Wat sjit men der mei op?

De psychiater hat ris tsjin my sein: al dy boeken dy ’t jo skreaun hawwe, dêr binne jo ek neat mei opsketten, wol? Ik tink dat er my út ‘e tint lokje woe, of faaks wie er wol nidich op my om ’t ik gjin belangstelling hie foar syn fak. Mar as ik de auto nei de garaazje bring, dan hingje ik ek net oer de moter mei allerhande suggestjes en fermoedens en ferklearringen. De monteur moat him der mar mei rêde en ik drink in kop kofje. Sa ek as ik myn psyche nei de psychiater bring, dan moat dy man him dêr mei rêde, dêr hat er foar trochleard en dêr wurdt er foar betelle.

Bin ik wat opsketten mei al dy boeken. No nee, eigentlik net. Wat ha je deroan dat je tsien titels op je namme ha? Ik haw in skoftlang dochs wol tige teloarsteld west yn ‘e literatuer, of leaver sein: myn bydrage ta de Fryske literatuer en de mjitte fan ‘e befrediging dy’t ik dêr yn fûn. […]

Trinus Riemersma, Wat sjit men der mei op?


Noarmen en wearden

It aparte is dat wy nea op wearden as sadanich wiisd wurde, wy wurde konfrontearre mei foarskriften en wy moatte leauwe dat dy ta doel ha in wearde te befêstigjen sûnder te begripen om hokker wearde it giet. Dat is mei de âldste kodeks fan noarmen, de tsien geboaden, al it gefal. In noarm is ‘do silst net deaslaan’. Dat ús dúdlik, it libben is weardefol en moat beskerme wurde. In oare noarm is ‘do silst net troubrekke’. It houlik is in wearde en moat respektearre wurde. Ja, en dan begjint de twivel, ik soe it houlik gjin wearde neame wolle, it is bytiden in noflik en handich ynstitút, mear net.

It ferrifeljende en ferriederlike is, dat men as bern in grut tal regels oanrikt krijt dy ’t allegear like belangryk en fan deselde oarder lykje te wêze. Do moatst de hân útstekke ast de bocht om wolst, do moatst op ‘e tiid nei de kapper gean, do moatst tsjin grutte lju mei twa wurden prate, do moatst foar iten hanwaskje. As bern moat men wol oannimme dat dy regels allegearre likefolle wearden tsjinje en it kostet tiid en tinken om te ûntdekken dat soks ûnsin is.

Trinus Riemersma, Noarmen en wearden.


Riemersma

De Fryske skriuwer Trinus Riemersma hat in oar Internet-adres.


Service-mededeling iii

De mogelijk verontreinigde rietsuiker is op. Mocht het vanaf nu duidelijk beter met mij gaan, mag helder zijn waardoor dat kwam.

Overigens zat er volgens de Friese schrijver Trinus Riemersma rattengif in de rietsuiker [scroll omlaag naar ‘Boeremafia’]. Hij vermoedt een complot van bietenboeren, die hun subsidie zien verdwijnen.


Trinus

Trinus Riemersma bliuwt syn wyklikse kollums gewoan trochskriuwe, ek al docht de Ljouwerter krekt oft der yn ‘e simmer gjin ferlet fan is.


Hoe binne de helten falle
Trinus Riemersma bes.

[…] Voor de rest had ik geen beter boek kunnen lezen over wat mij intrigeerde over deze kwestie, die hier eerder al terloops langs kwam in boeklogjes over Nauta en Douwe Tamminga. Dat conflict met zijn vele lagen. […]
 

boeklog 714


Gebrûksliteratuer

Do krijst in folle gruttere wurking, yn it komyske en yn it earnstige, ast de eleminten dissonearje list, ast bygelyks yn in frij earnstige tekst ien komysk elemint pleatst of yn in luchtige tekst ien earnstich elemint. Ik tink dat in bulte skriuwers dat net kinne, net wolle kinne of net kinne wolle, om’t se harsels dan net mear as serieuze skriuwers beskôgje kinne.

Trinus Riemersma, kollum fan 20 vi 2007


De kul oer it skouder
Trinus Riemersma bes.

[…] om de vaak zo zure toon van dit boek aan te houden — het is of ik als lezer een ongeluk moet reconstrueren door wat getuigenverklaringen van mensen die een klap vernamen en sirenes langs hoorden gieren. […]
 

boeklog 832


Kiest uw vijanden met zorg

Eerder omschreef ik de Friese wereld der letteren al eens als benauwend klein. Het selecte clubje mensen dat zich bezighoudt met de taal op schrift, kan elkaar niet makkelijk ontlopen. En juist omdat de belangen zo gering zijn, is de toon in debat ongekend fel, en lopen ruzies snel op.

Dat benauwende was tot vorig jaar genoeg reden om dat wereldje geheel te negeren. Tot ik me liet overhalen hier en daar toch eens wat te doen.

En ziet, al binnen een jaar heb ik liefst het gehele bestuur van it Skriuwersboun tegen mij ingenomen  [1]. Er is officieel over mij vergaderd. Dit illustreert voor mij trouwens slechts dat werkelijk de futielste strubbeling in deze provincie al vijandigheid oplevert.
lees verder »»»»

  1. Wat it Skriuwersboun is? Een belangenvereniging voor Friestalige schrijvers. Geen idee van de huidige betekenis, geen idee van hun macht. Ik ken het bestaan van it Boun alleen van de conferenties die het organiseerde in een nabij mijn huis gelegen centrum — al kan ik het daarbij verwisseld hebben met een ander bejaardengezelschap op een leuk dagje uit. Maar het is een bond, met een bestuur. En zo’n bond krijgt vast subsidie, en inkomsten van de leden. En zo’n bond heeft bestuursleden die aan dat feit alleen al betekenis en macht ontlenen. Daar moet overigens niet te gering over gedacht worden. Macht en betekenis zijn beide zaken waar sommige mensen heel graag naar streven, ongeacht het doel van de club. Zo bleek éen van de bestuursleden van it Boun bij een optreden op de Friese televisie bijvoorbeeld de taal maar amper te kunnen spreken. [ ]

Op ’e nekke fan ’e wrâld
Trinus Riemersma

[…] Andersom geldt dan weer niet dat de Friese taalbeweging ook maar iets te zeggen heeft over waar schrijvers zich mee bezig moeten houden. Ook een vernietigende beschouwing over Friese aangelegenheden bevordert het gebruik van de taal, als die in het Fries is geschreven. […]
 
 

boeklog 29 viii 2010


Boeken die wat deden [4/4]

De afgelopen tijd op eamelje.net: een dozijn dat wat deed. [ziet ook deel 1, deel 2, deel 3]
 

10] Trinus Riemersma, De reade bwarre [1992]

Veel lezen brengt grote rijkdommen binnen bereik, maar heeft ook een nadeel. Er groeit daardoor een besef over wat een goed boek hoort te doen, zelfs zonder daarover na te denken. Boeken zijn dan ineens tegen elkaar af te wegen. Die titel bracht me wel wat, die is niets. En vrijwel altijd vielen Friese boeken tegen, omdat ik weiger ze als aparte categorie te beoordelen, maar gewoon afzet tegen wat er in de rest van de wereld geschreven wordt.

Tot ik De reade bwarre [De rode kater] las, van Trinus Riemersma. Een geweldig speels boek is dit: fictie, geschiedenis, levensverhaal, parodie, en cultuurkritiek ineen, geschreven in een eigen fonetisch Fries — wat op zich alweer een commentaar was. Als ik nog iets met die taal doe, is het door dit boek. Ik durf het dan ook niet te herlezen. [1]
 

11] Fernando Pessoa, Het boek der rusteloosheid [1990]

Ik leende dit boek uit de bibliotheek, zonder ooit van de schrijver Pessoa gehoord te hebben. Maar die vertaling was net in de reeks privé-Domein verschenen, en op dat autobiografische lezen was ik toen nogal verzot. Vijf minuten nadat ik erin begonnen was, ging ik het huis weer uit om het boek in de boekhandel te kopen. Ik moest het per se hebben. Maakte niet uit hoeveel het zou kosten.

Deze versie van Het boek der rusteloosheid bracht me éen van de meest intense leeservaringen die ik ooit heb gehad. Het is een melancholiek meesterwerkje. Op bijna elke pagina stond wel iets dat me raakte. Geheel tegen mijn natuur in moest ik dat boek constant wegleggen bij het lezen, om niet overvoerd te worden. Wat trouwens goed kon ook, omdat het uit tientallen losse fragmenten is opgebouwd. [2]
 

12] Norbert Elias, Über den Prozeß der Zivilisation [1939]

Toen ik uiteindelijk geschiedenis ging studeren, was dit niet omdat de geschiedenisles op school zo leuk was geweest. Niet dat mijn herinneringen slecht waren daaraan, voor zo ver er nog herinneringen waren tien jaar later. Maar de geschiedenisles vroeg niet zo veel. Ik heb een goed geheugen voor nutteloze informatie, en kan een zin formuleren; en veel meer werd er ook niet geëist op de middelbare school.

Dat ik die studie koos, kwam mede door dit boek. Omdat het me leerde dat er ook op een andere manier naar het verleden te kijken was, dan door jaartallen te memoreren, of grote mannen te herdenken. Bovendien vertelde Elias in zijn beschouwingen over het verleden ook heel wat over het nu.

Daarbij kwam dat ik dit in sommige opzichten een heel geestig boek vond. Gek dat er nu zo zelden op dat aspect gewezen wordt. Nu ja, de geestigheid staat ook soms wel erg verborgen tussen alle academische tekst. [3]
 

[volgt nog: een epiloog]

  1. De reade bwarre staat overigens geheel online [ ]
  2. deels gerecycled uit een zomerserietje over het boek op boeklog [ ]
  3. gerecycled uit het boeklogje over Über den Prozeß der Zivilisation [ ]

Trinus Riemersma [1938 – 2011]

Geen schrijver is er, was er, bij wie ik vaker heb nagelaten om hem te complimenteren. Het Friese wereldje is klein. Te klein. Overal, en bij alle gelegenheden, verschijnen dezelfde koppen. Voorheen was ik daar weleens bij. Voorheen daagde ook Riemersma gauw eens op. Nu dus niet meer.

Zijn roman De reade bwarre was een bepalend boek. Zijn wekelijkse columns in de Leeuwarder Courant de enige reden om dat dagblad in te kijken.

Gelukkig heb ik dit hier en daar al wel eerder opgeschreven.

Prachtig aan Riemersma vind ik dat er een kop zat op de man. Die columns schreef hij bijvoorbeeld ’s zomers gewoon door, terwijl de redactie ze dan niet wilde afdrukken in hun dunne zomerkrantje. Deze teksten kwamen dan op zijn website te staan.

En dat was nog maar éen van zijn dwarsigheden.

Riemersma heeft van alles gedaan binnen de Friese literatuur. Naast het schrijven van een groot oeuvre, in alle genres — dat weliswaar vele prijzen won, maar waarvan helaas niet alles even goed houdbaar is gebleven — was hij mede-oprichter van verschillende uitgeverijen. Vanuit die positie hielp hij anderen om hun boek gepubliceerd te krijgen.

Maar, dat zijn zaken die overal genoemd zullen worden, omdat ze zo makkelijk op te noemen zijn.

Bij de dood van een schrijver speelt altijd iets anders.

Lezen is soms even met het hoofd van een ander denken. Lichtenberg zei het al, zelfs al had hij de spot er wat mee. En ik heb me met regelmaat bevoorrecht gevoeld met het hoofd van Riemersma te mogen denken.

En zoiets kan ik dan wel schrijven; omdat er ineens wel wat woorden zijn om iets van de rijkdom aan te geven die een auteur via de taal aan een ander schenken kan.

Dit zeggen, in persoon, was dus nooit gelukt.

boeklog over Trinus Riemersma
eamelje.net oer Riemersma