijven gaan, en mag het geen werk worden.

Deze week stond in The Guardian een artikel waarin Harry Mulisch en Cees Nooteboom genoemd werden als onbekende schrijvers waar het Britse publiek zich nu toch echt eens in verdiepen moest.

Ik kan geen van beide lezen.

Mulish acht ik als schrijver een handig vakman, maar veel van diens ideeën zijn zo ridicuul dat het enorm probleem wordt dat de waarde van zijn boeken vooral in de ideeën zit. Nooteboom laat dolgraag zien in een traditie te willen staan, en ik lees liever geen schrijvers die zich zo pontificaal op de geschiedenis van hun métier baseren. Want, ik reageer veel beter op boeken die direct over het leven lijken te gaan.

Dus ontbreekt het me niet aan opvattingen over wat ik vind dat goed schrijven is.

Misschien is daar iets meer mee te doen.


Nee!

Schokkende onthulling in Vara’s TV Magazine nummer 44 [van komende week]: Harry Mulisch rookt geen pijp meer. Al twee jaar niet, want het smaakte hem niet meer.

Mijn wereldbeeld ligt in diggelen.


Een overgevoelige natuur

bij mijn boeklog

hermans
hermans
hermans
hermans
hermans
hermans
hermans
hermans
hermans
hermans

Over de Nederlandse schrijvers die in sommige kringen doorgaan voor de grote vier, blijk ik een uitgesproken mening te hebben.

Mulisch is een handige vakman, maar zijn boeken krijg ik vrijwillig niet uit. Bij hem heb ik altijd het idee naar een goochelvoorstelling te moeten kijken; de vertoonde trucs kunnen nog zo indrukwekkend zijn, echt wordt het nooit en besodemieterij blijft het.

Wolkers lijkt me het meest aards van de vier, en wat me aan zijn boeken opvalt, is dat ze maar éen keer gelezen kunnen te worden. Wat hij zoal beschrijft, wordt door mij blijkbaar erg goed onthouden. Herlezen verrast me nooit, terwijl ik nu net een enorme herkauwer ben.

Van Reve heb ik de meeste titels in huis, al heeft daaraan bijgedragen dat zijn hele oeuvre ooit verramsjt is. Bij hem beperkt mijn bewondering zich vooral tot zijn brieven, ook al omdat Op weg naar het einde en Nader tot u in briefvorm zijn geschreven. Reve herlees ik nog weleens om zijn stijl; om de achteloze manier waarop hij een bijna ambtelijk statig Nederlands vermengt met ironie en perversiteiten.

Maar geen van deze drie heeft me zo veel geleerd als Willem Frederik Hermans. En dan niet eens alleen omdat Hermans zich in zo veel meer genres geweerd heeft als de andere drie. Zijn essays brachten me niet alleen kennis bij, maar leerden me ook hoe te argumenteren. Of ze toonden me wat een verschrikkelijk wapen humor kan zijn, omdat er nauwelijks verdediging tegen mogelijk is. De romans Nooit meer slapen, en Ik heb altijd gelijk lieten me als tiener voor het eerst echt zien dat niet alles is wat me wel voorgehouden wordt.

Over zijn autobiografische verhalen, schreef ik hier al eens.

En toch ben ik geen onvoorwaardelijke liefhebber. Hij schreef te veel boeken waarmee ik niets kan. De donkere kamer van Damokles heeft niet alleen een vreselijke titel, maar is ook gebaseerd op éen van de meest misbruikte en overschatte themas uit al die millennia vertelcultuur. Daarmee doel ik op dat vreselijke doppelgangersmotief.

Ook veel zijn latere romans zijn voor mij niet te lezen. Het ware vuur is bij Hermans weg dan, en ik struikel erover dat hij bijvoorbeeld wel erg veel in zijn tekst herhaalt, en slecht formuleert.

Desalniettemin was ik zeer nieuwsgierig naar de tweedelige documentaire die Max Pam en Jan Bosdriesz over hem gemaakt hebben. Al was het maar om antwoord op de vraag te krijgen: is het mogelijk om de literatuurgeschiedenis die Hermans vertegenwoordigt interessant in beeld te krijgen?

Schrijven over muziek, zei Elvis Costello, is zoiets als dansen over architectuur. Televisiemaken over literatuur lijkt me net zo’n onmogelijke opgave. Al was het maar omdat iedereen zijn eigen voorstelling maakt bij het lezen van een roman. En een essayist interviewen op TV is zo iemand dwingen om hakkelend en veel te beknopt na te vertellen wat die geschreven heeft. Wat tot een ellendige vergroving leidt.

Het interessantst voor mij aan de documentaire waren toch de archiefbeelden van de schrijver zelf. Dat zegt veel, maar Hermans kon zeer amusant zijn als hij wilde. De rest van de uitzending was weinig meer dan Max Pam die eens een archief bezocht en daar niets mocht inzien. Of die wat mensen interviewde over hun opinie van de man. En dan was er ook nog een reis naar Finnmark in beeld, om te kijken waar een cruciale scène uit Nooit meer slapen zich had afgespeeld.

Ik had de uitzending opgenomen, maar heb delen vooruitgespoeld tijdens het kijken. Eenmaal dood is er ook maar alles met iemand uit te halen.

Deel twee wordt uitgezonden op dinsdag 8 november


De zaak 40/61
Harry Mulisch

[…] Mulisch vond het bijvoorbeeld nog nodig voor dit boek naar Auschwitz te reizen. En om daar de leegte in het kamp, begin jaren zestig, in zijn beschrijvingen te stofferen met geleende kennis over de ellende van toen. […]
 
 

boeklog 22 viii 2010


Bij internetverkiezingen wint de populairste, en het meest algemene

Criticus Jeroen Vullings hield een bliksemenquête onder de Twitteraars die hem volgen. Wat waren volgens hen de beste vijf Nederlandse romans?

Enfin, ik ben nieuw op dat schoolplein. En stuur braaf mijn lijstje op. Onder het voorbehoud dat een roman een boek is waar iets niet aan deugt.

  1. Het refrein is Hein / Bert Keizer
  2. Lijmen-Het been / Willem Elsschot
  3. Picknick op de wenteltrap / Esther Jansma
  4. Een zwervend bestaan / Bob den Uyl
  5. Avonturen van Hillebillie Veen / Nanne Tepper

En natuurlijk is mijn lijstje vreemd. Alleen al omdat ik morgen weer wat anders vind. En het boek van Esther Jansma heette later ineens een dichtbundel in een verzameld werk. De Den Uyl is een verzameling verhalen die alleen hijzelf een autobiografische roman heeft genoemd. De Tepper is een novelle.

Maar, deze boeken kunnen goed nogmaals gelezen worden. En dat mankeert er bij de boeken uit de gebruikelijke canon nogal eens aan. Als daarop niet al volkomen overschatte boeken prijken; die in hun tijd misschien iets te zeggen hebben, maar inmiddels verouderd zijn.

Dus schreef ik Vullings ook nog dat een top3 van de meest overschatte romans geen verkeerd idee zou zijn. Maar, dit bleek dom van mij te zijn. Natuurlijk is een publieksenquête naar de beste roman, direct al een goede weergave van wat ik sterk overschatte boeken vond. Toegegeven, die Grunberg las ik nog niet; maar gezien mijn oordeel over een andere roman van hem komt dat er evenmin nog van.

Vullings eindlijst is:

  1. De ontdekking van de hemel / Harry Mulisch
  2. De donkere kamer van Damokles | Nooit meer slapen / W.F. Hermans
  3. Het bureau / J.J. Voskuil
  4. De avonden / Simon van het Reve
  5. Tirza / Arnon Grunberg

Wat ook nog eens aantoont dat jongeren Twitter inderdaad met reden een medium voor oude zakken vinden.


Harry Mulisch [1927 – 2010]

Ik kwam jong ter wereld in een al zeer oude tijd. Die zin van Erik Satie welt altijd bij op, als iemand geëerbiedigd wordt die al tijden status had voor ik zelf een oordeel over zo’n man of vrouw kon vormen. En die deze status vervolgens nooit wist waar te maken.

Mijn hele middelbareschooltijd werd me namelijk voorgehouden dat Mulisch een groot schrijver is. Zijn roman De Aanslag werd zelfs klassikaal behandeld; iets dat verder alleen voorbehouden was aan Shakespeare. Maar ik zag het toen niet, en ik heb het ook daarna niet vermogen te zien.

Hoogstens wil ik toegeven dat sommig werk van hem met een zekere ambachtelijke vaardigheid geschreven is. Nederland telt verder toch echt betere auteurs.

Dat bijvoorbeeld in de overvloedige reeks in memoriams vandaag zijn ‘exacte belangstelling’ zo vaak geprezen werd, terwijl Mulisch nu juist vrijwel geen wetenschappelijk verstand had. Overvloedig, de fouten die hij bijvoorbeeld tegen de kansberekening maakte in zijn uitspraken.

Negeer ik de merkwaardige politieke uitspraken van hem voor het gemak maar even. Politiek heeft doorgaans niets met waarheid van doen.

Toen hij voor het eerst geen groteske wiskundige uitglijders maakte, in De ontdekking van de hemel, viel dat dan weer niemand op. Dat boek onderging wel weer een grondige redactie voordat buitenlandse uitgevers het wilden publiceren. Wat in Nederland te weinig is opgemerkt.

Zijn magnum opus, De compositie van de wereld, is daarentegen volkomen wereldvreemd over technologie, die als een soort vijand wordt weggezet. Daar staat dan slechts Heideggeriaanse nietszeggendheid tegenover. Wijdlopig imponeergebazel.

Enfin. Gelukkig maar dat schrijvers tegenwoordig niet zo’n status meer kunnen krijgen als Mulisch heeft gehad. Hij had de tijd even mee. En de mannetjes als hij, die profijt konden trekken van een publiek dat niets gewend was, en met amper wat te imponeren viel, als het maar over die tweede Wereldoorlog ging, sterven inmiddels uit.

Benieuwd of hij over vijf jaar, tien jaar, nog gelezen wordt.

Eerder dit jaar meldde ik ook al iets over Mulisch de schrijver. Hij blies alles op.


Citaat van de dag | 1123

Neerlands bekendste schrijver is toch ook een bewijs van het tegendeel? Harry Mulisch had op het einde van zijn leven een uitgesproken sympathie voor Geert Wilders.

Stephan Sander, ‘Mulisch’sympathie voor Geert Wilders’


Citaat van de dag | 1221

Ik heb een enorme hekel aan kringetjes en wereldjes die vanuit een status bepalen wat mooi is.

Wat dat betreft heb ik ook een hele moeilijke week gehad toen Harry Mulisch doodging. Dat is — sorry, was — echt een on-ge-lo-fe-lijk slechte schrijver. Ja, je lacht, maar het is waar. Hij heeft heel slim geïnvesteerd in vrienden, die voortdurend verkondigden hoe geniaal hij wel niet was. De Marcel van Dammetjes van deze wereld. Als je maar lang genoeg roept dat iets fantastisch is, denken mensen uiteindelijk: “Nou, het zal wel iets zijn.”

Gummbah: ‘Er zijn maar weinig mensen zo serieus als ik’

Boeklog over Gummbah


2010, in enige tweets

Blijft daar nu nog iets van over, van al dat geblaat op een sociaal netwerk? Neuh, maar ik heb ook niet het idee mijn best al gedaan te hebben. Bovendien begon ik pas in augustus.

Mijn rijschool heette ‘De Toekomst’, wat een eerlijke waarschuwing was dat cursisten er te veel lessen opgedrongen kregen.

scheiding

De grutte evangelisaasjetinte stiet
Op it wenstige plak
Mar de grutste artyst
Fan it sirkus
Sil ek diskear net spylje.  [1]

scheiding

Toen het bier was in de dichter
werden al gauw zijn zinnen lichter
en dus z’n woorden ongerichter
dat deed de opener de dichter

scheiding

Feit van de dag: sinds ik een weblog heb, is het tal Nederlanders dat internet gebruikt massaal gestegen.

scheiding

Freelance journalistiek levert nu zelfs minder op als toen op een redactie nog iemand mijn faxen moesten overtypen.

scheiding

In noflik petear
is faak
gjin fan beide [2]

scheiding

Wie is er zendercoördinator? De bekendmaking van het nieuwe kabinet op het tijdstip plannen van ‘Opgelicht’. Toeval bestaat niet.

scheiding

En toch had alle media-aandacht voor Mulisch nut. Nu is duidelijk wie je niet serieus hoeft te nemen. Iedereen die ‘m een intellectueel vond

scheiding

Telkens als een website onbereikbaar is dezer dagen, denk ik: daar zullen ze wel iets tegen WikiLeaks hebben gedaan.

scheiding

Confrontatie. Ik lees oude weblogjes en zie éen grap erg vaak terugkomen. Dat ik niets deed, zo’n dag, behalve de koelkast ontdooien

En dat ik daarbij niet eens hoefde te helpen

  1. De grote evangelisatietent staat /Weer op de oude plek /Maar de grootste artiest /Van het circus /Zal ook ditmaal niet optreden.  [ ]
  2. een goed gesprek /is vaak /geen van beide [ ]

Dode dichters almanak | 12e televisienacht

Elk jaar in september, als de VPRO in éen keer alle afleveringen herhaald van de Dode dichters almanak uit het vorige TV-seizoen, toch telkens even weer wat schokjes. O ja, die is inmiddels ook overleden. En die.

Ditmaal was er zelfs aandacht voor het verscheiden van Harry Mulisch, hoewel diens optreden een merkwaardig Fremdkörper was tussen dat van de echte dichters. Omdat zijn pogingen om poëzie te schrijven wel erg laat in diens leven plaatshadden. En ik ook niemand ken die weleens spontaan frasen uit Mulisch’ gedichten gebruikt.

Hijzelf las zo overduidelijk voor dat het dan weer bijna meelijwekkend was.

Tiny Mulder kwam aan bod, met twee gedichten, wat het bescheiden aantal dode Friese dichters in mijn digitaal archief met éen verhoogt.

En de liedjes van Brel waren blijkbaar op. Ditmaal werden chansons van Jean Ferrat ingezet, ter afwisseling.

* Acquisitie naar aanleiding van het hier beschrevene wordt niet op prijs gesteld. Gelieve niet bij mij om opnames te bedelen.