tiisdei 30 maaie 2006
Dode dichters, en hun schatten ii
Nu ik een driehonderd Dode Dichters Almanakken heb zien langskomen op mijn PC, durf ik daar wel een paar conclusies aan te verbinden.
Zo waren er maar weinig Nederlandstalige dichters die me door hun optreden overtuigden nog eens hun werk door te nemen. Integendeel. Veel van de poëten spraken met een onverwacht bekakte stem, of hadden zo’n überverzorgde dictie, dat ik van de weeromstuit hun gedichten ging wantrouwen.
Raar is dat.
Maar ook viel op dat het regiolect van sommige andere dichters zo veel sterker was als tegenwoordig nog te horen is. En dat was juist wel weer leuk.
click image to play. 1.00 minutesNeem nu het fascinerende Groningse accent van Hendrik de Vries, als hij zijn gedicht Credo voorleest. Die alle klinkers wel duidelijk uit kan spreken, maar dat lang niet altijd doet. Met nogal opmerkelijke t’s en r’en praat, en er een Onnederlands tempo en ritme op nahoudt…
Juist zo’n gedicht als dit, lijkt ineens een sleutel tot zijn werk te bieden die ik tot nu steeds ontbeerde.
woansdei 27 septimber 2006
De mensen zijn dom. De mensen zijn bang
Elders heb ik al eens geschreven over mijn afkeer van secundaire literatuur over schrijvers. Laat het werk maar voor zichzelf spreken. Dus zal ik die nieuwe biografie niet gauw lezen over Hendrik de Vries van Jan van der Vegt.
Het interview over dat boek, in het radioprogramma Desmet live dinsdagavond was ook al illustratief genoeg. En bevatte zelfs meer informatie dan ik wel wilde weten.
Maar datzelfde interview had ook even de stem van de dichter zelf. En die diep-Groninger voordracht van Hendrik de Vries vind ik geweldig, sinds dat ene videofragment uit ‘De Dode dichters almanak’.
Nog mooier is dat hij ‘Ik ben de kleine zigeunerprinses’ doet, en daarmee voor eeuwig de kleinkunstwalm wegblaast die Jenny Arean erover uitspreidde in haar te gemaakte interpretatie op de CDi Denkend aan de Dapperstraat.
Helemaal fijn is dat ik De Vries nu ook hier heb. Fragment: 0.58 minuten
Ik ben de kleine zigeunerprinses.
Mijn vader heeft een gevaarlijk mes.
Mijn moeder had oorbellen, prachtig rood.
Nu draag ik ze zelf. Moeder is dood.Haar kralen heb ik ook om de hals.
Ze schold mijn vader voor vuil en vals.
Mijn mooiste speelgoed heeft zij gebroken
En toen heeft vader haar doodgestoken.Vader is wijs, en moeder was dom.
Ze komt soms weer, en ik weet waarom.
‘t Is om haar kralen en om haar bellen.
Maar als ik iets vraag wil ze niets vertellen.Haar oorbellen en haar kralensnoer
Berg ik goed op: onder de vloer.
Een kleed er over; een zwarte kast -
Voor vader is dat een lichte last.Hij weet wel dat ze terug kan komen.
Anderen zeggen: het zijn maar dromen,
Het zijn maar schaduwen tegen ‘t behang.-
De mensen zijn dom. De mensen zijn bang.
Hendrik de Vries (1896-1989)
snein 31 augustus 2008
Dode dichters’
Sinds de Dode Dichters Almanak niet meer op zondagavond wordt uitgezonden, ben ik het programma kwijt. De VPRO, of meer waarschijnlijk een netcoördinator, vond het blijkbaar nodig die paar minuten poëzie per week ergens door de week uit te zenden, op een moment dat niemand meer wakker is.
Gelukkig dus maar dat er éen maal per jaar een round-up is. Dat alle uitgezonden gedichten nog eenmaal worden herhaald, in éen lange uitzending. Heeft Hans Keller tenminste eer van zijn werk.
Begon het programma gisteravond wel eerder dan in de gidsen aangekondigd, en was ik bijna verrast.
Nadeel van het bekijken van een heel jaar aan poëzie achter elkaar, is dat er snel vermoeidheid optreed. De enige inmiddels dode dochter die me onmiddellijk opviel was Hendrik de Vries; al was zijn optreden uit datzelfde programma met Hans Gomperts als hier al eens eerder vermeld is.
