P.F. Thomése

De werkelijkheid zoals wij die schijnen te moeten kennen is een verzinsel van anderen. Van CNN tot de buurvrouw, van de architect die jouw huis heeft gebouwd tot de PvdA-wethouder die de school van de kinderen bestuurt. Je leeft in verzinsels van anderen en als je die gaat aanbidden, geloof je in de buitenkant. Ik kijk graag naar de binnenkant, het onbekende. Ik tast als schrijver het liefst in het duister. Ik hecht aan een heldere stijl, maar aan een troebel onderwerp. Ik heb minder met realistische romans-man komt thuis, vindt vrouw met een ander in bed-die veronderstellen dat er een vaste ordening der dingen bestaat. Ik hou niet van ‘overtuigende’ schrijvers, zoals Arnon Grunberg en Joost Zwagerman, die zich tot de lezer richten-‘mensen als u en ik’-en uitgaan van een gedeelde werkelijkheid. Van clichés dus. Je kunt de werkelijkheid niet delen, niet kennen zelfs. Een schrijver brengt verslag uit van het onbegrijpelijke; met grote precisie slaat hij telkens de plank nèt mis.

geïnterviewd in Trouw’s Tien Geboden-reeks


Zomergasten

Ron Kaal weeft deze week af met Joost Zwagerman, in Vara’s TV Magazine.

Het geeft ook aan hoe dicht Zwagerman langs de kitsch laveert. Hij noemt zichzelf een kameleon. Zegt in interviews dat hij een per keer een onderwerp kiest en zijn stijl daarbij aanpast. Maar het is anders, hij kiest geen onderwerp, maar per keer een ander (buitenlands) voorbeeld.

Gimmick! (1989) is overduidelijk gebaseerd op Bright Lights, Big City (1984) van Jay Mclnerney en in minder mate op Less than zero (1985) van Bret Easton Ellis. Vals Licht (1991) is een overduidelijke update van Vestdijks De dokter en het lichte meisje (1951), en had beter kunnen heten: de student en het lichte meisje. De buitenvrouw (1994) is zichtbaar geschreven naar het model van Updike’s Rabbit-romans. Chaos en rumoer (1997) heeft zijn schema geheel ontleend aan The Information (1995) van Martin Amis. Ook een verhaal over twee schrijvers, de een rijk en succesvol, de ander arm en mislukt, en beiden overduidelijke afsplitsingen van de auteur zelf. Zes sterren (2003) was ondenkbaar geweest zonder het voorbeeld van het Wereldtijdschrift uit Elsschots Lijmen (1924). Zwagerman doet daar niet al te moeilijk over (‘Ik ben, als schrijver, een wandelende snaaier’); de meeste van zijn boeken bevatten wel verwijzingen naar hun grote voorbeeld.

[…] Het is geen plagiaat; het is iets anders wat misschien nog wel erger is: gebrek aan eigen ideeën.

Joost Zwagerman zal de komende zondagavonden weer Zomergasten presenteren. Of volgens Kaal: “Voor de eigentijdse schrijver die zich goed bewust is van de macht van de televisie waar het om verkoopbevordering gaat (het ‘Van Dis-effect’) is dit een gouden zomer.”


Gedoemd tot kwetsbaarheid [slot]

Nu ik ook Joost Zwagerman’s “essay” over het pamflet van Geert Mak gelezen heb, wordt het tijd om de discussie voorlopig maar eens af te ronden.

Interessant aan Zwagerman’s exercitie in de Vrij Nederland van vorige week [het boekenweeknummer] is alleen dat hij zelf niet op een opinie betrapt kan worden. Heel listig somt hij op wie allemaal heftig op Mak hebben gereageerd, en ook wat er zoal aan feitelijke onjuistheden in het pamflet staan.

Het lijkt het dossier op dit weblog wel. Maar ik bied tenminste dan nog wat hyperlinks naar bronnen.

Conclusie van Zwagerman:

Er wordt in Gedoemd tot kwetsbaarheid op te veel plaatsen geblunderd, zodanig dat de portée van zijn betoog dramatisch moet inboeten aan zeggingskracht.

Toch is voor mij de vraag niet of Mak’s conclusie houdbaar is. Er werd idioot gereageerd door sommige politici, en de nieuwsmedia hielpen mee om angst aan te wakkeren.

Maar, ook deze discussie toont weer aan dat het publieke debat in Nederland op een pijnlijk laag niveau wordt gevoerd. En daardoor is het niet eens vreemd dat minister Donner van Justitie in dit klimaat vrijwel zonder tegenspraak verregaande wetswijzigingen voor kan stellen, die een principieel rechtsbeginsel om zeep helpen. Wie verdacht is van terrorisme behoort daarmee ineens tot een rechtenloze onderklasse. Niet iedereen is zo meteen meer gelijk voor de wet.

Ondertussen mogen de telefoontjes van advocaten afgeluisterd worden. Net zoals van journalisten al routinematig wordt opgevraagd welke nummers ze gebeld hebben, want daar is niet eens een verzoek tot aftappen bij het Openbaar ministerie voor nodig.

Erg is dat door Mak’s gemakzucht de discussie over al die tendensen niet eens gevoerd wordt. Onuitstaanbaar is dat het debat uiteindelijk alleen maar over die vergelijking tussen Der ewige Jude en Submission gaat. Terwijl de beeldtaal in beide niet eens uniek is.

Enfin.

Dossier Gedoemd tot Kwetsbaarheid


De gedachten gaan uit

De Volkskrant organiseert op het moment een wedstrijd om zo goed mogelijk columnist Martin Bril te imiteren. En Joost Zwagerman liet het volk al weten dat daarvoor meer nodig is dan enkel wat stopwoordjes van hem overnemen.

Tja.

Maar vergelijk nu eens de grapjes die ik hier donderdag maakte over de VVD-er Bruno Bruins, met de opening van Bril’s column vandaag. En bedenk hoe vaak u de laatste tijd elders las ‘de gedachten gaan uit’.

Misschien moet ik nu een column insturen naar de Volkskrant, waarin ik Bril imiteer zoals hij mij imiteerde.

Enfin. Het was mij een genoegen.


Transito
Joost Zwagerman

[…] vanuit die gedeelde interesse voor schrijvers, kunst en cultuur, valt me altijd weer op dat het Zwagerman nu nooit eens lukt iets memorabels op te schrijven dat ik niet al ergens anders las. Bovendien is zijn onderwerpkeuze nogal aan de veilige kant, zachtjes uitgedrukt.

Zwagerman zingt steevast in koor mee over de canon, is de bewieroker van wierook, en draagt in iedere essaybundel weer rivieren water naar de zee. Dat hij zo hoog geprezen wordt, is blijkbaar omdat niemand hier ooit een woord van over de grens leest. […]

boeklog 494


Boskma


click image to play. 0.38 minutes

Binnen een paar dagen krijg ik zowel een groot stuk van Joost Zwagerman onder ogen over de Amsterdams-Friese dichter Pieter Boskma, als een TV-documentaire bij Omrop Fryslân. Twee heel vriendelijke introducties tot een werk waar ik tot nu toe amper kennis van had genomen.

En toch, zijn poëzie heeft steeds van die gezochte beelden, vind ik. Niks stroomt er zonder dat het niet ook even schuurt. Hoe aardig het dan ook weer is dat hij schrijft over het grote leger Friezen dat traditioneel naar de hoofdstad emigreert.


De polemist verraadt zijn eigen zwakte

Ergens in het jaar 2000 kreeg ik een email van Joost Zwagerman. Altijd als ik me afvraag wat er nu precies Nederlands is aan de Nederlandse literatuur, denk ik aan Joost Zwagerman. Enfin, ik beantwoordde die mail en toen kwam er nog een mail van Joost. Die weer door mij werd beantwoord, enzovoorts.

Kort daarop ontving ik een mail van mijn uitgever, Vic van de Reijt. Joost Zwagerman had zich bij hem beklaagd over mijn mails. Ik zou zijn zoons hebben bedreigd. (Niets is overigens minder waar. Ik had hooguit gesuggereerd dat Joost zich tijdig had moeten laten steriliseren, omdat voortplanting in zijn geval een misdaad tegen de menselijkheid was. Geen briljant argument.

Maar in briefwisselingen die niet direct voor de openbaarheid bestemd zijn, mag je je retorisch gezien laten gaan.)

Arnon Grunberg, ‘De polemist verraadt zijn eigen zwakte’,
in NRC-Handelsblad van 10 ii 2007


Kort: Keillor

  1. Garrison Keillor stelt zijn wekelijkse “Lake Wobegon”-verhalen nu ook beschikbaar als podcast. [via];
  2. Keillor schreef vorig jaar éen van de grappigste boekrecensies ooit, over ‘American Vertigo’; een reisverslag van de Franse intellectueel Bernard-Henri Lévy;
  3. Het rumoer dat ontstond over de ideeën van deze twee mannen, ging goeddeels aan Nederland voorbij. Al was ene Joost Zwagerman dan nog wel iets opgevallen. Hij wijdde voornaam een essay aan de kwestie, dat inmiddels al gebundeld is in Transito. Zijn belangrijkste argument daarin was dat Keillor een boerenkinkel is, die alleen daarom al niet serieus hoeft te worden genomen. Ik vond dat niet heel slim van Zwagerman;
  4. Ondertussen heeft Sacha Baron Cohen een film uitgebracht over een reis door Amerika, en Louis Theroux een boek. James Parker kon daarom de frase ‘Borat Tour‘ munten, in een bespreking van Theroux’s boek, en daarbij en passant ook nog even ingaan op de kwestie Lévy-Keillor.

Omdat ik u begeer
Arnon Grunberg

[…] Niet alleen A.F.Th. van der Heijden kan in dit boek redenen tot ruzie vinden, Giphart, Zwagerman, en nog een heel stel auteurs even goed.

Speelt bij mijn oordeel wel mee dat ik het daarbij meestal erg met hem eens ben. En goed, het blijven wel wat kaboutervetes, natuurlijk. […]

boeklog 824


Zij en ik | Is dat wat?

 

zij:Is dat nog wat, dat boek van A.F.Th. dat gisteren die grote prijs won? Of laat ik het anders formuleren, zegt het iets dat jij hem niet leest? Volgens je boeklog tenminste.
ik:O ja.
zij:Jij bent vast ook zo iemand die nu juist een boek niet gaat lezen omdat het een prijs heeft gewonnen.
ik:Prijzen interesseren me niet, dat klopt wel. Maar ik had al meteen besloten dat Schervengericht niet te gaan lezen. Die vreselijke Charles Manson-zaak naverteld met de holle galm van een Adri van der Heijden? Bespaar me. Dat zijn meteen al twee redenen om er geen bek op te zetten. Dan heeft hij er ook nog eens duizend pagina’s voor nodig, wat wel een heel goede derde reden geeft om dat boek te mijden. Moet ik doorgaan?
zij:Maar is hij een terechte winnaar?
ik:Geen idee. Is dat interessant? Terecht of onterecht, dat weten we pas over twintig jaar, lijkt me. Dertig jaar. En dan is iedereen allang vergeten wie er ooit iets won.
zij:Ik had het Grunberg wel gegund.
ik:Grunberg heeft al zo vaak gewonnen.
zij:Van der Heijden ook.
ik:Dus had je het eigenlijk Willem G. van Maanen moeten gunnen.
zij:Is dat dan wat?
ik:Hij wordt de laatste tien jaar overal ineens hogelijk geprezen, maar dat is nog altijd geen reden geweest iets van hem te gaan lezen.
zij:Zwagerman’s boek had je als enige van de nominaties wel gelezen, zag ik.
ik:O, ja. Maar daar is me werkelijk niets van bijgebleven. Toch mooi dat er boeklog is.
zij:En Verhulst, daar was je ook al zo lekker positief over. Je hebt zeker niet gekeken gisteren, naar de prijsuitreiking op televisie?
ik:Ik las een boek, dat leek me heel wat zinvoller. Maar een half uur later heb ik nog wel gekeken naar de Huw Wheldon Lecture op de BBC. Over de toekomst van de televisie ging die.
zij:En wat is de toekomst van de televisie?
ik:Dat weet niemand. Maar televisie moet vooral op inhoud gaan concurreren met alle andere media. TV-bazen moeten daarom niet zo onnozel blijven als nu, en niet alleen kijken naar wat hun collega TV-bazen doen.
zij:Op inhoud concurreren, hè. Waar heb ik dat toch vaker gehoord.

Zij en ik | zwagermannen

 

zij:Wat heb je precies tegen Joost Zwagerman?
ik:Niets. Behalve dan dat hij alom aanwezig is, en ik niet zo goed begrijp waarom.
zij:Ja, dat was me duidelijk. Maar wat ergert je dan zo?
ik:Hij ergert me niet.
zij:Ik heb op ‘zwagerman‘ gezocht op je weblog, en dan vind ik alleen maar citaten om hem af te kraken.
ik:Citaten van anderen, dan toch meestal.
zij:Met een nogal wellustig genoegen door jou gesignaleerd.
ik:Goed. Het is misschien een beetje onzinnig om Zwagerman eruit te pikken. Er zijn maar heel weinigen in Nederland die iets kunnen, daarvoor heb ik nu toch echt genoeg van over de grens gezien…
zij:…Maar…
ik:Zwagerman werkt een beetje op mij, als je vroeger op school kon hebben. Hij komt op me over als het brave jongetje dat altijd zo leuk de leraren kon slijmen, waardoor hij mij altijd tot voorbeeld gesteld werd. Hoewel dit eerder door zijn gedrag dan om zijn prestaties was. Terwijl gedaan wordt of dit andersom is.
zij:Okay, dat begrijp ik. Maar is het niet ook zo dat je soms de persoon van de kunstenaar, of de wetenschapper, los moet zien van zijn werk?
ik:Ik beoordeel hem op zijn werk. En misschien zegt het wel meer over het Nederlandse cultuurlandschap dan over Zwagerman dat hij daarin nog zo positief opvalt.
zij:Wie zijn de leraren trouwens in die vergelijking van jou?
ik:De aandachtgevers, de politiek correcte gemeente die bepaalt hoe wij denken moeten. En tja, wie zijn dat?

Onbescheiden gedachten over het korte verhaal | 2



Heeft de cultuur van een land invloed op welke literaire genres er succesvol beoefend worden? Dit is een rijkelijk pretentieuze vraag. Maar ik zou hem niet stellen als er geen duidelijk aanwijsbare reden voor was.

Zo viel me ineens op dat ik op het moment vrijwel alleen Canadese schrijvers aan het lezen ben. Alice Munro. Guy Vanderhaeghe. Mavis Gallant. En zo ik iets gemeenschappelijks over deze auteurs kan zeggen, dan toch dat ze de vitaliteit uit de Amerikaanse verhaalcultuur combineren met een grotere wereldwijsheid. En heel moeilijk is het niet om aan te tonen dat in Canada zowel de VS als de Europa invloed hebben.

In elk geval vind ik het anders moeilijk te begrijpen dat de verhalenschrijvers die mij bevallen vaak uit dezelfde culturen stammen; in taalgebied en tijd.

Duidelijk is dat in Nederland de roman de hoogste status heeft, als schrijversschepping. Maar dat verklaart mij niet geheel waarom er maar zo weinig goede verhalen zijn geschreven in onze literatuur.

Goed, Joost Zwagerman bracht een grote bloemlezing in 2005, om aan te tonen hoe rijk onze verhaalcultuur wel niet is. Alleen mislukte die poging alleen al omdat hij daarin niet het beste verzamelde, maar de verhalen waarmee auteurs zich voor het eerst lieten zien. Terwijl debuut en top toch vrij zelden samenvallen.

En het is ook niet dat ik sommige Nederlandse schrijvers al te lang ken; dat daarom alle verrassing ontbreekt. De verhalen van J.D. Salinger ken ik minstens zo lang als die van Hotz, Hermans, of Biesheuvel. Maar de Amerikaan kan ik wel om de paar jaar herlezen, en daarbij dan dezelfde emotie voelen als de allereerste keer. Zijn Nederlandse collega’s niet.

Alleen Bob den Uyl blijft bij herlezing even sterk. Maar bij hem interesseren me de apart staande verhalen het minst. Hij moet bezig zijn aan dat ene grote verhaal, waarin hij commentaar op zijn leven geeft. Dan is het goed, voor even.


Met John Hancock

Bob den Uyl schreef in De illusie van gisteren over aspecten van boeken waaraan ik eigenlijk nooit aandacht schenk op boeklog. Terwijl er vaak wel meer te zeggen is over wat ik lees, dan alleen wat er in staat.

Begint het boek met een goede eerste zin, bijvoorbeeld?


 

 
 

 

 

Mij zal het echt worst wezen. Zo’n eerste zin zal toch zelden als eerste zijn bedacht, en alle moeite daaraan besteed, komt mij wat merkwaardig voor. Een sportwedstrijd begint bijvoorbeeld ook pas nadat het startschot gevallen is, en dat is dan tenminste nog een echte knal.

Nee. Maar toevallig dwong de post van vrijdag mij wel om na te denken over een andere vraag. Doet het er iets toe dat een auteur zijn of haar handtekening in het boek heeft gezet?

Ik kreeg namelijk een boek binnen, uit de nieuwjaarsuitverkoop, waarop met een zwart stickertje staat vermeld:

Signed
by the author

En inderdaad was er op het titelblad met blauwe balpen onder de naam van de auteur een krabbeltje gezet.

Dat deed me niets. Hoogstens gingen daardoor mijn gedachten even uit naar de schrijver, en de uren die hij bezig moet zijn geweest om als een domme automaat zijn John Hancockje te zetten.

Nu heb ik wel meer boeken met een handtekening van de schrijver daarin. Maar net als met die aankoop vandaag heb ik daar nooit een moment moeite voor gedaan. Het onderwerp interesseert me werkelijk niet.

Er is hoogstens éen exemplaar in mijn collectie waaraan nog wel een aardig verhaal kleeft. Al was het maar omdat het aantoont dat ik ook ooit de groeten heb gekregen van ene Joost Zwagerman. En ondankbare hond dat ik er ben, desondanks schrijf ik alleen zuinige boeklogjes over zijn werk.

In 1996 bracht warenhuis De Bijenkorf namelijk, zoals toen gebruikelijk was, tijdens de Boekenweek een eigen actieboekje uit. Dit was een verhaal van Zwagerman, dat later opgenomen zou worden in de bundel Het jongensmeisje.

Nu was er toentertijd geen filiaal van De Bijenkorf bij mij de buurt, zoals eerder al eens gememoreerd. Maar het trof. Mijn toenmalige moest toevallig in een stad zijn waar er wel zo éen stond. En op mijn verzoek wilde ze best zo’n actieboekje meenemen.

Natuurlijk was die toezegging makkelijker gedaan dan uitgevoerd. Mopperend op mij, en mijn rare gewoonte om maar door te blijven lezen, betrad ze met tegenzin het warenhuis. Alwaar op de boekenafdeling de toen toch al hogelijk beroemde Joost Zwagerman triest alleen zat te zijn, omgeven door immense stapels van zijn boekje.

Het bleek haar in die situatie onmogelijk om ongezien een boekje af te rekenen. Dus legde ze haar aankoop toch maar voor aan de auteur, die, eventjes uit zijn trieste isolement verlost, daarin vlot zijn krabbel zette. En me daarbij dus groette.

Dit boekje is voor mij dus aardig, om dit verhaal. En omdat die handtekening het product is van twee mensen, die op het moment van schrijven liever niet op die plek waren geweest.

Meer niet.


Joost

Grappig dat precies éen dag nadat ik memoreer Joost Zwagerman een matige schrijver te vinden hij elders media-aandacht oogst voor het winnen van weer een prijs.

[En bij Joost denk ik overigens eerst aan IP-TV]


Lezen voor de lijst

Lezen vind ik op zich wel aardig om te doen, maar het lezen voor de lijst was een crime. Met terugwerkende kracht begrijp ik dat dit kwam door het stuitende egoïsme van mijn docenten. Lezen voor dé lijst was bij hen: lezen van hún lijst. En hoewel daarop vast alle scholierentoppers zullen hebben gestaan — waarvan de voornaamste kwaliteit het geringe aantal pagina’s was — deugde die lijst domweg niet. Alleen al niet, omdat die bestond. Het wilde er bij mij ook niet in dat als een auteur meerdere boeken had geschreven, daarvan er maar éen goed genoeg zou zijn om gelezen te mogen worden.

Met terugwerkende kracht begrijp ik wel iets van de poging van mijn docenten om hun werk overzichtelijk te houden. En dat ik ze tot werk aanzette, door titels te willen lezen waarvan niet eens uittreksels bestonden.

Heb ik achteraf bekeken nog ongekend hoge cijfers voor de mondelinge overhoringen gekregen.

Ik weet niet of deze ervaring meeweegt, maar ik heb een hekel aan het lezen voor of van een lijst. Anderen moeten mij niet gaan aangeven wat goed voor mij zou zijn; waaraan ik nu werkelijk iets mis.

Toch zijn er nogal wat lijsten met boeken. Het lijkt wel of er niets anders met boeken te doen is, dan ze te verzamelen op een lijst.

Dus of het nu om Max Pam’s ranglijst gaat van de 100 beste Nederlandse boeken van de 20e eeuw, of Joost Zwagerman’s keuze uit anderhalve eeuw kortverhalen — om maar twee voorbeelden te noemen — ik geloof daarvan nooit dat zij uit een totaaloverzicht hebben kunnen kiezen.

Lijsten die zijn opgesteld in commissie kunnen al helemaal niet deugen. Daar zit altijd het element in van een populariteitspoll te zijn. En wat in het algemeen als goed bevonden wordt, zegt niets over de intrinsieke kwaliteit van een boek. Er zijn weinig schrijvers die zowel een publiek hebben onder de mensen die alles lezen, als de mensen die niets meer lezen dan hem of haar.

Gisteravond bleken vijfduizend Nederlanders gestemd te hebben op het beste buitenlandse boek. The Lord of the Rings won. En dat was dan nog wel aardige straf voor de pretentie bij de organisatoren.

Neemt niet weg dat ik Marc van Oostendorp bewonder, om diens plan voor zijn lol de ‘honderd invloedrijkste boeken aller tijden’ te lezen. Ik zou dat niet kunnen. Behalve dan misschien door vijfduizend boeken naast die honderd te lezen.


Overwegingen | 0720

Heeft Joost Zwagerman de loop van de Nederlandse geschiedenis veranderd? Hij claimt van wel. En ik geloof hem;
De rol van het domme toeval wordt altijd onderschat, ook door historici;
En het blinde toeval bracht Zwagerman in contact met Herman Philipse, de ex van Ayaan Hirsi Ali, zodat zij ondanks eerdere bezwaren alsnog gast werd in VPRO’s Zomergasten, en met Theo van Gogh alsnog even snel de film Submission in elkaar draaide;
De rest van de geschiedenis kennen we;

Zwagerman ontmoette Herman Philipse bij de boekpresentatie van Het ravijn; het boek dat Max Pam schreef over zijn hersenbloeding;
Had Pam geen attack gehad, leefde Van Gogh dus nu misschien nog;
Tegelijk valt hem natuurlijk niets te verwijten;

Vanavond brengt het tot nu toe teleurstellende Andere Tijden Sport de uitzending over Foekje Dillema. Dat was het Friese atletiekwonder dat sneller sprintte als koningin Fanny Blankers-Koen. Tot ze in 1950 onder merkwaardige omstandigheden uit de sport verdween;
Gefluisterd werd dat ze eigenlijk een man was. Gefluisterd werd ook dat de man van Fanny Blankers-Koen zijn macht bij de bond had aangewend om Foekje voor eeuwig te diskwalificeren, en haar records uit de boeken te krijgen;

De belangstelling voor de zaak Foekje Dillema werd in de jaren ’90 nieuw leven ingeblazen door een artikel van Kees Kooman, dacht ik, in Vrij Nederland;
De belangstelling groeide verder doordat Dillema vorig jaar overleed. Zo erkende de atletiekbond met terugwerkende kracht dat Foekje Dillema een Nederlands record op de 200 meter had gelopen. Max Dohle had zich voordien al in het onderwerp geïnteresseerd, en publiceert er komende maand een boek over. Dohle werkte ook mee aan de documentaire voor Andere Tijden Sport. Maar inmiddels niet meer tot zijn genoegen. Hij overweegt zelfs een rechtszaak tegen de makers;
Dit komt omdat de documentairemakers een truc spécial hebben ingezet, om extra aandacht te genereren. Zij lieten alsnog Foekje’s DNA testen, om voor eeuwig zeker te zijn of zij niet toch een man was;
Wat de mogelijkheid tot postume eerroof opent — terwijl de vraag over de sexe van Foekje niet interessant is. Interessant is het gemak waarmee anderen hun macht konden misbruiken om mogelijke concurrentie uit te schakelen;
Bovendien zit de natuur niet zo simpel in elkaar dat er alleen zuivere mannen en zuivere vrouwen bestaan. Televisie is het medium niet om dat verhaal in alle nuances uit te leggen — zeker niet in de marge van een sportbiografie;

Vraag ik me nu wel af of Joost Zwagerman, of Max Pam, de opkomst van Rita Verdonk te verwijten is;


De ongeneeslijke lezer
Joost Zwagerman

[…] Over zijn vijand:

Het grote probleem van Zwagermans schrijverschap komt in een schel licht: hij heeft de tijdverschijnseltjes dringend nodig bij gebrek aan een eigen dringende thematiek.

[67]

[…]

boeklog 1112


Overwegingen | 1116

Merkwaardige reacties uit het Russische op mijn boeklog. Waarvan ik vermoed dat die spam zijn, omdat er geen poging tot communicatie wordt gedaan. De vertaling van Babelfish leert me dan weer dat vebmasterov de mannelijke vorm voor webmaster is in het Russisch, en vebmastera vrouwelijk;

En ja, dat is net zo’n teleurstellende ontdekking als dat voetbal in het Japans futtoboru heet — of sakka;

Talen groeien naar elkaar toe, in idioom; op het Standertfrysk na dan;

Malcolm Gladwell maakt weer groot nieuws, nu hij een nieuw boek uit heeft, over genialiteit. Ik vind hem enerzijds een geweldige schrijver, in reportages. Zo schreef hij ooit een prachtig verhaal over tomatenketchup. Tegelijk kan hij niet goed genoeg denken om meer over te brengen dan sterk versimpelde wetenschap;
Zo schreef ik op boeklog;
Zo is te voorspellen zonder zijn nieuwste boek al gelezen te hebben;
En toch wordt hij in interviews aangekondigd als éen van de meest briljante denkers van deze tijd;
Niet dat ik hem dit misgun, maar ik vind zoiets opvallend;

Nu ja, H.J.A. Hofland noemde Joost Zwagerman eens de beste Nederlandse schrijver van het moment;
Het is dus mogelijk dat iemand door een ander te roemen ook zichzelf diskwalifeert;
Hoflands’s faam, als ‘journalist van de twintigste eeuw’, berust toch vooral op éen boek met mediakritiek, dat nooit geschreven zou zijn, ware hij niet ontslagen als hoofdredacteur van Het Handelsblad;
Zwagerman is inmiddels meer een mediapersoonlijkheid, en een bloemlezer, dan iets anders;


Overwegingen | 0311, merkwaardig, merkwaardig

Merkwaardig dat de Kluuns van deze wereld zo over Komrij’s verwijt vallen dat hij zo node echte boeken mist in de Nederlandse literatuur;
Komrij schrijft dit al meer dan dertig jaar, dus de klacht zou inmiddels bekend mogen worden geacht;

Nu ja, het is eerder gemeld. Iemand die zich alleen voor Nederlandse literatuur interesseert, is gek. Of een Belg.

Een merkwaardig gerucht waart rond over het ontslag van Joost Zwagerman als columnist in NRC-Handelsblad;
Zwagerman — die niet denken kan — toont zich al decennia een opportunist van het type: zo de wind waait, staat mijn hoedje;
Hij is niet te rechts, hij is gewoon te voorspelbaar oninteressant. En ik ben blij dat iemand dat nu eens inziet;

Merkwaardig dat NRC.nijntje het hele krantenformaat online heeft losgelaten, en voortaan op het web aanwezig is als weblog;
Kranten schrikken maar af. Bloggen da’s pas stoer;
Alleen heeft geen weblog een goed ontsloten geheugen;

Met de harde wetenschap is het ondertussen ook al dertig jaar niets;

Wel van nut: software om het denken, en daarmee het schrijven, te helpen;
Want, ik kan nu wel stoer zeggen stevig op mijn geheugen te kunnen vertrouwen. Maar zowel eamelje.net als boeklog liggen dagelijks vast hoe veel ik vrijwel onmiddellijk vergeet;


Zwagerman was een stuk minder dom toen hij nog alleen anderen napraatte | 0502

Televisie in Nederland: de actualiteit wordt er lang en oneindig traag herkauwd, maar meer dan maagsappen, riekend methaangas, en ladingen stront levert dat niet op;
En de runderen thuis kijken naar hoe steeds weer een bekend span oude ossen voor de kar wordt gespannen;

Mijn gedachten over Joost Zwagerman zijn bekend. In de boeklogjes over zijn werk verwijt ik hem vooral geen eigen ideeën te hebben;
En Zwagerman weet niets, heeft nergens voor gestudeerd, noch ooit iets anders gedaan dan schrijven, van onder meer duizenden columnpjes;

Maar misschien was mijn voornaamste ergernis wel gewoon dat hij niet heel veel ouder is dan ik. En dat Zwagerman daarmee heel lang in mijn leven aanwezig zal zijn;

Al komt hier nu toch verandering in. Ik heb me in hem vergist. Mijn kritiek op Zwagerman was ook te lezen als een aanmoediging tot de man nu eens na te gaan denken;
Maar nooit had ik kunnen vermoeden dat het zulke abjecte onzin zou opleveren, nu hij zelf weleens iets verzint;

Zijn columns van de laatste jaren waren soms al raar. Maar gisteren ging de grote denker Joost Zwagerman in het TV-programma De Wereld Draait Door duiden waarom een man in een knullig driecilinder autootje op volle snelheid dwars door een menigte kan rijden, met als eigenlijke doel een bus te rammen;

Nu is die waarom-vraag in wezen oninteressant. Omdat het antwoord niet bekend zal worden; die man stierf inmiddels. Maar vooral omdat het zo’n uitzonderlijke daad betrof;
Daar gelden geen algemene wetten bij;
En gelukkig ook maar;

Behalve dan dat politici van christelijke huize onmiddellijk alle racespelletjes zullen willen verbieden, als blijkt dat de moordenaar thuis een spelcomputer had;

Zwagerman kwam zijn ideeën over ’s mans motieven toelichten met verwijzingen naar het platte verhaal van een Hollywood-film;
Daarmee in een moeite door zijn onbenul en zijn pijnlijk beperkte culturele Umwelt tonend;
De televisie gaat dus voortaan naar een ander kanaal, en de bladzijde wordt direct omgeslagen, zo gauw de naam Zwagerman verschijnt;


Boeklog: vooraf aan het eerste lustrum

Oordeel ik op boeklog niet veel te hard, soms?

Het verwijt komt regelmatig terug, en verbaast me altijd wat. Lezen is namelijk een uiterst intieme daad. Je sluit je van de hele wereld verder af om alleen te zijn met de auteur. Je laat zijn of haar stem vervolgens toe in je hoofd. Voor uren. Dat is nogal wat. Dus vind ik het vreemd als ik vervolgens niet mijn teleurstelling over die intieme ontmoeting zou mogen uitspreken.

Boeklog gaat meestal over mijn persoonlijk reactie op een boek. Meer niet.

Bovendien schrijf ik zelden of nooit boeklogjes over boeken die me werkelijk kwaad maken. Zulke werken lees ik namelijk niet uit. Ik laat die aanranding niet toe. Als het lezen al ellendig was, kan daar nooit met enige aardigheid over geschreven worden.

Mijn lezen moet allereerst een plezier zijn. Werk is er al genoeg. En dus lees ik nogal wat boeken niet uit, net als er heel wat titels zijn die ik liever negeer. Enfin, dan lees ik uit nieuwsgierigheid wel een essay van Kluun, en dan spelen daarbij zeker vooroordelen mee. Maar dan ben ik toch niet hard over die man persoonlijk? Kluun schrijft niet bijzonder goed, heeft geen interessante ideeën, en het essay toonde aan dat hij niets weet en al evenmin kan denken.

Alleen zijn er zo veel zoals hem, die zich vervolgens toch auteur wanen. Het is vrij zinloos me daar druk om te maken, of verwijten ad hominem naar zo iemand te maken. Of hoogstens als dit in de reactie cabaret oplevert, zoals Komrij regelmatig lukt.

En ja, ik geef toe, er staan zeker een aantal harde oordelen op boeklog. Maar opvallend genoeg betreffen die vrijwel steeds boeken van schrijvers waarvan ik ander werk bewonder. Boeklog is ook een onderzoek naar de zelfcensuur die de maatschappij waarin ik leef mij oplegt. Dus heb ik inspanningen van Zwagerman of Paul Auster afgekraakt, omdat die mij oprecht teleurstelden.

[Was ik toch blij dat ook James Wood zo kritisch over Paul Auster is]


Duel

Soms wreekt zich mijn opleiding tot journalist. Dan vind ik het ineens mijn taak worden om het publiek te informeren. Dus repte ik me de afgelopen jaren telkens op de eerste dag van de boekenweek naar de winkel, om daar het geschenk en het essay te bemachtigen. Vervolgens had ik hier op boeklog dan zelden een goed woord voor over.

Die zinloze exercitie moest ik alleen daarom al maar niet meer uitvoeren. Bovendien is er dit jaar geen essay, en komt het geschenk van Zwagerman, die nooit mijn lievelingsauteur zal worden.

Benieuwd of ik de komende tien dagen blijf volharden in dit idee. De kans is niet heel groot…

Is er ook nog die glossy. De Gerda [pdf]. Waarmee een overbodig ministerie met veel belastinggeld een bewindsvrouwe promoot, net nu de campagnes voor de Kamerverkiezingen beginnen. Ook deze actualiteit vraagt eigenlijk om aandacht die ik er niet voor over heb.

Mmm, besluiten, besluiten…


Duel
Joost Zwagerman

[…] Als ik dit boek met iets zou moeten vergelijken, dan denk ik opvallend genoeg eerder aan de stripreeks Franka dan iets anders. De maker daarvan leent ook vaak de glamour van de kunstwereld, en dus het grote geld, om zo een klein verhaaltje heel wat meer te laten lijken. Ondertussen blijven de decors wel van bordkarton, en zijn de personages bijpassend grof gefiguurzaagde platterikjes. […]

boeklog 23 iii 2010


Citaat van de dag | 0827

Bij het concert van Van Dik Hout zag ik een swingende Joost Zwagerman meebrullen. ‘Het is zo stil in mij, ik heb nergens woorden voor.’ De Zeer Belangrijke Schrijver leek zich prima te amuseren. ‘Zo stiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiil, in mijhijijijijijijij.’ Naast hem staat een lekker jong ding, dat hij na afloop van het concert bruut zoent, ongeveer zoals een hongerige leeuw een hertje kust.

A.H.J. Dautzenberg, ‘De Uitmarkt’


Citaat van de dag | 1004

Maar zodra Matthijs van Nieuwkerk Joost in van die ronkende bewoordingen introduceerde, zag ik hem groeien. Hij nam vervolgens het woord en de onzin vloog eruit als een zwerm vleermuizen uit een grot waar iemand met een brandende fakkel naar binnen komt lopen. Er was geen houden aan. Sindsdien is Joost meer en meer in zijn eigen mythe gaan geloven.

‘Joost Zwagerman is de Milli Vanilli van de Nederlandse letteren.’


Citaat van de dag | 1102

ik vrees dat Zwagerman, het grootste talent van zijn en mijn generatie, daar niet toe in staat is, want hij is schatplichtig aan het verval dat hij beschrijft. En hij is er deel van. Precies daardoor blijven zijn romans oppervlakkig, schematisch. Zijn thematiek — ‘liefde’ — is een losse flodder: zijn tragische liefdes zijn scheten in een netje.

Het is ook daardoor dat hij faalt als polemist. […] waar hij zich in actuele, ethische kwesties mengt, slaagt hij er niet in hyprocrisie te ontmaskeren of intellectuele onoprechtheid te bestrijden. Hij heeft geen ander doel of uitgangspunt dan het verdedigen van zichzelf, van zijn opportunistische gedraai.

Bart de Man, ‘Zwagermans draaikont’


Liefde is een zwaar beroep
Rogi Wieg

[…] Tegelijk kraakt Wieg zijn vriend Joost Zwagerman ook in dit boek. Hij constateert dat Zwagerman een gelukkig huwelijksleven nodig heeft voor diens gezond, maar juist daardoor heeft deze geen toegang meer tot de zwarte kanten van zijn karakter. En ook die gevoelens zijn nodig om werk te schrijven met enige kwaliteit.

En iemand die zo kritisch is over een vriend heeft geen enkele reden om zich in te houden als hij over auteurs schrijft die hij minder hoog heeft. […]

boeklog 29 iii 2013


Door eigen hand
Joost Zwagerman

[…] Toch ware het verhelderender geweest om naar overeenkomsten te kijken; in plaats van zelfmoord te isoleren als een speciaal iets.

De essaybundel Door eigen hand lijkt namelijk allereerst bij de verwerking te moeten helpen van wat Zwagerman van nabij heeft meegemaakt. […]

boeklog 26 xii 2013