Ynhâld fan ’e Menno Wigman-side

© eamelje.net 2001-2017. Alle rechten voorbehouden. All rights reserved

 

Burger King

Was er een tijd dat ik hier boven stond,
mijn mond vol Proust en Bloem, mij hoor je niet,
niet meer. Wat heeft het nog voor zin om in
een taal te denken die geen tanden heeft?
Ik sta alleen. Mijn woorden zijn naar god.

Dus slof ik door de leeszaal van de straat
en blader maar wat door de Burger King,
gewoon, omdat ik leef, omdat ik hopeloos
eenvoudig eet en straks vanzelf vertrek.
– Als deze wanhoop ons Walhalla is,

als hier het echte leven staat te lezen,
mij best, ik zag genoeg. In dit verhaal
betaal je met jezelf, niet eens bedroefd,
eerder verbaasd dat alles wat zo laag
en lelijk is zo sterk en stevig staat.

Menno Wigman


Stramien

De waanzin zelf gaat goed gekleed.
Zijn werk vergt tact, precisie ook.
Dus kruist hij namen aan,

kamt steden uit, tast schedels af.
Veegt hij zijn voeten, is het raak.
Stampt het in de nok.

Weer vraagt zijn vrouw naar zijn pensioen.
En hij met noodweer nog op pad.
Niet snik. ’Verkeerd bedraad.’

Van Luther met zijn inktpot tot Feith,
tot Freud en jou en mij geen mens
die zijn stramien begrijpt.

Menno Wigman, De wereld bij avond


Het gesticht
Menno Wigman

[…] Zo schrijft hij interessante pagina’s over de positie van de dichter. Want, als er boeken worden verbrand, zijn daar dan weleens dichtbundels bij? Heeft poëzie wel klauwen?

Wigman vreest dan dat er geen echt gevaarlijke en werkelijk ontregelende dichtregels bestaan. Terwijl hij wel anders had gewild.

Het liefst zou ik gedichten schrijven die zich als een stiletto in het hart van de lezer omdraaien. [71]

[…]

boeklog 22 iii 2012


Red ons van de dichters
Menno Wigman

[…] een uitgave waarin dit dagboek naast dat andere zou komen te staan, dat Wigman schreef over zijn verblijf in Den Dolder, en al apart werd uitgegeven, lijkt me een heel krachtig boek op te leveren. Het zou een fraai deeltje privé-domein kunnen zijn bijvoorbeeld. Alleen al om de tegenstelling tussen de schijnbare stilstand van het leven op een geïsoleerd inrichtingsterrein, en de dynamiek van het bestaan in een miljoenenstad.

Of bestaat daar wel zo veel verschil tussen? Voor een dichter? […]

boeklog 23 iii 2012