Ynhâld fan ’e John Updike-side

  1. Updike’s Early Stories01/2004
  2. Zomergasten07/2004
  3. boeklog v: toekomstplannen03/2005
  4. The Dyer’s Hand08/2006
  5. Marry Me  John Updike04/2007
  6. Licks of Love  John Updike05/2007
  7. Museums and Women  John Updike06/2007
  8. Month of Sundays  John Updike06/2007
  9. A&P11/2007
  10. Just Looking  John Updike03/2008
  11. Overwegingen | 060906/2008
  12. Quote of the Day | 083108/2008
  13. Bech is Back  John Updike01/2009
  14. John Updike [1932 – 2009]01/2009
  15. Quote of the Day | 012801/2009
  16. John Updike [1932 – 2009] iii Due Considerations01/2009
  17. John Updike [1932 – 2009] iv01/2009
  18. Overwegingen | 0129 John Updike v01/2009
  19. The Afterlife  John Updike09/2009
  20. The Maple Stories  John Updike10/2009
  21. Quote of the Day | 062306/2010
  22. Quote of the Day | 111811/2010
  23. Quote of the Day | 021602/2011
  24. De perfecte boekrecensie02/2012
  25. The Rabbit Tetralogy  John Updike06/2012
  26. Rabbit, Run | 1 t/m 128  John Updike06/2012
  27. Rabbit, Run | 129 t/m 264  John Updike06/2012
  28. Rabbit Redux | 1 t/m 112  John Updike06/2012
  29. Rabbit Redux | 113 t/m 225  John Updike07/2012
  30. Rabbit Redux | 226 t/m 348  John Updike07/2012
  31. Rabbit is Rich | 1 t/m 101  John Updike07/2012
  32. Rabbit is Rich | 102 t/m 194  John Updike07/2012
  33. Rabbit is Rich | 195 t/m 288  John Updike08/2012
  34. Rabbit is Rich | 289 t/m 429  John Updike08/2012
  35. Rabbit at Rest | 3 t/m 180  John Updike08/2012
  36. Rabbit at Rest | 181 t/m 346  John Updike08/2012
  37. Rabbit at Rest | 347 t/m 512  John Updike08/2012
  38. Rabbit, Run  John Updike09/2012
  39. Rabbit Redux  John Updike09/2012
  40. Rabbit is Rich  John Updike09/2012
  41. Rabbit at Rest  John Updike09/2012
  42. Rabbit Remembered  John Updike09/2012
  43. Quote of the Day | 032803/2013

© eamelje.net 2001-2017. Alle rechten voorbehouden. All rights reserved

 

Updike’s Early Stories

Updike practises, one might say, a sensualist’s pantheism, citing the world into a fuller being. His stories are plush with phrasing and, in them, the nap of the felt world made suddenly and wonderfully palpable. Who else would notice the ‘clean, sad scent of linoleum’, or the ‘hoarse olfactory shout’ of a football stadium, or the ‘sizzle of a defective neon-sign connection’? Who else would have a character opens a door on a summer’s day, to find that the ‘sunlight falls flat at his feet like a penitent’?

Updike’s genius for image-making, however, is his curse as well as his blessing. At times, his lust for detail thickens into the vulgar. In particular, Updike has never been able to leave his genitals alone. A penis cannot be a penis, it must be ‘that superadded, boneless bit of him, that monkeyish footnote to the godlike thorax’. Testicles must be ‘like dropped fruit, slowly rotting’, the vulva a ‘sacred several-lipped gateway’.

At moments like these – and there are many of them – we see Updike succumb to the danger which threatens a writer so improbably able at his job: tanked up on success, facility begins to vandalise felicity.

Robert Macfarlane, in The Observer

Read Updike’s first story on-line


Zomergasten

Ron Kaal weeft deze week af met Joost Zwagerman, in Vara’s TV Magazine.

Het geeft ook aan hoe dicht Zwagerman langs de kitsch laveert. Hij noemt zichzelf een kameleon. Zegt in interviews dat hij een per keer een onderwerp kiest en zijn stijl daarbij aanpast. Maar het is anders, hij kiest geen onderwerp, maar per keer een ander (buitenlands) voorbeeld.

Gimmick! (1989) is overduidelijk gebaseerd op Bright Lights, Big City (1984) van Jay Mclnerney en in minder mate op Less than zero (1985) van Bret Easton Ellis. Vals Licht (1991) is een overduidelijke update van Vestdijks De dokter en het lichte meisje (1951), en had beter kunnen heten: de student en het lichte meisje. De buitenvrouw (1994) is zichtbaar geschreven naar het model van Updike’s Rabbit-romans. Chaos en rumoer (1997) heeft zijn schema geheel ontleend aan The Information (1995) van Martin Amis. Ook een verhaal over twee schrijvers, de een rijk en succesvol, de ander arm en mislukt, en beiden overduidelijke afsplitsingen van de auteur zelf. Zes sterren (2003) was ondenkbaar geweest zonder het voorbeeld van het Wereldtijdschrift uit Elsschots Lijmen (1924). Zwagerman doet daar niet al te moeilijk over (‘Ik ben, als schrijver, een wandelende snaaier’); de meeste van zijn boeken bevatten wel verwijzingen naar hun grote voorbeeld.

[…] Het is geen plagiaat; het is iets anders wat misschien nog wel erger is: gebrek aan eigen ideeën.

Joost Zwagerman zal de komende zondagavonden weer Zomergasten presenteren. Of volgens Kaal: “Voor de eigentijdse schrijver die zich goed bewust is van de macht van de televisie waar het om verkoopbevordering gaat (het ‘Van Dis-effect’) is dit een gouden zomer.”


boeklog v: toekomstplannen

Hoewel het bijhouden van mijn boeklog nog absoluut geen last is, heb ik me toch afgevraagd hoe lang ik het experiment moet volhouden. Een jaar? Tot ik vijfhonderd boeken heb gelezen? Duizend? Of misschien als ik een favoriet boek voor de derde keer zou moeten bespreken?

Maar misschien zijn deze overwegingen allemaal onzin, en breekt het moment om te stoppen van zelf aan als ik het log als last ga ervaren.

Voorlopig zijn er plannen genoeg.

Alhoewel. In zekere zin is het vervelend dat ik al zo veel las en ook nog enig onderwijs genoten heb. Veel canonieke teksten zijn mijn ogen al eens gepasseerd. Terwijl er uit oogpunt van klantenbinding wel iets voor te zeggen zou zijn om een paar grote boeken te lezen, en daar uitgebreid mijn mening over te geven.

Raar hoe een persoonlijk leesdagboek ineens toch al van betekenis kan veranderen nu het een heel aardig aantal bezoekers per dag blijkt te trekken. Even afgezien van de invasie der Belgen komen er per dag minstens zestig mensen langs, net veertien dagen na de publieke opening.

Maar goed, wat weet ik zeker te gaan lezen de komende tijd:

  • er komt een serietje over Geert Mak, zo verwacht ik, omdat me intrigeert dat hij de dingen doet die Nederlandse vakhistorici nalaten maar hadden moeten doen. Terwijl er dan toch ook iets in zijn aanpak lijkt te ontbreken dat nu nog onbenoembaar is;
  • ik zal vele favorieten herlezen, zoals de vroege kortverhalen van John Updike, de verhalen van Alice Munro, en het brievenboek van Jeroen Brouwers;
  • Ferdydurke
  • ik wil weer eens wat filosofie lezen, maar zal me daarbij zeker beperken tot schrijvers die me niet meteen met mijn hoofd tegen de muur laten bonken. Mumford, Rorty, Achterhuis, Illich, Lolle Nauta. Schopenhauer misschien. Of Nietzsche in het Fries. Ankersmit;
  • ik wil ook eens wat tijdschriften gaan recenseren, of Elsevier’s Belastinggids. De Allerhande. Het lokale huis-aan-huisblad. Ter afwisseling, als het nodig is om even iets leuks te doen

Verzoekjes mogen overigens worden ingediend, maar zekerheid dat ik zo’n boek dan ook lees is waarschijnlijk niet te geven.


The Dyer’s Hand

British writers often use phrases from well known poems as titles for their book. So well known are those poems in fact, it is assumed that any literate person will spot the reference immediately. These book titles are never explained, even if they’re a bit weird.

So, even though The Dyer’s Hand by Auden has been one of my favourite books for many years, I never understood the title.

But, sometimes it is a bliss Americans know as little about those references as any non-native speaker of the English language does.

[Shakespeare’s] duties as playwright and player are deplored as “public means” in Sonnet 111, a lament at Fortune, the “guilty goddess” who did not “better for my life provide / Than public means which public manners breeds” so that “my nature is subdued / To what it works in, like the dyer’s hand.”

Dirty work, in other words, though lucrative. […]

John Updike, in the New Yorker


Marry Me
John Updike

[…] bij zijn romans klopt er voor mij regelmatig iets niet.

Die gaan over niets. Zo prachtig kan Updike schrijven, en dan zeurt hij alleen over twee echtparen die vreemdgaan, en de problemen die dat oplevert bij hen thuis. Bijvoorbeeld. Zoals in dit boek. […]

boeklog 665


Licks of Love
John Updike

[…] In zijn lange middenperiode schrijft Updike vaak over onverzadigbare viezeriken, die rondneuken zullen, al kost het hen hun huwelijk. En met dit boek kwam Updike in een nieuw era aan, waarin hij zijn personages in nostalgie laat terugkijken op met wie ze vroeger allemaal neukten. […]

boeklog 671


Museums and Women
John Updike

[…] Updike lees ik om zijn taal, en om zijn kracht verhalen te vertellen. Niet vanwege de onderwerpen die hij behandelt. Bijna altijd schrijft hij over het leven in de Amerikaanse voorsteden namelijk. Interessant is hoe hij soms in een paar zinnen toch iets universeels over dat leven weet te schrijven, en dat dit in een perfect afgerond verhaal gebeurt. […]

boeklog 700


Month of Sundays
John Updike

[…] op zich is het ook weer knap hoe hij in een boek zo vol van sex toch weet over te brengen hoe leuk het kan zijn te veroveren. Maar, wat vind ik al die van de pagina’s druipende middelbare mannen geiligheid vervelend. […]
 

boeklog 718


A&P

Eén van mijn lievelingsboeken is Pigeon Feathers, and other Stories van de Amerikaanse schrijver John Updike. En éen van mijn favoriete verhalen uit die bundel is ‘A&P‘.

Ik schreef daar eerder over, op boeklog.

Er is van alles over ‘A&P’ op te merken, zoals dat Updike daarmee wel erg opzichtig J.D. Salinger probeert na te doen, maar dit aspect laat me onverschillig. Belangrijker is vandaag even dat ik wist dat het verhaal was ingekort, voor publicatie in The New Yorker. Waardoor ik altijd nieuwsgierig ben gebleven naar het oorspronkelijke einde.

Updike geeft zo ongeveer aan wat dat einde inhield, in dit interview [1] [2]. En nu ben ik ineens blij dat nooit te hebben hoeven lezen — het is me te voorspelbaar. Raar toch hoe zulks dan weer werkt.

Nu ja, en het einde werd omgewerkt tot een ander verhaal; dat ook dan weer.

via


Just Looking
John Updike

Ik herinner me dit schilderij te hebben gezien, in Londen. Ik herinner me een ansichtkaart ervan gekocht te hebben, in de museumwinkel van het Tate. Maar die ansicht raakte bijna direct zoek, de naam van de schilder was al uit mijn geheugen verdwenen, terwijl het beeld deed dat maar niet wilde doen. Netzomin als het besef dat een met vrij grove halen gemaakt schilderij van een afstandje een heel andere indruk kan maken.

Het schilderij heet Carnation, Lily, Lily, Rose, en is van John Singer Sargent. Ik kwam het na jaren weer tegen in een essaybundel van John Updike over beeldende kunst. Just Looking.

Heeft al dat lezen toch nog eens nut.

Waarom dit schilderij zoveel indruk maakte, weet ik niet. Dat is wat mij betreft ook het grote raadsel van de beeldende kunst. Aan duizenden werken kun je vriendelijk ongeïnteresseerd voorbij gaan, maar heel soms is er dan iets dat wel wat raakt dat groter is dan het in woorden te vatten besef.

Dat dit al geschilderd is! Dat dit beeld al bestaat!

boeklog 936


Overwegingen | 0609

Als de opening van het NOS-journaal om 12.00 is dat er vanavond gevoetbald wordt, dan weet ik, voorlopig maar beter de Nederlandse media in zijn geheel te kunnen negeren;

Blij dat de provinciebesturen zo massaal mijn weblog lezen, en morgen al in kort geding een einde aan de streekbusstaking willen forceren;
Alleen verwacht ik er niets van;

Every person who has mastered a profession is a skeptic concerning it.

G.B. Shaw

John Updike spreekt over kunst;
John Updike schreef ook al over kunst, en ik reageerde daar weer op, op boeklog;

In de vaderdagspam, een advertentie voor een o zo nuttige extra club voor in de golftas;
Eentje met een reservoir;
Vraag ik me wel af in welk land de golfbanen zo kaal zijn, en de mannen zo preuts, dat er niet even steels out of bounds kan worden gepist;

De enige verbetering van NRC-boeken ten op zichte van Guardian Unlimited Books, is dat de NRC ons een rondblik in de werkkamer van de auteurs gunt, in plaats van een statische foto;
Maar die Top-10 lijstjes met boeken zijn beschamend slecht, in vergelijking;


Quote of the Day | 0831

What we love about fiction writers is their willingness to dare this submergence, to give up, in behalf of brute reality, the voice of a wise and presentable man. The critic comes to us in a suit and tie. He is a gentleman. He is right. A pox on him, as Goethe said.

John Updike, on the safety of criticism


Bech is Back
John Updike

[…] Ik zie de Bech-verhalen meer als bezwering van een auteur, die, om het noodlot niet meer schrijven te kunnen ver van zich weg te houden, vrolijkheid probeert te ontlenen aan het leven van een geblokkeerde collega.

Weinig boeken van Updike zijn zo onderkoeld grappig als de Bech-reeks is. […]

boeklog 1 i 2009


John Updike [1932 – 2009]






Het klinkt blasé, maar ik ben te laat in mijn leven met boeklog beginnen. Ik heb de grote ontdekkingen al gedaan. Mijn smaak ligt grotendeels vast. Mijn oordelen zijn gevormd. Verrassingen blijven daarmee uit. Nog elk jaar komen er weliswaar boeken op mijn pad die begeesteren. Maar boeken waar ik per se in verder lezen moet omdat slapen wel een heel mager alternatief is? Nee.

Toch was dit ooit anders. Er bestond een tijd dat elk boek nog iets nieuws kon brengen. De periode zo van mijn veertiende tot mijn twintigste. Toen ik werkelijk alles las, en zich desondanks toch iets van een eigen idee over literatuur begon te ontwikkelen.

John Updike was daar belangrijk bij. En hoewel er uit die tijd geen aantekeningen meer zijn, is nog te reconstrueren wanneer hij in mijn leven kwam. De zomer van ’83, ruim vijfentwintig jaar geleden. Ik had een bibliotheekboek met verhalen mee op vakantie. Een Engelstalige bloemlezing van korte verhalen. En daar stond een verhaal van Updike in dat me werkelijk met stomheid sloeg.

‘The Happiest I’ve Been.’

Ik kan dit reconstrueren omdat ik die titel, en die van het boek waarin het verhaal verzameld zou kunnen zijn, zorgvuldig opschreef. Ik wilde meer hebben van dat. En dit lukte. Eenmaal in Nederland had ik vrij snel een beduimeld tweedehands exemplaar van The Same Door te pakken. Maar waarom moest dat boek er per se komen?

Voordien was ik vooral geïnteresseerd in verhalen met een plot; niets mooiers dan vertellingen met een twist op het einde. Van literatuur eiste ik tot dat moment weinig anders dan van thrillers, of de science fiction die ik toen ook nog veel las. En Updike bood dat toch allemaal niet. Hij was niet eens heel erg humoristisch; wat hem ook nog voor me had kunnen innemen. ‘The Happiest I’ve Been’ lijkt ook weinig meer dan een verhaal over een jongen die afscheid neemt van het dorp waar hij is groot geworden, en de leeftijdsgenoten waar hij mee is opgegroeid; om dan pas te beseffen dat hij toch ergens bij heeft gehoord.

Maar bij Updike zag ik voor het eerst echt wat taal vermag. Of misschien is ‘zien’ helemaal het goede werkwoord niet.

In éen van de vele spontane in memoriams die ik online las vanavond, merkte iemand op: Updike was misschien wel de enige schrijver die hem weleens deed stoppen met lezen, uit een soort overweldigende verrukking over een formulering. Die emotie herkende ik direct.

‘The Happiest I’ve Been’ was bovendien écht. Nee, sterker nog, dat verhaal was echter dan echt. Bij dit verhaal hoorde heel sterk de emotie: ‘zo is het’.

En Updike heeft meer verhalen schreven die veel bij me losmaakten. Ik heb daarom heel veel van zijn oeuvre; zelfs al is de verzameling lang niet compleet, want er zijn ook wel heel veel boeken van hem uitgegeven. Maar ik kom toch een heel eind. Wat ook niet gek is, in vijfentwintig jaar.

Neemt niet weg dat ik Updike al lang niet meer kritiekloos bewonder. De romans waar hij overal ter wereld het meest beroemd mee is geworden, over de autoverkoper Rabbit Angstrom, hebben me bijvoorbeeld nooit kunnen boeien. Zijn thematiek was en bleef die van een protestantse man, die opgroeide in de jaren dertig, en volwassen werd in de suburbs. Daar kleven nogal wat beperkingen aan.

Bovendien, dezelfde lyriek in zijn taal die me eens zo overrompelde, kan hem ook heel vermoeiend maken om te lezen.

Toevallig las ik enkele dagen terug bij de criticus James Wood een citaat hierover, dat ik instemmend heb overgetypt:

[…] he is, at his best, a fine pupil of Nabokov; and at his worst, his prose is a harmless, puffy lyricism, a seigneurial gratuity, as if language were just a meaningless bill to a very rich man, and Updike adding a lazy ten percent tip to each sentence.

The Broken Estate, 228.

Tegelijk is duidelijk dat ik hem altijd zal blijven lezen. Of het nu bundels met korte verhalen zijn, waarvan ik op boeklog al enkele behandelde, of zijn verzamelde essays waar ik zo meteen nog wat over zeg.

Daarom alleen al kwam zijn de melding van zijn dood als een schok.

Updike op boeklog
Updike op eamelje.net


Quote of the Day | 0128

having read him once, you admit to yourself, almost with a sigh, that you will have to read everything he writes.

Martin Amis, on John Updike [1932 &#8211 2009]


John Updike [1932 – 2009] iii Due Considerations

[…] Dit zijn altijd bakstenen van boeken. Met 705 pagina’s, waarvan 671 bladzijden tekst, is Due Considerations het dunnetje in de reeks.

Ik ben altijd erg gelukkig met dit soort uitgaven. Vijf heb ik er nu van. En geen is, zoals bij een normaal boek, in sequentie van kaft tot kaft gelezen. Er heeft zich inmiddels een ander leespatroon gevormd. […]

boeklog 28 i 2009


John Updike [1932 – 2009] iv

Van of met de man zelf:

In memoriams:

  • Korte gedenkschriften in de New Yorker, van onder meer Richard Ford, Paul Theroux, e.v.a.;
  • Jan Donkers, die boeken van hem vertaalde;
  • Davin L. Ulin, in de LA Times:

    Had he written some books that hadn’t worked? Certainly. What writer of his longevity hadn’t, on occasion, missed the mark? But better that, he suggested, than to hole up, a la Saul Bellow, and only deliver a piece of writing every five years. Think of the anxiety to deliver, the pressure to produce a masterwork. It was far more useful, he had decided, to be front and center in the culture, to be a working writer, to do the best he could and then move on.

  • John Irving;
  • Ian McEwan ;

Overig:


Overwegingen | 0129 John Updike v

Schrijvers gaan natuurlijk niet dood. Ze publiceren alleen zelf niets nieuws meer;
Want ja, nabestaanden genoeg die na iemands verscheiden nog van alles menen te vinden in de stapels onafgewerkt materiaal;

Enfin, Pessoa’s Boek der rusteloosheid is postuum samengesteld uit een grote hoeveelheid losse bladen in een enorme kist;
Heel soms doen de achterblijvers wel degelijk iets dat nut heeft;

Maar over het algemeen? Ik zal de rest van mijn leven Updike en Bellow blijven lezen; om maar twee inmiddels gestorven auteurs te noemen;
En dan komt er misschien niets meer bij mijn verzameling van hun werk…
Herlezen is het enig ware lezen, dus wat zeur ik;

Nu ja, er is een mens dood. Dus dat betreur ik;

En misschien komt er een moment dat ik alleen nog maar dode witte mannen lees;
Als ik me geheel heb afgewend van al dat, wat als de actualiteit wordt verkocht;
Dit proces is al in gang gezet;


The Afterlife
John Updike

[…] Dus, zoals op legpuzzels en op spelletjes gebeurt, zou daarom ook een leeftijdsadvies niet misstaan op sommige boeken. Deze bundel viel namelijk wel goed nu. En ineens was die positie in de lijstjes met lievelingen te begrijpen. […]
 

boeklog 27 ix 2009


The Maple Stories
John Updike

[…] toch wilde ik per se dit mooie kleine gebonden boekje hebben. Omdat de verhalen over de Maples samen misschien wel de mooiste roman opleveren die John Updike ooit geschreven heeft. Om de woorden van Bob den Uyl maar weer eens te gedenken, deze verhalenbundel is als een roman zonder de vervelende stukken. […]

boeklog 29 x 2009


Quote of the Day | 0623

“We do not need men like Proust and Joyce; men like this are a luxury, an added fillip that an abundant culture can produce only after the more basic literary need has been filled,” Updike wrote to his parents in 1951, when he was 19. “This age needs rather men like Shakespeare, or Milton, or Pope; men who are filled with the strength of their cultures and do not transcend the limits of their age, but, working within the times, bring what is peculiar to the moment to glory.

John Updike, as quoted in: “John Updike’s Archive. A Great Writer at Work”

Boeklog over Updike


Quote of the Day | 1118

I was a normal sort of boy who liked to run around and play games and go to the movies. But I did manage to read enough so that I wanted to do it myself. I wanted to be on the production end of this product. Today, all the universities and the colleges report that people, they get eighteen-year-olds who really can’t read or write or have any feeling for grammar, and that we are heading into a post-literate age. So yeah, I’m worried that the kind of modernist, late-modernist writing that I aspired to do, may be just a little too tough for today’s average young reader.

John Updike, in a previously unpublished interview

Boeklog on Updike


Quote of the Day | 0216

I’m willing to show good taste, if I can, in somebody else’s living room, but our reading life is too short for a writer to be in any way polite. Since his words enter into another’s brain in silence and intimacy, he should be as honest and explicit as we are with ourselves.

John Updike

via AdviceToWriters


De perfecte boekrecensie

  • Om een perfecte recensie te kunnen schrijven, moet een boek minstens twee keer worden gelezen. En die tweede keer dan het liefst jaren later, zodat de eventuele opwinding rond de publicatie allang vergeten is. En ook zodat goed zichtbaar wordt welke vervelend modieuze trekjes het boek heeft;
  • De perfecte recensie zal daarom nooit in een krant of tijdschrift kunnen verschijnen, omdat de literatuurpagina’s in zulke periodieken om de waan van de dag gaan; en alleen signaleren wat er net uit is;
  • Daardoor blijven er weinig kansen over dat de perfecte boekbespreking ooit geschreven wordt. Slechts literatuurwetenschappers gunnen zich de tijd om boeken vanaf enige afstand te bekijken. Maar de meeste academici kunnen dan weer niet schrijven, omdat zij zich slechts tot hun vakbroeders en -zusters richten. Bovendien beperken zij zich tot het bestuderen van fictie en poëzie;
  • De kans nog eens een perfecte boekbespreking tegen te komen, is daarom het grootst in het boek van andere schrijvers; als deze zich bezighouden met wat hen zoal beïnvloed heeft;
  • Sterk onderhevig aan toeval dus;
  • En nu kan ik ijdel doen, en zeggen dat mijn boeklog toch vaak over een tweede kennismaking gaat met een boek. Dat de zo gewenste afstand er vaak is. Maar de perfecte boekbespreking bestaat uit meer dan alleen een oordeel;
  • Voor het schrijven van recensies is deels wel een standaardrecept te geven, als houvast. John Updike deed dat bijvoorbeeld. En zo zijn er wel meer recensenten geweest. Alleen is er dan ook nog het eigene dat de bespreker moet inbrengen, aan toon en stijl. En kwaliteit. Tegen mijn weblog spreekt dan bijvoorbeeld dat ik het schrijven voor boeklog oneindig veel lichter opvat dan het schrijven in opdracht. Dat was ooit nuttig, maar heeft me in 2012 gedwongen tot een halfslachtig reces; om eens te wegen wat ik nu eigenlijk wil.

The Rabbit Tetralogy
John Updike

De roman en ik, we staan momenteel wat onverschillig tegenover elkaar. Ik vind weinig troost in de boeken die andere verzonnen hebben. Uitgaven waarin feiten op een rij worden gezet, zijn me liever. Feiten zijn nog wel staat mijn wereldbeeld nog weer iets te laten kantelen, de ideeën en vragen die ik heb te verscherpen.

Terwijl de roman toch nu net het genre hoort te zijn dat mijn zekerheden ondermijnt, me toont dat er andere waarheden bestaan dan de mijne, dat weinig zo zeker is als het lijkt.

Voor de zoveelste aflevering van mijn leesproject neem ik daarom een grote gok. Ik ga deze sportzomer een reeks romans herlezen waarvan ik weet dat ze me bij eerste lezing niet bijzonder bevielen. De Rabbit-romans van John Updike. Ik acht Updike namelijk heel hoog als verhalenschrijver, en vind dat maar een gering tal van zijn langere boeken dat geweldige niveau halen.

Tegelijk staan die Rabbit-boeken bekend als dé erfenis van deze auteur.

Bovendien heb ik sinds de dood van Updike altijd het idee gehad om zijn befaamste boeken nog eens in kalmte te moeten herlezen. Zelfs al weet ik dat de hoofdpersoon een nare seksistische en reactionaire man is. En dat Updike met de autohandelaar ‘Rabbit’ Angstrom een alleman schiep die zo overduidelijk Amerikaans is dat een Europese lezer alleen daarom al op problemen kan stuiten.

De troost is in elk geval dat John Updike schrijven kon, en dat er op zinsniveau wel van alles te genieten zal zijn.

boeklog over Updike
eamelje.net over Updike

Lees al mijn gedachten over Updike’s Rabbit Tetralogy hier.


Rabbit, Run | 1 t/m 128
John Updike

Viereneenhalf boek beslaat de tetralogy van John Updike over de Amerikaanse alleman Harry Angstrom. Bijzonder aan de vier romans uit deze serie is dat ze om de tien jaar verschenen. De eerste, Rabbit, Run werd geschreven in 1959. De laatste, Rabbit in Rest, kwam uit in 1990. Daarbij maakte Updike zijn personages ook telkens dat decennium ouder.

Dus geven deze boeken niet alleen een beeld van een mannenleven. Ze gaan ook over de obsessies van de tijd waarin het verhaal speelde. En daarmee wat daarin veranderde.

Voor mij moet het zeker twintig jaar geleden zijn dat ik voor het laatst een Rabbit-roman las. Vraag me welke herinneringen nog aan die vier boeken bestaan en het blijft stil.

Ik herinnerde me wel de openingsscène van Rabbit, Run. Waarin de oud-basketballer Harry Angstrom even zijn nette jasje uitdoet om mee te doen in een partijtje op straat. Alleen hoeft die herinnering niet uit het lezen van de roman te stammen. Updike is daar namelijk later ook weleens op teruggekomen — op de keuze waarom hij zo filmisch wilde beginnen met het boek.

Bij het lezen nu wijst verder niets erop dat ik Rabbit, Run ooit las. Terwijl de vertaling nochtans in de kast staat, en alles erop wijst dat ik dit exemplaar ooit heb doorgenomen.

Ik las nu het verhaal over wat inmiddels voor mij een jonge jongen is geworden, van zesentwintig. Getrouwd is hij met een wat alcoholistische vrouw, Janice. En als er ooit al iets was tussen die twee dan mist dat allang. Dat er al een kinder is en de tweede op komst is, lijkt er evenmin toe te doen.

Dus doet Rabbit Angstrom het allerverbodenste. Op een vrijdagavond stapt hij in zijn auto, uit het huwelijk, met als doel om nooit meer terug te komen. Alleen duikt hij al na uren rondrijden weer in zijn woonplaats op. Om daar dan hulp te gaan zoeken bij zijn oude basketbalcoach. En die helpt hem aan meer dan een bed voor de nacht.

Updike moest Rabbit, Run indertijd nog herschrijven, omdat de tijd nog niet toe was aan zijn openlijke benadering van de seks tussen man en vrouw. Ik had het niet per se een straf gevonden ware dit die gecensureerde versie geweest. Misschien mag er inmiddels wel wat te veel, en vind ik sex-passages in de eerste plaats vervelend geworden.

Lees al mijn gedachten over Updike’s Rabbit Tetralogy hier.


Rabbit, Run | 129 t/m 264
John Updike

Niets blijk ik me te hebben herinnerd van het verhaal van deze roman. Behalve dan de openingsscène, zoals gezegd. Terwijl het boek nochtans behoorlijk dramatisch wordt op het eind.

Dramatisch genoeg in elk geval om te zien dat de auteur me heeft willen shockeren.

John Updike zocht zijn verhalen doorgaans in het gewone leven. Supermensen waren niet interessant voor hem; anders dan zo in de Amerikaanse cultuur gebruikelijk. Updike meende dat er al genoeg gebeurde als een dagelijks bestaan even uit het lood ging hangen; door een enkele gebeurtenis.

Dus valt het op dat Rabbit, Run eigenlijk niet aan zijn eigen gebod voldoet.

Dat hij een jonge man als hoofdpersoon neemt, met een slecht huwelijk, is éen. Dat zijn echtgenote nauwelijks tekening krijgt in het boek, behalve dan dat ze drinkt, zwanger is, en de hele dag televisie kijkt, is twee. Maar wat hen vervolgens overkomt, voelt aan als nogal bedacht.

Of misschien is het niet eens het verhaal, maar eerder het vertelperspectief dat me niet heel aangenaam was. Updike vertelt alles in de tegenwoordige tijd — wat toen nog geen versleten trucje was, maar uiterst gewaagd. Tegelijk is hij wel een alwetende verteller, die daarmee alles kan beschrijven, en dat ook doet in regelmatig prachtige taal. Alleen laat hij daarbij opvallend vaak bijvoorbeeld bewust weg hoe zijn personages zeggen wat te zeggen hebben.

Het boeklogje over deze roman volgt waarschijnlijk pas ergens in september. De besprekingen over de Tetralogy moesten maar eens een aaneensluitend serie worden. Mijn gedachten over dit boek liggen ook nog niet vast.

Lees al mijn gedachten over Updike’s Rabbit Tetralogy hier.


Rabbit Redux | 1 t/m 112
John Updike

Aan een vervolg op de roman Rabbit, Run had John Updike nooit gedacht. Laat staan dat de hele serie boeken uiteindelijk vier decennia zou beslaan. Maar tien jaar na de eerste in de reeks verscheen de tweede.

Het enige wat ik over Rabbit Redux wist — afgezien dat Updike daarmee het word ‘redux’ voor heroptreden opnieuw in het Engels introduceerde — is dat dit het taaiste boek zou zijn van de vier.

Van de eerdere lezing was me evenwel niets bijgebleven.

Maar die vermeende taaiheid lijkt zich in het begin te bevestigen. Updike is in de eerste pagina’s vooral bezig om te vertellen hoe het er voor staat met zijn personage ‘Rabbit’ Angstrom tien jaar later. Die is nog bij zijn alcoholistische vrouw, Janice. Hun zoon is dertien, en kan daarmee ook een factor worden voor het boek. Zijn moeder is ziek, en zal waarschijnlijk erger gaan lijden of sterven.

Bovendien wordt niet eerder vertelde ‘back story’ belangrijk. In Rabbit, Run uit 1959 ging het nooit om Angstrom’s legertijd; hoewel de oorlog in Korea werd gevochten. In Rabbit Redux is Vietnam ineens een issue. Dus wordt ook belangrijk hoe Rabbit Angstrom daarover denkt.

Daarbij hebben critici altijd het grote probleem met deze boeken gehad dat Angstrom zo veel behoudender en patriottistischer was dan zij.

Lees al mijn gedachten over Updike’s Rabbit Tetralogy hier.


Rabbit Redux | 113 t/m 225
John Updike

Eindelijk is er volledige zekerheid dat ik deze Rabbit-romans eerder gelezen heb. Rabbit Redux bestaat grotendeels uit een claustrofobisch gegeven dat ik me ineens heel goed herinnerde.

Harry Angstrom woont op een gegeven moment nog alleen thuis, met zoon Nelson. Zijn vrouw Janice is met de auto vertrokken, naar haar minnaar.

Waarop na enige tijd een amper meerderjarig meisje bij Rabbit Angstrom intrekt. Jill.

Zij is een weggelopen rijkeluisdochter, niettemin. Ze brengt haar eigen Porsche mee.

Later duikt er ook nog een kennis van haar op in het huis. Angstrom kent hem vaag uit de kroeg waar hij Jill leerde kennen. Deze kennis claimt onder meer in Vietnam te zijn geweest; en dus op meer dan éen manier slachtoffer te zijn van het systeem. Ook hij kan het huis niet uit zonder gearresteerd te worden; omdat hij de voorwaarden van zijn borgtocht overtreden heeft.

Dit wist ik nog allemaal van de vorige keer lezen — vooral omdat het boek me toen zo weinig anders bracht. Opvallend genoeg was ik wel de huidskleur vergeten van de mannelijke logee; terwijl Updike nu net zo veel moeite doet om dat element in het verhaal te brengen.

Als oudere en wat afstandelijker lezer zie ik meer dan bij eerste lezing, maar toch het meest hoe Updike met deze roman vreselijk zijn best doet om actuele thema’s in te brengen. Het boek speelt zich af in 1969. Dus landen de Amerikanen op de maan. Het is een verder nutteloos gegeven, tot de lezer gebracht via een TV-uitzending in een andere kamer. Maar Updike gebruikt het wel.

Net zo kleeft aan het optreden van die zwarte man in het boek, de Vietnam oorlog op de achtergrond, of hun drugsgebruik iets dat erop lijkt dat de auteur zijn effecten bewust heeft berekend.

Lees al mijn gedachten over Updike’s Rabbit Tetralogy hier.


Rabbit Redux | 226 t/m 348
John Updike

Na twee van de vier Rabbit-romans te hebben herlezen, wordt een vraag waarom ik zo weinig heb overgehouden aan de eerste kennismaking.

Want, op zich zijn Rabbit, Run en Rabbit Redux heel vaardig geschreven. Weliswaar vind ik Updike nog altijd beter als verhalenschrijver dan romancier. En dus kleeft er aan zijn romans altijd dat sommige delen er niet toe doen; en de boeken te dik zijn. Maar op zich zijn die Rabbit-boeken niet beter of slechter dan de meeste van zijn andere langere werken.

En dan denk ik dat de hoofdpersoon me net een tik te passief is om de boeken over hem vreselijk pakkend te vinden. Harry ‘Rabbit’ Angstrom was ooit een held. Maar dat was op de middelbare school. Even. Als basketbalspeler. Alleen gaan de romans daar nu net niet over. Wat de boeken behandelen is de tijd na de glorie. Als het leven vooral iets is dat hem lijkt te overkomen.

Rabbit Redux pakte vooral door de passiviteit van de hoofdpersoon voor mij ook veel te deprimerend uit als boek.

Pas aan het einde, als door een plotse schok de ban is gebroken, en de claustrofobie die deze roman zo bepaalt doorbroken wordt, pas dan krijgt het boek iets.

Rabbit blijkt daarna ineens ook een tamelijk ongeremde zuster te hebben. Mim. En zij is in het luttel tal pagina’s dat ze verschijnen mag aanzienlijk boeiender dan haar broer.

Het boeklogje over de roman volgt waarschijnlijk ergens in september. Zodra alle vier de romans zijn herlezen.

Lees al mijn gedachten over Updike’s Rabbit Tetralogy hier.


Rabbit is Rich | 1 t/m 101
John Updike

Eén voordeel heeft het om een reeks romans te lezen over hetzelfde personage. Die man ken je inmiddels. En alle minieme veranderingen in zijn leven worden gezien.

Een nadeel is dat de schrijver er niet vanuit kan gaan dat elke lezer van het boek de hele reeks kent. Dus moest Updike nogal wat back-story geven.

Soms loste hij dat probleem wel heel elegant op, trouwens. In Rabbit is Rich beleeft de VS een brandstofcrisis. De prijzen aan de pomp zijn hoog. Maar omdat Rabbit Angstrom inmiddels Toyota-dealer is geworden — erfenisje van schoonpapa — en Toyota’s aardig zuiniger zijn dan Amerikaanse pooierbakken, gaat het hem goed.

Wel kan hij grappen dat hij nu nooit meer de stunt kan uithalen waarmee Rabbit, Run opende. In de auto stappen, en de hele nacht doorrijden, is niet iets om zo maar te doen in tijden van brandstofschaarste. Daar had hij op dat moment eerst nog flink voor moeten sparen.

In het eerste hoofdstuk van Rabbit is Rich gebeurt vrijwel niets. Zoon Nelson, inmiddels tweeëntwintig, komt weer eens thuis, en neemt daarbij een vriendin mee; waar hij niet mee schijnt te neuken.

En thuis is het huis van Janice’s moeder. Rabbit Angstrom woont bij schoonmama in, en is nog altijd bij zijn eerste echtgenote. Ondanks alle problemen.

Lees al mijn gedachten over Updike’s Rabbit Tetralogy hier.


Rabbit is Rich | 102 t/m 194
John Updike

Voordeel van de Rabbit-reeks is dat je op den duur zo veel in de personages hebt geïnvesteerd dat je ook weten wilt hoe het verder met ze gaat.

Nadeel is dat je daardoor nogal wat trage stukken boek te verwerken krijgt.

Het tweede hoofdstuk uit Rabbit is Rich gaat uiteindelijk eigenlijk over niets anders dan de vraag waarom zoon Nelson zo ongewoon gespannen en gesloten is. Hij moet al het hele boek zijn vader iets vertellen, maar durft dat niet.

Maar uiteindelijk komt het hoge woord er dan toch uit — wat ook niet anders kan, de komst van een nieuw personage plaatst hem simpelweg voor een fait accompli. En dan is de goede lezer ook meteen zichtbaar welke dwaalsporen Updike in het verhaal heeft aangebracht. Vele vragen hadden kunnen rijzen, door diens hints. Want was Nelson homo? Heeft hij de dood van iemand op zijn geweten, of een andere ramp veroorzaakt? Schopte hij een vrouw met kind?

Het schrijven deugt dus wel, alleen blijven de personages nogal deprimerend. En hoewel ik tegenwoordig meer om het schrijven geef dan om de personages is me overduidelijk waarom deze romans me ooit zo tegenstonden.

Lees al mijn gedachten over Updike’s Rabbit Tetralogy hier.


Rabbit is Rich | 195 t/m 288
John Updike

Het derde hoofdstuk van Rabbit is Rich bestaat voornamelijk uit twee massascènes. In de eerste trouwt zoon Nelson met zijn zwangere bruidje. In de tweede zijn Rabbit Angstrom en zijn Janice onder vrienden.

En Updike is bijzonder goed in massascènes. Misschien ken ik zelfs wel geen betere schrijver dan hij van dit materiaal. Want, probeer het maar eens interessant te houden om telkens heel verschillende mensen het woord te geven. Of maak maar eens heel subtiel duidelijk hoe de sfeer op zo’n bijeenkomst langzaam verandert; bijvoorbeeld omdat er meer drank in de aanwezigen komt.

Puur voor het verhaal van de roman zijn deze passages evenwel niet meer dan passen op de plaats; kleine golfjes bewegen er in vrijwel stilstaand water. En dat vermindert voor mij toch telkens het leesplezier.

Nu goed, van de Rabbit-tetralogie verwachten dat die veel aan plot zullen brengen, is na tweedriekwart boek rijkelijk onnozel. Daarvoor is de hoofdpersoon een te passief personage.

Lees al mijn gedachten over Updike’s Rabbit Tetralogy hier.


Rabbit is Rich | 289 t/m 429
John Updike

Rabbit is Rich lijkt me een nogal plotloos boek. Het is alsof Updike al tijdens het schrijven alvast besloot om over tien jaar met nog een deeltje te komen in de reeks. En dat daarmee een heleboel aan verhaal wel wachten kon.

Ook in het vierde en vijfde hoofdstuk staat de hoge kwaliteit van de beschrijvingen nogal in contrast met het dunne verhaal.

Eigenlijk gebeuren er maar twee dingen. Ook zoon Nelson vlucht weg uit zijn huwelijk als zijn vrouw dreigt te bevallen — een handeling die het plot van de roman Rabbit, Run herhaalt. En Rabbit Angstrom gaat met zijn Janice en wat vrienden op luxevakantie.

Daarbij wordt dan openlijk van partner geruild.

En tijdens die sex vinden ook nog enige experimenten plaats.

Updike hoorde tot de generatie auteurs voor wie het ineens normaal werd om openlijk te schrijven over alles wat er in een mensenleven voorvalt. De openlijke censuur op sex en andere obsceniteiten in boeken viel weg. Maar de tijden zijn nu nog weer anders dan toen, en om éen of andere reden wekken al die uitgebreide erotische passages in zijn romans nu toch vooral verveling op. Bij mij althans. Maar gezien de populariteit momenteel van fanfic als Fifty Shades of Grey sta ik daar alleen in.

Boeklogje over Rabbit is Rich volgt ergens in september, na die over de eerste twee Rabbit-romans.

Lees al mijn gedachten over Updike’s Rabbit Tetralogy hier.


Rabbit at Rest | 3 t/m 180
John Updike

Drie boekdelen telt de roman Rabbit at Rest. En het boek is nog weer honderd pagina’s dikker dan het voorgaande deel uit de serie. Dus leek me vooraf dat dit boek weleens het meest langdradige uit de toch al zo weinig dynamische reeks kon worden.

En toen vond ik het eerste deel erg goed. Zo goed misschien wel dat de rest van het boek alleen maar tegen kan vallen.

Updike heeft voor de roman zijn held uit Pennsylvania gehaald en in Florida gedropt, want hij is inmiddels gepensioneerd. Harry Angstrom en zijn Janice leiden er een klein bestaan, met vele routines, en weinig verplichtingen. Maar gelukkig gaat het boek daar niet over. Want in het eerste boekdeel komt zoon Nelson met vrouw en kinderen over voor een korte vakantie.

Met Nelson gaat het nog altijd niet goed — hij heeft wilde stemmingswisselingen. En na enige tijd wordt duidelijk dat hij aan de cocaïne is verslaafd.

Typisch genoeg weet Janice dat wel, en vader Harry juist niet.

Tegelijk is die kwestie slechts éen van de lijntjes die wordt opgezet, om later verder te worden uitgewerkt in de roman. In dit eerste boekdeel gaat het vooral om de interactie tussen grootvader en kleindochter. En over hoe het is om twee jonge kinderen te vermaken tijdens een vakantie.

En dan krijgt Harry Angstrom een hartaanval — op een extra dramatisch moment ook nog; als hij met zijn kleindochter aan het zeilen is op zee, en ze daarbij in de problemen komen.

Lees al mijn gedachten over Updike’s Rabbit Tetralogy hier.


Rabbit at Rest | 181 t/m 346
John Updike

Met nog éen week aan lezen tegoed dringt zich de vraag op waarom ik Rabbit at Rest zo veel beter vindt dan de eerdere drie romans in de serie.

Is het om de zekerheid dat Rabbit Angstrom zo meteen dood gaat, en daarmee een natuurlijk einde aan de reeks komt? Maakt het naderende afscheid dat alles vanzelf een extra lading krijgt?

Of is het prozaïscher, en komt mijn plezier in het boek door mijn eigen gewenning? Rabbit at Rest verscheen in 1990. Toen was ik al een tijdje in Updike. Deze roman, net als die ervoor en erna, werden dan ook min of meer gelezen op het moment dat ze uitkwamen. Misschien is simpelweg de Updike en zijn manier van schrijven van rond die tijd me beter bekend dan die uit welke andere periode uit zijn loopbaan ook.

In het tweede deel van Rabbit at Rest zijn Harry Angstrom en zijn Janice terug in Brewer, Pennsylvania. Anders dan ik dacht zijn ze toch niet definitief naar Florida verhuisd — die emigratie vindt slechts in de winter plaats.

Rabbit Angstrom ontdekt eindelijk ook dat zoon Nelson aan de cocaïne zit. En dat hij, om de drugs te bekostigen, hun bedrijf aan het opsnuiven is.

En ander belangrijk lijntje is Rabbit’s gebrekkige gezondheid, en het gegeven dat hij spoedig een open-hartoperatie moet ondergaan. Zijn sporthart heeft zich tegen hem gekeerd, en daarmee worden zijn triomfen als basketballer op de highschool nog eens extra wrang.

Lees al mijn gedachten over Updike’s Rabbit Tetralogy hier.


Rabbit at Rest | 347 t/m 512
John Updike

Bij het omslaan van de laatste bladzijde het besef: ja het was goed om deze zomer op mijn gemak nog eens de hele reeks aan Rabbit-romans te lezen. Het is ook echt een serie. De boeken worden er beter van door ze kort op elkaar te lezen.

En bovenal ben ik een ander mens dan bij de eerste lezing, twintig jaar geleden.

Toen was zeker dit boek me veel te traag. Inmiddels is de hele lading anders geworden.

De hoofdpersoon uit de serie, Harry ‘Rabbit’ Angstrom, sterft aan het eind van Rabbit at Rest. Punt is alleen al dat hij dat doet op 56-jarige leeftijd, en ik dat imiddels veel te jong vind om dood te gaan. Toentertijd had ik daar nauwelijks idee bij.

Wel zie ik nu, door dat lezen in serie, welke literaire trucjes Updike gebruikt heeft in dit slotdeel. In nogal wat details wordt het eerste boek uit de serie van dertig jaar daarvoor ineens gespiegeld.

Ook deze maal ontvlucht Rabbit Angstrom weer zijn gezin door in de auto te stappen en weg te rijden. Al heeft hij ditmaal wel een bestemming om naar toe te gaan; zijn huis in Florida.

Ook ditmaal speelt hij een partijtje basketbal op straat. Aan het slot. En daarmee vond Updike een manier om zijn oude krijger toch nog bijna in het harnas te laten sneuvelen. Staande. Rechtop. Na een overwinning in het spel.

Maar bovenal was ik bij deze leesbeurt erg gevoelig voor de melancholie van dit laatste deel. Wat duidelijk maakt dat de hele serie zich tot herlezen leent, over twintig jaar; als ik ouder zal zijn als Rabbit Angstrom ooit werd.

Op dat tweede deel na dan. Dat blijft te claustrofobisch en tijdgebonden.

Boeklogjes over de hele Rabbit-serie volgen komende week.

Lees al mijn gedachten over Updike’s Rabbit Tetralogy hier.


Rabbit, Run
John Updike

[…] Begin jaren zeventig zou Updike in een interview bekend hebben dat Rabbit, Run geïnspireerd was door de opzet van Ulysses. Van Joyce. Door het leven van éen gewone man in detail te bekijken, voor een roman, zou dat boek later meer te vertellen hebben dan enkel een verhaaltje.

Deze bekentenis is vervolgens door iedereen voor waar aangenomen. En omdat Rabbit, Run gevolgd werd door nog drie romans met dezelfde hoofdpersoon, die bovendien netjes om de tien jaar verschenen, heet Updike’s Rabbit-tetralogy ook een portret van de Verenigde Staten te geven — contemporaine geschiedschrijving te zijn, geïllustreerd door de details uit het leven van een alleman. […]

boeklog 3 ix 2012


Rabbit Redux
John Updike

[…] De hoofdpersoon, Harry ‘Rabbit’ Angstrom’, deed in het eerste boek éen driest ding. Op goede dag stapte hij in zijn auto om voor altijd zijn huwelijk uit te rijden. Maar daar kreeg hij al dezelfde nacht spijt van. En al duurde het daarop nog een tijd voor hij weer bij zijn echtgenote Janice terug kwam, terugkeren deed hij.

In Rabbit Redux is het ditmaal Janice die de auto pakte en uit het leven van Rabbit wegreed — om samen te gaan leven met haar minnaar.

Dus komt ze tot nu toe nauwelijks in de boeken voor; of niet meer dan als een dreigend onweer in de verte. Wat haar tot wel een heel merkwaardig romanpersonage maakt. […]

boeklog 4 ix 2012


Rabbit is Rich
John Updike

[…] Een nadeel is dat de schrijver er niet vanuit kan gaan dat elke lezer van het boek de hele reeks kent. Dus moest Updike telkens ook nogal wat back-story geven in de boeken.

Soms loste hij dat probleem wel heel elegant op, trouwens. Rabbit is Rich speelt zich af in 1979; een jaar dat de VS een brandstofcrisis beleefde. De prijzen aan de pomp zijn hoog. Maar omdat Rabbit Angstrom inmiddels Toyota-dealer is geworden — erfenisje van schoonpapa — en Toyota’s aardig zuiniger zijn dan de aloude Amerikaanse pooierbakken, gaat het hem goed.

Wel kan hij grappen dat hij nu nooit meer de stunt kan uithalen waarmee Rabbit, Run twintig jaar daarvoor opende. In de auto stappen, en de hele nacht doorrijden, om weg uit een huwelijk te komen, is niet iets om zo maar te doen in tijden van brandstofcrisis […]

boeklog 5 ix 2012


Rabbit at Rest
John Updike

[…] En toen pakte Rabbit at Rest ineens uit als een onvergetelijke roman. Omdat John Updike alles beter lukte in dit boek dan in de drie delen uit de Rabbit-serie ervoor.

Daarmee wordt wel een vraag wat er precies zo goed is aan dit boek.

Is het om de zekerheid dat Harry ‘Rabbit’ Angstrom zo meteen dood gaat — die ik al had voor het lezen — en daarmee een natuurlijk einde aan de reeks komt? Maakt het naderende afscheid dat de tekst vanzelf een extra lading krijgt? Dat de hoofdpersoon sterfelijk is, weegt bij vrijwel alles mee.

Wellicht telt mee dat de eenheid van plaats eindelijk eens doorbroken werd. In plaats van dat het verhaal enkel in dat wat trieste stadje Brewer, Pennsylvania, hangen blijft, worden ook zonniger oorden opgezocht. Rabbit en Janice hebben inmiddels een tweede huis in Florida, waar ze overwinteren. […]

boeklog 6 ix 2012


Rabbit Remembered
John Updike

[…] Aan Rabbit Remembered valt verder op dat de auteur het voor éen keer goed met zijn personages voor heeft. Updike gebruikte zijn macht als alwetende verteller nu eens niet om onmogelijke problemen te verzinnen. De meeste van de moeilijkheden in het boek lagen er trouwens nog, uit de vorige boeken.

Rabbit Remembered is daarmee zelfs op te vatten als een ‘happy ending’ voor de hele reeks. Het slot aan vier decennia aan verwikkelingen. Een afronding van een auteur die vond dat er nog wat recht te zetten was over een hele serie aan personages.

Mede daarom denk ik dat het boek eigenlijk slechts te verteren is als het in serie wordt gelezen met de vier voorafgaande delen. Dat maakt het boek roezig en daardoor is het goed. Afzonderlijk gelezen vond ik deze roman ook wat wee, bij de eerste pogingen. […]

boeklog 7 ix 2012


Quote of the Day | 0328

To speak on matters where you’re ignorant dulls the voice for speaking on matters where you do know something.

John Updike, in the ‘Paris Review Interview’