Ynhâld fan ’e schrijven-side

  1. Het recept voor een internationale bestseller12/2001
  2. Tips voor aspirant thriller-schrijvers06/2002
  3. P.F. Thomése03/2004
  4. P.F. Thomése over de Nederlandse literatuur ii03/2004
  5. Schrijven04/2004
  6. Epstein ii04/2004
  7. Meijsing04/2004
  8. Orwell05/2004
  9. Memoires van toen ik leerde schrijven.06/2004
  10. Schrijven10/2004
  11. Om een schrijver te zijn12/2005
  12. Ideeën over schrijven03/2006
  13. Leonard, on writing06/2006
  14. Maak eens een verhaal04/2007
  15. Aan een jonge romanschrijver  Mario Varga Llosa08/2007
  16. Citaat van de dag | 082708/2008
  17. Citaat van de dag | 082808/2008
  18. Citaat van de dag | 090109/2008
  19. Vertellen, en schrijven, heeft ook met techniek van doen10/2008
  20. Tien niet zo willekeurige antwoorden op een onmogelijke vraag11/2008
  21. Quote of the Day | 112811/2008
  22. Overwegingen | 120312/2008
  23. Citaat van de dag | 010501/2009
  24. Waarom schrijven…07/2009
  25. Schrijven  Jan Brokken10/2009
  26. In drieëntwintig x vijftien woorden10/2009
  27. De kunst van het schrijven  Kees 't Hart03/2010
  28. Boeken die wat deden [epiloog]12/2010
  29. Quote of the Day | 120612/2010
  30. Toegevoegde waarden12/2010
  31. Quote of the Day | 022702/2011
  32. Quote of the Day | 030603/2011
  33. Quote of the Day | 040404/2011
  34. Citaat van de dag | 041104/2011
  35. Citaat van de dag | 041304/2011
  36. Quote of the Day | 061406/2011
  37. Quote of the Day | 061806/2011
  38. Quote of the Day | 070107/2011
  39. Quote of the Day | 071607/2011
  40. Quote of the Day | 071707/2011
  41. Quote of the Day | 081408/2011
  42. Quote of the Day | 082508/2011
  43. Quote of the Day | 111010/2011
  44. Quote of the Day | 102110/2011
  45. Citaat van de dag | 102210/2011
  46. Quote of the Day | 120112/2011
  47. Quote of the Day | 13121112/2011
  48. Quotes of the Day | 121812/2011
  49. Quote of the Day | 010601/2012
  50. Quote of the Day | 011501/2012
  51. Quote of the Day | 020402/2012
  52. Quote of the Day | 021002/2012
  53. De perfecte boekrecensie02/2012
  54. Quote of the Day | 030103/2012
  55. Quote of the Day | 031403/2012
  56. Quote of the Day | 033003/2012
  57. Quote of the Day | 040104/2012
  58. Quote of the Day | 061206/2012
  59. Quote of the Day | 072307/2012
  60. Quote of the Day| 091909/2012
  61. Citaat van de dag | 103110/2012
  62. Quote of the Day | 111111/2012
  63. Citaat van de dag | 112911/2012
  64. Jatadvies van Sebald01/2013
  65. At Swim-Two-Birds | 7-76  Flann O'Brien02/2013
  66. Quote of the Day | 040404/2013
  67. Quote of the Day | 052505/2013
  68. Quote of the Day | 052905/2013
  69. Quote of the Day | 062306/2013
  70. Quote of the Day | 062406/2013
  71. Quote of the Day10/2013
  72. Quote of the Day | 110511/2015
  73. Quote of the Day | 011501/2016
  74. Quote of the Day | 122312/2016

© eamelje.net 2001-2017. Alle rechten voorbehouden. All rights reserved

 

Het recept voor een internationale bestseller

Linton Weeks noemt in de Washington Post het proza van de best verkopende schrijvers stijlloos. Zijn recept voor succes:

  • Keep characters simple. Good people are good; bad are bad. No ambiguities, please. Focus on the movement of the story and any high-tech or military aspects. Here, for instance, is what the official Amazon review — traditionally a kiss-up — says of Stephen Coonts’s recent novel “America,” which features Rear Admiral Jake Grafton: “Stephen Coonts describes the submarine at the center of the action so lavishly and lovingly that the U.S.S. America is much more real — and even more human — than any of his flesh-and-blood characters, including Grafton himself.”
  • Put people in mortal danger. Plot is everything. Grisly murders, terrorist attacks, natural disasters, scientific emergencies, edgy sex and inexplicable events are essential. (Don’t worry too much about plausibility. Inexplicable events are, natch, inexplicable.)
  • Pick a catchy title. Like those of Sue Grafton, author of 16 alphabetized No-Style mysteries such as “A Is for Al-ibi” and “B Is for Burglar.” Or of No-Stylist Janet Evanovich, who has published “One for the Money,” “Two for the Dough” and “Three to Get Deadly,” among others. “When the Bough Breaks” is already taken. So are “Along Came a Spider” and “Clear and Present Danger.”
  • Study the bestsellers. After his first novel failed, Robin Cook dissected a whole shelf of bestsellers. He made a note of each clever device. His second novel, “Coma,” used every trick in the books. And sold like crazy.
  • Pay no attention to the critics […]

Vraag ik me toch af wie zich in Nederland ooit over de stilistische vaardigheden van noem maar iemand als Appie Baantjer druk zou maken.


Tips voor aspirant thriller-schrijvers

Naast het bureau van Iburg staat een metershoge stapel spannende manuscripten. Hij plukt er lukraak wat uit: een verhaal over een bendeleider die El Cappuccino heet, titels als Derrick bij nacht en Moord in de Ardennen. Een Big Brother-thriller over een rijke man in een kasteel vol camera’s. Overal vallen de doden bij bosjes. Verder een intrige over mensen die door een wetenschappelijk experiment in kabouters veranderen. Iburg zucht diep. ,,Hier nog eentje over een schurkenbende die het heeft voorzien op bejaarden. Tja, dat leest toch geen hond. Dan denk ik: gewoon afwachten, oude mensen gaan vanzelf een keer dood.”

Anne Versloot, ‘Verhip, een lijk’, in: De Standaard 13 vi 2002


P.F. Thomése

De werkelijkheid zoals wij die schijnen te moeten kennen is een verzinsel van anderen. Van CNN tot de buurvrouw, van de architect die jouw huis heeft gebouwd tot de PvdA-wethouder die de school van de kinderen bestuurt. Je leeft in verzinsels van anderen en als je die gaat aanbidden, geloof je in de buitenkant. Ik kijk graag naar de binnenkant, het onbekende. Ik tast als schrijver het liefst in het duister. Ik hecht aan een heldere stijl, maar aan een troebel onderwerp. Ik heb minder met realistische romans-man komt thuis, vindt vrouw met een ander in bed-die veronderstellen dat er een vaste ordening der dingen bestaat. Ik hou niet van ‘overtuigende’ schrijvers, zoals Arnon Grunberg en Joost Zwagerman, die zich tot de lezer richten-‘mensen als u en ik’-en uitgaan van een gedeelde werkelijkheid. Van clichés dus. Je kunt de werkelijkheid niet delen, niet kennen zelfs. Een schrijver brengt verslag uit van het onbegrijpelijke; met grote precisie slaat hij telkens de plank nèt mis.

geïnterviewd in Trouw’s Tien Geboden-reeks


P.F. Thomése over de Nederlandse literatuur ii

In de bedrijfstak literatuur is het aldus geregeld: het boek moet het doen, de uitgever doet maar wat. De summiere know-how die er is, heeft louter betrekking op eerdere ervaringen. Uit gebrek aan beter heeft de bedrijfstak zijn hoop gevestigd op herhaling van oude successen. Het tweederangse is de ruggegraat van het boekenbedrijf.

De formats van oude succesnummers liggen bij iedere uitgeverij ter inzage. Aangezien we het nu over economie hebben, moet er maar even niet op de stijl worden gelet.

Formats:

  • middelbare vrouwen, ‘moedig’, ‘openhartig’, ‘vaak schrijnend’, in het buitenland en/of onder gekleurde volkeren op zoek naar de Laatste Grote Beurt;
  • studerende jongeren, ‘hilarische beschrijvingen’, op zoek naar de Eerste Grote Beurt (overal, meestal op een camping);
  • middelbare vrouwen of andere mensen die veel geslagen zijn, ‘herkenbaar’, ‘fascinerende zoektocht’, op zoek naar zichzelf, moeilijke verhoudingen binnen de familie, mogelijk veroorzaakt door een ‘familiegeheim’;
  • saaie mannen met neiging tot een buikje, ‘meeslepend’, ‘je blijft de bladzijden omslaan’, op zoek naar de verwezenlijking van hun dromen (limousines, champagne, tropische eilanden, mondaine steden, ‘spannende avonturen’, rentenieren), maar die ten slotte ontdekken dat wat ze eerst hadden beter was dan wat ze kregen – of, ‘verrassende plot’, niet;
  • realistische weergave van ‘het leven in deze tijd’ zoals het volgens iedereen is die op bepaalde tijdschriften is geabonneerd, ‘trefzeker’, ‘meedogenloos de spiegel voorgehouden’, ‘superieure stijl’;
  • filosofische roman. Mysterie! Was Nietzsche gek of was het zijn dubbelganger? En wie was Wagner dan? ‘Duizelingwekkende speurtocht’, ‘spannend tot op de laatste bladzijde’;
  • beroemd willen worden, ‘onmiskenbaar talent’, ‘opzienbarend’, ‘nu al’, en daarover schrijven;
  • beroemd geworden zijn en, ‘geen zin te veel’, ‘goede wijn behoeft geen krans’, daarover een autohagiografie schrijven;
  • gewoon opschrijven wat je hebt meegemaakt. In meer delen, ‘zien uit naar het volgende deel’.

combineer uit het voorgaande je eigen format.

De goede inzendingen worden wekelijks per top-10 bekendgemaakt in een blad bij u in de buurt.

[vindplaats onbekend]


Schrijven

Of dat je van sommige zinnetjes die je schrijft meteen al weet dat die een volgende versie nooit gaan halen. Maar dat ze nu nodig zijn voor de voortgang van het betoog. In die moeizame poging niet zo zeer de gedachte zelf, maar het beeld van wat die gedachte zou moeten zijn op papier te krijgen. Schrijven is ook uitvinden wat er eigenlijk geschreven worden moet.


Epstein ii

Mordecai Richler, the Canadian novelist, once said that he divided his life between the time before he decided to become a writer and the time after—and the time before was better. What I believe Richler meant was that once one determines to write, one no longer confronts experience directly; it becomes “copy,” recyclable in stories, articles, essays, poems. True, nothing in a skilled writer’s life is wasted. But there is something mildly—and sometimes more than mildly—gruesome about collecting experience for one’s work the way a certain kind of person collects grievances. I, for one, would never make the mistake my wife did of marrying a writer.

Joseph Epstein, Writing on the Brain.


Meijsing

Met schrijven kun je de mensen nog voor de gek houden. Dat is het hele abc ervan. Een goocheltruc waarvan je de mislukking met een frappe kunt wegmoffelen. Bluf en speed heb je ervoor nodig, zelfoverschatting, en geen watervrees. Je improviseert maar wat op bekende thema’s, waarvan de akkoordenschema’s reeds gegeven zijn. Vertrekken en weer thuiskomen, zo gaat het in jazznummers ook. Maar in de klassieke muziek is eerst aandacht, devotie, toewijding, studie en techniek vereist. De intonatie luistert nauw, want een valse noot is vals, en als de techniek tekortschiet. . .

Met schrijven kun je, bij gebrek aan techniek, eenvoud veinzen – wordt altijd op prijs gesteld.

Geerten Meijsing, Malocchio, blz. 141.


Orwell

All writers are vain, selfish, and lazy, and at the very bottom of their motives there lies a mystery. Writing a book is a horrible, exhausting struggle, like a long bout of some painful illness. One would never undertake such a thing if one were not driven on by some demon whom one can neither resist nor understand. For all one knows that demon is simply the same instinct that makes a baby squall for attention. And yet it is also true that one can write nothing readable unless one constantly struggles to efface one’s own personality. Good prose is like a windowpane. I cannot say with certainty which of my motives are the strongest, but I know which of them deserve to be followed. And looking back through my work, I see that it is invariably where I lacked a POLITICAL purpose that I wrote lifeless books and was betrayed into purple passages, sentences without meaning, decorative adjectives and humbug generally.

George Orwell, Why I write


Memoires van toen ik leerde schrijven.

Ik herinner mij heel goed op welke kapstok ik mijn jasje altijd hing, in de eerste klas van de lagere school. Er was tegenover het lokaal een nis met veertig genummerde haakjes – en de mijne was altijd dat eerste van twee om de hoek rechts. Haakje 36. Maar waar ik een jaar lang gezeten heb, toch net zo’n vaste plek, toch net diezelfde zekerheid iedere dag weer, weet ik niet zeker. Ergens in het midden, een beetje achteraan zo schat ik. Alle tafeltjes stonden los van elkaar, of is dat ook maar weer constructie? Ik weet nog wel hoe raar het was dat in andere klassen de tafeltjes wel tegen elkaar aan geschoven waren.

Ik herinner me ook met zonder jas.

Ik herinner mij juf Oosterhuis, maar meer nog de oude witte Saab waarin juf Oosterhuis vanuit Oudega iedere dag naar school reed. Wat ik niet zo goed begreep, want elk van de kinderen die in een andere straat iets verder weg woonde, hoorde ineens bij een andere school. Dat de meesters en juffen niet in dezelfde wijk woonden als hun leerlingen was nogal verbazingwekkend, vond ik. En het ging ook geheel in tegen mijn zin voor orde.

Ik herinner mij Boom, Roos, Vis, Vuur. Maar niet dat ik ooit dacht: nu kan ik schrijven. Ik herinner me vooral de boekjes waarin je al voorgedrukte zinnetjes na moest tekenen, en later de oefeningen waarin met potlood letters moesten worden aangevuld. lees verder »»


Schrijven

Mededelingen kunnen doen, staat niet gelijk aan schrijven hebben geleerd. Dat is een misverstand.


Om een schrijver te zijn

Om een schrijver te zijn heb je vier dingen nodig:

  • je moet iets te vertellen hebben;
  • je moet een eigen stijl hebben ( dat is wat men talent noemt );
  • je moet, om de stroom op gang te brengen, onzin durven schrijven;
  • je moet een of andere neurose hebben, een geestelijke afwijking.

Alle vier voorwaarden hebben met elkaar te maken. Ze voeden elkaar en houden elkaar in stand. Als een van de vier ontbreekt, blijft er van de andere drie niet veel over.

Gerrit Krol, De mechanica van het Liegen, 101.


Ideeën over schrijven

John Scalzi schreef twee jaar geleden al eens tien tips op over het schrijven om te publiceren. Dat idee heeft ineens navolging gekregen, ziet hij. Onder meer bij Elizabeth Bear:

All books are broken. Some are less broken than others. Some are broken in ways that a particular set of readers do not mind in the least. If you can find out the group of people who do not mind the ways in which your books are broken, you have identified your target audience. Unfortunately, this fact does not excuse you from actually learning to write.


Leonard, on writing


click image to play. 0.24 minutes

clip taken from BBC’s The Culture Show

I sincerely thought I had linked them here before, but turned out not to be true. I linked to Linton Weeks’ recipe for writing a bestseller.

Elmore Leonard’s writing tips can be found here, all you people in weblogland with a novel on your harddisk.

Being a good author is a disappearing act.


Maak eens een verhaal

Voor journalisten is het geen onbekende emotie. Vaak weet je pas achteraf wat je had moeten vragen aan de informant, of de gesprekspartner in het interview. Wanneer het artikel al in de krant staat, of de uitzending al geweest is.

Geen wonder dat zo veel journalisten zich liever niet laten verrassen, en het liefst binnen het veilige tafeluniversum blijven van de thema’s uit de knipselmap, of uit het voorgesprek.

Nog erger is de trend van het moment om overal bekende Nederlanders op te voeren, juist omdat zelfs het publiek daar het verhaal al van kent.

Geen wonder dat ik zelden geboeid wordt door wat de media mij aan mensen tonen.

Maar nu heb ik de laatste weken nogal wat lang schrijfwerk moeten doen, van heel wisselende aard. En ineens moest ik toegeven ook vaak achteraf te hebben geweten wat ik had willen schrijven.

En niet altijd was er gelegenheid tot correctie achteraf.

Toch zie ik in deze ontdekking weinig aanleiding om binnen mijn routines te blijven. Zonder nieuwsgierigheid schrijven, levert doodse resultaten op. Lijkt mij. Ook al kost schrijven nogal wat tijd op mijn manier.


Aan een jonge romanschrijver
Mario Varga Llosa

[…] Vervolgens geeft hij ook wat technische informatie over het schrijven. Over vertelperspectief heeft hij het dan, en dat soort zaken. Wie al een paarhonderd romans in zijn leven gelezen heeft, komt daarbij niets nieuws tegen. Maar mooi dat het even op een rijtje is gezet. […]

boeklog 782


Citaat van de dag | 0827

Schrijven lucht je op. Zelfs als je niets te vertellen hebt, lucht schrijven je op.

Weet je wanneer je niets te vertellen hebt?

Elias Canetti, Slotsom


Citaat van de dag | 0828

Als schrijvers hun thema’s gaan begrijpen, gaan ze slechte boeken schrijven. Dat zie je in het latere werk van Hermans. Dan is hij niet meer met verhalen bezig, maar met thema’s. Zijn personages worden themakoelies, dat is het ergste wat een schrijver kan overkomen.

Tim Krabbé, ‘Wie zijn thema’s begrijpt, gaat slecht schrijven


Citaat van de dag | 0901

Men kan ook zeggen dat er drie soorten schrijvers zijn: in de eerste plaats zij die schrijven zonder na te denken. Zij schrijven uit het geheugen, uit herinneringen of zelfs direct uit boeken van anderen. Deze soort is het meest talrijk. Ten tweede zij die nadenken tijdens het schrijven. Zijn er heel veel van. — Ten derde zij die nagedacht hebben voor ze gaan schrijven. Zeldzaam.

En schrijver van de tweede soort, die het denken uitstelt tot het moment van schrijven zelf, is als een jager die op goed geluk uitgaat: hij zal waarschijnlijk met weinig thuiskomen. Het schrijven van iemand van de derde soort lijkt op een drijfjacht waarbij het wild van tevoren wordt ingesloten, om zich daarna massaal uit dat perceel naar een andere, eveneens omsingelde ruimte te bewegen, waar het niet kan ontkomen aan de jager, die nu alleen nog maar hoeft aan te leggen en te schieten (onder woorden te brengen). Dat is de jacht die wat oplevert.

Arthur Schopenhauer, Er is geen vrouw die deugt, 185

Het vrij bloeddorstige origineel van Schopenhauer’s idee over schrijven, uit de Parerga und Paralipomena, dat beknopt en geparafraseerd een paar keer langs kwam hier de afgelopen weken.


Vertellen, en schrijven, heeft ook met techniek van doen

Mies Bijzinnen vroeg terecht waarom het liefdesverhaal dan zo’n krachtig plot zou opleveren voor een roman, en wat dan nog meer krachtige plots zijn.

Geen van deze vragen kan ik beantwoorden. Wat niet betekent dat ik niet iets aan antwoord ga proberen, ook al omdat bijna vier jaar boeklog ondertussen wel enkele inzichten heeft opgeleverd.

Maar ik ben ook lang de enige niet die deze vraag heeft getracht te beantwoorden, zonder daarbij tot een definitieve uitkomst te komen. Grappig is alleen de eeuwige discussie over hoeveel plots er in fictie mogelijk zijn. Zesendertig? Eenendertig? Twintig? Zeven? Drie? Eén? Hoeveel u maar wenst?

En wat is een plot dan eigenlijk?

Karel van het Reve was de eerste bij wie ik las dat iedereen die iets aan een ander vertelt daar tijdens de vertelling vorm aan geeft. Lang niet alle details zijn nodig om een ander te boeien met een verhaal, terwijl sommige juist noodzakelijk zijn. Verder is er weinig prettiger dan als een verhaal met een onverwachte ontknoping komt, omdat die een emotionele ontlading oplevert, bij de luisteraar of lezer.

Wij mensen plotten dus van nature. Sterker nog, we zijn zo gewend narratief te denken — in reeksen van oorzaak en gevolg — dat we verhalen zien waar die niet zijn. De simpelste vertellingen zijn daarbij het indringendst, helemaal als die een open einde hebben; iets waar reclamemakers en politici nogal van profiteren. En laat ik voor de gelegenheid de banken ook niet vergeten. Maar het mechanisme speelt overal, op alle denkniveaus. Eén van de meest basale fouten bij het hanteren van statistiek is bijvoorbeeld de verwarring tussen correlatie met causaliteit — maar dat verschijnselen tegelijk optreden, betekent daarmee absoluut niet dat er ook een verband tussen beide is. Toch wordt deze vergissing zo ontstellend vaak gemaakt, dat ik die gemakshalve maar reken tot de menselijke natuur.

Is fictie in romans, of als gefilmd drama, dan iets anders het geraffineerd inspelen op de zo basale behoefte van de mens om in verhalen te denken?

Of laat ik het anders stellen. Is het niet de plicht van elke schrijver de lezer onopvallend telkens de vragen aan te reiken waar deze dan antwoord op wil?

Nu hoeft dat tegenwoordig niet meer per se. Omdat er in de twintigste eeuw andere, meer academische vormen van schrijven zijn ontstaan, waarbij plots of subplots er niet zo zeer toe doen, maar de auteur op andere manieren spanning aan zijn tekst probeert te geven. Veelal vind ik zulke boeken slecht leesbaar. Ze bieden weinig redenen om de volgende pagina om te slaan. Erger nog is de trieste traditie dat mensen het eerst zichzelf verwijten als zij een tekst niet kunnen begrijpen, waarmee zij van de weeromstuit zo’n auteur intelligenter en belangrijker maken dan die is.

Overigens schreef ik vorig jaar al in meer detail dat dit mijn belangrijkste probleem is met de romans van Gysbert Japickx-winnaar Josse de Haan; waarbij in mijn betoog veel terugkomt van waarover ik nu hier schrijf.

Ook aan het intrigerende essay How Fiction Works van criticus James Wood viel me op dat nadruk op de plot van een boek blijkbaar verdacht is geworden. Hij behandelt het hele aspect niet; of slechts heel impliciet, omdat hij wel belangrijk vindt of een tekst waarschijnlijk is. Realisme moet.

Bij Wood, en vele anderen, weegt nogal mee dat er in zijn ogen minderwaardige boeksoorten bestaan die totaal plotgedreven zijn; de genrefictie, zoals de thriller, of de doktersroman. Maar hij kraakt deze boeken in zijn essay alleen af op de kwaliteit van het schrijven op zinsniveau, wat ik nogal merkwaardig vind.

Bij mijzelf merk ik op steeds strenger te kijken of een auteur zijn of haar materiaal onder controle heeft, en geen al te goedkope effecten najaagt. Het plotten is daarbij voor mij in de eerste plaats gereedschap. Meer niet. Maar wel beproefd gereedschap.

Zo beschreef Merel Roze in haar debuutroman Fantastica uitgebreid dat het vriendje van haar vrouwelijke hoofdpersoon een computerhacker was. Dus is het vervolgens een gemiste kans als er in het hele boek nauwelijks iets met die gegeven gebeurt, hoewel de hoofdpersoon ook een actief leven heeft online; waardoor deze hacker toen het uit was haar bestaan nog erger had kunnen ontregelen.

Ik dacht dus tijdens het lezen een plotelement aangereikt te krijgen, waardoor het opviel dat er verderop in het boek niets mee gebeurde. En ja, zoiets mag de auteur verweten worden; zelfs in een debuut. Tekst die niet bijdraagt aan logische voortgang aan het verhaal is uiteindelijk lege tekst. Sterker nog, tekst die slechts bedoeld is om het verhaal ‘echt’ te doen lijken, houdt alleen maar op.

Daar tegenover staat dat als een auteur speelt met de verwachtingen van zijn lezers — zoals Max Frisch doet in Homo Faber, door hints te geven voor mogelijke plotontwikkelingen, en daar dan later pesterig vanaf te wijken — die juist perfect laat zien zijn vak te beheersen.

Helaas valt mij op dat nogal wat gepubliceerde auteurs het maar een vreemd idee vinden dat zij de verantwoordelijkheid dragen voor alle verhaalelementen in hun boeken. Die hele kaboutervete van mij met It Skriuwersboun ontstond zelfs om weinig anders meer.

Toelichting. In de eenentwintigste eeuw alsnog een roman in de Tweede Wereldoorlog plaatsten, zadelt de auteur met zware verplichtingen op, zo meen ik. Dat decor is geen neutrale achtergrond voor een boek; de emotionele verwachtingen bij de lezer liggen door deze keuze namelijk al voor een groot deel vast. De Nazi-tijd is zelfs zo’n uitgekauwd cliché in onze cultuur, dat een schrijver alleen daardoor het gevaar loopt nooit iets van waarde te kunnen schrijven.

Maar dit inzicht bleek geheel onbekend te zijn, in Friesland.

Ook ‘dood’ als plot vind ik vrijwel altijd een zwaktebod. Laat éen van de personages maar sterven, en kondig dit einde vooral tijdig aan, en er zit meteen hoogspanning in het boek. Och, och, wat erg allemaal wat er gebeuren gaat. En hoe waardevol de ervaringen met de nog-net-niet-dode.

Het is natuurlijk te begrijpen dat auteurs naar dit middel grijpen. Doordat Jan Wolkers in Turks fruit Olga laat sterven, wordt met terugwerkende kracht de hevige liefde van de twee hoofdpersonen extra eenmalig. Toch vind ik de dood van belangrijk personage vrijwel altijd nutteloos grof. Het is op zich niet erg dat een auteur mijn emoties stuurt, maar sommige methoden zijn me gewoon te makkelijk. Te vaak gedaan. Cliché alweer. Aan de manipulatie door de schrijver moet vooral niet meteen al opvallen dat die manipulatie is.

Waar het bij fictie in de eerste plaats om gaat, is om het ongeloof bij de lezer voor te zijn. Een boek moet op alle niveaus waarschijnlijk wezen. Maar veel daarin is cultureel bepaald, en daarmee tijdelijk. Dat heeft immense invloed op de nu mogelijke plots voor boeken, TV-series, of films; en daarmee ook de kracht daarvan. Denk ik.

Zo maakte John Allen Paulos ooit de intrigerende opmerking dat wij tegenwoordig in ons leven het toeval het liefst zo veel mogelijk uitbannen. Dit mechanisme heeft vervolgens als uitwerking dat toeval amper gebruikt wordt als plotelement in boeken of films — terwijl in de negentiende eeuw het publiek er juist van smulde als een verhaal gered werd door een stomtoevallige ontwikkeling.

Wij geloven allang niet meer in een goddelijk ingreep in een verhaal.

Karel van het Reve adstrueerde ditzelfde mechanisme door uit te leggen dat stom toeval als element in een verhaal voor ons geen enkele emotionele bevrediging biedt. En tegelijk, dat er toch maar heel weinig nodig is, om de lezer of kijker desondanks tevreden te stellen. Als er maar een verklaring voor dat toeval komt. Niemand gelooft het als iemand een heel boek lang met financiële problemen worstelt, maar nog net gered wordt doordat hij plots op straat een koffertje met geld vindt. Maar geef zo iemand een ver familielid, dat sterft, en plots een rijke erfenis nalaat, en dat is voor bijna iedereen verklaring genoeg voor het einde van de geldproblemen.

Maar is er dan echt niet iets meer te zeggen over wat de sterkste plots oplevert voor verhalen, tenslotte?

Ik denk het niet, gezien de grote culturele component ervan. Werkelijk alles hangt af van de omstandigheden, in tijd, ruimte, en locatie.

Stel, wij lezen een boek waarin een broer uiteindelijk zijn zus vermoordt. Voor ons is dat zonder meer een afschuwelijke daad, die nauwelijks te excuseren is. Maar in meer tribale samenlevingen komt eerwraak nog altijd voor, en is de opoffering van een vrouwelijk familielid om de eer van de familie of stam te herstellen geen schande, maar soms zelfs noodzaak.

Combineer deze twee gegevens, plaats een roman in eenentwintigste-eeuwse Nederlandse stad, en dan ineens is ‘wraak’ als plotelement ontstellend krachtig — en o wat zijn de emoties van de lezers dan ook makkelijk te manipuleren, zonder dat zij dit doorhebben. Plaats hetzelfde verhaal ergens in de Turkse periferie, met alleen lokale personages, en dat alleen al maakt de mogelijkheden met dit plot aanzienlijk beperkter.

En goed, dan gaat het alleen nog maar om de kern van een mogelijk boek, of een film. Dan is er nog niets gezegd over wat voor soort fictie dit oplevert, aan kleur of detail.

Bovendien is er op het moment nog nauwelijks gewerkt met bovenstaand plot, wat een fictieproductie alleen daarom al bijzonder maakt. Pikken teveel schrijvers of filmers deze conflictstof op, wordt die al snel een cliché.

Merk op dat scenarioschrijvers voor films wel lijken door te hebben dat een verhaal kracht krijgt door het op te bouwen uit éen grondidee, en nogal wat boekenschrijvers dit besef ontberen. Hierover is natuurlijk op te merken dat films doorgaans erg simpele vertellingen zijn, vergeleken met wat er in proza kan. Bovendien is de filmindustrie veel professioneler gericht op het manipuleren van het publiek; daar hangt namelijk ook enorm veel geld vanaf. En toch lijken die verklaringen me onvolledig. Ik denk eerder dat er bij literaire schrijvers angst is om voor genreauteurs versleten te worden, en dat vooral hun keuzes kleurt. Al wil ik ook niet uitsluiten dat er te weinig over de techniek achter het vertellen van verhalen wordt nagedacht. Dat de individueelste expressie van de individueelste emotie voorrang heeft.

Tegelijk geldt ook, zoals Kurt Vonnegut terecht opmerkte in zijn auto-interview in Paris Review: zo’n eenduidig plotelement als ‘liefde’ of ‘wraak’ kan veel te sterk te zijn voor wat de schrijver eigenlijk wil met zijn boek.

So much of what happens in storytelling is mechanical, has to do with the technical problems of how to make a story work. Cowboy stories and policeman stories end in shoot-outs, for example, because shoot-outs are the most reliable mechanisms for making such stories end. There is nothing like death to say what is always such an artificial thing to say: The end. I try to keep deep love out of my stories because, once that particular subject comes up, it is almost impossible to talk about anything else. Readers don’t want to hear about anything else. They go gaga about love. If a lover in a story wins his true love, that’s the end of the tale, even if World War III is about to begin, and the sky is black with flying saucers.

INTERVIEWER
So you keep love out.

VONNEGUT
I have other things I want to talk about. Ralph Ellison did the same thing in Invisible Man. If the hero in that magnificent book had found somebody worth loving, somebody who was crazy about him, that would have been the end of the story. Céline did the same thing in Journey to the End of Night: he excluded the possibility of true and final love—so that the story could go on and on and on.


Tien niet zo willekeurige antwoorden op een onmogelijke vraag

Waarom schrijft u?
Omdat praten niet precies genoeg is.

Waarom schrijft u?
Om een glimp te kunnen opvangen van wat ik denk.

Waarom schrijft u?
Om verder te komen.

Waarom schrijft u?
Om ooit nog eens te kunnen schrijven.

Waarom schrijft u?
Het is een nuttige oefening in nederigheid.

Waarom schrijft u?
Om intelligenter te zijn dan ik ben.

Waarom schrijft u?
Om de alomaanwezige domheid te kunnen overstemmen.

Waarom schrijft u?
Om niet alleen maar passief te hoeven blijven bij wat ik allemaal opmerk.

Waarom schrijft u?
Omdat woorden de wapens zijn waaraan ik de voorkeur geef.

Waarom schrijft u?
Dat is de goede vraag niet. De vraag is: waarom publiceert u wat u schrijft?


Quote of the Day | 1128

Auster reminds us that each of us looks at existence through story-colored lenses. The world we inhabit is literally shaped by Story. We all have our “life stories,” and these govern how we see ourselves and others, how we interpret events and memories and expectations. When our saviors and teachers speak to us about the greatest truths, whether of religion or philosophy, they always speak to us in parables. When artists, or ordinary people, talk about what truly matters, they start and end by telling stories, wonderful, amazing stories—like those in the works of Paul Auster.

Michael Dirda, ‘Spellbound’

I don’t necessarily share Dirda’s opinion on the work of Paul Auster. Still, his quote above showed enough parallels to my own reflections on story and plot, to note it.


Overwegingen | 1203

De terugkeer van Charlie Brooker’s Screenwipe op BBC 4 kon me nog niet vreselijk boeien. Tot gisteravond, toen het ineens extra lang over schrijven ging. Weliswaar was dat ander schrijven dan waar ik normaal op boeklog aandacht aan geef. Maar evenzogoed, veel mechanismen zijn hetzelfde. Of een tekst nu op zichzelf moet kunnen staan, of anderen aan het werk zet om een goed televisieprogramma te maken;

Meest duidelijke boodschap van het verzamelde talent: de eerste versie van een tekst is op zijn best toiletpapier;

Dit is trouwens ook een reden waarom ik mijn eigen weblogs, met al hun kladteksten, veel minder serieus neem dan anderen doorgaans begrijpen;

Nog erger is dat ik mijn commentaren op andermans sites zo veel geestiger ben dan hier;
Misschien moest het maar een nieuwe rubriek worden hier — wat hij verderop allemaal zei;
Ware het niet dat niemand mijn surfgedrag iets aangaat;

Als mijn browser nu zelfs al crasht bij een Google-opdracht, is die compleet onbruikbaar geworden;

Favoriete browser? Is nog altijd Opera. Firefox wil maar niet eigen worden. Chrome maakte een aardige kans Opera ooit op te volgen, maar ik vertrouw niet wat Google allemaal aan data over het gebruik van Chrome opslaat. Iron is — als gestripte Chrome-variant — daarom wel een interessant alternatief om snel even iets mee online te bekijken;
Internet Explorer staat alleen nog op mijn systemen om het uiterlijk van mijn websites te testen na een verandering — zoals ik ook in kasten en hoeken van de schuur weleens gereedschap terugvind waarvan me compleet ontgaan was dat ik het had;


Citaat van de dag | 0105

Helderheid ontstaat vaak pas tijdens het schrijven. Het is niet zo dat je constateert: nu weet ik precies wat ik wil zeggen en dat je dan begint. Dat zou vervelend zijn. Tijdens het schrijven verandert er van alles, komen er ook inzichten.

Nrc-Handelsblad interviewt Ian Buruma

Buruma op boeklog.


Waarom schrijven…


















Ik publiceerde al over internet toen nog maar weinigen wisten wat daarmee bedoeld werd. Dit verplichte me dan altijd om minstens éen alinea aan uitleg op te nemen. Maar ik herinner me ook artikelen die bijna geheel uit achtergrondinformatie bestonden, op het luttele nieuwsfeitje na dan, dat er aanleiding toe gaf.

Dit gegeven maakte me vrij snel bewust van de betekenis van taal, en van mijn rol als journalist om het jargon van anderen — of dit nu marketinglui zijn, of politici — van de bluf en de valse pretenties te ontdoen.

Nu ben ik bij deze ontwikkelingen slechts een radertje in het geheel. Laat staan dat ik een sturende invloed zou hebben. Taal verandert voortdurend, en zeker niet alleen omdat journalisten gefilterd nieuwe begrippen introduceren. Actie leidt reactie, en omgekeerd. Pas toen het grote publiek begreep wat ‘downloaden’ was, en dit woord ook massaal ging gebruiken, kon ik het in mijn werk benutten. Zij het, dat dit nog altijd met tegenzin gebeurt.

Enfin. Toen ik me een paar jaar terug wat meer in het Fries verdiepte, viel me op dat dit zo vanzelfsprekende mechanisme aan taalvernieuwing ontbrak in de taal. Er zijn geen journalisten die de voortdurende veranderingen in de wereld uitleggen en toelichten in het Fries. Laat staan dat commentatoren, of literatoren, dit doen.

Friese non-fictie bestaat vooral uit beschouwingen over Friestalige fictie, of poëzie in de taal. En verder gaat het hoogstens nog net over ontwikkelingen in de provincie.

En waar in andere talen de woordenboeken vastleggen welk idioom er algemeen in gebruik is, geldt in Friesland iets omgekeerds, merkwaardig genoeg. Woordenboekenmakers kunnen er woorden bedenken waarvoor nog geen Fries equivalent bestond, en dan doen of dat ineens de juiste term is.

Daarom deed ik enig historisch en sociologisch onderzoek vorig jaar, naar ontwikkelingen als deze. Belangrijkste vraag daarbij was waarom het in zaken als taalbevordering altijd om de Friese literatuur alleen gaat, en zo zelden om alle andere aspecten om de taal op schrift levend te houden. Alsof literatuur ooit iets laat gebeuren in Nederland…

Daarbij kondigde ik aan mijn bevindingen als essay uit te willen brengen. Maar op dit voornemen kom ik nu publiekelijk terug.

Schrijven heeft vaak een groot nut voor mij. Omdat teksten nu eenmaal een vorm eisen, en dit tot logica dwingt. Terwijl wat ik aan ideeën in mijn hoofd heb, vaak een brij is, waarin soms verbanden bestaan die er in werkelijkheid niet zijn; of eenmaal in perspectief gezet niet houdbaar blijken.

Schrijven levert daarom vaak nieuwe inzichten op. Structurele inzichten ook. Soms wordt me zelfs pas duidelijk wat ik denk als het op schrift komt te staan.

En in die zin had het profijt om het essay te schrijven om mijn gedachten over de Friese taal aan te scherpen. Alleen blijft het daarbij. Het is namelijk heel makkelijk om cynisch te worden over het Fries, en de toekomst van die taal. En ik kom niet van dit cynisme los. Sterker nog, mijn ongeloof, en daarmee mijn neiging tot bijtende spot, en provocatie, werd alleen maar groter naarmate meer ideeën vaste vorm kregen. Daar heeft verder niemand iets aan.

Dus heb ik heel veel moeite gedaan om iets te schrijven dat alleen nut heeft voor mij. En dat is nieuw, gewend als ik ben op deadline te werken, voor publicatie elders. Nieuw, maar toch weer een stap.


Schrijven
Jan Brokken

[…] Zelden zal er zo veel aandacht besteed zijn aan zoiets onzinnigs. Ik bedoel, al zou een auteur elke ochtend een ader openrijten om het eigen bloed als inkt te kunnen gebruiken, dan nog is dat van secundair belang; en hoogstens interessantdoenerij. […]

boeklog 21 x 2009


In drieëntwintig x vijftien woorden


[verbeteringen van Marcel Proust op drukproef]

Eerder deze week had ik het op boeklog over mijn fascinatie voor de ‘Wet van Blok’. Deze wet komt voor in een boek van Jan Brokken, dat over schrijven gaat. Hij had als student journalistiek moeten leren, om zijn zinnen te beperken tot vijftien woorden gemiddeld. Zonder deze beperking liepen zijn zinnen te lang door, en dat veroorzaakte maar ruis. En die les van mijnheer Blok was er zo ingeslepen, dat hij kon zien dat medeleerlingen van toen zich er nog altijd aan hielden.

Inmiddels heb ik iets meer onderzoek gedaan naar het waarom van die vijftien woorden. Ook al, omdat ik het idee heb uit mijzelf gemiddeld kortere zinnen te schrijven.

Vijftien tot twintig woorden per zin schrijven, blijkt ook in verwante talen een bekende vuistregel te zijn voor helder taalgebruik. Die dan wordt gemotiveerd met het gegeven dat het kortetermijngeheugen van de gemiddelde lezer daar goed op berekend is.

Langer mag wel, mits zo’n zin dan maar een logische opbouw heeft.

Nu heb ik mijn neiging om doorgaans korte en kernachtige zinnen te schrijven juist altijd verweten aan mijn opleiding in de journalistiek. Omdat de verslaggeving je tot zo’n merkwaardige kleurloze variant van je moedertaal dwingt, die journalees heet. En ik gruwel eigenlijk van dat journalees. Mijn weblogs zijn begonnen met als latente doel om dat taaltje nu eens af te leren.

Lees ik vandaag dat e-mail als communicatiemiddel ons heeft gedwongen kortere zinnen te schrijven. Nadat de journalistiek eerder te bloemrijk taalgebruik al verdacht had gemaakt.

Ik weet dat niet. Ik weet wel dat al de tekst online, zoals ook deze, op den duur stilistische gevolgen gaat hebben voor literair en wetenschappelijk proza. Als eerst de woorden moeten overtuigen dat een tekst nuttig, of prettig om te lezen is. Als straks niet enkel de naam van auteur, of het feit dat een tekst uitgegeven is met een kaft erom, het eerste is dat opvalt. Als schrijvers nog eens hun best moeten gaan om te intrigeren, en te communiceren, dan gaat de schriftcultuur nog mooie tijden tegemoet.


De kunst van het schrijven
Kees 't Hart

[…] Die zin bestaat uit zo een machteloos macramé van taal, naar mijn idee, dat ik meteen al niet meer in dat schrijverschap geloof. […]
 
 
 

boeklog 4 iii 2010


Boeken die wat deden [epiloog]

Zoals het lezen het leven voedt, verrijkt leven het lezen, schreef ik in 2009. Het is vaak te simpel om beslissingen aan éen boek op te hangen. Als de titel van dat boek dan nog geweten wordt; want dat is weer een ander probleem.

Zo was er ooit een eerste keer dat ik het verdomde om verder te lezen in een boek van een hoog aangeschreven auteur. En dan niet door het een volgende keer gewoon niet meer op te pikken, en vervolgens te vergeten. Maar doelbewust. Door het boek dicht te slaan. En dat was toch een daad toen. Boeken waren ooit heilig.

Net zo is er een eerste keer geweest moet zijn dat ik ging twijfelen aan het nut van canons, leeslijsten, en andere verzamelingen om anderen te vertellen welke boeken goed voor hen zijn. Zelfs in het onderwijs zijn zulke lijsten te gauw een dwangbuis om anderen in vast te zetten.

Er was een eerste keer dat ik een boek aangeboden kreeg, maar het niet bliefde.

Er was een eerste keer dat ik boeken wegdeed, in plaats van nog meer in huis te halen.

En schrijvers die geen uitgever weten te vinden, kunnen het niet, zo heet het vaak. Maar twijfelde ik nu al aan de kwaliteit van veel wat er wel wordt uitgegeven voor ik zelf voor het eerst aan de totstandkoming van een boek had meegewerkt, of kwam die wetenschap daarna?

Zoals lezen het schrijven voedt, verrijkt ook schrijven het lezen. Sinds mijn eerste journalistieke producten tot publicatie leiden, is mijn inzicht gegroeid in hoe teksten werken. Mijn bewondering voor de vakmensen en kunstenaars is daardoor alleen maar toegenomen. Net als dat ik ook steeds beter zie wie maar wat doet, of wanneer iemand voor het gemak maar eens schmiert.

Kwam door de afgelopen zes jaar, bijna, boeklog nog bij. Omdat het behoorlijk vormend werkt om over vrijwel elk uitgelezen boek iets te moeten schrijven.

Is er nog het meelezen met de manuscripten van anderen. Of het redigeren en soms zelfs het herstructureren van hun werk.

Enfin.

De titel van het allereerste boek dat ik ooit in opdracht recenseerde weet ik dan wel weer. Brieven van een aardappeleter, van Gerard Reve was dit. En daar nu is eigenlijk niets bijzonders over op te merken.
 

De afgelopen tijd op eamelje.net: een dozijn dat wat deed: deel 1, deel 2, deel 3, deel 4.


Quote of the Day | 1206

Like skilled fashion designers, we novelists clothe stories, as they change shape from day to day, in words suited to their figures.

Viewed from such a professional perspective, it would seem that the interface between us and the stories we encounter underwent a greater change than ever before at some point when the world crossed (or began to cross) the millennial threshold. Whether this was a change for the good or a less welcome change, I am in no position to judge. About all I can say is that we can probably never go back to where we started.

Haruki Murakami, ‘Reality A and Reality B’


Toegevoegde waarden

Op Twitter probeerde Ben Goldacre laatst een discussie te beginnen over columnisten. Hij begreep niet waarom er zo veel columns waren die niet meer zeiden dan ‘ook ik zag wat iedereen zag’. Het was hem onduidelijk waar de meerwaarde lag om iemand nog eens iets in eigen woorden te laten navertellen.

De discussie ontwikkelde zich vervolgens niet echt, mede omdat Goldacre weinig zin had om de namen van collega-columnisten te noemen, die geen toegevoegde waarde zouden hebben. Maar desgevraagd gaf hij wel aan wat een columnist moest doen, voor hem.

Óf een column moest feiten brengen die verder niemand ander had. Óf anders moest een column literair vuurwerk bieden.

Dit lijken me solide criteria om bijna alles mee te beoordelen wat er aan teksten verschijnt. Er worden te veel ‘ook-ikjes’ geschreven.

Al is er natuurlijk ook het gegeven, wat Goldacre negeert, dat er een band kan groeien met een columnist, een schrijver, of een weblogger, waarbij het niet meer uitmaakt wat hij of zij schrijft. Zolang er maar iets verschijnt.

Zijn er zelfs mensen die ik enkel lees om me te ergeren.

Boeklog over Ben Goldacre


Quote of the Day | 0227

in the end, we all work in the dark. We are blind. We can’t see what we’re doing. We exist in a cosmology of not-seeing. We have to take things on faith. And in the end, we just have to hope and pray that someone out there actually wants to listen to the things that we are saying.

Oliver Miller, ‘How To Be A Writer’


Quote of the Day | 0306

The piece of writing I usually most enjoy doing is inevitably the thing I’m not supposed to be doing, so it can seem illicit. I like to work on something over a long period, returning to it repeatedly, adding, subtracting and altering, and taking advice from editors and friends, until I can’t bear to look at it, which is when I guess it’s done. Writing is highly labour intensive. It takes a lot of time – and much patient toleration of boredom, frustration and self-loathing – to achieve anything. Then you try to sell something to the world it doesn’t know it needs.

Hanif Kureishi, ‘The art of writing’

Boeklog over Kureishi


Quote of the Day | 0404

Telling stories, constructing narratives out of the chaos of our lives, fantasizing about what could be — they’re all in our blood. Putting it down on paper is an act of optimism. It’s willful, and it helps us make sense of things.

The difference is that now whatever you can scribble on paper or type on your computer, you might as well publish as a book. What was once fantasy — becoming a published writer — now can be reality. Sorta.

Jessa Crispin, ‘The Smart Set: A Sea of Words’


Citaat van de dag | 0411

Krijgen we straks een literatuur van vrijetijdsschrijvers – van dokters, ministers en advocaten? Met af en toe een schoorsteenveger of straatjongen ertussen die de boel opschudt? Zullen adverteerders bereid zijn of in staat blijken de literatuur te bekostigen? Zullen instanties als de Buma, Stemra en Lira zich weer breed maken en tussen de kunstenaars en het geld gaan staan, zodat scheppend internet een parasietengemeenschap wordt?

Er gebeurt vast iets.

Gerrit Komrij, ‘Er gebeurt vast iets’

Boeklog over Gerrit Komrij


Citaat van de dag | 0413

wat ik lees, is bijna uitsluitend poëzie. Andermans proza kan ik nauwelijks nog verdragen. Vooral wanneer het fictie betreft.

Daar zijn verschillende redenen voor. Ten eerste is de gemoedstoestand die ik nodig heb om te lezen of om te schrijven identiek. Wanneer ik in de stemming ben om te lezen, ben ik ook in de stemming om te schrijven. Dan schrijf ik liever.

Ilja Leonard Pfeijffer, ‘Moet je als schrijver ook veel lezen?’

Pfeijffer, die met een serie bezig lijkt te zijn over het schrijversschap — hij meldde eerder al hoe weinig dit loont — leest anders dan ik.

Al kan ik wel degelijk lezen als hij, met het oog van een architect, wegend hoe een boek is opgebouwd.

Waar ik al die jaren nooit over nagedacht had. Ook niet mijmerend over wat boeklog me brengt. Is dus dat het uniek blijft dat ik elk boek redelijk onbevangen aan kan vatten.


Quote of the Day | 0614

Writers perforce read differently from everyone else. Most people ask three questions of what they read: (1) What is being said? (2) Does it interest me? (3) Is it well constructed? Writers also ask these questions, but two others along with them: (4) How did the author achieve the effects he has? And (5) What can I steal, properly camouflaged of course, from the best of what I am reading for my own writing? This can slow things down a good bit.

Joseph Epstein, ‘Heavy Sentences’

Boeklog on Epstein


Quote of the Day | 0618

Writing is a concentrated form of thinking. I don’t know what I think about certain subjects, even today, until I sit down and try to write about them.

Don DeLillo, ‘The Art of Fiction No. 135’


Quote of the Day | 0701

Writing describes a range of activities, like farming. Plowing virgin fields—writing new scenes—demands freshness, but there’s also polishing to be done, fact-checking, character-autobiography writing, realigning the text after you’ve made a late decision that affects earlier passages—that kind of work can be done in the fifth, sixth, and seventh hours. Sometimes, at any hour, you can receive a gift—something that’s really tight and animate and so interesting that I forget the time until my long-suffering wife begins to drop noisy hints.

David Mitchell, ‘The Art of Fiction No 204’


Quote of the Day | 0716

It has become increasingly clear to me over these last 10 years, in which I have written more regularly than before, that the more I write the worse I become. More self-absorbed, less sensitive to the needs of others, less flexible, more determined to say what I have to say, when I want and how I want, if I could only be left alone to figure it out.

Rick Gekoski, ‘Writing is bad for you’


Quote of the Day | 0717

Watching that trend, I find my grief for the state of civilization comes with a guilty surge of relief. Sure, I would miss books — and so, by the way, would my children — but at least the death of books would put an end to the annoying fact that everyone who works for me is either writing one or wants to.

Bill Keller, ‘Let’s Ban Books, Or at Least Stop Writing Them’


Quote of the Day | 0814

Since writing is such a cognitively intense task, the key to becoming faster is to develop strategies to make writing literally less mind-blowing. Growing up, we all become speedier writers when our penmanship becomes automatic and we no longer have to think consciously about subject-verb agreement. It’s obviously a huge help to write about a subject you know well. In that case, the writer doesn’t have to keep all of the facts in her working memory, freeing up more attention for planning and composing.

Michael Agger, ‘Slowpoke’


Quote of the Day | 0825

I have never read or heard about anything to do with the writing of fiction that fits, exactly, my own experience, and I now believe it must be difficult. If fiction grows out of the layers of time, memory, imagination and invention, it ought to be possible to dig into the foundation and analyze each element, down to the bedrock. But the truth is that it resists analysis, all but the most shallow and humdrum, and cannot be tested or measured or, really, classified and contained.

Mavis Gallant, ‘Memory and Invention’

Boeklog over Mavis Gallant


Quote of the Day | 1110

There are only seven plots in all of fiction — in all of human life, really — and chances are you’re living one of them.

Heather Mallick, ‘Life has only seven basic stories’


Quote of the Day | 1021

The process of writing a novel is getting to know more about the novel until you know everything about it. And it’s been described as a kind of dreamlike state where you’re letting the novel make its own shape, and you’re putting into it the pleasure of creation, which is intoxicating.

You can do absolutely anything; you are the freest of all artists. You’re not confined by a square on the wall or musical scales or the disciplines of verse, and you’re certainly freer than a film-maker who is dependent on the weather when he goes out to make his world. And it’s completely uncollaborative – you don’t have actors; producers; money pressures of any kind.

It’s that freedom that is frightening in the end. […]

Martin Amis

Boeklog on Amis


Citaat van de dag | 1022

Ik ben fed up met zielepoten in fictie. In de Nederlandse literatuur sterft het van de schlemielen, de Fritsen van Egters. Te veel randfiguren die met een krat bier op een kamertje een roman proberen te schrijven, wat dan natuurlijk niet lukt – het is me te makkelijk. Het is eenvoudiger een personage te scheppen dat niks kan, dan iemand die wel wat kan. Verliezers, dat is meer en meer het terrein van de fictie geworden. Zeker debutanten kiezen meestal voor de outcast; dat lijkt nobel, maar het is vooral makkelijk.

Peter Buwalda, in: ‘Ik ben fed up met zielepoten in fictie’


Quote of the Day | 1201

finding and keeping an audience online is almost impossible, and the early stages of that journey are thankless and terrible. You have to publish a lot, even though absolutely no one will read your stuff for a long time. And before you get an audience, when you’re describing your articles or your online novel or whatever you decide to work on, you’ll still just be person with a blog in the eyes of anyone who will listen to you, because everyone has a blog. On paper, you are indistinguishable from the 14-year-old with the Angelfire website.

The 4 Worst Things About Writing for the Internet


Quote of the Day | 131211

His own contribution to modernism was to recognise the presumptive reality in a simple declarative sentence. From that he devised the writing strategies he would follow for life: when composing a story, withhold mention of its ruling circumstance. When writing a novel, implant it in geography and know what time it is on every page. When writing anything, construct the sentences so as to produce an emotion not by claiming it but by rendering precisely the experience to cause it. By these means he made what he called “true sentences” and became the most influential writer of his generation.

E.L. Doctorow, ‘Fifty years on from Ernest Hemingway’s death’


Quotes of the Day | 1218

  1. You don’t have to read every book you buy, and you certainly don’t have to finish the book you’ve started.
  2. When blurb writers describe an author “writing at the peak of their powers”, run a mile. When they say the novel is “allegorical”, head for the hills. Books that “will change your life” are as fabled as the hippogriff.
  3. Narrative (aka storytelling) is in our DNA. It’s called gossip.
  4. Keep a diary. It might keep you.
  5. In writers, vanity is the cardinal sin.

Robert McCrum, ‘Fifty things I’ve learned about the literary life’


Quote of the Day | 0106

To my writing classes I used later to open by saying that anybody who could talk could also write. Having cheered them up with this easy-to-grasp ladder, I then replaced it with a huge and loathsome snake: ‘How many people in this class, would you say, can talk? I mean really talk?’ That had its duly woeful effect. I told them to read every composition aloud, preferably to a trusted friend. The rules are much the same: Avoid stock expressions (like the plague, as William Safire used to say) and repetitions. Don’t say that as a boy your grandmother used to read to you, unless at that stage of her life she really was a boy, in which case you have probably thrown away a better intro. If something is worth hearing or listening to, it’s very probably worth reading. So, this above all: Find your own voice.

Christopher Hitchens, in:
‘Writing Advice From History’s Fastest, Most Prolific Authors’


Quote of the Day | 0115

has word processing changed the way we write? There have been lots of inconclusive or unconvincing studies of how the technology has affected, say, the quality of student essays – how it facilitates plagiarism. The most interesting academic study I looked at found that writers using computers “spent more time on a first draft and less on finalising a text, pursued a more fragmentary writing process, tended to revise more extensively at the beginning of the writing process, attended more to lower linguistic levels [letter, word] and formal properties of the text, and did not normally undertake any systematic revision of their work before finishing”.

John Naughton, ‘Has Microsoft Word affected the way we work?’


Quote of the Day | 0204

The deeper we dig, the more it appears that the brain uses narrative in the same way it uses fundamental tools like vision and hearing: to construct our perception of the world.

From this perspective, narrative no longer looks like an ancillary human intellectualizing tool, used primarily to help organize and communicate stories and events between humans. Instead, narrative looks like one of our brain’s core consciousness and universe-building tools. It’s something that we were using to assemble our understanding of existence long before we were using it to assemble the plots of our novels.

R. Salvador Reyes, ‘Story Theory: Confessions of a Literary Darwinist’


Quote of the Day | 0210

Since I first started reading, I know that I think in quotations and that I write with what others have written, and that I can have no other ambition than to reshuffle and rearrange. I find great satisfaction in that.

Alberto Manguel, On the Advantages and Disadvantages
of Bathing in the Fountain of Youth


De perfecte boekrecensie

  • Om een perfecte recensie te kunnen schrijven, moet een boek minstens twee keer worden gelezen. En die tweede keer dan het liefst jaren later, zodat de eventuele opwinding rond de publicatie allang vergeten is. En ook zodat goed zichtbaar wordt welke vervelend modieuze trekjes het boek heeft;
  • De perfecte recensie zal daarom nooit in een krant of tijdschrift kunnen verschijnen, omdat de literatuurpagina’s in zulke periodieken om de waan van de dag gaan; en alleen signaleren wat er net uit is;
  • Daardoor blijven er weinig kansen over dat de perfecte boekbespreking ooit geschreven wordt. Slechts literatuurwetenschappers gunnen zich de tijd om boeken vanaf enige afstand te bekijken. Maar de meeste academici kunnen dan weer niet schrijven, omdat zij zich slechts tot hun vakbroeders en -zusters richten. Bovendien beperken zij zich tot het bestuderen van fictie en poëzie;
  • De kans nog eens een perfecte boekbespreking tegen te komen, is daarom het grootst in het boek van andere schrijvers; als deze zich bezighouden met wat hen zoal beïnvloed heeft;
  • Sterk onderhevig aan toeval dus;
  • En nu kan ik ijdel doen, en zeggen dat mijn boeklog toch vaak over een tweede kennismaking gaat met een boek. Dat de zo gewenste afstand er vaak is. Maar de perfecte boekbespreking bestaat uit meer dan alleen een oordeel;
  • Voor het schrijven van recensies is deels wel een standaardrecept te geven, als houvast. John Updike deed dat bijvoorbeeld. En zo zijn er wel meer recensenten geweest. Alleen is er dan ook nog het eigene dat de bespreker moet inbrengen, aan toon en stijl. En kwaliteit. Tegen mijn weblog spreekt dan bijvoorbeeld dat ik het schrijven voor boeklog oneindig veel lichter opvat dan het schrijven in opdracht. Dat was ooit nuttig, maar heeft me in 2012 gedwongen tot een halfslachtig reces; om eens te wegen wat ik nu eigenlijk wil.

Quote of the Day | 0301

Although some times I have felt that I held fire in my hands and spread a page with shining—I have never lost the weight of clumsiness, of ignorance, of aching inability.

John Steinbeck, ‘A book is like a man’


Quote of the Day | 0314

In my experience, you always think you know what you’re doing; you always think you can explain, but you always discover, years later, that you didn’t and you couldn’t. This leads me to suspect that the principal function of human reason is to rationalize what your lizard brain demands of you. That’s my idea. Art and writing come from somewhere down around the lizard brain. It’s a much more peculiar activity than we like to think it is. The problems arise when we try to domesticate the practice, to pretend that it’s a normal human activity and that “everybody’s creative.” They’re not. Honestly, I never sit down to write anything without thinking, This is a weird thing to be doing! Why am I sitting here writing?

an interview with Dave Hickey


Quote of the Day | 0330

The essay is against abstraction, and by being against abstraction it is against ideological thought.

‘Adam Gopnik on Favourite Essay Collections’


Quote of the Day | 0401

The only way we can understand words like God, angel, devil, ghost, is through stories, since these entities do not allow themselves to be known in other ways, or not to the likes of me. Here not only is the word invented-all words are-but the referent is invented too, and a story to suit. God is a one-word creation story.

Tim Parks, ‘Do We Need Stories’


Quote of the Day | 0612

when you are writing journalism your task is to simplify the world and render it comprehensible in one reading; whereas when you are writing fiction your task is to reflect the fullest complications of the world, to say things that are not as straightforward as might be understood from reading my journalism and to produce something that you hope will reveal further layers of truth on a second reading.

Julian Barnes, in: The Art of Fiction

Boeklog on Barnes


Quote of the Day | 0723

It sounds schmaltzy to say, but fiction is much more to do with love than people admit or acknowledge. The novelist has to not only love his characters—which you do, without even thinking about it, just as you love your children. But also to love the reader, and that’s what I mean by the pleasure principle. The difference between a Nabokov, who in almost all his novels, nineteen novels, gives you his best chair and his best wine and his best conversation. Compare that to Joyce, who, when you arrive at his house, is nowhere to be found, and then you stumble upon him, making some disgusting drink of peat and dandelion in the kitchen. He doesn’t really care about you. Henry James ended up that way. They fall out of love with the reader. And the writing becomes a little distant.

‘Martin Amis Talks Terrorism, Pornography, Idyllic Brooklyn and American Decline’


Quote of the Day| 0919

I believe that we unconsciously and instinctively make work to fit preexisting formats.

Of course, passion can still be present. Just because the form that one’s work will take is predetermined and opportunistic (meaning one makes something because the opportunity is there), it doesn’t mean that creation must be cold, mechanical, and heartless. Dark and emotional materials usually find a way in, and the tailoring process — form being tailored to fit a given context — is largely unconscious, instinctive. We usually don’t even notice it. Opportunity and availability are often the mother of invention. The emotional story — “something to get off my chest” — still gets told, but its form is guided by prior contextual restrictions. I’m proposing that this is not entirely the bad thing one might expect it to be. Thank goodness, for example, that we don’t have to reinvent the wheel every time we make something.

In a sense, we work backward, either consciously or unconsciously, creating work that fits the venue available to us.

David Byrne, ‘My love affair with sound’


Citaat van de dag | 1031

Als u er 10.000 euro in wil stoppen, de minimale kosten om een boek te maken (vormgeving/fotografie, correctie, folder, vertegenwoordiger, kosten Centraal Boekhuis etc.) wil ik er wel naar kijken of het manuscript de moeite waard is om uit te geven volgend jaar.

Clemens van Brunschot, ‘10.000 euro voor een debuut’


Quote of the Day | 1111

It was an intuition or maybe even something cognitive after years of writing and editing: If there’s a problem in the sentence, you fix it by going to the verb. Whenever I hit a muddy passage that’s how I straighten things out. So I had this hunch about the centrality of the verb and I wanted to test that hunch. You learn in grade school that the components of the sentence are the subject and the verb, so I wanted to test that, because so much of what we learn about grammar is wrong.

‘Building better sentences: Connie Hale on verbs, nouns,
Vikings, scenes, geekspeak, grammar wars and rewiring bad lines’


Citaat van de dag | 1129

het ene na het andere boek verschijnt dat vooral stoelt op ‘waargebeurd’, waarbij authenticiteit niet als een vormkeuze maar als inhoudelijke meerwaarde wordt gepresenteerd. Talkshowliteratuur, goed voor een ‘lekker item’ in een praatprogramma.

Ik begrijp dat weinig schrijvers nee zeggen tegen zulke publiciteit, waarom zouden ze? Maar het drama is dat veel van zulke boeken niet meer te bieden hebben dan het semi-autobiografische verhaaltje – de subtekst valt weg.

Jeroen Vullings, ‘Kut is goed’


Jatadvies van Sebald

Toen ik de roman Austerlitz boeklogde van W.G. Sebald woog daarbij iets mee van buiten het boek. Ik kende de documentaire die Sebald tot zijn boek geïnspireerd had. Hij had voor zijn boek simpelweg het levensverhaal van een ander genomen, daar wat aan verschoven, en er een roman om heen gebouwd.

Juist door zo nadrukkelijk diefstal te plegen op het leven van een bestaand iemand, en elementen te gebruiken uit een autobiografisch boek en die film, werd de roman van Sebald voor mij Kitsch.

Sebald trivialiseerde de werkelijkheid namelijk met zijn toegevoegde bedenkseltjes.

Deze week dook online ineens een lijst op van adviezen die W.G. Sebald had gegeven aan studenten die wilden schrijven.

Twee daarvan vielen mij onmiddellijk op, vanwege die Kitsch-kwestie:

  • None of the things you make up will be as hair-raising as the things people tell you.
  • I can only encourage you to steal as much as you can. No one will ever notice. You should keep a notebook of tidbits, but don’t write down the attributions, and then after a couple of years you can come back to the notebook and treat the stuff as your own without guilt.

Punt blijft dan toch dat je door te stelen wellicht een aardig beginpunt hebt voor een verhaal, maar dat je dit verhaal vervolgens alsnog kunt verkloten.


At Swim-Two-Birds | 7-76
Flann O'Brien

Eerder heb ik weleens beweerd dat elke roman goed te ontleden is op drie kwaliteiten. Taal is belangrijk, verhaal lijkt me dat ook, en de derde bepalende factor doopte ik bij gebrek aan beter toen maar wijsheid.

Zeldzaam zijn de boeken die op alle drie factoren scoren.

En niet alleen is fictie met dit schema te beoordelen, recensies zijn dat misschien nog wel beter. Want het valt op dat meeste kritieken inhoudelijk vooral over de gebruikte taal gaan — mede omdat een verhaal met een plot nog immer verdacht is, en zelden geschreven wordt buiten de genrefictie.

De roman At Swim-Two-Birds toonde dan weer aan dat aan mijn kritische driedeling nog éen factor ontbreekt.

Toon is ook nogal bepalend voor hoe een boek leest. En toon is tegelijk niet éen op éen gelijk te stellen aan taal. Toon hangt samen met vertelperspectief, met wat de schrijver wil met het boek, met intentie, en dus ook weer met die factor wijsheid.

Want At Swim-Two-Birds was wekenlang onmogelijk om in te komen, door de gebruikte toon. Flann O’Brien parodieert van alles in dit boek — zoals Ierse volksverhalen met hun magie, zoals de taal van Joyce — en dat leverde meteen een onneembare barrière op.

O’Brien schreef domweg te hoogdravend.

Eenmaal in het boek gekomen ging het wel.

[ lees al mijn gedachten over At Swim-Two-Birds hier ]


Quote of the Day | 0404

Today, longform is a 1,500-word article. Evan Williams has this online publishing platform called Medium, which is these little essays, but it’s longform compared to tweets or Facebook updates. In reality, if I write an 800-word piece on CNN, it goes up the day I wrote it and I reach a couple million people. With a book, it takes me two years to get it together and it takes a year for them to publish it. I’ve got to work like hell to even get 20,000 people to read the thing — or buy the thing, and half of them actually read it.

It does feel like I’m writing opera when people are buying singles or MP3s.[…]

‘Douglas Rushkoff wants you to quit TweetDeck and just read a book
(preferably his)’


Quote of the Day | 0525

At the base of it, I guess I don’t believe in other people’s hierarchies about what’s important in the world.

Alexis Madrigal: “Follow your own curiosity”


Quote of the Day | 0529

The essayist is interested in thinking about himself thinking about things. We believe our opinions on everything from politics to pizza parlors to be of great import. This explains our generosity in volunteering them to complete strangers. And as D.I.Y. culture finds its own language today, we can recognize in it Arthur Benson’s dictum from 1922 that, “An essay is a thing which someone does himself.”

Christy Wampole, ‘The Essayification of Everything’


Quote of the Day | 0623

I have no problem with failure – it is success that makes me sad. Failure is easy. I do it every day, I have been doing it for years. I have thrown out more sentences than I ever kept, I have dumped months of work, I have wasted whole years writing the wrong things for the wrong people. Even when I am pointed the right way and productive and finally published, I am not satisfied by the results. This is not an affectation, failure is what writers do. It is built in. Your immeasurable ambition is eked out through the many thousand individual words of your novel, each one of them written and rewritten several times, and this requires you to hold your nerve for a very long period of time – or forget about holding your nerve, forget about the wide world and all that anxiety and just do it, one word after the other. And then redo it, so it reads better. The writer’s great and sustaining love is for the language they work with every day. It may not be what gets us to the desk but it is what keeps us there and, after 20 or 30 years,

Anne Enright, in:‘Falling short: seven writers reflect on failure’


Quote of the Day | 0624

Sebald’s point, it seems tome, was simple. That precision in writing fiction – especially in writing fiction – is an absolutely fundamental value. He summed up by saying that if you look carefully you can find problems in all writers, or almost all (Kafka being an exception; especially, he told us, if you look at the reports he wrote for the Workers’ Accident Insurance Institute!). He told us that even those writers who have talent and scrupulousness must be on their guard against sloppiness and indulgence.

He gave, as an example of sloppiness, Gunter Grass, who, he said, had started off writing quite well, but had lately let his writing slip. He thought it had happened since Grass had won the Nobel Prize.

Luke Williams: ‘A Watch On Each Wrist’


Quote of the Day

I remember reviewing Alice Munro in the Toronto Globe and Mail and saying she was as great as Chekhov, and the Canadians were surprised but happy. She has done more for the possibilities and the form of the short story than any other writer I know. You can never tell what she is going to say next – or what you the reader are going to feel next – from line to line. She appears to be in perfect control of her writing, but I interviewed her onstage once and she described how she writes enormously long versions of stories and then cuts them into shape. I admire this immensely.

‘Alice Munro: AS Byatt, Anne Enright and Colm Tóibín hail the Nobel laureate’

Boeklog over Alice Munro


Quote of the Day | 1105

Every writer has his own voice. (Every serious or dedicated writer.) This is achieved by the way he punctuates; the rhythm of his phrases; the way the writing reflects the processes of the writer’s thought: all the nervousness, all the links, all the curious associations. An assiduous copy-editor can undo this very quickly, can make A write like B and Ms C.

V.S. Naipaul, ‘Every writer has his own voice’


Quote of the Day | 0115

Writing is increasingly a private satisfaction. The effort invested is almost always out of proportion to the impact. Having accepted that in advance, I am writing anyway.

Simon Kuper, ‘Brought to book’


Quote of the Day | 1223

My ­objective is a humanistic one—to enter into a dialogue with my viewers and to make them think. There isn’t much more you will be able to achieve in the dramatic arts. And frankly, I don’t know what else you should be able to achieve.

Michael Haneke, in: The Art of Screen Writing No. 5