De Troost die Literatuur heet

een allerminst volledige blik in mijn boekenkasten

Uiteindelijk helpt niets – Abrahams
Arbeid een eigenaardig medicijn – Achterhuis
De markt van welzijn en geluk – Achterhuis
De boze tijden waarin wij leven – Allen
De hand aan zichzelf slaan – Améry
Difficulties with Girls – Amis
The invention of Solitude – Auster
Dagboek van een vernederd man – de Azúa
Geschiedenis van een idioot door hemzelf verteld – de Azúa
Dagboek van een teleurgesteld man – Barbellion
kijk verder »»

Book reviews

J.M Coetzee takes another look at Bellow’s Dangling man; which happens to be one of my favourite books. For some reason I always confuse Augie March with Richler’s The Apprenticeship Of Duddy Kravitz. David Lodge reviews Pnin; another favourite.


‘Human character is smaller now, people don’t have durable passions; they’ve replaced passions with excitement.’ He pops a final berry. ‘But this won’t give you love strong as death.’

Saul Bellow, interviewed in 1997

Bellow ii

Robert Sward: What does the media do and how do you distinguish between the work of a novelist and the work of a journalist? I might add that for me the central theme of “The Dean’s December” is what a human being really is.

Saul Bellow: You’re quite right. And what it is possible for a human being to be in a time like this. I don’t think the media deals with questions of this sort. I think the media gives you the news of the day, not news of being. That is what a good novel, story or narrative poem should bring, news of being. The media gives you information or perhaps mis-information. We suffer from a glut of this kind of dramatized, selectively dramatized pieces of fact, hand-picked items of news. In this age of mass communication people are given the impression that they know what is going on. Well, the genuine word in the expression “mass communication” is mass. The second term, communication, is mis-leading. And we don’t know what is really going on. What we get from the mass media are the shadows of what is happening.

from an 1982 interview .

Saul Bellow [1915 – 2005]

I will say this for my choice: there are many professions that one may follow without enthusiasm, but though there may be as many unenthusiastic novelists, proportionately, as there are unenthusiastic engineers or dentists, they must consider themselves infidels and they feel their unbelief and treason keenly. Vividness is what they must desire most and so they must value human existence or be unfaithful to their calling.

Saul Bellow

Obituaries: The Guardian, Times Online UK, NY Times, Reuters

on or by Bellow on this weblog

Saul Bellow [1915 – 2005] ii

This is an odd moment in human history and much of modern thought is dead thought, repulsively and oppressively dead. The need now is for thinking that is so passionate it becomes vivid. I don’t blame people for not wanting to be bothered and if they’d rather have antics or copulation in the novel, well, the world’s so abundantly supplied with these things I can’t see why they’d object if I come up with something different. They’re welcome to their cakes. and if they’re willing to eat flat cakes and drink stale ale, there’s plenty around. But why should these people be affronted by a new kind of book?

Saul Bellow, interview 1982

Books Meme

Some questions on books, that have making their rounds in the blogosphere, handed to me by Ronald. The first and the last time I will take part in such a relay, only because the questions are on books.

You’re stuck inside Fahrenheit 451. Which book do you want to be?
As I understand it, the question posed here is which book am I willing to learn by heart, in order to become it in the living library that cannot be burned by government. Let’s be ambitious here and say Gerrit Komrij’s anthology of contemporary Dutch poetry: De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in 1000 en enige gedichten. This’ll give me some head start as well, as I seem to know quite a lot of poetry by heart already.

Have you ever had a crush on a fictional character?
In movies and TV series yes, but never in books. I’ve been moved by them, have wept over some; however, the women in words never became real enough for me to fancy them.

The last book you bought was…?
David Sedaris, Dress Your Family in Corduroy and Denim

The last book you read was…?
David Sedaris, Dress Your Family in Corduroy and Denim [my review will appear here]

What are you currently reading?
I am always busy with several books at the same time. At the moment:
H.J.A. Hofland, Tegels lichten
Douwe Draaisma, Het verborgen raderwerk
Tomas Ross, Take Care! Omzien naar Van Gogh
S. Vestdijk, De glanzende kiemcel
Philip Larkin, Collected Poems
Saul Bellow, The Actual

Five books you would take to a desert island…
I do not really get this question; to me books are either paper escape capsules, or treasuries of knowledge. On a desert island there’s no escape needed because the world is elsewhere, and there’s probably not much to know about such an island.

So, in the spirit of this ridiculous question: probably five songbooks with lots of lyrics to give me something new to sing.

I think it’s much more interesting to ask which books I would have taken with me to prison, or the loony bin.

Whom are you passing this stick on to and why?
I drop it here and now. Nevertheless, people willing to continue this relay, are cordially invited to take it up, and say so in the comments box.

Saul Bellow [1915 – 2005] iii

Vorig week werd ik er wakker mee. De radio sloeg aan met het bericht dat de Amerikaanse schrijver Saul Bellow overleden was. Automatisch volgde daar de melding bij dat hij de Nobelprijs voor literatuur gewonnen had.

Merkwaardig toch, die eerbied voor lintjes en dergelijke versierselen.

Toen al wist ik iets over mijn eerbied voor Bellow te moeten schrijven, me daarbij meteen realiserend hoe moeilijk dat zou zijn.

Er staan veel van zijn boeken in de kast, en éen van mijn exen pestte me zelfs met mijn liefde voor “Paul Cello”. Daar ligt het niet aan. Ook vind ik het erg in hem te waarderen hoe zeer hij met gewichtigheid spot; vooral de blaséje eigenwaan van academici blootlegt. Bovendien schrijft de man dikwijls zo ongelooflijk goed dat ik zijn boeken soms al na een halve pagina lezen weg moet leggen.

En toch.

Vraag me niet om hem uit mijn hoofd te citeren. Of om een van zijn boeken even kort samen te vatten, ondanks dat ik sommige meermalen gelezen heb. Ondanks al mijn bewondering blijft er toch ook duidelijke afstand tot het werk; het is niet mogelijk me aan Bellow over te geven.

Soms denk ik dat het komt omdat hij uit een andere, taliger tijd komt. Dat er tegenwoordig zo veel slecht en vaag taalgebruik om ons heen is, dat de kwaliteit van zijn woordkeuze en beelden me verwart.

Soms ook weet ik heel zeker dat de brugklas al te laat in iemands leven komt om nog voldoende Engels te kunnen leren.

Anderzijds is het prettig om te weten voorlopig nog niet klaar te zijn met een schrijver. Zelfs na zijn dood.

Saul Bellow [1915 – 2005] iv

For to put the matter at its baldest, we live in a thought world, and the thinking has gone very bad indeed. Therefore the artist, whether or not he views himself as an intellectual, is involved in thought struggles. Thinking alone will never cure what ails him, and any artist should be grateful for a naive grace which puts him beyond the need to reason elaborately.

Bellow’s foreword to Bloom’s Closing of the American Mind

The Essential Critic

“When I was writing about Tom Wolfe, reviewing A Man In Full,” he says, “it seemed to me there was a moral and aesthetic task as a critic: to say to the reader, now, he keeps on saying he’s like Dickens. First of all, let’s have a look at Dickens. Secondly, if you believe that he’s as good as Dickens or that he will give you the sustenance that a really good novelist — Philip Roth or Bellow or whatever — can give you, then you’re cheating yourself and you’re being cheated, and I’m going to point out how he’s sentimental, raucous and crude.”

James Wood sees literary criticism as a means of revealing truth in novels

boeklog over A Man in Full

In de herkansing ziet men soms wel opvallend veel meer

Herlezen is het enig ware lezen. Al was het maar omdat vooraf dan al bekend is dat er iets goeds komt. Mijn herlezen komt alleen soms wel met een verplichting. Ik heb onstellend veel boeken in een Nederlandse vertaling gelezen. Beter was namelijk meestal niet voorhanden. Zo lang is het ook nog niet gewoon dat boeken goedkoop online te bestellen zijn. Maar bij literair of goedgeschreven Engelstalige boeken is het toch zo dat ik beter het origineel kan herlezen dan de vertaling.

Alleen, zelfs een man wiens wanden behangen zijn met boekenkasten aarzelt weleens bij de aanschaf van weer een boek. Waarom iets gekocht dat ik al bezit, zij het dan in vertaling, terwijl er zo veel miljoenen boeken zijn waar ik zelfs nog nooit kennis van genomen heb?

Nu ja, soms vergt die beslissing geen enkele overweging. Al van toen ik weer eens bladerde in De geschiedenis van een vriendschap was me duidelijk dat ik V.S. Naipaul toch echt in eigen woorden moest zien schelden, en niet in het Nederlands.

Moeilijker zijn dat soort overwegingen al bij boeken waarvan ik weet dat er wel éen of twee aardige stukken in staan, maar toch niet genoeg om heraanschaf te overwegen. Al hoop ik nu eindelijk eens te leren dat een Nederlandse vertaling ook weleens op een andere manier een grove bewerking is van een boek.

Van de reeks Privé-domein is me inmiddels wel bekend dat veel boeken eerder een bloemlezing bieden uit iemands werk dan het hele werk. Maar dat bijvoorbeeld ‘The Good War’ van Studs Terkel 50% meer gesprekken bevat dan de Nederlandse vertaling ‘De goede oorlog’ was een schok.

En nog erger maak ik op het moment mee. Ik lees It All Adds Up van Saul Bellow. Heel langzaam. Soms maar met essay per week, omdat het literaire fijnproeverij is. Blijkt de Nederlandse versie in mijn bezit ook maar een kleine selectie te hebben geboden uit dit boek, en niet het hele boek te zijn; een selectie bovendien van de stukken die me nu het minst interesseren.

Daardoor schrijnt het dit boek jaren genegeerd te hebben, omdat ik dacht het al te kennen, terwijl dit helemaal niet zo was.

Overwegingen | 0129 John Updike v

Schrijvers gaan natuurlijk niet dood. Ze publiceren alleen zelf niets nieuws meer;
Want ja, nabestaanden genoeg die na iemands verscheiden nog van alles menen te vinden in de stapels onafgewerkt materiaal;

Enfin, Pessoa’s Boek der rusteloosheid is postuum samengesteld uit een grote hoeveelheid losse bladen in een enorme kist;
Heel soms doen de achterblijvers wel degelijk iets dat nut heeft;

Maar over het algemeen? Ik zal de rest van mijn leven Updike en Bellow blijven lezen; om maar twee inmiddels gestorven auteurs te noemen;
En dan komt er misschien niets meer bij mijn verzameling van hun werk…
Herlezen is het enig ware lezen, dus wat zeur ik;

Nu ja, er is een mens dood. Dus dat betreur ik;

En misschien komt er een moment dat ik alleen nog maar dode witte mannen lees;
Als ik me geheel heb afgewend van al dat, wat als de actualiteit wordt verkocht;
Dit proces is al in gang gezet;

Quote of the Day | 0329

Writers, poets, painters, musicians, philosophers, political thinkers, to name only a few of the categories affected, must woo their readers, viewers, listeners, from distraction. To this we must add, for simple realism demands it, that these same writers, painters, etc., are themselves the children of distraction. As such, they are peculiarly qualified to approach the distracted multitudes. They will have experienced the seductions as well as the destructiveness of the forces we have been considering here. This is the destructive element in which we do not need to be summoned to immerse ourselves, for we were born to it.

Saul Bellow, in: It All Adds Up, “The Distracted Public”, 167.

It All Adds Up
Saul Bellow

[…] Toen Saul Bellow doodging, in 2005, stierf daarmee ook een laatste vertegenwoordiger van een generatie die op een uitzonderlijke manier opgroeide met taal en boeken. De televisie, en andere massamedia, hebben die mogelijkheid voor ons allang verpest. Maar voor hem en zijn generatiegenoten, volwassen wordend in de crisisjaren, was het niet alleen normaal om te lezen, en om daarbij alles te lezen, zij hadden ook de tijd om het gelezene te bespreken en te verwerken. […]

boeklog 29 iii 2009

Quote of the Day | 0610

People can lose their lives in libraries. They ought to be warned.

Saul Bellow

Quote of the Day | 0811

A great deal of intelligence can be invested in ignorance when the need for illusion is deep.

Saul Bellow

Quote of the Day | 0812

With a novelist, like a surgeon, you have to get a feeling that you’ve fallen into good hands – someone from whom you can accept the anesthetic with confidence.

Saul Bellow

Quote of the Day | 1231

Are most novels poor today? Undoubtedly. But that is like saying mutilation exists, a broken world exists. More mutilated and broken than before? That’s perhaps the world’s own secret. Really, things are now what they always were, and to be disappointed in them is extremely shallow. We may not be strong enough to live in the present. But to be disappointed in it! To identify oneself with a better past! No, no!

Saul Bellow, in ‘Saul Bellow’s Letters Reviewed’

Boeklog on Bellow

Saul Bellow

Eén illusie is me ontvallen. Ik kan geen boeken meer lezen met het idee de inhoud later misschien nog eens beter te begrijpen. Beter dan nu wordt mijn lezen niet.

Twintig vijfentwintig jaar geleden lag dit anders. Toen kon ik me nog koesteren in de waan te jong te zijn, te weinig ervaren, om de bedoelingen te begrijpen van enkele schrijvers. Als een boek me niet boeide, lag dit aan mij; en mijn nog onpeilbaar diepe onnozelheid.

Inmiddels heb ik doorgekregen dat sommige van die onleesbare boeken ook werkelijk onleesbaar zijn; gewoon omdat de schrijver dat zo bedoeld heeft.

Dus is het vreemd het toch als een gemis te voelen een zekere onschuld te zijn kwijtgeraakt, door het lezen.

Van de roman Herzog wist ik bij eerste lezing ook zeker er te jong voor te zijn. Maar dit had een andere reden dan dat het boek te onbegrijpelijk zou zijn. Herzog gaat over een intellectuele man van middelbare leeftijd, die zijn desillusies probeert te verwerken door hele reeksen aan brieven te componeren.

De hoofdpersoon van het boek heet Moses E. Herzog, en hij is 47 jaar. En dat leek al behoorlijk oud, toen ik de roman voor het eerst las. Inmiddels is dit niet meer zo.

Mijn leesproject voor het putje van de winter wordt daarom een poging Herzog nu eindelijk eens te herlezen. En me dan niet te laten verblinden door de pracht van Saul Bellow’s Engels.

[ volg mijn gedachten over Bellow’s Herzog de komende weken hier ]

Herzog | pagina’s 3 – 72
Saul Bellow

Lang heb ik de eerste zin van Herzog éen van de mooiste regels gevonden waarmee een roman maar beginnen kon. Wat dan vooral om het staccato was, van al die éenlettergrepige woorden op een rij, gevolgd door een ineens iets ingewikkelder lijkende naam. Omdat de taal enerzijds onmachtig lijkt, door zijn eenvoud, en tegelijk toch zo krachtig is.

If I am out of my mind, it’s all right with me, thought Moses Herzog.

Tegenwoordig valt me hoogstens op dat deze beginregel los staat van de daarop volgende.

Twee ongetitelde hoofdstukken las ik in de eerste week. In het eerste wordt vooral uitgewerkt wie Herzog is, en wat er met hem aan de hand zou kunnen zijn, om dan halverwege nader in te zoomen op in op éen van zijn problemen. Zijn liefdesleven.

Merkwaardig is dat ik dit aspect helemaal niet onthouden heb van die eerdere lezing, zeker twintig jaar geleden. Terwijl Bellow, net als Roth, of Updike, toch zo veel opvallend vervelende boeken hebben geschreven over de frustraties in het sexleven van middelbare Amerikaanse mannen.

Van die eerdere lezing staat me vooral bij dat de roman gaat over een man die heel veel brieven componeert, en dat ik Herzog te lang vond. Alleen zegt dat laatste op zich weinig. Er zijn slechts een paar romans van Saul Bellow geweest die ik een roes heb kunnen uitlezen. The Dean’s December was er zo éen, en het vroege boek The Adventures of Augie March. Maar doorgaans gaat het anders. Dan kom ik de tekst dikwijls heel moeilijk in, zodat er geen reden is om verder te lezen. Dan is het lezen een lange estafettetocht met soms maar heel korte aflossingsbeurten.

Herzog liet me ditmaal vrij makkelijk toe, in het eerste hoofdstuk tenminste. Maar tijdens het tweede merkte ik al te snel te lezen, en daardoor niet te volgen welke verwikkeling er nu weer beschreven werd. Bellow houdt van vreemde wisselingen, van teksten die van de ene associatie na de andere meanderen.

Laat me daarom maar aantekenen: Moses E. Herzog is midden veertig, en al twee keer getrouwd geweest, en twee keer gescheiden; de laatste keer met de weinig stabiele Madeleine. Beide huwelijken leverden een kind op. Nu is er de veel jongere Ramona weleens in zijn leven.

Toch biedt het allereerst hoop, dat ik goed het boek binnen kwam.

[ volg mijn gedachten over Bellow’s Herzog hier ]

Herzog | pagina’s 73 – 163
Saul Bellow

Er is éen fundamenteel verschil nu ik het boek herlees, vergeleken met toen het mij de eerste keer onder ogen kwam.

Indertijd geloofde ik nog dat Moses Herzog een ware intellectueel was; waardoor het nut had van al zijn denkbeelden kennis te nemen. Zelfs als die vorm kregen in een brief die nooit verstuurd zou worden.

Inmiddels zie ik bijvoorbeeld dat Herzog zich weliswaar historicus noemt, maar dit niet is. Hij heeft veeleer een vage achtergrond in de letteren, en toont zich redelijk gevoelig voor stromingen op de Amerikaanse letterenfaculteiten; waar zo vaak ineens éen denker kritiekloos omarmd wordt. Niet dat historici ongevoelig zouden zijn voor modes in hun benadering, maar dat zijn doorgaans heel andere modes.

Bellow heeft ook ergens gezegd dat het hem verbaasde hoe serieus Herzog’s brieven genomen werden door de lezers van de roman. Terwijl hij die teksten toch zo vaak als pastiche had bedoeld.

Overigens had ik deze kennis niet eens nodig om aldus naar deze tekstgedeelten te kijken — die in het boek schuin gedrukt staan. Te lezen valt zo al dat een man, die even alle fundamenten in zijn leven kwijt is, nu krampachtig houvast zoekt in ideeën en opinies.

Van het derde en vierde ongenummerde hoofdstuk dat ik de afgelopen week las, zullen me vooral fragmenten bijblijven. En dat is niet vreemd. Het boek wisselt ook soms al om de paar pagina’s van plaats en perspectief.

Zo wordt terloops ergens even Daisy geïntroduceerd, de zo stabiele vrouw waarmee Herzog zijn eerste huwelijk had. Haar voortdurende streven naar orde dient natuurlijk vooral ter contrast met de gestoorde Madeleine uit die latere echtverbintenis.

Meeste indruk waar het om taal en dus schrijven gaat, maakten de passages aan het eind van het vierde hoofdstuk over Herzog’s jeugd — net als bij Bellow waren Herzog’s ouders immigranten uit de Baltische staten. En zo bestaan er veel meer parallellen tussen auteur en boekpersonage. Zoals die positie op een letterenfaculteit.

[ volg mijn gedachten over Bellow’s Herzog hier ]

Herzog | pagina’s 164 – 223
Saul Bellow

Toen ik het Herzog-project opdeelde in vijf leesweken gebeurde dit niet met een vooropgezet plan. Dat de tweede week dus negentig pagina’s aan lezen zou vergen, en de derde week amper zestig, was allereerst toeval. De hoofdstukken in de roman hebben niet allemaal dezelfde lengte. En het vijfde titelloze hoofdstuk is wat langer dan alle andere.

Toch pakte het toeval opvallend goed uit.

Dit deel van het boek lijkt me typisch een tekst voor een man van middelbare leeftijd. Op jongere leeftijd zal dit gedeelte me verveeld hebben; doordat er vrijwel niets in gebeurt. Omdat Herzog in deze pagina’s onder meer terugblikt naar een mislukte relatie met een Japanse vrouw — tussen zijn huwelijken in. En die vrouw dan idealiseert, zoals mannen doen, als ze zich ineens realiseren wat er allemaal anders had kunnen lopen in hun leven.

Daarnaast tracht hij te onderzoeken waar het dan precies mis ging met hem in het leven. Waarbij Herzog teruggrijpt op de middelen hem aangeleerd op zijn letterenfaculteit. De kritische analyse. Waardoor er alleen wel verdomd weinig overblijft.

In this reign of multitudes, self-awareness tends to reveal us as monsters. [179]

Het lijkt me een kernzin.

Al is nog belangrijker hoe dit hoofdstuk begint, en Herzog de discussie verafschuwt die hij ineens met zijn huidige vlam moet voeren.

I brought all this on myself by telling Ramona the story of my life–how I rose from humble origins to complete disaster. [166]

Want gelukkig komt die Ramona eindelijk levend in het boek voor, en wordt het ook eens genieten voor Herzog, voor de verandering, op het eind van dit hoofdstuk.

Over deze pagina’s is verder vast van alles op te merken. Zoals dat Saul Bellow niet echt bekend stond om levensechte vrouwenportretten — of dat hem zelfs misogynie verweten wordt. Zoals overigens eveneens geldt voor Updike, of Roth. Terwijl hij in dit hoofdstuk toch niet anders dan met grote bewondering schrijft over die twee vrouwen in Herzog’s leven.

Maar voor mij telde allereerst, ik las kalmpjes zestig pagina’s. En hoe pijnijk de brieven ook waren die Herzog componeerde, veel daarvan was desondanks ook heerlijke pastiche op de hoogdravendheid die een intellectueel zou inzetten in een brief. Daarom werd Herzog eindelijk mensch.

Langer had dit boekgedeelte evenwel niet moeten duren. Het was precies goed.

[ volg mijn gedachten over Bellow’s Herzog hier ]

Herzog | pagina’s 224 – 297
Saul Bellow

Als mijn vermoeden klopt dat het ergste voor Herzog inmiddels geweest is in dit boek, dan heeft Saul Bellow zijn catharsis aardig verpakt. Een lekkere neukpartij met een fijne vriendin werkt beter dan nadenken, en leunen op academische kennis; dat wordt dus de impliciete boodschap van het boek.

In de hoofdstukken zes en zeven leeft de roman namelijk aardig op. Want Herzog handelt eindelijk eens. Hij vlucht niet langer, maar zoekt de confrontatie op.

Eerst bezoekt hij zijn advocaat, dan vertrekt hij met het vliegtuig naar Chicago, met vaag omlijnde plannen. Al moet hij daarvoor eerst nog de antieke revolver van zijn vader opsnorren, bij een tante van hem.

Twee kogels zitten er dan nog in die revolver. Precies genoeg om Madeleine en haar minnaar om te brengen, en om dan met zijn dochtertje June weg te vluchten.

Maar tot schoten komt het niet, of misschien nog niet. En de handeling verloopt ook niet zo simpel als in de bovenstaande regels geschetst.

Dat gesprek met die advocaat verloopt in etappes. Waarbij Herzog voor hun laatste afspraak een rechtbank bezoekt en daar toeschouwer is bij allerhande nogal tragikomische zaken. Tot hij niet-begrijpend bij een proces zit van een vrouw die haar dochtertje heeft omgebracht.

Dan is er die tante nog, en een vriend waar Herzog uiteindelijk belandt om op de bank te slapen, die om zijn dode aapje treurt. En die dan toch ook herinneringen ophaalt aan hun jeugd in Chicago. Waar de meiden van de burlesque tussen de voorstellingen door softbal speelden op straat; opgemaakt en in kostuum, om fit te blijven.

Geen samenvatting doet de boeken van Bellow recht. En al helemaal deze roman niet, met zijn wel heel summiere actie.

[ volg mijn gedachten over Bellow’s Herzog hier ]

Herzog | pagina’s 298 – 371
Saul Bellow

Jammer dat de roman ineens was afgelopen, zo voelde het. Ik wilde nog wel even door. En weten hoe het verder ging. Want weliswaar schijnt Herzog weer een beetje onder de mensen te zijn gekomen. Helemaal zeker lijkt me dit allerminst. Bovendien trekt hij zich toch weer in zijn eentje terug – zelfs al heeft hij dan eindelijk de stroom laten aansluiten in zijn zo duur verbouwde zomerhuis waar hij al weken rond scharrelde.

Maar de tweede helft van Herzog beviel me aanzienlijk beter dan de eerste – zelfs al was het begin heel niet slecht. De laatste weken lezen brachten alleen naast taal en anekdotes ook enig leven in het boek.

Mijn Penguin-editie bevat een inleiding van Philip Roth, die ik nu ook eindelijk lezen mocht, waarin hij van een hele reeks aan Bellow-romans opsomt wat daaraan te bewonderen is.

Het personage Moses E. Herzog is daarbij de meest geniale schepping van al.

En ik vraag me af of ik aan deze loftuitingen twijfel omdat Herzog nu juist een archetype lijkt van de man die daarna nog zo veel Nederlandse romans zou vullen — maar dan vanzelfsprekend heel wat lulliger en minder briljant beschreven. Die talmende intellectueel. Het onhandige type dat op alles wat in zijn leven passeert, reageert met toevallige filosofietjes — of erger nog: door wat halfbegrepen kennis uit een oude Prismapocket over de kwantummechanica te extrapoleren naar diens eigen leven.

De vastgelopen loser komt hier nogal vaak voor als boekpersonage. In de VS mag dat juist niet, want dat verstoort ‘The American Dream’ maar, en maakt zo’n roman meteen tot literatuur, en daarmee enkel voor fijnproevers.

En daarom zal ik vast ook iets moeten schrijven over het type roman dat Herzog is.

Een uitgebreid Boeklogje volgt woensdag.

[ volg mijn gedachten over Bellow’s Herzog hier ]

Herzog | uiteindelijk
Saul Bellow

[…] Alles overziend valt me op dat ook deze roman van Bellow in de details zoals de gebruikte taal en de terloopse anekdotiek werkelijk prachtig is. Maar dat er als boek toch iets aan schort, omdat de tempi domweg niet deugen om het boek als roman een totaalbelevenis te laten zijn.

Dus blijft staan dat ik The Adventures of Augie March waarschijnlijk Bellow’s leesbaarste roman vind – terwijl aan dat boek dan weer merkwaardige probleem kleeft dat ik de inhoud altijd verwar met die van The Apprenticeship of Duddy Kravitz van Mordecai Richler. Beide gaan op dezelfde manier over Joodse jongens die zich vanuit de nederklits opwerkten.

Bellow heeft waarschijnlijk ook te veel navolging gekregen om nu nog werkelijk indruk te maken. Navolgers hebben waarschijnlijk allang onzichtbaar gemaakt wat er ooit origineel was aan dit boek. De figuur van de vastgelopen intellectueel, die alleen houvast heeft aan de academische shoptalk die voor kennis doorgaat, is een archetype geworden. Bijna de vaste hoofdpersoon ook inmiddels in romans van Nederlandse auteurs die willen laten zien dat ze enige scholing hebben gehad.

De kunst is dan om een boek over een treurig type niet ook treurig te maken. […]

boeklog 25 i 2012

[ volg mijn gedachten over Bellow’s Herzog hier ]

Joseph Epstein

[…] Aan Gossip viel me vooral de passage op die Joseph Epstein wijdde aan de betekenis van roddel in de literatuur. Menig boek gaat erover wat de goegemeente over iemand denkt, en wat daarvan klopt. Menig boek ook werd geschreven om over een ander kwaad te spreken.

Epstein noemt daarbij vooral het voorbeeld van Saul Bellow. Die na al zijn mislukte huwelijken nog eens wraak nam in een boek. Of die in de roman Ravelstein AIDS gaf aan het personage waarin heel goed de criticus Alan Bloom is te herkennen. […]

boeklog 10 v 2012

Duddy & Augie | een verwarring
Richler vs Bellow

Het lijkt me niet waarschijnlijk dat er ook maar iemand met hetzelfde probleem kampt. Mij plaagt alleen al een tijd dat ik twee romans in mijn herinnering totaal niet uit elkaar kan houden.

Moest ik in kort bestek na vertellen waar Saul Bellow’ roman The Adventures of Augie March over gaat, dan luidt die samenvatting namelijk niet anders dan die van Mordechai Richler’s The Apprenticeship of Duddy Kravitz.

De enige verschillen die ik nog benoemen kan is dat Richler’s boek zich hoofdzakelijk in Montreal afspeelt, en Bellow voor Chicago koos als grootstad. Ook is Mordechai Richler aanmerkelijk humoristischer. In mijn herinnering tenminste.

Beide boeken beschrijven alleen ook de Bildung van een Joodse jongen uit een lagere klasse, die zich maatschappelijk wat weet op te werken. De jongens streven rijkdom na. Wat dan niet altijd op een manier verloopt die mag volgens de wet. Speelt er ook nog liefde vanzelfsprekend — die een schrijnende liefde is.

Beide boeken zijn picaresken daarbij.

In de zoveelste jaargang van mijn reeks leesprojecten ga ik daarom proberen eens iets anders te doen, door twee romans parallel geschakeld te lezen. Geen idee of dit kan. Geen idee of ik daardoor juist deze boeken niet nog meer met elkaar ga verwarren.

Ik hoop domweg op het effect dat zich vaker voordeed bij serieel lezen; dat beide boeken beter te beschrijven zijn omdat er ineens een degelijke vergelijking mogelijk is.

[ Lees al mijn gedachten over Augie March en Duddy Kravitz hier ]

Duddy & Augie | week 1
Richler vs Bellow

Plannen bedenken blijft mooi, alleen wacht er dan ook altijd de uitvoering nog. En die bepaalt pas of leuke ideeën werkelijk haalbaar zijn.

Meteen al bij het begin van mijn geplande parallelle leesestafette is duidelijk dat de gehoopte aanpak nooit werken zal. De toon van de te vergelijken boeken verschilt daarvoor te veel.

Richler’s Apprenticeship of Duddy Kravitz is een puur leesboek, dat me geen enkele moeite kost om door te nemen. De hoofdstukken zijn kort. En ze brengen veel dialoog. Zonder enige inspanning las ik in éen keer meteen al bijna een derde uit.

Saul Bellow’s Adventures of Augie March daarentegen riep direct die ene kritische opmerking weer in gedachten van Joseph Epstein. Bellow is geen schrijver om te herlezen. Slechts bij de allereerste kennismaking met een roman van hem kan zijn taal diepe indruk maken. De tweede keer al lijkt al die taalpracht leeg.

Een illusionist als Hans Klok moet het ook hebben van windmachines en mooie assistentes, om het publiek te doen laten geloven dat er heel wat te gebeuren staat.

The Adventures of Augie March is kortom een moeizamerd — en daarmee typisch een boek voor de gebruikelijke leesproject-aanpak. Daar zal ik me nog vier weken mee bezig moeten houden. Richler’s klassieker is dan al heel lang uit.

[ Lees al mijn gedachten over Augie March en Duddy Kravitz hier ]