Log

Gebruik vaktaal, en alleen de ingewijden hebben nog overzicht. Ook al valt jargon niet altijd te vermijden. Bedenk de dialoog eens die twee pubers hebben over het opvoeren van hun brommer; de tweespraak tussen twee fitness-fanaten die sneller willen groeien; het gesprek van een koffieleutende groep welzijnswerkers; de samenspraak van een hoogleraar in de wijsbegeerte en zijn promovendus. Het gebruik van gemeenschappelijke woorden versnelt de communicatie, vergroot het begrip, versterkt het groepsgevoel.

Maar dat wil ik nou net even niet.

De werkelijkheid in zinnetjes benaderen is al moeilijk genoeg. Het treffende detail geeft de tekst geloofwaardigheid. Niet de taalacrobatiek van de auteur dwingt de lezer de bladzij om te slaan. Eigenlijk is er niets dat het lezen mag doen haperen. Alles moet natuurlijk vloeien, en zelfs in zijn onmogelijkheid waarschijnlijk blijven.

Kurt Vonnegut vergelijkt de positie van de kunstenaar met die van kanarie in de mijngang. Misschien kan de gevoeligheid – de extra sensitieve blik – van de schrijver waarschuwen voor gevaar.

En anders is er nog het vrolijke gefluit, en de lieve geelgroene veertjes.


Vonnegut

My government’s got a war on drugs. But get this: The two most widely abused and addictive and destructive of all substances are both perfectly legal.

One, of course, is ethyl alcohol. And President George W. Bush, no less, and by his own admission, was smashed or tiddley-poo or four sheets to the wind a good deal of the time from when he was 16 until he was 41. When he was 41, he says, Jesus appeared to him and made him knock off the sauce, stop gargling nose paint.

Other drunks have seen pink elephants.

Kurt Vonnegut, Cold Turkey

via Eliane


Short [War & Writing]

  • Kurt Vonnegut gives up on the human race again. Except for the librarians.

    Albert Einstein and Mark Twain gave up on the human race at the end of their lives, even though Twain hadn’t even seen World War I. War is now a form of TV entertainment. And what made WWI so particularly entertaining were two American inventions, barbed wire and the machine gun. Shrapnel was invented by an Englishman of the same name. Don’t you wish you could have something named after you?

  • Maud Newton interviews writer AL Kennedy on her weblog:

    I deal in imagination and I am always interested in questions where that imagination brings faith, alters character – or leads to awful acts. Someone, for example, must have imagined sodomising prisoners in Abu Grahib before it happened –you imagine a poem, you get a poem, you imagine rape, you get rape – it’s all coming from the human brain. I don’t like to forget that we have these two sides and I really don’t like the cop out where “God told me to”, or “the devil told me to” – no, YOU told you to.


Vonnegut on the anti-war movement

When it became obvious what a dumb and cruel and spiritually and financially and militarily ruinous mistake our war in Vietnam was, every artist worth a damn in this country, every serious writer, painter, stand-up comedian, musician, actor and actress, you name it, came out against the thing. We formed what might be described as a laser beam of protest, with everybody aimed in the same direction, focused and intense. This weapon proved to have the power of a banana-cream pie three feet in diameter when dropped from a stepladder five-feet high.

Kurt Vonnegut, interviewed here


Requiem for a Dreamer. Kilgore Trout is dead

He committed suicide, after a fortune teller predicted another four years of Bush in power.

* For those of you who never have read a Vonnegut book: Kilgore Trout is one of his most interesting characters. As far as I can remember he has been dead before.


Zij en ik

 

=

=

zij:Waarom is de zwaartekracht zo veel gemener voor vrouwen dan voor jullie mannen? Zulke dingen vraag ik mij dan af.
ik:Leg eens uit?
zij:Wie zakken er eerder uit? Om maar eens iets te noemen. Wie moeten zich soms in hun puberteit al stevig insnoeren om zelfs maar een beetje normaal te kunnen lopen?
ik:Kurt Vonnegut heeft het idee wel aardig gebruikt in éen van zijn romans. Slapstick. Die speelt zich af in een postapocalyptische wereld, met een vrijwel dagelijks veranderde zwaartekracht. En op de dagen dat de aarde even wat minder trekt, lopen alle mannen als vanzelf rond met een stijve lul. Wat weer met jouw theorietje overeenkomt.
zij:Gaat dat werkelijk zo? Hebben astronauten in de ruimte een permanente erectie? Dat maakt, hoe heet dat, Star Trek, toch ineens tot een heel andere televisieserie.
ik:Aan boord van de Voyager, of hoe dat tuig ook maar heten, is de zwaartekracht kunstmatig opgewekt. Dus dat telt allemaal niet.
zij:Of neem Neil Armstrong, die op de maan een gigantische sprong voorwaarts voor de man aankondigde, en daarmee dus bedoelde dat die bij immigratie naar de maan eeuwig met een enorme lul zou rondhoppen. Geen wonder dat jongetjes allemaal astronaut willen worden.
ik:Het idee fascineert je nogal.
zij:Nee, ik vind het ziekelijk. Typisch iets voor een vent om te bedenken. Geen vrouw zou ooit een boek zou schrijven waarin borsten op sommige dagen door een gebrek aan zwaartekracht zouden gaan zweven. Die dingen zouden je met een beetje pech nog in je gezicht slaan ook trouwens. Dus blijven de tuigjes, zoals jij ze meestal noemt, zelfs dan nog nodig.
ik:Maar zouden zwevende vrouwen hoge hakken blijven dragen?
zij:Kijk maar eens naar de porno, waarop die hakken nu toch ook al bijna altijd aanblijven. Zelfs in het liggende werk. Als vrouwen vinden dat ze er mooiere benen van kregen, blijven de schoenen aan. Helemaal als de zwaartekracht niet meer overwonnen hoeft te worden. Wat een ontlasting van de achillespezen zou dat geven. Misschien zou dan wel ineens iedereen pumps gaan dragen.
ik:Vreselijk.
zij:Heb je soms wat tegen hakken?
ik:Als we het toch over de strijd tegen de zwaartekracht hebben, zijn er weinig pijnlijker momenten denkbaar als wanneer een vrouw mij al zwikkend voorbij pumpt.
zij:Maar dan nog, dat zijn keuzes die iedereen vooral zelf moet maken. Beha’s moeten dragen is een veel minder vrijwillige zaak.
ik:En er waait tegenwoordig nog zelden een zomerrok op.
zij:?
ik:De zwaartekracht, en hoe die heel soms even prikkelend kan worden uitgeschakeld.
zij:De rokmode is de laatste jaren meestal te kort om op te waaien, maar daar heb je toch zeker geen problemen mee?
ik:En sloffen er meer mannen, of toch meer vrouwen?
zij:Nog steeds aan het associëren?
ik:Hangen de mondhoeken van vrouwen eerder, of toch die van mannen?
zij:Ja dus.
ik:Er zijn meer oude vrouwen, dus zullen er ook wel behoorlijk wat meer chagrijnige wijven zijn. Misschien vertekent dat het beeld. Wanneer zet het verval bij jullie eigenlijk in?
zij:Dat is strikt persoonlijk bepaald, lijkt me. Naast genetische voorkeuren, is er ook nog zoiets als dieet en levensstijl. En of er kindjes komen.
ik:Na je vijfendertigste?
zij:Och, veel eerder als je niet per se moeite doet.
ik:Nou ja, is een mens niet gebouwd om een jaar of vijfenveertig te leven, maximaal?
zij:Zo was het natuurlijk altijd wel. En van vrouwen was altijd al in éen keer het mooie af als ze eenmaal gebaard hadden, als ze niet in het kraambed stierven.
ik:Duck’s disease is ook typisch vrouwelijk, trouwens.
zij:Wat is dat nu weer…
ik:Dat je billen zich dichter bij de grond bevonden dan jij wel prettig vindt.
zij:Die grijns op je kop waarmee je het zegt ook. En dat er woorden voor zijn bedacht, dat zegt toch alles. Laten we hier over op houden
ik:Wat zou een goede Nederlandse vertaling zijn? Waggelziekte. Gravitas?
zij:Ophouden…

So it goes

Kurt Vonnegut gave a rare interview to BBC’s The Culture Show. Sunday it will be 60 years ago the allied forces bombed and destroyed the German city of Dresden. Vonnegut was one of the very few survivors then. He was held as a prisoner of war there.

The stupidity of this unnecessary bombardement is the central theme of his first successful novel: Slaughterhouse Five.

Vonnegut had something to say about the reasons behind the American invasion of Iraq, tonight. Though he blames writers as well, when it comes to it:

Revenge. It’s the easiest story to tell.

While revenge hardly ever is a good reason for anything.

* see this earlier post as well


Vonnegut

Nothing I can say can have any effect, except to say to somebody else, ‘You’re not alone.’ That’s as far as it goes,” he says. “No political effect whatsoever.”

interview in The Globe and Mail


Communication

Forbes has a special report on communication. With among others Chomsky interviewed on language, and Jane Goodall as well. Cerf on the internet, and Kurt Vonnegut on telling a story:

[R]eading it is actually quite difficult–I mean it is as hard as learning to read music, and it’s a remarkable skill. And if you take ink on paper and make people respond to it, they themselves are going to have to be performers. It’s like arriving at a concert hall and being handed a violin, and you’re expected to play. That’s what we expect readers to do, perform themselves, because they’re half of the performance.


Te vermijden woord van de dag ii

Bluesnarfing

[Volgens Kurt Vonnegut is een snarf trouwens iemand die aan andermans fietszadels ruikt. Een dweek is dan weer iemand die het leuk vindt om een kunstgebit tussen zijn billen te klemmen. Bijvoorbeeld om de knopen op banken af te bijten.]


you are going to be lonesome as hell

if you make use of the vast fund of knowledge now available to educated persons, you are going to be lonesome as hell. The guessers outnumber you–and now I have to guess–about ten to one.

Kurt Vonnegut


Man Without A Country
Kurt Vonnegut jr.

[…] Mijn vermoeden was juist, in dit boek is weinig meer verzameld dan de persoonlijke essays die Vonnegut al publiceerde op In These Times.com. […]
 
 
 

boeklog 419


Kurt Vonnegut Jr. [1922 – 2007]

He maybe has died, his books and ideas live on. So it goes.

more Vonnegut on eamelje.net
more Vonnegut on boeklog


Kurt Vonnegut Jr. [1922 – 2007] bis


click image to play. 0.55 minutes

I lack the time right now to write a real obituary about Vonnegut, and to say what his work has meant to me. So, here’s an interview clip from February 2005 that sums up nicely what he wanted to say with his work.

You are not alone. Others feel as you do.


Kurt Vonnegut Jr. [1922 – 2007] IM

Kurt Vonnegut is misschien de enige auteur die ik al las voor ik hem begreep, en nu nog altijd lees. Dat is een groot compliment aan zijn kwaliteiten als schrijver.

Vonnegut was in staat een dertien, veertienjarig jongetje te voorzien van de rare en grappige verhalen die hij zo zeer zocht — de plaatselijke bibliotheek had zijn boeken gelabeld als science fiction. Hun fout, maar mijn geluk.

Wat later mocht ik tot mijn verbazing een boek van hem op mijn lijst zetten, bij Engels. Slaughterhouse Five. Mijn leeshonger had ik toen al te vaak moeten stillen met erkend litteraire meesterwerken waar ik werkelijk niets aan vond. De ervaring was toen al dat de meeste hooggeprezen schrijvers me verveelden.

Alleen durfde ik dat nog niet toe te geven. Het lag vast aan mij. Dus dat Vonnegut, met al zijn rare verhaalwendingen, en zijn volkomen vrijheid van denken, ook als een serieus schrijver werd beschouwd, was bijna onbegrijpelijk.

Vonnegut heeft me nooit verveeld. Zelfs niet in zijn teleurstellende boeken, want het zijn niet allemaal meesterwerken die hij schreef. En ook verveelde hij niet toen ik zijn stem door-en-door had leren kennen.

In de bundel Fates Worse Than Death beschrijft Vonnegut terloops hoe hij in 1984 een mislukte zelfmoordpoging heeft gedaan, met drank en pillen. Vonnegut had zijn leven last van depressies, en kwam ook uit een familie die daarvoor aanleg had.

Hij maakte er des te hardere grappen om. Als tegengif.

En ik weet tegenwoordig vooral op die kant van zijn schrijfwerk te reageren. Er staat namelijk een straf op intelligentie, of levenservaring, en die is dat je zo veel gaat doorzien. In het bijzonder politici, en hun holle praatjes. Maar ook anderen. En dan moet je telkens meemaken dat bijna iedereen die praatjesmakers allemaal wel serieus neemt. Blijkbaar geen weerstand ontwikkelt tegen die retoriek en het bijbehorende holle geneuzel.

Zulk een realiteitszin leidt makkelijk tot illusieloosheid.

Maar dan is er iemand als Vonnegut, die dit mechanisme allang doorheeft, en in tal van boeken aangeeft wat er wel de moeite waard is om voor te leven.

Gewoon, om een beetje aardig te zijn voor een ander. En om grappen te vertellen.

Daarom, zoals hij zei:

I am, incidentally, Honorary President of the American Humanist Association, having succeeded the late, great science fiction writer Isaac Asimov in that totally functionless capacity. We had a memorial service for Isaac a few years back, and I spoke and said at one point, “Isaac is up in heaven now.” It was the funniest thing I could have said to an audience of humanists. I rolled them in the aisles. It was several minutes before order could be restored. And if I should ever die, God forbid, I hope you will say, “Kurt is up in heaven now.” That’s my favorite joke.


Slapstick
Kurt Vonnegut jr.

[…] bovenal is deze roman een in memoriam voor zijn zuster, waarin Vonnegut een vorm probeert te vinden om zijn gemis te verwoorden. Omdat hij besefte al zijn boeken geschreven te hebben met haar als ideale lezer in het achterhoofd. Dat hij schreef om zijn zus te vermaken. […]

boeklog 673


Palm Sunday
Kurt Vonnegut jr.

[…] Grappig vind ik dat Vonnegut ook een mislukte werktuigbouwer blijkt te zijn, zoals ik. En dat hij in vele boeken waarschuwt voor een blind geloof in technologie. Maar desondanks meent dat aan alle verhalen te sleutelen is zoals een monteur een T Ford weer aan de praat kan krijgen. […]

boeklog 677


Timequake
Kurt Vonnegut jr.

[…] Raar is het om George W. Bush ergens voor te moeten bedanken. Maar diens incompetentie, en de zeldzame corruptheid van zijn regering, maakten Kurt Vonnegut nog eenmaal zo kwaad dat zijn woede een aardig boek opleverde. A Man Without a Country heette dit, […]

boeklog 688


Cat’s Cradle
Kurt Vonnegut jr.

[…] Ook al heeft Vonnegut meerdere dystopieën geschreven, geen daarvan eindigt zo donker als deze. […]
 
 
 

boeklog 698


Overwegingen | 49

  1. Waar ik nooit over had nagedacht, ondanks dat Slaughterhouse 5 een favoriet boek is…
  2. Toen Kurt Vonnegut krijgsgevangen werd gemaakt, tijdens de Battle of the Bulge, wist zijn familie van niets. Die kreeg alleen te horen dat hij vermist werd. Die moest met dit idee leven. Vonnegut overleefde het bombardement op Dresden, onder meer. En hij heeft maanden later op 29 mei 1945 een brief naar huis geschreven, over hoe het met hem was;
  3. Die brief is bewaard. En staat in een postuum verschenen boek;
  4. Ik had zo ongeveer met mezelf afgesproken geen boeken van Vonnegut te kopen, omdat ik het beste wel heb;
  5. En ongetwijfeld zal Armageddon in Retrospect een allegaartje zijn;
  6. Maar toch;
     
  7. Ook op een treiterige manier aantrekkelijk is dat er een nieuw boek van John McPhee uitkomt. Alleen kost dat 70 dollar. Wat ik zelfs met de huidige koers van de valuta veel geld vind voor een mij onbekend boek;
  8. Ook al is het van een lievelingsschrijver;
  9. Punt is verder, normaal kan ik rustig een jaar wachten tot de paperback uitkomt. Die kosten maar een kwart tot een derde van de gebonden uitgaven. Maar McPhee heeft dat nieuwe boek ineens bij een andere uitgever uitgebracht. En nu heb ik die zekerheid niet dat er ook nog een paperback van uitkomt;
     
  10. Dat Nederlandse internetgebruikers naar verhouding de meeste tijd online doorbrengen op Google, kan ik goed begrijpen;
  11. Zelfs dat Hyves.nl een populaire bestemming is, lijkt me niet vreemd;
  12. Nu.nl mag zich met een derde plaats de populairste nieuwssite noemen, en dat toont vooral aan wat Nederlanders onder nieuws verstaan. Helaas;
  13. Maar wat maakt Relatieplanet.nl zo’n stuk populairder dan bijvoorbeeld Marktplaats.nl, of Startpagina.nl?
  14. Het is blijkbaar erg eenzaam, hier online;

Vertellen, en schrijven, heeft ook met techniek van doen

Mies Bijzinnen vroeg terecht waarom het liefdesverhaal dan zo’n krachtig plot zou opleveren voor een roman, en wat dan nog meer krachtige plots zijn.

Geen van deze vragen kan ik beantwoorden. Wat niet betekent dat ik niet iets aan antwoord ga proberen, ook al omdat bijna vier jaar boeklog ondertussen wel enkele inzichten heeft opgeleverd.

Maar ik ben ook lang de enige niet die deze vraag heeft getracht te beantwoorden, zonder daarbij tot een definitieve uitkomst te komen. Grappig is alleen de eeuwige discussie over hoeveel plots er in fictie mogelijk zijn. Zesendertig? Eenendertig? Twintig? Zeven? Drie? Eén? Hoeveel u maar wenst?

En wat is een plot dan eigenlijk?

Karel van het Reve was de eerste bij wie ik las dat iedereen die iets aan een ander vertelt daar tijdens de vertelling vorm aan geeft. Lang niet alle details zijn nodig om een ander te boeien met een verhaal, terwijl sommige juist noodzakelijk zijn. Verder is er weinig prettiger dan als een verhaal met een onverwachte ontknoping komt, omdat die een emotionele ontlading oplevert, bij de luisteraar of lezer.

Wij mensen plotten dus van nature. Sterker nog, we zijn zo gewend narratief te denken — in reeksen van oorzaak en gevolg — dat we verhalen zien waar die niet zijn. De simpelste vertellingen zijn daarbij het indringendst, helemaal als die een open einde hebben; iets waar reclamemakers en politici nogal van profiteren. En laat ik voor de gelegenheid de banken ook niet vergeten. Maar het mechanisme speelt overal, op alle denkniveaus. Eén van de meest basale fouten bij het hanteren van statistiek is bijvoorbeeld de verwarring tussen correlatie met causaliteit — maar dat verschijnselen tegelijk optreden, betekent daarmee absoluut niet dat er ook een verband tussen beide is. Toch wordt deze vergissing zo ontstellend vaak gemaakt, dat ik die gemakshalve maar reken tot de menselijke natuur.

Is fictie in romans, of als gefilmd drama, dan iets anders het geraffineerd inspelen op de zo basale behoefte van de mens om in verhalen te denken?

Of laat ik het anders stellen. Is het niet de plicht van elke schrijver de lezer onopvallend telkens de vragen aan te reiken waar deze dan antwoord op wil?

Nu hoeft dat tegenwoordig niet meer per se. Omdat er in de twintigste eeuw andere, meer academische vormen van schrijven zijn ontstaan, waarbij plots of subplots er niet zo zeer toe doen, maar de auteur op andere manieren spanning aan zijn tekst probeert te geven. Veelal vind ik zulke boeken slecht leesbaar. Ze bieden weinig redenen om de volgende pagina om te slaan. Erger nog is de trieste traditie dat mensen het eerst zichzelf verwijten als zij een tekst niet kunnen begrijpen, waarmee zij van de weeromstuit zo’n auteur intelligenter en belangrijker maken dan die is.

Overigens schreef ik vorig jaar al in meer detail dat dit mijn belangrijkste probleem is met de romans van Gysbert Japickx-winnaar Josse de Haan; waarbij in mijn betoog veel terugkomt van waarover ik nu hier schrijf.

Ook aan het intrigerende essay How Fiction Works van criticus James Wood viel me op dat nadruk op de plot van een boek blijkbaar verdacht is geworden. Hij behandelt het hele aspect niet; of slechts heel impliciet, omdat hij wel belangrijk vindt of een tekst waarschijnlijk is. Realisme moet.

Bij Wood, en vele anderen, weegt nogal mee dat er in zijn ogen minderwaardige boeksoorten bestaan die totaal plotgedreven zijn; de genrefictie, zoals de thriller, of de doktersroman. Maar hij kraakt deze boeken in zijn essay alleen af op de kwaliteit van het schrijven op zinsniveau, wat ik nogal merkwaardig vind.

Bij mijzelf merk ik op steeds strenger te kijken of een auteur zijn of haar materiaal onder controle heeft, en geen al te goedkope effecten najaagt. Het plotten is daarbij voor mij in de eerste plaats gereedschap. Meer niet. Maar wel beproefd gereedschap.

Zo beschreef Merel Roze in haar debuutroman Fantastica uitgebreid dat het vriendje van haar vrouwelijke hoofdpersoon een computerhacker was. Dus is het vervolgens een gemiste kans als er in het hele boek nauwelijks iets met die gegeven gebeurt, hoewel de hoofdpersoon ook een actief leven heeft online; waardoor deze hacker toen het uit was haar bestaan nog erger had kunnen ontregelen.

Ik dacht dus tijdens het lezen een plotelement aangereikt te krijgen, waardoor het opviel dat er verderop in het boek niets mee gebeurde. En ja, zoiets mag de auteur verweten worden; zelfs in een debuut. Tekst die niet bijdraagt aan logische voortgang aan het verhaal is uiteindelijk lege tekst. Sterker nog, tekst die slechts bedoeld is om het verhaal ‘echt’ te doen lijken, houdt alleen maar op.

Daar tegenover staat dat als een auteur speelt met de verwachtingen van zijn lezers — zoals Max Frisch doet in Homo Faber, door hints te geven voor mogelijke plotontwikkelingen, en daar dan later pesterig vanaf te wijken — die juist perfect laat zien zijn vak te beheersen.

Helaas valt mij op dat nogal wat gepubliceerde auteurs het maar een vreemd idee vinden dat zij de verantwoordelijkheid dragen voor alle verhaalelementen in hun boeken. Die hele kaboutervete van mij met It Skriuwersboun ontstond zelfs om weinig anders meer.

Toelichting. In de eenentwintigste eeuw alsnog een roman in de Tweede Wereldoorlog plaatsten, zadelt de auteur met zware verplichtingen op, zo meen ik. Dat decor is geen neutrale achtergrond voor een boek; de emotionele verwachtingen bij de lezer liggen door deze keuze namelijk al voor een groot deel vast. De Nazi-tijd is zelfs zo’n uitgekauwd cliché in onze cultuur, dat een schrijver alleen daardoor het gevaar loopt nooit iets van waarde te kunnen schrijven.

Maar dit inzicht bleek geheel onbekend te zijn, in Friesland.

Ook ‘dood’ als plot vind ik vrijwel altijd een zwaktebod. Laat éen van de personages maar sterven, en kondig dit einde vooral tijdig aan, en er zit meteen hoogspanning in het boek. Och, och, wat erg allemaal wat er gebeuren gaat. En hoe waardevol de ervaringen met de nog-net-niet-dode.

Het is natuurlijk te begrijpen dat auteurs naar dit middel grijpen. Doordat Jan Wolkers in Turks fruit Olga laat sterven, wordt met terugwerkende kracht de hevige liefde van de twee hoofdpersonen extra eenmalig. Toch vind ik de dood van belangrijk personage vrijwel altijd nutteloos grof. Het is op zich niet erg dat een auteur mijn emoties stuurt, maar sommige methoden zijn me gewoon te makkelijk. Te vaak gedaan. Cliché alweer. Aan de manipulatie door de schrijver moet vooral niet meteen al opvallen dat die manipulatie is.

Waar het bij fictie in de eerste plaats om gaat, is om het ongeloof bij de lezer voor te zijn. Een boek moet op alle niveaus waarschijnlijk wezen. Maar veel daarin is cultureel bepaald, en daarmee tijdelijk. Dat heeft immense invloed op de nu mogelijke plots voor boeken, TV-series, of films; en daarmee ook de kracht daarvan. Denk ik.

Zo maakte John Allen Paulos ooit de intrigerende opmerking dat wij tegenwoordig in ons leven het toeval het liefst zo veel mogelijk uitbannen. Dit mechanisme heeft vervolgens als uitwerking dat toeval amper gebruikt wordt als plotelement in boeken of films — terwijl in de negentiende eeuw het publiek er juist van smulde als een verhaal gered werd door een stomtoevallige ontwikkeling.

Wij geloven allang niet meer in een goddelijk ingreep in een verhaal.

Karel van het Reve adstrueerde ditzelfde mechanisme door uit te leggen dat stom toeval als element in een verhaal voor ons geen enkele emotionele bevrediging biedt. En tegelijk, dat er toch maar heel weinig nodig is, om de lezer of kijker desondanks tevreden te stellen. Als er maar een verklaring voor dat toeval komt. Niemand gelooft het als iemand een heel boek lang met financiële problemen worstelt, maar nog net gered wordt doordat hij plots op straat een koffertje met geld vindt. Maar geef zo iemand een ver familielid, dat sterft, en plots een rijke erfenis nalaat, en dat is voor bijna iedereen verklaring genoeg voor het einde van de geldproblemen.

Maar is er dan echt niet iets meer te zeggen over wat de sterkste plots oplevert voor verhalen, tenslotte?

Ik denk het niet, gezien de grote culturele component ervan. Werkelijk alles hangt af van de omstandigheden, in tijd, ruimte, en locatie.

Stel, wij lezen een boek waarin een broer uiteindelijk zijn zus vermoordt. Voor ons is dat zonder meer een afschuwelijke daad, die nauwelijks te excuseren is. Maar in meer tribale samenlevingen komt eerwraak nog altijd voor, en is de opoffering van een vrouwelijk familielid om de eer van de familie of stam te herstellen geen schande, maar soms zelfs noodzaak.

Combineer deze twee gegevens, plaats een roman in eenentwintigste-eeuwse Nederlandse stad, en dan ineens is ‘wraak’ als plotelement ontstellend krachtig — en o wat zijn de emoties van de lezers dan ook makkelijk te manipuleren, zonder dat zij dit doorhebben. Plaats hetzelfde verhaal ergens in de Turkse periferie, met alleen lokale personages, en dat alleen al maakt de mogelijkheden met dit plot aanzienlijk beperkter.

En goed, dan gaat het alleen nog maar om de kern van een mogelijk boek, of een film. Dan is er nog niets gezegd over wat voor soort fictie dit oplevert, aan kleur of detail.

Bovendien is er op het moment nog nauwelijks gewerkt met bovenstaand plot, wat een fictieproductie alleen daarom al bijzonder maakt. Pikken teveel schrijvers of filmers deze conflictstof op, wordt die al snel een cliché.

Merk op dat scenarioschrijvers voor films wel lijken door te hebben dat een verhaal kracht krijgt door het op te bouwen uit éen grondidee, en nogal wat boekenschrijvers dit besef ontberen. Hierover is natuurlijk op te merken dat films doorgaans erg simpele vertellingen zijn, vergeleken met wat er in proza kan. Bovendien is de filmindustrie veel professioneler gericht op het manipuleren van het publiek; daar hangt namelijk ook enorm veel geld vanaf. En toch lijken die verklaringen me onvolledig. Ik denk eerder dat er bij literaire schrijvers angst is om voor genreauteurs versleten te worden, en dat vooral hun keuzes kleurt. Al wil ik ook niet uitsluiten dat er te weinig over de techniek achter het vertellen van verhalen wordt nagedacht. Dat de individueelste expressie van de individueelste emotie voorrang heeft.

Tegelijk geldt ook, zoals Kurt Vonnegut terecht opmerkte in zijn auto-interview in Paris Review: zo’n eenduidig plotelement als ‘liefde’ of ‘wraak’ kan veel te sterk te zijn voor wat de schrijver eigenlijk wil met zijn boek.

So much of what happens in storytelling is mechanical, has to do with the technical problems of how to make a story work. Cowboy stories and policeman stories end in shoot-outs, for example, because shoot-outs are the most reliable mechanisms for making such stories end. There is nothing like death to say what is always such an artificial thing to say: The end. I try to keep deep love out of my stories because, once that particular subject comes up, it is almost impossible to talk about anything else. Readers don’t want to hear about anything else. They go gaga about love. If a lover in a story wins his true love, that’s the end of the tale, even if World War III is about to begin, and the sky is black with flying saucers.

INTERVIEWER
So you keep love out.

VONNEGUT
I have other things I want to talk about. Ralph Ellison did the same thing in Invisible Man. If the hero in that magnificent book had found somebody worth loving, somebody who was crazy about him, that would have been the end of the story. Céline did the same thing in Journey to the End of Night: he excluded the possibility of true and final love—so that the story could go on and on and on.


Ideeën, Zesde bundel | 1177 – 1205
Multatuli

De Zesde bundel Ideeën is dus werkelijk niet meer dan een feuilleton vol verwikkelingen over Woutertje Pieterse. Voor bezorger J.J. Oversteegen was dit reden genoeg om dit boek de enige roman te noemen die Multatuli geschreven heeft na Max Havelaar.

Maar naar mijn hedendaagse smaak zat er voor een roman wel erg weinig vorm in.

Slechts tweemaal begaf de schrijver zich buiten het verhaal, om weer eens wat stokpaardjes te berijden. Idee 1199 gaat over de spelling van het Nederlands — waar Eduard Douwes Dekker duidelijke voorkeuren bij had. Tegelijk ziet hij ook wel in dat spelling alleen voor kleine schoolkinderen en taalprofessoren een halszaak is. Bij schrijven gaat het om iets anders.

In Idee 1181 verwoordde Multatuli namelijk weer eens wat zijn kunstideaal was.

De ware artist tekent de Natuur na, zo als die zich aan hém vertoont. Wie hierin oprecht naar juistheid streeft, is kunstenaar. Maar de heren vinden het makkelijker, een printje natetrekken, waarop ’n ander — óók al een nátekenaar van nátekenaars — getracht heeft iets aftebeelden.

Dat deed me dan weer erg denken aan wat Kurt Vonnegut zei over schrijvers — al citeerde hij daarbij Saul Steinberg:

Kurt Vonnegut: Saul, I am a novelist, and many of my friends are novelists and good ones, but when we talk, I keep feeling we are in two very different businesses. What makes me feel that way?

Saul Steinberg: It’s very simple. There are two sorts of artists, one not being in the least superior to the other. But one responds to the history of his or her art so far, and the other responds to life itself.

[ volg mijn opmerkingen over Multatuli’s Ideeën hier ]


Slaughterhouse-Five
Kurt Vonnegut

[…] Vonnegut overleefde het bombardement door een stom toeval. Hij was met zijn medegevangen opgesloten achter de dikke muren van een oud slachthuis. Schlachthof 5. Van daaruit betraden hij en zijn zenuwachtige bewakers de volgende ochtend een maanlandschap.

Na de oorlog werd Vonnegut schrijver. En verkoper van Saabs. En al die tijd lag er het gegeven dat hij nog eens iets moest doen met dat bombardement op Dresden. Alleen lukte dat niet. Waardoor hij toch eens een oude dienstmaat opzocht om herinneringen op te halen. Om daarbij uitgescholden te worden door diens vrouw. Omdat hij nog een baby was geweest in het leger, en het alleen daarom al geen pas zou geven leuk stoer te gaan doen over die oorlogstijd. […]

boeklog 11 xi 2012


Jailbird
Kurt Vonnegut

[…] Ergens in het boek noemt hij de hele maatschappij een gigantisch Ponzi-scheme van ongedekte leningen. En zelden zullen zijn woorden meer waarheid hebben bevat dan in deze tijd.

Toen Vonnegut nog leefde, was hij fel tegen de regering van George Bush de jongere. Zijn minachting verwoorde hij toen door hen zijn grootste nachtmerrie te noemen. De C-studenten van de protserige Ivy League universiteiten hadden de macht gegrepen.

Ik vond dat toen een vondst. Om in Jailbird te zien dat Vonnegut die grap al eens gemaakt had. Van iedereen die niet deugt in het boek wordt met nadruk gesteld dat hij in Harvard had gestudeerd — want dat is ook Walter F. Starbuck’s Alma mater. […]

boeklog 14 xi 2012


Quote of the Day | 1115

Rumpus: Is there a book that most embodies your dad for you?

[Nanette] Vonnegut: All of his work makes me hyperventilate, but Slaughterhouse-Five more than any others.

Rumpus: Why?

Vonnegut: Because it’s so good. Because of the pace of it, because of the poetry of it, because of the message, because of the humor. It’s hard, too, though. There’s family in it. It’s not all pretty. You see his sentiments about children. The way he talks about Billy Pilgrim, whose son was going to be a Marine, and how hugging him was no different than hugging a dog. Now, that’s a little bit hard to take, because I take it personally. I sometimes think he wasn’t crazy about his kids. But of course he was. He did the best he could considering what he was dealing with. I think he distanced himself from family and love sometimes because it was too painful. I see that in his writing. He’s making a joke here because he can’t handle real intimacy. […]

‘The Rumpus Interview with Nanette Vonnegut’


Letters
Kurt Vonnegut

[…] samenvattend is over Letters inderdaad te zeggen dat er te veel kattebelletjes in staan. De samensteller is het met deze bundel te doen geweest om een alternatieve autobiografie van Kurt Vonnegut te schetsen; met de brieven chronologisch opgenomen per decennium. Dus biedt het boek nogal wat aan minieme details over dat leven; aan problemen ook die slechts even speelden.

Terwijl het mij dan, vanzelfsprekend, allereerst om de schrijver als schrijver is te doen. Om zijn opvattingen nogmaals, alleen dan in nieuwe bewoordingen, bevestigd te zien worden. […]

boeklog 13 i 2016


Armageddon in Retrospect
Kurt Vonnegut

[…] Grootste probleem aan Armageddon in Retrospect is het ontbreken van een verantwoording over het opgenomen materiaal. Dat bestaat voor het grootste deel uit korte verhalen, over oorlog en vrede. Alleen zijn de meeste daarvan zo weinig specifiek Kurt Vonnegut dat het mij niet verbazen zou als deze dateerden uit zijn begintijd als schrijver. Van toen hij het vak nog leerde door in goed betalende ‘slicks’ te publiceren; en zijn werk kneedde naar de tijdschriftennorm.

Pas op het laatst van het boek is er soms even de krankzinnige toets die sommige romans van Vonnegut zo eminent leesbaar maakt. […]

boeklog 19 i 2016