De Troost die Literatuur heet

een allerminst volledige blik in mijn boekenkasten

Uiteindelijk helpt niets – Abrahams
Arbeid een eigenaardig medicijn – Achterhuis
De markt van welzijn en geluk – Achterhuis
De boze tijden waarin wij leven – Allen
De hand aan zichzelf slaan – Améry
Difficulties with Girls – Amis
The invention of Solitude – Auster
Dagboek van een vernederd man – de Azúa
Geschiedenis van een idioot door hemzelf verteld – de Azúa
Dagboek van een teleurgesteld man – Barbellion
kijk verder »»


Cheever
Blake Bailey

[…] John Cheever leefde weer even, in de publieke belangstelling. Zelfs al was een standaardopmerking over hem dat hij nauwelijks nog lijkt te worden gelezen, in de VS. Schrijversroem is vergankelijk. Ook als de auteur op het laatst van zijn leven al gauw eens ‘de Tsjechov van de suburbs’ werd genoemd. […]

boeklog 8 iv 2010


Wat is een biografie?

Is er een onmogelijker boekengenre dan de biografie? Altijd zijn dit boeken waarin een buitenstaander probeert het leven van iemand anders te beschrijven. En dan kan zijn of haar familie nog zo hebben meegewerkt, of dan kunnen er nog zo veel egodocumenten beschikbaar zijn, garanties biedt zoiets niet.

Biografieën gaan ook altijd over bekende personen. En alleen die faam vertekent de beschrijving van zo’n leven al. Omdat roem ook van omstandigheden van buiten afhangt waarop niemand invloed heeft — alleen wordt dit voorbehoud voor het gemak meestal vergeten.

Ook kunnen de beslissingen die de geportretteerde bewust nam zijn of haar biografie vervolgens behoorlijk kleuren. Er zijn maar weinig boeken over iemand die zichzelf tekort deed die niet lezen als een lange zelfmoordbrief.

Hebben biografieën over schrijvers nog eens het nadeel dat die rechtstreeks concurreren met het werk van zo’n auteur. En die strijd wint zo’n biograaf bijna nooit.

Nu las ik toevallig kort op elkaar twee schrijversbiografieën, lag er nog éen klaar op de stapel nog te lezen, en was er een vierde uit die me intrigeerde. Daarom leek het me een aardig idee eens een weekje van de schrijversbiografie op boeklog te organiseren.

Dat ik daar niet vooraf mee adverteerde, kwam omdat werkelijk alle vooroordelen uitkwamen die ik hierboven memoreerde.

En dan las ik vrijwel alleen schrijversbiografieën die luidkeels bejubeld zijn door de critici.

Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat literatuurbeschouwers daarmee eerder blijheid tonen over hernieuwde aandacht voor een groot schrijver, dan dat ze zo’n boek op eigen merites beoordeelden.


Collected Stories
John Cheever

Zesde leesproject van 2011 wordt een experiment, waarvan ik niet weet of dat tot het einde vol te houden is.

Al sinds ik de biografie van John Cheever las [1912 – 1982] wil ik namelijk zijn verzamelde verhalen herlezen. Maar in de Engelstalige uitgave die ik heb, zijn dat er liefst 61. En meer dan een verhaal lezen per dag is een zonde. Dus kost dat boek me zowiezo negen weken continue aandacht.

Maak ik de opdracht iets minder strikt, omdat lezen geen werk mag worden, en lees ik zes verhalen per week, dan kost het boek me ruim tien weken. Worden het er vijf, dan ben ik er bijna drie maanden mee zoet.

Dat is altijd veel tijd om met éen schrijver door te brengen, zonder die weg te kunnen leggen.

Misschien zou ik daarom eerst de negenentwintig verhalen moeten gaan lezen die in de bundel Verhalen staan; het boek waarmee de kennismaking met Cheever begon ooit, nu al weer zolang geleden. Dat maakt alles een stuk overzichtelijker. En daarna is altijd nog te beslissen of ik verder ga.

Tegelijk geldt bij dit leesproject meer dan ooit dat dit het uiteindelijk boeklogje moet dienen. Verhalenbundels zijn notoir moeilijk te bespreken. Laat staan als zo’n boek de beste verhalen bevat uit een hele schrijversloopbaan.

Door hier wekelijks tussenstanden door te geven, wordt het ook eens mogelijk elk verhaal afzonderlijk te beoordelen, zonder in algemeenheden te hoeven blijven steken.

[ volg al mijn gedachten bij John Cheever’s Collected Stories hier ]


Collected Stories | 1
John Cheever

Er kwam uit wat ik al vreesde. Meer dan vijf verhalen lezen van Cheever in een week wordt moeilijk. Dus zal ik waarschijnlijk hoogstens lezen wat in De verhalen in vertaling werd opgenomen, maar dan vanzelfsprekend in het Engelstalige origineel.

Anders ben tot in de herfst bezig met dit boek.

Negenentwintig verhalen in korte tijd lijkt me voldoende, tenminste om elk op zich te kunnen laten staan. Daar komt bij dat onder de 61 verhalen in de Collected Stories nogal wat meer uit de beginperiode van Cheever’s schrijverschap zijn. En dat vind ik niet meteen de meest boeiende fase.

Het kortverhaal was voor de Tweede Wereldoorlog en nog even daarna een geliefd genre in de VS. Al wie er een beetje vaardig in was, kon goudgeld verdienen door verhalen aan tijdschriften te slijten. Wel lijden zulke verhalen voor de lezer nu wat aan een formuledwang. Om ze verkoopbaar te maken, moesten ze lijken op wat al bekend was.

En ook Cheever’s allervroegste verhalen lijken naar een sjabloon geschreven te zijn.

Ik las deze week: ‘O City of Broken Dreams’, ‘Torch Song’, ‘The Season of Divorce’, ‘The Cure’, en ‘The Sorrows of Gin’.

In de Vintage uitgave met de oerteksten brengt mij dat op pagina 274. In de Nederlandste vertaling zou ik nog maar tot pagina 88 zijn gekomen.

De vonk, waarvan ik weet dat die later zeker zal overspringen, was er nog niet. Zelfs al begon Cheever vanaf ‘The Season of Divorce’ duidelijk zijn eigen toon en aanpak te ontwikkelen. En ook al is ‘Torch Song’ een klassieker die gauw eens genoemd wordt onder Cheever’s beste.

[ volg al mijn gedachten bij John Cheever’s Collected Stories hier ]


Collected Stories | The Enormous Radio
John Cheever

Opvallend genoeg ontbreekt in de Nederlandse verzameling van Cheever’s verhalen een vertaling van ‘The Enormous Radio’. Terwijl dat toch, in de Cheever-kunde, gezien wordt als de doorbraak. Dit ene verhaal, dat in 1947 in de New Yorker verscheen, heeft zelfs een eigen WikiPedia-pagina; anders dan vrijwel alle andere verhalen.

En zijn tweede verhalenbundel werd ernaar vernoemd. En de meeste verhalen daaruit worden wel opgenomen in de verzamelboeken. Terwijl John Cheever van zijn eerste verhalenbundel bijvoorbeeld later niets meer weten wilde.

Hij had in ‘The Enormous Radio’ dan ook ineens een barrière geslecht, door een geschiedenis te vertellen dat niet strak logisch en naturalistisch meer was. En toen dat niet op bezwaren leek te stuiten bij het grote publiek, moet hem dat een grotere vrijheid hebben gegeven dan er daarvoor bij het schrijven was.

In ‘The Enormous Radio’ krijgt een op het oog keurig gezin een nieuw radiomeubel thuisbezorgd. Dat apparaat blijkt alleen een wat hinderlijke eigenschap te hebben. In plaats gewoon de radiozenders door te geven, pikt het op wat er zich afspeelt in de andere appartementen van het gebouw waar het gezinnetje woont.

Dat is heel even leuk.

Een hedendaags verhaal met dezelfde strekking zou waarschijnlijk gaan over een computer, waarmee ineens te zien is wat alle webcams in de omgeving voor beelden opvangen. Maar, het is niet eens door dat gegeven, van die radio, dat ik het moeilijk vond om nu nog na te voelen wat dit verhaal Cheever heeft gebracht.

De vertelling, of hoe het verhaal verteld wordt, wijkt in de meeste details toch nog weinig af van hoe er verder geschreven werd voor de publiekstijdschriften, indertijd. Het blijft op veel punten voor mij een tijdgebonden genrestuk.

Op die magische radio na dan, en misschien ook het einde.

[ volg al mijn gedachten bij John Cheever’s Collected Stories hier ]


Collected Stories | The Day the Pig Fell into the Well
John Cheever

Na een kleine drie weken te hebben omgepakt met de verhalen van John Cheever, is me éen en ander duidelijk geworden.

Allereerst deugt zo’n leesproject alleen voor dikke boeken uit éen stuk, met een constante strekking. Geforceerd een verhalenbundel doornemen, betekent slechts dat ik op momenten zo’n afgeronde tekst misschien wel lees, maar dat er niets tot me doordringt. En dat zal bij een essaybundel niet anders gaan.

De afgelopen zes dagen las ik drie verhalen van Cheever, de week daarvoor twee. Dat was in een normaal tempo. En daarom ontsla ik mijzelf van de plicht die Collected Stories in heel korte tijd uit te lezen.

Ik zie wel hoe het loopt, en sluit dit project niet af. Zal er waarschijnlijk ook wel éen keer in de week op terugkomen.

Er is namelijk nog iets anders. Hoe meer Engelstalige originelen ik lees die niet tot 29 uitverkoren titels horen in De verhalen, hoe vreemder de keuze van de samensteller me wordt.

Was het eerst al raar om te moeten merken dat ‘The Enormous Radio’ ontbrak. Vond ik het ditmaal vreemd te moeten merken dat ‘The Day the Pig Fell into the Well’ aan het Nederlandse publiek onthouden is. Dat is toch een heel prettig melancholisch verhaal, over een familie die herinneringen ophaalt aan de vakanties in hun zomerhuis, tijdens de nog zo onschuldige dagen voor de Tweede Wereldoorlog.

Ambitieus is het verhaal bovendien. Het telt vele personages. En Cheever probeert te balanceren tussen de lach van de vakantieherinneringen en de treurnis van hun verdere levensloop.

Daar slaagt hij vervolgens wonderlijk wel in.

Geen wonder dat er een uitgave van zijn verhalen bestaat met ‘The Day the Pig Fell into the Well’ als titel.

[ volg al mijn gedachten bij John Cheever’s Collected Stories hier ]


Collected Stories | O Youth and Beauty!
John Cheever

Ik kan met vrij grote zekerheid aanwijzen welk verhaal van John Cheever me het eerst tot een bewonderaar maakte. Dat is door ‘O Youth and Beauty!’, dat in Nederlandse vertaling ‘O jeugd en schoonheid!’ heet.

In de Nederlandse bundel Verhalen, die ik vanaf nu misschien beter bloemlezing kan noemen, is dit het zesde verhaal. In de Collected Stories het achttiende. En omdat in beide boeken de inhoud min of meer chronologisch is, wordt meteen duidelijk naar welke periode de voorkeur van de bloemlezers uitging.

‘O Youth and Beauty!’ gaat over een man, Cash Bentley, die ooit een gevierd atleet was, tijdens zijn highschool-jaren, en nu op leeftijd komt. Zijn haar dunt uit. En er is meer van hem, vooral om zijn middel. Maar op feestjes in de buitenwijk, waar iedereen woont, wil hij, als er eenmaal wat drank inzit, best nog eens tonen het nog te kunnen. Dan wordt het meubilair in de huiskamer verschoven, en springt hij over banken en stoelen, als waren dat de horden uit zijn jeugd.

Op een dag valt hij, om er een been bij te breken. En dan lijkt hij het op te geven. Tot er eenmaal, alsnog een ultieme poging volgt weer over het huisraad te racen.

En het zal niet eens gevoel voor literatuur zijn geweest, waardoor dit verhaal me zo aanspraak. Er speelde domweg mee dat ik zelf een atleet was. Met blessures die het soms tijden onmogelijk maakten om op niveau te sporten.

Uiteindelijk heeft literatuur me veel geleerd over dat soort teleurstellingen. En dan niet omdat precies beschreven werd wat ik voelde, maar omdat blijkbaar iedereen dat soort intense emoties doormaakte.

[ volg al mijn gedachten bij John Cheever’s Collected Stories hier ]


Experiment vervolgd. Lezen als project

Twaalf titels vulden mijn langzaamleesproject in 2011. Al ben ik nog met de roman Herzog bezig, en is het lezen van John Cheever’s verhalen onderweg ergens vastgelopen, omdat dit niet op commando kon.

Elf tot twaalf titels zal ik dus ook in 2012 lezen, met elke week een tussenrapport op eamelje.net.

Daarbij komt dan de eis dat dit klassiekers moeten zijn, en liefst romans van enige omvang.

Voorlopig teken ik aan als titels om te lezen en vooral te herlezen:

  1. Als op een winterdag een reiziger, Italo Calvino
  2. At Swim-Two-Birds, van Flann O’Brien
  3. Catch 22, Joseph Heller, eventueel gevolgd door Slaughterhouse-five van Vonnegut;
  4. Far from the Madding Crowd, Thomas Hardy
  5. De meester en Margarita, Michail Boelgakov;
  6. iets Duits;
  7. minstens een boek van een vrouw;

En anders dan bij boeklog, leestips zijn ditmaal welkom; mits aan die twee luttele voorwaarden van hierboven is voldaan.


Bullet Park
John Cheever

[…] Merkwaardig aan de roman is dat je als lezer de hele tijd weet dat er een confrontatie moet gaan komen tussen die twee mannen. Hammer and Nailles. Hamer en spijkers. Maar Cheever biedt die confrontatie pas in de allerlaatste bladzijden, en is daar dan wel heel summier over. Wat er gebeurt, wordt nog net in wat droge zinnetjes benoemd. Maar dat was het dan. […]

boeklog 4 ii 2013


Oh What a Paradise it Seems
John Cheever

[…] Amerikaanse lezers weten dan, bij vuilverwerking speelt Maffia doorgaans een rol. En daarmee is er misdaad, en andere corruptie. Maar Cheever hint hoogstens naar dit gegeven in het boek. Zoals alles iets sprookjesachtigs blijft houden. Al is er een aardige scène waarin de burgemeester van de gemeente waarin Beasley’s Pond ligt aan de milieu-activist gaat uitleggen waarom watervervuiling de vooruitgang dient. […]

boeklog 14 iii 2013


Falconer
John Cheever

[…] En waarschijnlijk zal ik deze roman moeten opvatten als een allegorie. De hoofdpersoon maakt nu eenmaal een ontwikkeling door in het boek – zelfs al vindt ook die plaats zonder dat de schrijver er nadruk op legt. Farragut raakt ‘in die hel’ zo maar van zijn heroïneverslaving af. En het lijkt een element dat er achteraf nog even is ingebracht.

Zoals hij steeds deed met de plots in zijn boeken. […]

boeklog 17 iii 2013


Moleskine
Reau en ark

Zelden dwaal ik langs mijn boekenkasten om te bewonderen wat daar zoal staat. En toch is dat bezit altijd rijker dan gedacht. Ik heb ooit als een marmot alles van schrijvers die me boeiden naar mijn hol gesleept. Zo ontdekte ik laatst bij het herlezen van John Cheever ook Bruce Chatwin compleet in de kast te hebben staan. Diens boeken stonden ernaast.

Door deze ontdekking groeit er langzaamaan zin om ook Chatwin weer te gaan lezen.

De voornaamste erfenis van Bruce Chatwin’s boeken voor mij nu is nog altijd het gebruik van een bepaald type aantekenboekjes. De inhoud van zijn werk staat me niet altijd meer helder bij.

Chatwin noemde die aantekenboekjes vaak in zijn teksten. En hij gebruikte er dan een raadselachtige naam voor. Moleskine. Wat ik altijd las als ‘moleskin’, dus mollevel. En waardoor ik me dus lang voorstelde dat zijn aantekenboekjes een zacht leren kaft hadden. Dat aaibaar was.

De Moleskine-boekjes en -schriftjes die tegenwoordig in de handel zijn, hebben weinig van doen met wat Chatwin gebruikte. Vroeger maakte iedereen zulke boekjes. Maar een Italiaanse papierboer zag brood in het concept om aantekenboekjes te verkopen met flink wat snob-appeal. Dat daar al een goede naam voor bestond, die nergens gedeponeerd was, zal een grote plus zijn geweest.

En deze onderneming wil nu dus naar de beurs. Uit de prospectus blijkt dat het bedrijf Moleskine een pervers rendement haalt per jaar van meer dan 40%. Dus zijn die aantekenboekjes duur voor de prijs.

Maar, dat wist ik al. Vrijwel alle Moleskines in mijn bezit waren cadeautjes. Voor mij volstaat ook dat mijn aantekenboekjes een stevig kaft hebben, en een elastiek om het ding dicht te houden. Is dat vakje achterin om losse papiertjes te bewaren een plus. Had dat leeslint niet eens gehoeven. Vroeger knipte ik simpelweg een hoekje af onderaan een beschreven bladzijde om te weten waar ik was.

In het stapeltje met aantekenboekjes op de foto is het bovenste boekje van de Hema, en de witte van de Action. De brede daaronder is een echte Moleskine, en de smallere onderaan kocht ik bij Aldi. Heel kritisch over de leverancier, laat staan de merknaam, ben ik dus niet.

Sterker nog, het nadeel van heel erg mooie aantekenboekjes is, net als met heel fraai tekenpapier, voor mij, dat al gauw de vrees ontstaat die pracht met mijn armzalige pennestreken te zullen verknoeien.

Toch prefereer ik papier nog altijd boven het maken van aantekeningen op smartphone, tablet, of laptop.

Aantekeningen maak ik dan ook zelden om ze nog eens na te lezen — of het moet om cijfers gaan, dan wel een routebeschrijving. Aantekeningen maak ik met pen om de ideeën of uitspraken beter in mijn geheugen te verankeren.

Typen heeft zo’n zelfde effect niet. En nooit gehad. Afgezien van alle overige bezwaren tegen het werken met een scherm. Pas nu zijn er apparaten op de markt die buiten leesbaar zijn in felle zon.

Wat dat typen wel doet, in langere tekstjes als deze, is dat ik met twee handen tegelijk ideeën en flarden van inzicht uit mijn hoofd lijk te plukken, om die samen te ballen tot een verhaaltje. Merkwaardig genoeg vergeet ik daarna juist vrij snel wat ik heb opgeschreven. Wat bijvoorbeeld mijn websites steeds duidelijker een soort extern geheugen maakt.

Ergens vorige maand passeerden eamelje.net en boeklog samen de 10.000 postjes mijlpaal zag ik laatst.


The Wapshot Saga
John Cheever

Alles heb ik gelezen van de Amerikaanse voorstad-chroniqueur John Cheever. De korte verhalen, zijn brieven, zijn dagboeken. En bijna alle romans. Op twee na.

Nooit lukte het me om verder in The Wapshot Chronicle te komen dan de eerste veertig pagina’s. En van de weeromstuit las ik het vervolg, The Wapshot Scandal, al evenmin. Terwijl die boeken volgens velen — waaronder een Maarten ’t Hart — nu net de beste zijn die Cheever ooit schreef.

Die humor van hem…

De romans van Cheever die ik wel uit wist te lezen, leerden me alleen ook dat hij bovenal een schrijvers van korte verhalen was. Heel goed lukt het hem om een sfeer vast te leggen, een scène, een emotie. Niet bijster goed is deze auteur in de grote lijn, of de dwang om een lezer als vanzelf steeds verder zo’n boek door te jagen.

Weet ik nu alleen nog niet of ik beide romans achter elkaar ga lezen in februari en maart, of er eerst willekeurig éen uitkies.

[ Lees al mijn gedachten over The Wapshot Saga hier ]


The Wapshot Scandal | chapters 1-7
John Cheever

Al zeker dertig jaar probeer ik om de twee romans van Cheever te lezen met het woord Wapshot in de titel. En blijkbaar zit er zoveel tijd steeds tussen de pogingen dat ik niet onthouden kon dat Wapshot een familienaam is. Om éen of andere reden voelt dat Wapshot voor mij veel meer als een plaatsnaam aan.

Vanwege alle mislukte pogingen om The Wapshot Chronicle te lezen, begon ik ditmaal eens met het vervolg: The Wapshot Scandal. Om daarbij meteen al op een merkwaardig openingshoofdstuk te stuiten, waarin Cheever een panoramashot geeft van het kustplaatsje St Botholphs in de winter. Tal van namen noemend daarbij, en levensgeschiedenisjes schetsend bovendien in snel een paar regels. Vervolgens zou het me verbazen als iemand van de genoemde mensen ooit nog in het boek terugkeert.

En geen enkel lid van de Wapshot’s komt voor in dit openingsstuk, wat meteen al verwarring opriep.

De familieleden komen wel voor, elk voor zich, in de hoofstukken daarna. Zoon Coverley Wapshot woont ondertussen op een geheime basis, vanwaar raketten worden afgevuurd — de Koude Oorlog loeide nog op het moment van schrijven, rond 1960. Zijn huweljk is niet goed, zijn vrouw is ongelukkig.

Tante Honora Wapshot woont nog wel in St Botholphs, en heeft het probleem dat is uitgekomen dat ze al jaren geen enkele inkomstenbelasting heeft betaald over haar riante inkomen.

En over zoon Moses Wapshot is enkel verteld in wat voor slaperig dorpje hij woont — die kwam verder nog niet in het boek voor.

Eerste conclusie na een kwart van de roman: de hoofdstukken lezen als afgeronde korte verhalen. Cheever schmiert aan éen stuk door — en dan nogal eens door een knaleffect in te brengen in het verhaal. En ik zal ditmaal geen enkel probleem hebben om deze roman uit te lezen.

[ Lees al mijn gedachten over The Wapshot Saga hier ]


The Wapshot Scandal | chapters 8-17
John Cheever

Na het eerste boekdeel gelezen te hebben van twee, blijft de voornaamste vraag toch: hoezo is dit een roman? Cheever voert weliswaar steeds weer iemand op die eerder in het boek ook al langskwam. Alleen is Moses Wapshot bijvoorbeeld nog amper sprekend in het verhaal voorgekomen.

Over zijn vrouw werd des te meer verteld. Over andere vrouwen in het forenzenstadje waar Moses woont, is al veel meer verteld. Waarbij dan opvalt dat Cheever zo’n personage ook makkelijk weer afdankt van het ene op het andere moment.

Knaleffecten noemde ik die schrijftruc eerder.

Maar wat John Cheever doet, lijkt voor mij nog het meest op die ene schrijfwet van Raymond Chandler: als je niet weet hoe het verder moet met het verhaal, laat dan ineens een vent met een geladen revolver in aanslag de scène binnenstappen.

Vooral in de avonturen van tante Honora Wapshot zitten nogal wat van zulke onverwachte wendingen — die de schrijver dan tegelijk niet eens het meeste lijken te boeien. Na zo’n knaleffect is de situatie ook tamelijk vlug alweer genormaliseerd steeds.

Honora lijkt overigens zelfmoord te gaan plegen in hoofdstuk 8, om de belastingkwestie. Alleen blijkt ze in hoofdstuk 17 ineens op een boot naar Europa te zitten, op de vlucht geslagen. Dus maken de personages wel ontwikkelingen door in het boek. Heel veel ontwikkeling was dat tot nu toe evenwel niet.

[ Lees al mijn gedachten over The Wapshot Saga hier ]