The Literature Machine | van dag tot dag
Italo Calvino

Leesproject voor de komende maand — om het overzichtelijk te houden — zijn de dertig essays uit de verzameling The Literature Machine [TLM] van Italo Calvino [1923 — 1985]. Beter dan welke andere teksten ook van hem maken deze essays duidelijk wat deze schrijver wilde met zijn boeken; en wat voor ideeën hij daar bij heeft gehad.

Dat maakt deze uitgave nogal wat rijker dan Zes memo’s voor het volgende millennium, of Waarom zou je de klassieken lezen? die over dezelfde problematiek lijken te gaan.

En het is interessant om daar van alles over vast te leggen, omdat ik sommige boeken van Calvino beter vind dan wat er verder ook verscheen in de tweede helft van de twintigste eeuw.

Probleem voor mij als lezer blijkt alleen te zijn dat de rijkdom die verzameld werd in The Literature Machine zo groot is, dat het me nooit zal lukt om achteraf nog even snel een boeklogje in elkaar te flansen. Zoals ondertussen de gewoonte werd.

Het zou dan veel te toevallig worden wat er in zo’n boeklogje terecht komt.

Ik ben al meer dan een jaar bezig in deze bundel. Waarbij zich wreekt dat ik essaybundels zelden netjes van kaft tot kaft lees. Bij dat rond springen door het boek kom ik alleen telkens weer te verrassende uitspraken tegen; ook in de essays die al gelezen zouden zijn.

* lees al mijn woorden over The Literature Machine hier.


TLM: Cybernetics and Ghosts
Italo Calvino

De eerste tekst in de bundel The Literature Machine is éen van de langste, en ook minst makkelijk leesbare van allemaal. ‘Cybernetics and Ghosts’ was een lezing die Calvino eind 1967 verschillende malen hield over de toen spelende vraag of ‘de auteur’ niet dood was, onder meer. Want bestond wel heel veel aan een verhaal niet gewoon uit bekende elementen, die enkel maar aantrekkelijk gerangschikt hoefden te worden?

De vormeisen die een lezing heeft, die zo anders zijn dan waaraan een essay moet voldoen, maken dit tot een vervelende leestekst. De omhaal van woorden is soms te groot — daar waar Calvino in romans anders zo’n minimalist kon zijn.

Wel staat net in deze lezing het citaat dat de titel zou opleveren voor heel dit boek over literatuur:

Literature is a combinatorial game that pursues the possibilities implicit in its own material, independent of the personality of the poet, but it is a game that at a certain point is invested with an unexpected meaning, a meaning that is not patent on the linguistic plane on which we are working but has slipped in from another level, activating something that om that second level is of great concern to the author or his society. The literature machine can perform all the permutations possible on a given material, but the poetic result will be the particular effect of one of those permutations on a man endowed with a conscious and an unconscious, that is, an empirical and historical man. It will be the shock that only occurs if the writing machine is surrounded by the hidden ghosts of the individual and of his society.
[22]

* lees al mijn woorden over The Literature Machine hier.


TLM: Two Interviews on Science and Literature
Italo Calvino

Opnieuw een soort plaatsbepaling in de tijd. Calvino schreef eind jaren zestig korte verhalen die ik tamelijk vreselijk vond, doordat hij daarin dan bijvoorbeeld biologische processen tot personage maakte. Het boeklogje indertijd over Time and the Hunter gaat hier dieper op in.

Die beide interviews met hem uit 1968 leggen deels uit waarom hij toen toch zulke verhalen schreef.

Writers like me, who are not attracted to psychology, to the analysis of feelings, or to introspection, are greeted by horizons certainly no less broad than those dominated by characters with clear-cut personalities, or those revealed to people who explore the depths of the human mind. What interests me is the whole mosaic in which man is set, the interplay of relationships, the design that emerges from the squiggles on the carpet.

Verder legt hij uit waarom de taal van Galileo en diens exacte beschrijvingen zoals die van de maan hem tot de beste schrijver maakte van het Italiaans — Dante is vanzelfsprekend de beste dichter — en dat hij zelf een midden probeert te vinden tussen de idealen van Barthes en die van Queneau.

Barthes probeerde volgens Calvino om taal zo helder, strikt, en wetenschappelijk mogelijk als kon in te zetten, terwijl omgekeerd Queneau juist wetenschap inzette om met taal te kunnen spelen.

* lees al mijn woorden over The Literature Machine hier.


TLM: Philosophy and Literature
Italo Calvino

Dit opiniestuk uit 1967 voor de Times Literary Supplement zal geen diepe sporen achterlaten bij me, omdat ik het nooit eens zal kunnen worden met Calvino’s uitgangspunt in dit betoog. Alle wetenschap is fictie voor mij, ook de harde natuurwetenschappen; een voorlopig verhaal dat altijd verbeterd moet kunnen worden. Maar juist filosofie voegt zelden of nooit iets toe aan echt begrip over wereld. Eerder nog zullen romans dit kunnen doen.

Italo Calvino begon zijn tekst namelijk met de stelling dat filosofie en literatuur vijandige tegenstellingen zijn. Want filosofen kijken naar de chaos die de wereld is en brengen daar met strenge blik regelmaat in aan. Terwijl schrijvers zulke kennis van filosofen vervolgens misbruiken door harde regels weer diffuus te maken, door verhalen te vertellen waarin de ontdekte wetmatigheden slechts een uitgangspunt zijn.

Geluk zag hij nog wel dat elke ontdekte waarheid van filosofen een tijdelijke waarheid zal zijn. Al speelde dat op dat moment in de tijd natuurlijk zeer. Calvino brak ooit met de Communistische partij — alleen was er altijd ook Marx nog als filosoof.

De enige interessante stelling die hij inneemt, is dat de echt intellectuele roman iets uit het verleden zou zijn. Boeken als Der Zauberberg, of Der Mann ohne Eigenschaften zouden inmiddels niet meer geschreven worden.

Had hij toch buiten de Amerikanen gerekend…

* lees al mijn woorden over The Literature Machine hier.


TLM: Literature as Projecion of Desire
Italo Calvino

Het lezen van de eerste essays uit The Literature Machine lijkt soms op het bedrijven van archeologie. Ik heb nogal wat begraven kwesties naar boven te halen voor het me lukt om nader tot Italo Calvino te komen, en echt mee te krijgen wat voor hem op dat moment, vijftig jaar terug niet zelden, hoogst actueel was, en nu al even niet meer zo.

Dus dan bespreekt hij uitgebreid Anatomy of Criticism van de Canadese literatuurwetenschapper Northrop Frye, die geprobeerd heeft, en volgens velen succesvol, om kritiek als een zelfstandige discipline neer te zetten. Uitgangspunt daarbij is dan dat de tekst bestudeerd wordt als onderdeel van alle teksten, en die teksten als geheel ‘binnen die menselijke imitatie van de natuur die we beschaving noemen.’

Literatuur is dan ineens te zien als de geschiedenis van beschrijvingen hoe mensen tot een samenleving behoorden, of waarom zij juist buitenstaander werden in die maatschappij.

Frye meende daarmee ook dat de Bijbel allereerste strikt literair gelezen zou moeten worden voor een beter begrip.

Literatuur is daarmee meer dan een verzameling boeken. Literatuur bestaat uit een reeks stilzwijgende afspraken over wat daar zoal bijhoort en wat niet. Afspraken bovendien die niet eeuwig vastliggen maar veranderen in de loop der tijd. Alleen was mij zoveel al bekend.

* lees al mijn woorden over The Literature Machine hier.


TLM: Defintions of Territories: Comedy
Italo Calvino

De kortste tekst uit deze bundel telt nog niet eens drie bladzijden. Heeft het zin om ook uitgebreid aantekening te gaan maken over zo weinig woorden?

Italo Calvino legt in deze tekst voor een symposium onder meer uit waarom hij, toch een voorstander van humor en lichtheid in zijn teksten, zo’n hekel heeft aan satire. En dit komt dan omdat die te vaak bedreven wordt vanuit de foute positie. Satire heeft twee componenten, moralisme, en bespotting; en komt doorgaans van iemand die zich eens flink in positie heeft gezet, ver verheven boven alles, om van daaruit het eens goed te kunnen zeggen. En Calvino vindt het altijd naar als hij iemand daarop betrapt.

Het aantekenen van deze woorden kreeg een spontaan nut daarnet, doordat ik me ineens bedacht dat Calvino’s Zes memo’s voor het komende millennium weliswaar goed zijn opvattingen tonen over literatuur. Alleen is dat wel heel erg een eindtekst. The Literature Machine kan daarmee gelezen worden als de schetsen die hij moest maken vooraf, om ooit die eindtekst nog eens te kunnen maken. En soms is het aarzelende ontstaan van een gedachte wel degelijk zo interessant, nee nog interessanter, als de gedachte zelf.

* lees al mijn woorden over The Literature Machine hier.


TLM: Definitions of Territories: Eroticism
Italo Calvino

De tekst met het laagste soortelijk gewicht tot nu toe stamt uit 1970. Calvino schreef daarin over de moeilijkheden die schrijvers traditioneel hadden om iets van sex te maken in hun werk. Want zelfs op dat moment nog vluchtten volgens hem velen ineens in wel heel omfloerste beschrijvingen als het erop aan kwam, zelfs als tot dan toe juist wel alle informatie was gegeven om het verhaal te ‘zien’. Daarbij gaat deze tekst vooral om die moeilijkheden.

Italo Calvino’s oplossing voor dit schrijfprobleem, in de slotparagraaf, is dezelfde als altijd. Zoek het liever in de lach, lichtheid, gegiechel, want het leven is al ernstig genoeg. Terwijl sex nu juist zo leuk kan zijn.

Bestaat er ook de mogelijkheid nog om erotiek op alternatieve wijzen te tonen, volgens hem. Waarmee ik dus voor het eerst begrijp dat het spannende verhaal waarin hij ooit uitgebreid een meïose beschreef, het kan ook een mitose zijn geweest, Calvino’s idee is geweest van keiharde porno.

* lees al mijn woorden over The Literature Machine hier.


TLM: Definitions of Territories: Fantasy
Italo Calvino

In deze korte tekst uit 1970, voor Le Monde, schrijft Calvino over het fictiegenre dat hem zo na aan het hart lag. Om daarbij onder meer op te merken dat zelfs het woord ‘fantasy’ al problemen oplevert. Franse lezers denken daarbij automatisch een horrorverhaal te krijgen, en in het Engels heeft het woord juist een oneindig tal betekenissen meer. Te veel.

Is er ook de historische component nog. In de negentiende-eeuwse literatuur hadden fantastische verhalen een heel andere aard dan tegenwoordig — het moment dat ook alweer vijftig jaar terug ligt. ‘Fantasy’ werd sindsdien een spel, ironie, een knipoog.

Cruciaal aan Calvino’s woorden lijken me de bekentenis uit het derde punt dat hij wilde maken van de vier:

(3) I leave the critics the task of placing my novels and stories within (or outside) some classification of fantasy. For me the main thing in a narrative is not the explanantion of an extraordinary event, but the order of things that this extraordinary event produces in itself and around it: the pattern, the symmetry, the network of images deposited around it, as in the formation of a crystal.

* lees al mijn woorden over The Literature Machine hier.


TLM: Cinema and the Novel
Italo Calvino

Na een week lezen wordt de ware betekenis van dit leesprojectje duidelijk. Ik ben bezig om een boek te vermoorden. En tegelijk is ook helder dat dit niet heel erg hoeft te zijn. Niet al de opgenomen teksten zijn briljant. Er zit weleens maakwerk bij.

Punt was, eerder leek me deze bundel geweldig, omdat er in elk van de dertig teksten iets anders aan de orde komt; terwijl ze toch allemaal over schrijven gaan, en over vertellen. Omdat het boek alle kanten op gaat alleen, was me na drie of vier stukken al niet meer helemaal helder wat Calvino’s punten eerder precies waren geweest. En daarmee leek dit een werkelijk overvol boek. Onmogelijk om nog eens samen te vatten achteraf in een boeklogje.

Eerder leken Italo Calvino’s verkenningen naar de verschillen tussen films en romans me ook een heldere beschouwing. Maar nu, bij herlezing, geïsoleerd, zie ik dat hij het eigenlijk wat vermeed om de twee rechtstreeks op elkaar te betrekken.

Film heeft ook geen invloed gehad op zijn mijn manier van schrijven. Of hoogstens nog net de tekenfilm. Omdat het nogal leerzaam is om te zien hoe tekenaars zich kunnen beperken tot een paar lijnen, om daarin dan toch hele werelden te tonen.

Ook het stripverhaal is voor Calvino van invloed geweest. En dan helemaal de komische strip; omdat die de 20e eeuw een helemaal nieuwe manier gaf van verhalen vertellen. Mede daarom betreurt hij het dat de humorstrip eigenlijk nog nooit goed wetenschappelijk geanalyseerd is.

* lees al mijn woorden over The Literature Machine hier.


TLM: Whom Do We Write For?
Italo Calvino

De misschien wel interessantste tekst tot nu toe is tegelijk ook éen van de meest verouderde in het boek.

Italo Calvino behandelde voor een symposium in 1967 de vraag voor wie schrijvers eigenlijk schrijven. Waarop het antwoord in eerste instantie luidt: voor een publiek dat al boeken heeft leren lezen.

Maar hoe zijn dan nog de mensen te bereiken die nog niet zo veel hebben gelezen? Ook al omdat de lezers almaar meer informatie krijgen aangereikt en de kloof tussen beide groepen groeit.

Dit gegeven lijkt me op het moment nog even actueel als ruim vijftig jaar terug. Helemaal omdat lezen op dit moment een haast elitaire keuze is geworden.

Wat Calvino’s tekst wat verouderd maakt, was dat hij boeken nog als strijdtoneel zag — zonder dat hij overigens meende dat literatuur invloed kon hebben op politiek. En waarover de schrijvers zich indertijd druk maakten in hun werk, na de Tweede Wereldoorlog, is niet hetzelfde meer als wat auteurs op het moment bezig houdt. Als die er al toe komen om zich te engageren.

* lees al mijn woorden over The Literature Machine hier.


TLM: Right and Wrong Political Uses of Literature
Italo Calvino

Dit paper uit 1976 heeft behoorlijk wat overlappingen met de vorige tekst van tien jaar daarvoor. Omdat er nu eenmaal het gegeven lag dat voor Calvino’s generatie dat leren lezen op hetzelfde moment plaats vond als de vorming van een eigen politiek bewustzijn. Literatuur was politiek in het Italië van de jaren na de Tweede Wereldoorlog.

Inmiddels zijn voor Italo Calvino die overlappingen verdwenen. Politiek is politiek. Literatuur is Literatuur. Wat dan mede komt er geen politiek programma bestaat waarin hij nog blind vertrouwt, noch was er zo’n literair programma waar hij in geloven kon.

Tussen die vorige tekst en deze lag er ook nog 1968; dat roerige actiejaar. Waarin voor de protesterende studenten slechts éen ding telde: actie! Waarmee literatuur beschuldigd werd tijdverspilling te zijn.

Maar wie de betekenis van literatuur negeert, maakt zich moedwillig blind voor de complexiteiten waaruit deze wereld bestaat, aldus Calvino.

De schrijver ziet dat literatuur op twee manieren politiek nut kan hebben; naast dat er ook tal van manieren bestaan waarop literatuur verkeerd gebruikt kan worden om politieke doeleinden.

Literatuur kan eindelijk een stem geven aan de allerzwaksten, de stemlozen, de genegeerden.

En daarnaast is er nog die veel moeizamere, abstractere manier, dat goed formulerende schrijvers de lezer modellen kunnen aanbieden van waarden om de wereld mee te bekijken.

Is er zelfs nog een derde manier, namelijk dat literatuur vertellen kan over de betekenis van woorden, die er in de politiek zo veel minder toe doet; als het om de inhoud gaat. Gold daarbij voor Calvino ook dat iedereen zich bewust zou horen te zijn van de positie waarin hij of zij verkeert; wat die doet voor hun blik om de wereld mee te beschouwen.

* lees al mijn woorden over The Literature Machine hier.


TLM: Levels of Reality in Literature
Italo Calvino

De verzamelde teksten in The Literature Machine zijn opgedeeld in twee rubrieken, éen over schrijven, en éen over lezen ruwweg gezegd. En het boekgedeelte over schrijven besluit met éen van de langste teksten uit de bundel, een paper voor een conferentie uit 1978. Opvallend genoeg is die tekst ook te lezen als een heel algemene samenvatting van al dat vooraf ging in deze bundel. Het doelpubliek bestond blijkbaar niet uit experts of vakidioten.

Maar weer gaat Calvino in op hoe verhalen werken, en in hoeverre de ‘ik’ van de schrijver daarin een rol speelt. Want dat ‘ik’ kan ook best helemaal weggelaten worden als vertellende instantie, en daarbij toch aanwezig blijven, in elk woord; door iedere keuze.

Wie het over realisme heeft in de literatuur praat dan alleen altijd over de verschillende niveau’s aan realisme, volgens Calvino. Hij nam voor deze tekst enige zeer klassieke verhalen om zo te kunnen tonen wat daarin de kunstgrepen zoal waren geweest van de makers. Heel veel nieuws vertelde hij daarmee niet; ook al omdat zijn opmerkingen van algemene aard bleven.

* lees al mijn woorden over The Literature Machine hier.


TLM: Why Read the Classics?
Italo Calvino

Het boekgedeelte in The Literature Machine over lezen begint met een essay dat ik al geruime tijd ken. Dat leidde bovendien tot een heel boek met dezelfde titel, en daaraan is al eens een boeklogje gewijd.

Dus beperk ik me voor nu tot dit signalement. Herlezing riep geen opvallend nieuwe gedachten bij me op. Maar wellicht komt dat nog als er meer van Calvino’s ideeën over lezen zijn verkend.

* lees al mijn woorden over The Literature Machine hier.


TLM: The Odysseys Within the Odyssey
Italo Calvino

Calvino gebruikte twee betogen van anderen om hardop te filosoferen over de Odyssee van Homeros. Om daarbij onder meer te wijzen op de elementen in dat heldengedicht waarvan literatuurbeschouwers later net zijn gaan doen of die heel modern zijn. Want is Odysseus/Ulysses niet al een onbetrouwbare verteller? Hoeveel waarde kan er gehecht worden aan zijn vertellingen?

En daarmee is ook de titel van dit krantenstuk uit 1981 verklaard. Als Odysseus de waarheid niet vertelde, uit hoeveel heldenreizen bestaat de Odyssee dan echt? Is dat er éen, of waren dat er aantoonbaar meer?

Hoewel mijn kennis over het werk van Homeros ver is weggezonken, en er al evenmin lust bestaat die nog weer eens op te halen, was me wel nog genoeg bekend over dat gedicht om Calvino’s betoog te kunnen volgen. Toch bleek interessanter te zijn wat Italo Calvino er terloops over meldde — zoals zijn opmerkingen over hoe de Odyssee zich onderscheidde van de zoveel plattere oude heldensagen — dan dat zijn hoofdbetoog me nu zo veel zei.

* lees al mijn woorden over The Literature Machine hier.


TLM: Ovid and Universal Contiguity
Italo Calvino

Nadeel van deze tekst is alleen al dat die oorspronkelijk een inleiding was bij een nieuwe editie van de Metamorfoses van Ovidius. Daarmee kon Italo Calvino straffeloos vooruit kijken, en bijzonderheden aanduiden, want de oerlezer van zijn woorden had het boek waarnaar verwezen werd ook al bij de hand.

Ik moest het doen met vage herinneringen aan teksten die lang geleden ooit eens gelezen zijn. Daarbij dan ook nog leunend op woorden en begrippen uit de Metamorfoses die tegenwoordig overdrachtelijk worden gebruikt; zoals in een ziektebeeld als narcisme.

Daarmee werd dit typisch een tekst waarvan het nuttig is om te weten dat die bestaat. Woorden om erbij te pakken als ik Ovidius nog weer eens lezen ga. Maar geen tekst die puur op zich iets gaf of bood waarmee ik iets aan kon vangen.

* lees al mijn woorden over The Literature Machine hier.


TLM: The Structure of Orlando Furioso
Italo Calvino

Gelukkig bevat het tweede boekgedeelte van The Literature Machine ook beschouwingen over boeken die ik wel redelijk ken. Want gedetailleerde essays of radiopraatjes lezen over werken me enkel bekend van naam schiet niet zo erg op — als ik daar ook nog eens mijn gedachten over moet opschrijven tenminste.

Van Orlando Furioso wist ik bijvoorbeeld enkel dat die in de oervertaling Razende Roeland heette. Van de betekenis van deze gedichtencyclus voor het Italiaans, of over de inhoud van de ruim veertig canto’s was me tot nu toe niets bekend dat ooit onthouden werd. Wikipedia vulde die leemte nu wel wat. Maar zelfs die extra kennis volstond niet om de echte portee mee te krijgen van Italo Calvino’s betoog.

Dus waren het weer enkel toevalligheden die me wat boden. Dat ik ineens een overeenstemming zag tussen namen die Ludovico Ariosto begin zestiende eeuw gebruikte, en die Italo Calvino honderden jaren later hanteerde, in bijvoorbeeld De ridder die niet bestond. Of dat me daarmee duidelijk is dat een boek wel heel goed is, als de helft van de ingebrachte lading gemist werd, en het nog als een meesterwerk leest.

* lees al mijn woorden over The Literature Machine hier.