00. Het e-boek. Een praktijktest

Het papieren boek is een vrijwel perfect transportmiddel voor ideeën, cultuur, en vermaak. Toch zou het elektronische boek de toekomst hebben, volgens sommigen. Van zo’n idee kan het interessant zijn om te onderzoeken wat er waar aan is. Alleen heeft het elektronische boek, of e-boek, nog maar een paar decennia gehad om zich te ontwikkelen. Geheel zonder kinderziekten is het formaat zeker niet.

Sterker nog, er bestaan nogal wat verschillende formaten aan e-boeken naast elkaar op het moment. Zwijg ik nog over wat er daarnaast allemaal speelt op de markt.

Eamelje.net zal zich, samen met boeklog, in 2010 nader in dit onderwerp verdiepen.

wordt daarom vervolgd


01. Little Brother
Cory Doctorow




 
 
 
 

Cory Doctorow is éen van de Amerikaanse schrijvers die telkens weer interessante experimenten uitvoert met de marketing van zijn boeken. Zo geeft hij Little Brother gratis weg, in digitale vorm, via zijn website. Sterker nog, wie wil, mag de tekst in een ander elektronisch formaat gieten. Mits ook die versie dan weer voor iedereen beschikbaar komt. Al dit komt de verkoop van de papieren uitgave opvallend ten goede.

Ik las Little Brother in het ePub-formaat. Dat is een open standaard, die de oorlog tussen alle bestaande e-boekformaten moet helpen eindigen. Open zegt overigens niets meer dan dat iedereen de specificaties mag weten. Een uitgever kan bijvoorbeeld nog wel degelijk beslissen om een ePub-uitgave tegen kopiëren te beveiligen.

Het voordeel van uitgaven volgens een open standaard is dat die op alle computers, of e-readers, zonder problemen te lezen zouden moeten zijn. Dit bleek alleen bij deze uitgave niet helemaal waar.

Zo was de Nederlandse vertaling van Little Brother in ePub niet te openen in een leesprogramma als Adobe Digital Editons. Of met de ePub-plugin voor Firefox.

Aan de Engelse ePub-versie van Little Brother valt op dat Doctorow elk hoofdstuk laat voorafgaan met een ode aan een onafhankelijke boekhandel. Want e-boeken de toekomst of niet, zulke boekwinkels blijven noodzakelijk, volgens Cory Doctorow.

boeklog 1 ii 2010


02. Bloedsomloop van de samenleving
E.J. van Asselt e.a.






PDF, het Portable Document Format, is tegenwoordig het standaardformaat om elektronische documenten in aan te maken waaraan niets meer veranderd hoeft te worden. De inhoud ziet er op elke computer, of na elke printer hetzelfde uit. Iedereen gebruikt het. Archieven zetten tegenwoordig PDF in om bestanden over twintig jaar nog te kunnen lezen. En wie in Nederland elektronisch belastingaangifte doet, vult de velden in van een PDF-formulier.

Deze laatste functie, die interactiviteit biedt, is meteen ook een behoorlijk zwakke plek. Er zwerven tal van geprepareerde PDF’s rond op internet, die, eenmaal geopend, kwaadwillenden via een javascriptje in staat stellen om malware op uw computer te plaatsen.

Dit levert dan weer als probleem op dat de standaardsoftware om PDF’s te lezen, Adobe Acrobat Reader, telkens bijgepleisterd moet worden. Terwijl het al zo’n onbruikbaar obees programma is.

Pas de laatste jaren dienen zich redelijke en gratis alternatieven aan voor de Acrobat Reader, zoals Foxit, of Sumatra.

En ook aan de andere kant, bij het aanmaken van de PDF’s, is het vaak nog armoe. Neem nu zo’n tekst als dit rapport van het Wetenschappelijk bureau van het CDA. Daarvan is de PDF online niet meer dan een toevallig bijproduct van de PDF die de drukker ontving, om een boek van te maken. En dat is een kwaal waar nogal wat PDF’s aan lijden die ook e-boeken hadden kunnen zijn.

Weinig is simpeler dan om automatisch een inhoudsopgave te genereren bij het aanmaken van een PDF, bijvoorbeeld. Meestal vereist dat niets meer dan om aan éen opmaakkenmerk, zoals de stijl die voor de hoofdstuktitels gebruikt wordt, toe te voegen dat die moet meetellen in een TOC [Table of Contents].

Maar nee, zelfs die moeite is vrijwel meteen al te veel. Vrijwel geen PDF is een elektronisch document, met interne hyperlinks, of aanclickbare paginanummers in de inhoudsopgave.

Een PDF als dit rapport is nog net éen stap beter dan een ingescande versie, omdat de tekst geselecteerd kan worden, om naar elders te kopiëren. Verder niets. En een elektronische tekst die misschien beter uitgeprint kan worden, is nauwelijks een elektronische tekst te noemen.

boeklog 2 ii 2010


03. Ueber die Dummheit
Robert Musil








Het e-boek zet op vele terreinen van alles in beweging. Zo kunt u al door het hebben van een elektronisch boek een misdadiger zijn zonder dit te weten. Zelfs door een tekst uit het publieke domein te downloaden, is er kans dat u een economisch delict pleegt; omdat er een groot verschil kan bestaan tussen het moment waarop de auteursrechten in het ene land vervallen, of in het andere land.

Van George Orwell, die stierf in 1950, zijn bijvoorbeeld vele teksten digitaal online gezet in Australië. Dat mag in dat land ook. Maar Britten, andere Europeanen, of Amerikanen, mogen toch niet aan die elektronische teksten komen. Ook al staan deze bestanden bij een respectabele organisatie als het Project Gutenberg. Sterker nog, zelfs er naar linken kan al als een misdaad gelden, volgens de huidige Nederlandse jurisprudentie [deze website wordt in de VS gehost, ik link hierboven niet uit provocatie].

En bij elk e-boek geldt voortaan ook de vraag: is het boek wel uw bezit? Ondanks het geld eraan besteed? Of hebt u slechts een licentie verkregen om het de digitale tekst op uw apparatuur te bewaren, en alleen daarop in te kijken? Gaat dit laatste op, dan is het u doorgaans verboden het e-boek aan een ander cadeau te doen, en doorverkopen mag al helemaal niet. De uitgevers kopiëren alleen zo wel blind éen op éen zakenmodellen waarvan de muziekindustrie al bewezen heeft dat die niet werken.

Tegelijk gaat elke harde schijf een keer kapot, verandert de software voor rechtenbeheer van jaar tot jaar. Niet te tellen waren de CD-Roms en CDi’s uit de jaren negentig in mijn bezit waarmee op een gegeven moment niets meer was aan te vangen. De sleutel om ze te gebruiken bestond niet meer; en de eigenaar verdween, of die bekommert zich niet langer om zijn oude klanten.

Terwijl een papieren boek wel heel slecht moet worden opgeslagen, wil dat over dertig jaar minder goed leesbaar zijn als nu.

De exact zelfde uitgave als ik las van Musil’s essay Über die Dummheit is in PDF-formaat heel makkelijk online te vinden. Ik heb begin deze eeuw nog de papieren versie aangeschaft, kreeg van de uitgever wat later het e-boek voor een kleinigheid cadeau, en zie nu dat ook andere exclusieve aanbiedingen uit die tijd inmiddels gewoon gratis op internet te vinden zijn.

Ergerlijker is evenwel dat op de PDF’s online geen kopieerbeveiliging meer zit, en op mijn oer-exemplaar uit 2001 wel. En toch weet ik een illegale daad te begaan door zo’n onbeveiligde versie op mijn harde schijf te zetten; zelfs al is die nuttiger in gebruik.

Kortom, het papieren boekje van Musil is een rijk bezit. De onbeveiligde PDF is handig om er tekstgedeelten uit te kopiëren; of om de tekst altijd bij me te hebben, mocht ik daar voor voelen. Beide versies hebben zo hun voordelen. Slechts éen versie bezit nu wel erg veel nadelen.

boeklog 3 ii 2010

[lees de hele reeks]


04. Free Culture
Laurence Lessig








 

Internet heeft éen vooralsnog onoplosbare paradox opgeleverd.

Aan de ene kant stelt deze infrastructuur nu iedereen in staat zonder kosten informatie, en andere vormen van digitale content, te verspreiden. En internetgebruikers hoeven vaak niets te betalen om daarvan kennis te nemen. [Later in deze serie aandacht voor de meer directe gevolgen van dit fenomeen].

Tegelijkertijd is inhoud, diezelfde digitale content, nu meer waard dan ooit. Maar dit geldt dan alleen voor enkele grote bedrijven, en reeksen aan non-gouvernementele organisaties belast met het innen van auteursrechten en andere licenties.

Op dit moment hebben deze laatste twee groepen verreweg de overhand. Alleen hun al zo gevestigde belangen worden door de politiek bediend.

Het boek Free Culture van de rechtsgeleerde Laurence Lessig gaat over dit fenomeen, en de negatieve gevolgen die dat voor de hele cultuur heeft. Ook voor de niet-internetgebruikers. Maar dit boek, dat in een elektronische versie gratis online is te vinden, stamt uit 2004. En Lessig heeft ondanks al zijn somberheid van toen niet voorzien tot welke uitwassen de auteursrechtenmafia, met de wet in de hand, in staat is gebleken.

In de VS hebben sindsdien een aantal mensen miljoenenboetes opgelegd gekregen, vanwege de schade die zij volgens de muziekindustrie veroorzaakten door een stuk of wat liedjes online te zetten.

Frankrijk kent nu de wet Hadopi, die bepaalt dat iedereen die drie keer betrapt wordt op illegale handelingen online een jaar geen internettoegang meer mag hebben. Loopt het abonnement bij de provider ondertussen wel gewoon door.

Het Verenigd Koninkrijk werkt aan eenzelfde wet, ook al gaat die tegen het universele mensenrecht in dat iedereen toegang tot informatie moet kunnen krijgen.

En Nederlandse politici overwegen in hun blinde kippendrift deep packet inspection van alle internetverkeer te verplichten. [Dit is ook de technische methode waarmee in Frankrijk waarschijnlijk de wet Hadopi gehandhaafd zal worden].

Terwijl het toch andersom zou moeten zijn. Principieel. Juridisch gezien. Als zo veel mensen zo makkelijk en zo vaak zonder het te weten een wet overtreden, dan moet die wet worden herzien. Of zelfs helemaal worden afgeschaft. Overal. Omdat internet zich niets van grenzen aantrekt.

En daarom zijn mensen als Laurence Lessig zo vreselijk nodig. Die vertolken als vrijwel enige nog een stem van rede, in een wereld zo vol van stomme dwaasheid.

boeklog 3 ii 2010

[lees de hele serie over e-boeken in de praktijk]


05. De alwetende eenling
Thomas van Aalten






Een prikkelende vraag die het e-boek nu al oproept, is: wat wordt de rol van de uitgevers in de toekomst?

De afgelopen weken werd onder meer nieuws dat de schrijver Ian McEwan de elektronische versies van zijn oude boeken rechtstreeks via Amazon.com gaat verkopen — buiten de uitgever om. Zo ontvangt hij voortaan 50% van de verkoopprijs, in plaats van maximaal 25%. [Bij papieren boeken ligt het percentage aan royalty's doorgaan tussen de 7% en 15%].

Ook Leon de Winter kondigt aan een eigen webwinkel te beginnen met elektronische titels.

Op dit moment vervullen uitgevers nog meerdere rollen. Zo zijn zij het die in beginnende schrijvers investeren, door een boek van hen uit te geven. Waarbij op dit moment geldt dat het de uitgave door een echte uitgever, helemaal als die enige naam bezit, een kwaliteitskeurmerk is. [Ik geef toe, hier stond eerst: zou horen te zijn].

Tegelijk verdienen de meeste uitgevers niets aan beginnende schrijvers, en halen zij voornamelijk inkomsten uit zaken als dieetgidsen, kalenders, en een heel enkele bestsellerauteur.

Dus wat gebeurt er als bestsellerauteurs er op gaan vertrouwen ook op eigen naam wel te kunnen verkopen? Iedereen verdient op dit moment aan hun boeken, maar zij zelf toch het minst…

En waarom zou je als beginnende auteur nog een uitgever opzoeken, als internet je zo makkelijk in staat stelt je werk als e-boek te verspreiden? Of om zelf een handel in papieren boeken te beginnen, bij een print-on-demand dienst, zoals Lulu.com?

Thomas van Aalten — die overigens enige romans op zijn naam heeft — verzamelde de artikelen die hij vorig jaar schreef voor sargasso.nl in een PDF-bestand. En aan dat bestand is nog wel wat te verbeteren om het een echt e-boek te laten zijn.

Maar zijn idee intrigeert me; ook al omdat geen uitgever zich daar ooit aan zal wagen. Weblogs zijn een merkwaardig vluchtig medium. Toch verdienen sommige woorden het wel degelijk om nogmaals onder de aandacht gebracht te worden.

boeklog 5 ii 2010

[lees de hele serie over e-boeken in de praktijk]


06. De odyssee van Giuseppe Bergman
Milo Manara








Een correspondent vraagt me of ik nog aandacht ga schenken aan al de andere dingen die weleens e-boek genoemd worden. De Kindle’s, iPad’s, Iliad’s, of hoe de e-readers ook maar heten die op het moment telkens even te veel publiciteit halen.

Het antwoord op die vraag is kortweg nee.

Ten eerste zijn die apparaten nog te primitief. Ten tweede zijn het nicheproducten, en is de kans niet groot dat e-lezers als zelfstandig apparaat blijven bestaan. En ten derde is het niet heel interessant om een brede en ingrijpende culturele ontwikkeling te beschrijven aan de hand van iets dat toevallig nu even op de markt is. Zelfs al denken sommige mensen persoonlijkheid te kunnen ontlenen aan het bezit van zo’n ding. [En veel geluk daarmee].

Een fundamentele verandering die wel aandacht vraagt, is de opmars van technologie om boeken af te kunnen sluiten van anderen, of van normaal gebruik. Zowel de Kindle, als de Apple iPad, leggen grote beperkingen op aan de boekenkoper. Gaat het me nog niet eens om de gedwongen winkelnering alleen.

Geen mens zou van een normale boekhandel accepteren als die zei: u moet eerst een harde houten keukenstoel bij ons aanschaffen, om dit boek te mogen kopen. En na de koop mag u dit boek alleen lezen als u op die keukenstoel zit. Op elke andere stoel of in bed gaat het boek namelijk niet open.

Toch leggen veel e-readers vergelijkbare beperkingen op.

Mede daarom verwacht ik veel meer van e-readers als middel van kranten of tijdschriften om abonnees te binden, dan als concurrent van het papieren boek.

Is er toch nog wel iets te zeggen over het lezen van een beeldscherm. Omdat er wel degelijk boekformaten zijn die al aantrekkelijker zijn geworden in elektronisch formaat. De kijkboeken. Zoals de fotoboeken, kunstboeken, en stripalbums. De afbeeldingen daarin profiteren nogal van het licht dat door ze heen straalt. En de pixels van een monitor of leesapparaat doen aan beeld meer recht dan de rasters van een kleurenpers ooit konden.

De toekomst van het stripverhaal is een digitale toekomst. Ik lees ze nu al liever van een scherm. Beeldvullend. Met software als CDisplay bijvoorbeeld.

En opvallend genoeg kan dat ook. Er is opvallend veel aan ingescand materiaal te vinden online. Tot zeer unieke uitgaven uit het begin van de twintigste eeuw aan toe. Alleen komt dat materiaal niet van uitgevers, omdat ook in deze geen enkele vernieuwing te verwachten is van uitgevers.

Zal het beeld helemaal mooi worden als stripmakers de mogelijkheden van het nieuwe publicatiekanaal gaan uitproberen.

boeklog 6 ii 2010

[lees de hele serie over e-boeken in de praktijk]


07. Little Book in C Major
H.L. Mencken







Ik verzamel elektronische boeken sinds 1992 of ’93. En de voornaamste bron van digitale teksten toen, Project Gutenberg, bestaat al sinds 1971. Vandaar dat ik het wat onzinnig vind om me bij het onderwerp e-boeken te focussen op de waan van de dag, zoals een nieuw gadget dat toevallig overdreven veel pers krijgt.

Er zijn twee belangrijke verschuivingen in het maken van elektronische boeken sinds 1971.

De eerste is de manier waarop bestaande teksten worden gedigitaliseerd. Het zou me niet verbazen als de eerste e-boeken gewoon nog door vrijwilligers zijn overgetypt uit de papieren uitgaven. Tegenwoordig zijn er machines te koop die een boek volautomatisch scannen, zo’n afbeelding dan lezen met optische karakterherkenning (OCR), en omzetten naar een tekstdocument.

En toch is daarna altijd nog een proeflezer nodig om zo’n gedigitaliseerde tekst te corrigeren.

Hoe schoon de teksten zijn die Project Gutenberg oplevert, blijkt eigenlijk pas bij het bekijken van e-boeken die wel zijn ingescand, maar niet nog eens door een menselijk oog bekeken. Zonder kan eigenlijk niet.

De tweede belangrijke verschuiving is dat digitaliseren ineens niet alleen het werk meer is van vrijwilligers, of zonderlingen. Hele bedrijven zijn er brood in gaan zien; nog afgezien van alle overheden die hun erfgoed gingen veiligstellen. Maar, hoe ambitieus de projecten van Google en Microsoft ook zijn, of waren — zij wilden alle menselijke kennis uit boeken digitaal ontsluiten — het blijft nog steeds een crime om een elektronisch boek te lezen dat slechts door een machine is aangevat.

Wat de grootschalige scanprogramma’s, zoals Google Books, en Microsoft Live Search Books, wel al hebben opgeleverd, is dat er steeds meer facsimile’s online zijn komen staan van papieren boeken. Dus is zelfs een ongecorrigeerd boek dan nog altijd goed leesbaar. Het menselijke oog heeft nog altijd veel minder moeite om de juiste letters en worden op een afbeelding te zien dan elektronische tekstherkenning. [De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse letteren laat de oude boeken dan ook overtypen, in een lagelonenland; waar geen van de typisten of typistes de taal kent].

Vind ik PDF in de praktijk wel een rampzalig onhandig formaat voor facsimilé’s. Zijn me gewone plaatjes, of Djvu-toepassingen liever.

En in de browser, middels de plaatjes van Djvu, las ik Mencken’s Little Book in C Major.

boeklog 7 ii 2010

[lees de hele serie over e-boeken in de praktijk]


08. Rapport Commissie van Onderzoek Besluitvorming Irak
W.J.M. Davids (vz.)




Deze eeuw is mijn verzameling aan e-boeken vooral uitgebreid met teksten die ik in boekvorm niet gauw zou kopen. Rapporten bijvoorbeeld, of overheidspublicaties. Dissertaties ook. Teksten die meestal eerder als naslagwerk dienst doen dan als leesboek.

Maar geen bibliotheek ook bestaat er voor het leuk alleen.

Het mooie is dat zulke teksten tegenwoordig automatisch online komen te staan. Voorheen moest ik daar nog vaak achteraan bellen; wat allemaal zo weinig met internet te maken had. Dus zat ik op 12 januari al in het Rapport Commissie van Onderzoek Besluitvorming Irak te lezen, terwijl de persconferentie daarover nog beginnen moest.

En zo hoort het ook. Samenvattingen, en persconferenties, concentreren zich doorgaans toch maar een of twee aspecten van een verhaal. Zelden zijn dat de meest wezenlijke aspecten.

Bovendien bleek dat de inhoud van het rapport al ogenblikkelijk tot tamelijk voorspelbaar politiek theater leidde. Waarop de aandacht van de pers, zoals gebruikelijk, zich vervolgens daar geheel op richtte. En dit allemaal pijnlijk weinig had te maken met de systeemrot die de Commissie Davids had aangetroffen.

Al denk ik zelf dat het allemaal nog erger is dan in het rapport staat; maakt me niet of dit nu door incompetentie komt, of door iets anders.

boeklog 8 ii 2010

[lees de hele serie over e-boeken in de praktijk]


09. Free
Chris Anderson








Eén hoofdstuk in het boek Free van Chris Anderson gaat over piraterij; online een zeer gebruikelijke leverancier van gratis content. En over dit onderwerp zegt hij iets heel verstandigs:

Piraterij bloeit pas op als het publiek een te grote tegenstelling ervaart tussen het aanbod, of de prijs daarvan, en wat ze een product waard vindt. Maar dat is geen les die bedrijven, zoals uitgevers, met gevestigde belangen, en verkalkte structuren, willen begrijpen.

Toen afgelopen weekend nieuws werd dat er gekraakte versies van Nederlandse e-boeken voor 1 euro te koop waren via Marktplaats, las ik daarover alleen maar ontzette reacties. Alsof een nieuw zakenmodel nu al failliet was, voordat het zich had weten te vestigen.

Terwijl er in 2009 nog geen drie boeken per Nederlander verkocht zijn over een heel jaar gerekend. Dat is economisch gesproken een markt van niets. Het enige dat de boekenmarkt van andere markten onderscheid, is de lange traditie, en dus status, en de gratis marketing die al dit met zich mee brengt.

Het is hier nog altijd groot nieuws als de Openbare Bibliotheek éen maal per jaar een boek gratis weg geeft aan de leden. Worden er in de couranten zelfs nog altijd discussies gevoerd over dat dit het verkeerde boek is om het lezen te bevorderen.

Initiatieven om boeken gratis weg te geven, komen dan ook eerder bij schrijvers weg — zoals in deze reeks Doctorow, Lessig, en Anderson — als bij de uitgevers. Terwijl die nu eindelijk toch ook eens zouden moeten nadenken over de betekenis van gratis, of lage prijzen, voor hun marketing.

Lang niet elk boek vindt afzet namelijk. Zelfs lang elk gratis boek niet. Maar omgekeerd kan de boekhandel al evenmin elk boek leveren, terwijl er wel degelijk vraag naar kan zijn. Probeer maar eens een boek van tien jaar geleden te kopen. Of probeer eens legaal aan een digitale versie van een stripverhaal te komen…

Het punt is dat bestsellers heilig zijn gemaakt, in de boekenbranche niet anders als in de muziekindustrie. Daar komt traditioneel de omzet weg. En daardoor stuurt de onaantastbaarheid van de bestseller nog telkens te zeer de gedachten.

Dus is het auteursrecht voor alles verregaand opgerekt, om de verkoop van een enkele uitzondering te kunnen blijven uitmelken.

Dus is er nu het probleem dat scanprojecten als Google Books, die tal van boeken een nieuw leven hadden kunnen geven — terwijl niemand zich daar meer om bekommerd — geblokkeerd worden door de eigenaren van hoogstens 2% van de ingescande titels.

En ja, ook ik vind Google een te groot bedrijf om alleen al die digitale boeken in beheer te hebben.

En ja, ook ik wil geld kunnen verdienen met werk waarop auteursrechtelijke bescherming rust.

Daarom is er een veel fundamenteler discussie nodig over deze ontwikkelingen als op het moment wordt gevoerd. Een discussie waarin een boek als Free van Chris Anderson een uitgangspunt kan bieden.

boeklog 10 ii 2010

[lees de hele serie over e-boeken in de praktijk]


10. 100 Lifehackingtips



Internet heeft een aantal boeksoorten overbodig gemaakt, of is dit aan het doen. Naslagwerken op papier, bijvoorbeeld, lijden al gauw aan het euvel dat ze verouderde informatie bevatten.

Ook over een aantal gepubliceerde dagboeken heb ik op boeklog opgemerkt dat die als dagelijks verschijnend weblog spannender waren geweest.

En dan zijn er nog de boeken die online ontstonden. Die soms opvallend leuke papieren uitgaven opleveren; als er streng is gesnoeid in al het mogelijke materiaal. Maar die even zo makkelijk nogal saaie en nutteloze uitgaven opleveren.

Ik las 100 Lifehackingtips en miste de commentaren van bezoekers met aanvullende informatie onder de gepubliceerde handigheidjes.

In een boek komt alles soms wel heel erg van éen kant.
 
 

boeklog 24 ii 2010

 

[lees de hele serie over e-boeken in de praktijk]


11. de toekomst, volgens Penguin

De directe toekomst van het e-boek, volgens uitgever Penguin. En nee, met lezen heeft het elektronische boek opvallend weinig van doen.

more here


12: Shift

Het Engelse woord ‘shift’ is wel te vertalen, en toch heeft geen van de Nederlandse alternatieven dezelfde kracht als het origineel. Verplaatsing ? Verschuiving? Translatie? Dus zeg ik doorgaans ‘shift’. Net als iedereen die weleens een toetsenbord gebruikt om letters in te typen, en naar éen bepaalde toets verwijst om hoofdletters te krijgen.

Moeilijker wordt het als ‘shift’ samen ingezet wordt met een andere term.

Zo is daar het inmiddels zo ingrijpende begrip ‘time-shift’.

Ik was, net als iedereen, altijd gewend dat anderen voor ons bepaalden wanneer wij iets mochten. De krant werd op een vast uur bezorgd. Het belangrijkste journaal begint om 8 uur. En wilde je per se een televisieprogramma zien, dan moest je daarvoor thuisblijven.

Tot de videorecorder bedacht werd. Met zijn mogelijkheid tot de translatie in tijd: die ‘time-shift’.

Die dwang van buiten op mijn handelen neemt steeds verder af. Ook al is die ontwikkeling nog niet doorgedrongen in het dagelijkse spraakgebruik. Zo heet de dienst van de Nederlandse publieke omroep om programma’s digitaal te bekijken ‘uitzending gemist’; wat impliceert dat er maar éen echt moment van uitzending is, en de rest surrogaat.

‘Kijk als het u uitkomt’, was al een vriendelijker benaming geweest.

‘Spoel de saaie stukken door’, heet de manier waarop ik televisie kijk.

Want naast de ‘time-shift’ heeft de digitalisering van de technologie nog een andere ingrijpende ontwikkeling mogelijk gemaakt. De verandering van vorm, ofwel de ‘space-shift’. Kranten bestonden voorheen slechts op papier. Om televisie te kijken, was een omvangrijk ontvangstapparaat nodig, met een antenne. Muziek kwam van langspeelplaten, en wat later op CD’s.

Tegenwoordig luister ik naar de radio, of naar muziek, op mijn telefoon. Kijk ik televisie op mijn computer. En lees ik de krant op welk apparaat er toevallig maar mijn directe behoefte aan actualiteiten kan inlossen.

Tegenover deze groeiende mogelijkheden voor mij staat het gegeven dat vele bedrijven en staatsorganisaties me die keuzevrijheid misgunnen. Omdat men vanouds gewend is te dicteren wat ik kan, en mag; en er alles aan doet die almacht te behouden — omdat die altijd zo prettig lucratief is geweest.

Boeken waren altijd zo’n ideaal medium, omdat ze de lezer zo vrij lieten om er mee te doen wat deze wilde; op welk moment ook. Hoogstens was het voor een lezer vervelend als die een boek wilde hebben, en dit niet kon krijgen. Door internet, en de boekhandel online, is dat probleem inmiddels bijna verdwenen.

Het grootste probleem met het elektronische boek voor mij, is dat e-boeken allerlei problemen introduceren waar die er voorheen niet waren. Daar heb ik al een hele reeks beschouwinkjes over geschreven.

Het probleem van de ‘space-shift’ kwam daarbij alleen nog niet aan de orde. Ook al is het éen van de meest wezenlijke kwesties die rond het e-boek spelen.

Geen wet belet me om welke papieren uitgave ook in mijn bezit te digitaliseren voor eigen gebruik. Strafbaar is het pas als ik de bestanden die dit oplevert met anderen deel. Tegelijk bezit ik vele duizenden boeken, en is het leven te kort om die allemaal in te scannen of over te typen.

Maar volgens de rubriek ethiek van de New York Times is het niet per se laakbaar nu om een illegale kopie van een digitaal boek te downloaden, waarvan ik het exemplaar op papier al bezit. Over deze kwestie publiceerde Teleread een interessant essay.

En ik moet toch eens ernstig overwegen hoe veel van dat oude denken nog in mij schuilt, en wat daarbij dan de schuld is van taal.


13. Duimstok

Ik lees ook met mijn rechterduim. Die peilt permanent hoe lang het nog is, en hoe ver. Want bij elk boek uit éen stuk komt er een moment, zo op tweederde van het aantal pagina’s, dat ik onbewust een beslissing neem.

Mits ik zo ver kom natuurlijk. Boeken die me niet liggen gaan al veel eerder aan de kant.

Maar op tweederde versnel ik doorgaans ineens, om het boek nu eindelijk eens uit te krijgen. Alsof ik er dan wel genoeg van heb.

Slechts bij de allerboeiendste teksten gebeurt dit niet. Dan vertraag ik. Of ik leg het boek weg. Om langer te kunnen genieten.

Elektronische boeken zijn volstrekt niet met de duim te lezen. Of dat een nadeel is, of een voordeel weet ik nog niet. Ik vermoed het eerste.

Cijfertjes met een paginanummer op een scherm zijn zo weinig tastbaar.


14. Nielsen ratings

Zelden een onderzoek gelezen dat zo verschillend geïnterpreteerd werd. Jakob Nielsen, die normaal dogmatisch over gebruikersinterfaces doet, liet als test wat mensen een verhaal van Hemingway lezen. Sommigen van hen deden dat gewoon uit een boek. Anderen lazen van een standaard computerscherm. De stakkers. En ook waren er deelnemers aan dit testpanel die de tekst bekeken op Amazon’s Kindle. [1] Terwijl nog weer anderen de iPad benutten. [2]

Wat Nielsen mat, was slechts dat de lezers met het papieren boek het snelst klaar waren met het verhaal. En dat de iPad-adepten, en de Kindle-gebruikers niet veel meer tijd nodig hadden.

Vervolgens heeft werkelijk iedereen dit mini-onderzoekje gebruikt om zijn gelijk te halen. De traditionelen wezen daarbij op de grote en blijvende waarde van het papieren boek. En de handelaren wezen op de gouden toekomst van het elektronische boek. Iedereen deed niet anders dan zijn eigen gelijk bevestigd zien.

Zal ook ik dat doen. Omdat ik denk: éen verhaal lezen van een auteur met een helder taalgebruik zegt niets. Die 17 minuten en 20 seconden aan gemiddelde leestijd, zeggen al evenmin veel.

Wie in opdracht iets leest dat hij of zij niet zelf heeft uitgekozen, leest anders dan wanneer er een eigen keuze mogelijk wordt.

En wie weet getest te worden, gedraagt zich ook al heel anders. Alerter bijvoorbeeld, dan normaal. Die zal daarmee makkelijker belemmeringen overwinnen dan als er geen test plaatsvindt.

Er zijn redenen voor dat de dubbelblinde test ooit is uitgedacht om wetenschappelijk onderzoek te doen.

  1. dat is een leesapparaat waarvan het beeldscherm elektronische inkt gebruikt. [ ]
  2. die een goed, maar traditioneel LCD-scherm heeft. [ ]

99. Het e-boek online. Bronnen

Overzicht van nuttige open en niet-strikt-commerciële websites met e-boeken, of informatie over elektronische uitgaven. Zal in de loop van de tijd telkens stilzwijgend worden bijgewerkt.

Nederlandse e-boeken
Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren;
Laurens Jz Coster; [passief]

 
Engelstalige e-boeken
30 Best Websites to Download E-Books
Bartleby;
Bibliomania;
Book Download Library Card Catalog;
The Burgomeister’s Books [lijkt me niet legaal];
Cornell University Libraries
;
Google Books;
ManyBooks.net
The Online Books Page;
Project Gutenberg;
Project Gutenberg: Bookshelf by Topic;

 
Zoekmachines voor Engelstalige e-boeken
Inkmesh

 
Anderstalige e-boeken
ManyBooks.net;
Project Gutenberg DE;
Project Gutenberg DE Bookshelf;
Stichting Elektroanyske Letteren FRYSLAN;

 
Informatie over e-boeken
EFF: e-books, your privacy, and your rights. A checklist;
ePub-dossier [Wiebe de Jager];
Open Library;
TeleRead: Bring the E-Books Home;
TeleRead: the case against DRM;

 
Software voor het gebruik of het beheer van e-boeken
Calibre [e-boekbeheer]
Adobe Digital Editions [troep, maar helaas vaak noodzakelijk]
Sony eBook Library; [gratis, en niet per se gebonden aan Sony eReader]

 
e-boek initiatieven
Free e-book a month, from the University of Chicago Press [vereist Adobe Digital Editions]

 
standaarden
Web Standards for E-books;


Citaat van de dag | 0603

Ga bij e-books alsjeblieft niet met DRM of apparaatgebonden formaten werken, zeker niet nu volkomen onduidelijk is welke e-readers het onderspit zullen delven en welke de toekomst hebben: want dan maakt elke stap in de technologie de eerdere collectie van de consument kapot. Bovendien wil je een aangeschaft e-book op je computer, je e-reader, je tablet en op je telefoon kunnen lezen. Een boek kun je immers ook in de tuin, in de slaapkamer, op de wc en in de trein lezen zonder voor elke locatie een nieuw exemplaar te hoeven aanschaffen.

Karin Spaink, ‘Boekensector, leer van de fouten van de muziekindustrie!’


Citaat van de dag | 0811

ik beschouw computers als een triomf van de geest. Ik heb hun hele ontstaan bewust, opgewonden en opgetogen meegemaakt, zelf logische schakelingen gesoldeerd in de tijd dat er geen chips of zelfs transistors bestonden. Ik heb in tientallen computertalen code geschreven, en mijn professionele werk – zowel in de wetenschap als in de kunst – zou er drastisch anders uitzien zonder deze wonderschone instrumenten. Maar de e-reader, die ook een computer is, beschouw ik als een gevaar.

Vincent Icke, ‘Ik koop geen e-book, ik houd van vrijheid’

Boeklog over Icke


Lezen van een scherm

Lezen van een scherm, wordt dat ooit wat? Het antwoord op vragen of iets in de toekomst gebeuren zal, luidt voor mij vrijwel altijd: ja, maar. Er zal zeker iets veranderen, niemand kan alleen zeggen wat; omdat niet met zekerheid te zeggen is hoe het beeldscherm er over vijftien, twintig jaar zal uitzien.

De laatste weken heb ik meerdere malen de vraag gekregen of ik een e-reader kopen zou. Daarop luidde het antwoord niet anders dan op al die vragen over PDA’s, iPods, en andere specialistische apparatuur die jaren terug even flink gehypet werd. Het lijkt me meestal te vroeg om zulk spul aan te schaffen. De technologie is nog te primitief, te lelijk, en er zijn nog te veel vragen over licenties en prijzen.

En ik begrijp het voornaamste bestaansrecht van de elektronische boekenlezer ook niet zo goed. Het ding wordt aanbevolen omdat je een boek dat je niet hebt onmiddellijk kunt bestellen, en dus direct in bezit kunt hebben.

Ik lees en verzamel boeken toch heel anders. Daar speelt snelle behoeftebevrediging bijna geen rol in. Een goed boek is ook eeuwig actueel, en niet alleen geldig op dat ene moment.

Van tijdschriften, of kranten, snap ik weer wel dat het prikkelen kan om die onmiddellijk te willen hebben; vanwege het nieuws dat ze brengen, of het direct gewenste amusement. Maar elektronische boekenlezers worden zelden of nooit aanbevolen om hun kioskfunctie. Al was het maar omdat vrijwel geen kranten en tijdschriften aantrekkelijke digitale versies kunnen leveren.

Uiteindelijk gaat het ook bij e-readers om drie zaken; en onderscheidt het ding zich niets van alle draagbare apparaten die de laatste vijftien twintig jaar op de markt verschenen. Die eerste vraag luidt altijd: wat is de speciale functionaliteit? Daarop gevolgd door: wat is de kwaliteit van het scherm? En de derde vraag is: hoe lang houdt de accu het vol?

En dan valt op dat de boekenlezers altijd op die laatste twee kwaliteiten worden gepromoot. Ze werken met elektronisch papier, en daarvan zou de resolutie, en dus leesbaarheid, groter zijn dan van wat een computerscherm biedt. Bovendien kunnen e-readers het dagenlang volhouden zonder te worden bijgeladen; mits de WiFi of andere communicatiefunctie wordt uitgezet.

Maar andere apparaten zijn ook steeds zuiniger aan het worden. Mijn netbook heeft een autarkie van ruim zes uur, maar er zijn er ook al die acht uur van het stroomnet kunnen, of meer. En dat is een hele werkdag.

Het voornaamste voordeel van elektronisch papier is op het moment dat het geen belichting van achteren nodig heeft, zoals computerschermen. Want zo’n backlight vreet de meeste stroom; meer in elk geval dan de voortdurende verwisselingen van het beeld.

Maar toen Nicholson Baker deze zomer over de Kindle schreef, Amazon.com’s e-reader, merkte hij daarbij op net zo lief van het scherm van een iPod te lezen. Omdat de pixels daarvan zo klein zijn, en dus de schermresolutie zo hoog wordt. Het duurde even voor ik iemand tegenkwam die de Kindle-applicatie op zijn iPhone had, voor die uitspraak te controleren viel. En toen zag ik dat Baker gelijk had.

Mede daarom denk ik dat de huidige e-readers doodgeboren kindjes zijn. En dat toekomstige elektronische boekenlezers in functionaliteit veel meer op een notebook of netbook lijken, dan een apparaat waarop alleen boeken zijn te lezen.

Of er dan nog met beeldschermen wordt gewerkt, lijkt me wel een vraag. Wetenschappers die ik daar over sprak, inmiddels alweer bijna tien jaar terug, verwachtten een ontwikkeling naar heel groot, en heel klein. Elektronisch papier krijgt nut, maar dan op muren, als behang met extra functies. En voor individueel gebruik heeft irisprojectie zo zijn voordelen.

Dus denk ik zelfs dat een discussie met experts over hoe de hersenen reageren op het lezen van een scherm, hoe interessant ook, een tijdelijke discussie is.

Boeklog over Nicholson Baker
Boeklog over Maryanne Wolf


Quote of the Day | 0213

When we read, Dr. Hedge explained, a series of ocular muscles jump around and can cause strain, regardless of whether we are looking at pixels or paper. “While you’re reading, your eyes make about 10,000 movements an hour. It’s important to take a step back every 20 minutes and let your eyes rest,” he said.

Nick Bilton, ‘Do E-Readers Cause Eye Strain?


Quote of the Day | 0215

The lack of a cover immediately alters your purchasing habits. As soon as I got the ebook, I went on a virtual shopping spree, starting with the stuff I thought I should read – Wolf Hall, that kind of thing – but quickly found myself downloading titles I’d be too embarrassed to buy in a shop or publicly read on a bus. Not pornography, but something far worse: celebrity autobiographies.

Charlie Brooker, ‘Why I’m an ebook convert


Quote of the Day | 0221

If I were a publisher today I would consider a renewable rental model for all e-book downloads—the “lending library” technique of the Depression era—that more accurately reflects the conditional relationship, enforced by digital rights management software, between content provider and end user.

Jason Epstein, ‘Publishing: The revolutionary Future


Quote of the Day | 0319

how many people do you know who want to carry 350 books at one time? I call this situation “phantom value,” and it’s something that happens a lot to tech companies. They’ve made a product without really thinking through the value proposition. When it comes time to market it, they pick one feature of the product and try through brute force to persuade customers that they should care about it. Usually the only people they convince are themselves.

Michael Mace, “The future of publishing: Why ebooks failed in 2000,
and what that means for 2010″


Quote of the Day | 0523

Moderator: Welcome to Obsolete Anonymous! I’ve gathered you all here to welcome our latest member, the Print Industry.

Print Industry: Hello, everyone. But there’s been a mistake. I don’t belong here.

(chuckles all around) [...]

J.A. Konrath, ‘Is Print Dead?’


Quote of the Day | 0601

The entire impulse behind Amazon’s Kindle and Apple’s iBooks assumes that you cannot read a book unless you own it first — and only you can read it unless you want to pass on your device.

That goes against the social value of reading, the collective knowledge and collaborative discourse that comes from access to shared libraries. That is not a good thing for readers, authors, publishers or our culture.

Verlyn Klinkenborg, ‘Further Thoughts of a Novice E-Reader’


Quotes of the Day | 0528

Call me a pessimist, call me Ishmael, but I think that book publishing is about to slide into the sea.

Garrison Keillor, ‘The End of an Era in Publishing’

It is his snobbery that got publishing into this mess. He talks about the coveted New York Times, but the Times doesn’t review the books that keep publishing alive. He is afraid of genre fiction. Publishing isn’t dying, it is evolving, and evolution hurts… Werewolf and vampire porn saved publishing.

Colleen Lindsay, Literary Agent, and several other respond