A&P

Eén van mijn lievelingsboeken is Pigeon Feathers, and other Stories van de Amerikaanse schrijver John Updike. En éen van mijn favoriete verhalen uit die bundel is ‘A&P‘.

Ik schreef daar eerder over, op boeklog.

Er is van alles over ‘A&P’ op te merken, zoals dat Updike daarmee wel erg opzichtig J.D. Salinger probeert na te doen, maar dit aspect laat me onverschillig. Belangrijker is vandaag even dat ik wist dat het verhaal was ingekort, voor publicatie in The New Yorker. Waardoor ik altijd nieuwsgierig ben gebleven naar het oorspronkelijke einde.

Updike geeft zo ongeveer aan wat dat einde inhield, in dit interview [1] [2]. En nu ben ik ineens blij dat nooit te hebben hoeven lezen — het is me te voorspelbaar. Raar toch hoe zulks dan weer werkt.

Nu ja, en het einde werd omgewerkt tot een ander verhaal; dat ook dan weer.

via


Bech is Back
John Updike

[...] Ik zie de Bech-verhalen meer als bezwering van een auteur, die, om het noodlot niet meer schrijven te kunnen ver van zich weg te houden, vrolijkheid probeert te ontlenen aan het leven van een geblokkeerde collega.

Weinig boeken van Updike zijn zo onderkoeld grappig als de Bech-reeks is. [...]

boeklog 1 i 2009


boeklog v: toekomstplannen

Hoewel het bijhouden van mijn boeklog nog absoluut geen last is, heb ik me toch afgevraagd hoe lang ik het experiment moet volhouden. Een jaar? Tot ik vijfhonderd boeken heb gelezen? Duizend? Of misschien als ik een favoriet boek voor de derde keer zou moeten bespreken?

Maar misschien zijn deze overwegingen allemaal onzin, en breekt het moment om te stoppen van zelf aan als ik het log als last ga ervaren.

Voorlopig zijn er plannen genoeg.

Alhoewel. In zekere zin is het vervelend dat ik al zo veel las en ook nog enig onderwijs genoten heb. Veel canonieke teksten zijn mijn ogen al eens gepasseerd. Terwijl er uit oogpunt van klantenbinding wel iets voor te zeggen zou zijn om een paar grote boeken te lezen, en daar uitgebreid mijn mening over te geven.

Raar hoe een persoonlijk leesdagboek ineens toch al van betekenis kan veranderen nu het een heel aardig aantal bezoekers per dag blijkt te trekken. Even afgezien van de invasie der Belgen komen er per dag minstens zestig mensen langs, net veertien dagen na de publieke opening.

Maar goed, wat weet ik zeker te gaan lezen de komende tijd:

  • er komt een serietje over Geert Mak, zo verwacht ik, omdat me intrigeert dat hij de dingen doet die Nederlandse vakhistorici nalaten maar hadden moeten doen. Terwijl er dan toch ook iets in zijn aanpak lijkt te ontbreken dat nu nog onbenoembaar is;
  • ik zal vele favorieten herlezen, zoals de vroege kortverhalen van John Updike, de verhalen van Alice Munro, en het brievenboek van Jeroen Brouwers;
  • Ferdydurke
  • ik wil weer eens wat filosofie lezen, maar zal me daarbij zeker beperken tot schrijvers die me niet meteen met mijn hoofd tegen de muur laten bonken. Mumford, Rorty, Achterhuis, Illich, Lolle Nauta. Schopenhauer misschien. Of Nietzsche in het Fries. Ankersmit;
  • ik wil ook eens wat tijdschriften gaan recenseren, of Elsevier’s Belastinggids. De Allerhande. Het lokale huis-aan-huisblad. Ter afwisseling, als het nodig is om even iets leuks te doen

Verzoekjes mogen overigens worden ingediend, maar zekerheid dat ik zo’n boek dan ook lees is waarschijnlijk niet te geven.


John Updike [1932 – 2009]






Het klinkt blasé, maar ik ben te laat in mijn leven met boeklog beginnen. Ik heb de grote ontdekkingen al gedaan. Mijn smaak ligt grotendeels vast. Mijn oordelen zijn gevormd. Verrassingen blijven daarmee uit. Nog elk jaar komen er weliswaar boeken op mijn pad die begeesteren. Maar boeken waar ik per se in verder lezen moet omdat slapen wel een heel mager alternatief is? Nee.

Toch was dit ooit anders. Er bestond een tijd dat elk boek nog iets nieuws kon brengen. De periode zo van mijn veertiende tot mijn twintigste. Toen ik werkelijk alles las, en zich desondanks toch iets van een eigen idee over literatuur begon te ontwikkelen.

John Updike was daar belangrijk bij. En hoewel er uit die tijd geen aantekeningen meer zijn, is nog te reconstrueren wanneer hij in mijn leven kwam. De zomer van ’83, ruim vijfentwintig jaar geleden. Ik had een bibliotheekboek met verhalen mee op vakantie. Een Engelstalige bloemlezing van korte verhalen. En daar stond een verhaal van Updike in dat me werkelijk met stomheid sloeg.

‘The Happiest I’ve Been.’

Ik kan dit reconstrueren omdat ik die titel, en die van het boek waarin het verhaal verzameld zou kunnen zijn, zorgvuldig opschreef. Ik wilde meer hebben van dat. En dit lukte. Eenmaal in Nederland had ik vrij snel een beduimeld tweedehands exemplaar van The Same Door te pakken. Maar waarom moest dat boek er per se komen?

Voordien was ik vooral geïnteresseerd in verhalen met een plot; niets mooiers dan vertellingen met een twist op het einde. Van literatuur eiste ik tot dat moment weinig anders dan van thrillers, of de science fiction die ik toen ook nog veel las. En Updike bood dat toch allemaal niet. Hij was niet eens heel erg humoristisch; wat hem ook nog voor me had kunnen innemen. ‘The Happiest I’ve Been’ lijkt ook weinig meer dan een verhaal over een jongen die afscheid neemt van het dorp waar hij is groot geworden, en de leeftijdsgenoten waar hij mee is opgegroeid; om dan pas te beseffen dat hij toch ergens bij heeft gehoord.

Maar bij Updike zag ik voor het eerst echt wat taal vermag. Of misschien is ‘zien’ helemaal het goede werkwoord niet.

In éen van de vele spontane in memoriams die ik online las vanavond, merkte iemand op: Updike was misschien wel de enige schrijver die hem weleens deed stoppen met lezen, uit een soort overweldigende verrukking over een formulering. Die emotie herkende ik direct.

‘The Happiest I’ve Been’ was bovendien écht. Nee, sterker nog, dat verhaal was echter dan echt. Bij dit verhaal hoorde heel sterk de emotie: ‘zo is het’.

En Updike heeft meer verhalen schreven die veel bij me losmaakten. Ik heb daarom heel veel van zijn oeuvre; zelfs al is de verzameling lang niet compleet, want er zijn ook wel heel veel boeken van hem uitgegeven. Maar ik kom toch een heel eind. Wat ook niet gek is, in vijfentwintig jaar.

Neemt niet weg dat ik Updike al lang niet meer kritiekloos bewonder. De romans waar hij overal ter wereld het meest beroemd mee is geworden, over de autoverkoper Rabbit Angstrom, hebben me bijvoorbeeld nooit kunnen boeien. Zijn thematiek was en bleef die van een protestantse man, die opgroeide in de jaren dertig, en volwassen werd in de suburbs. Daar kleven nogal wat beperkingen aan.

Bovendien, dezelfde lyriek in zijn taal die me eens zo overrompelde, kan hem ook heel vermoeiend maken om te lezen.

Toevallig las ik enkele dagen terug bij de criticus James Wood een citaat hierover, dat ik instemmend heb overgetypt:

[…] he is, at his best, a fine pupil of Nabokov; and at his worst, his prose is a harmless, puffy lyricism, a seigneurial gratuity, as if language were just a meaningless bill to a very rich man, and Updike adding a lazy ten percent tip to each sentence.

The Broken Estate, 228.

Tegelijk is duidelijk dat ik hem altijd zal blijven lezen. Of het nu bundels met korte verhalen zijn, waarvan ik op boeklog al enkele behandelde, of zijn verzamelde essays waar ik zo meteen nog wat over zeg.

Daarom alleen al kwam zijn de melding van zijn dood als een schok.

Updike op boeklog
Updike op eamelje.net


John Updike [1932 – 2009] iii Due Considerations

[...] Dit zijn altijd bakstenen van boeken. Met 705 pagina’s, waarvan 671 bladzijden tekst, is Due Considerations het dunnetje in de reeks.

Ik ben altijd erg gelukkig met dit soort uitgaven. Vijf heb ik er nu van. En geen is, zoals bij een normaal boek, in sequentie van kaft tot kaft gelezen. Er heeft zich inmiddels een ander leespatroon gevormd. [...]

boeklog 28 i 2009


John Updike [1932 – 2009] iv

Van of met de man zelf:

In memoriams:

  • Korte gedenkschriften in de New Yorker, van onder meer Richard Ford, Paul Theroux, e.v.a.;
  • Jan Donkers, die boeken van hem vertaalde;
  • Davin L. Ulin, in de LA Times:

    Had he written some books that hadn’t worked? Certainly. What writer of his longevity hadn’t, on occasion, missed the mark? But better that, he suggested, than to hole up, a la Saul Bellow, and only deliver a piece of writing every five years. Think of the anxiety to deliver, the pressure to produce a masterwork. It was far more useful, he had decided, to be front and center in the culture, to be a working writer, to do the best he could and then move on.

  • John Irving;
  • Ian McEwan [video];

Overig:


Just Looking
John Updike

Ik herinner me dit schilderij te hebben gezien, in Londen. Ik herinner me een ansichtkaart ervan gekocht te hebben, in de museumwinkel van het Tate. Maar die ansicht raakte bijna direct zoek, de naam van de schilder was al uit mijn geheugen verdwenen, terwijl het beeld deed dat maar niet wilde doen. Netzomin als het besef dat een met vrij grove halen gemaakt schilderij van een afstandje een heel andere indruk kan maken.

Het schilderij heet Carnation, Lily, Lily, Rose, en is van John Singer Sargent. Ik kwam het na jaren weer tegen in een essaybundel van John Updike over beeldende kunst. Just Looking.

Heeft al dat lezen toch nog eens nut.

Waarom dit schilderij zoveel indruk maakte, weet ik niet. Dat is wat mij betreft ook het grote raadsel van de beeldende kunst. Aan duizenden werken kun je vriendelijk ongeïnteresseerd voorbij gaan, maar heel soms is er dan iets dat wel wat raakt dat groter is dan het in woorden te vatten besef.

Dat dit al geschilderd is! Dat dit beeld al bestaat!

boeklog 936


Licks of Love
John Updike

[...] In zijn lange middenperiode schrijft Updike vaak over onverzadigbare viezeriken, die rondneuken zullen, al kost het hen hun huwelijk. En met dit boek kwam Updike in een nieuw era aan, waarin hij zijn personages in nostalgie laat terugkijken op met wie ze vroeger allemaal neukten. [...]

boeklog 671


Marry Me
John Updike

[...] bij zijn romans klopt er voor mij regelmatig iets niet.

Die gaan over niets. Zo prachtig kan Updike schrijven, en dan zeurt hij alleen over twee echtparen die vreemdgaan, en de problemen die dat oplevert bij hen thuis. Bijvoorbeeld. Zoals in dit boek. [...]

boeklog 665


Month of Sundays
John Updike

[...] op zich is het ook weer knap hoe hij in een boek zo vol van sex toch weet over te brengen hoe leuk het kan zijn te veroveren. Maar, wat vind ik al die van de pagina’s druipende middelbare mannen geiligheid vervelend. [...]
 

boeklog 718


Museums and Women
John Updike

[...] Updike lees ik om zijn taal, en om zijn kracht verhalen te vertellen. Niet vanwege de onderwerpen die hij behandelt. Bijna altijd schrijft hij over het leven in de Amerikaanse voorsteden namelijk. Interessant is hoe hij soms in een paar zinnen toch iets universeels over dat leven weet te schrijven, en dat dit in een perfect afgerond verhaal gebeurt. [...]

boeklog 700


Overwegingen | 0129 John Updike v

Schrijvers gaan natuurlijk niet dood. Ze publiceren alleen zelf niets nieuws meer;
Want ja, nabestaanden genoeg die na iemands verscheiden nog van alles menen te vinden in de stapels onafgewerkt materiaal;

Enfin, Pessoa’s Boek der rusteloosheid is postuum samengesteld uit een grote hoeveelheid losse bladen in een enorme kist;
Heel soms doen de achterblijvers wel degelijk iets dat nut heeft;

Maar over het algemeen? Ik zal de rest van mijn leven Updike en Bellow blijven lezen; om maar twee inmiddels gestorven auteurs te noemen;
En dan komt er misschien niets meer bij mijn verzameling van hun werk…
Herlezen is het enig ware lezen, dus wat zeur ik;

Nu ja, er is een mens dood. Dus dat betreur ik;

En misschien komt er een moment dat ik alleen nog maar dode witte mannen lees;
Als ik me geheel heb afgewend van al dat, wat als de actualiteit wordt verkocht;
Dit proces is al in gang gezet;


Overwegingen | 0609

Als de opening van het NOS-journaal om 12.00 is dat er vanavond gevoetbald wordt, dan weet ik, voorlopig maar beter de Nederlandse media in zijn geheel te kunnen negeren;

Blij dat de provinciebesturen zo massaal mijn weblog lezen, en morgen al in kort geding een einde aan de streekbusstaking willen forceren;
Alleen verwacht ik er niets van;

Every person who has mastered a profession is a skeptic concerning it.

G.B. Shaw

John Updike spreekt over kunst;
John Updike schreef ook al over kunst, en ik reageerde daar weer op, op boeklog;

In de vaderdagspam, een advertentie voor een o zo nuttige extra club voor in de golftas;
Eentje met een reservoir;
Vraag ik me wel af in welk land de golfbanen zo kaal zijn, en de mannen zo preuts, dat er niet even steels out of bounds kan worden gepist;

De enige verbetering van NRC-boeken ten op zichte van Guardian Unlimited Books, is dat de NRC ons een rondblik in de werkkamer van de auteurs gunt, in plaats van een statische foto;
Maar die Top-10 lijstjes met boeken zijn beschamend slecht, in vergelijking;


Quote of The Day | 0128

having read him once, you admit to yourself, almost with a sigh, that you will have to read everything he writes.

Martin Amis, on John Updike [1932 – 2009]


Quote of the Day | 0623

“We do not need men like Proust and Joyce; men like this are a luxury, an added fillip that an abundant culture can produce only after the more basic literary need has been filled,” Updike wrote to his parents in 1951, when he was 19. “This age needs rather men like Shakespeare, or Milton, or Pope; men who are filled with the strength of their cultures and do not transcend the limits of their age, but, working within the times, bring what is peculiar to the moment to glory.

John Updike, as quoted in: “John Updike’s Archive. A Great Writer at Work”

Boeklog over Updike


Quote of the Day | 0831

What we love about fiction writers is their willingness to dare this submergence, to give up, in behalf of brute reality, the voice of a wise and presentable man. The critic comes to us in a suit and tie. He is a gentleman. He is right. A pox on him, as Goethe said.

John Updike, on the safety of criticism


The Afterlife
John Updike

[...] Dus, zoals op legpuzzels en op spelletjes gebeurt, zou daarom ook een leeftijdsadvies niet misstaan op sommige boeken. Deze bundel viel namelijk wel goed nu. En ineens was die positie in de lijstjes met lievelingen te begrijpen. [...]
 

boeklog 27 ix 2009


The Dyer’s Hand

British writers often use phrases from well known poems as titles for their book. So well known are those poems in fact, it is assumed that any literate person will spot the reference immediately. These book titles are never explained, even if they’re a bit weird.

So, even though The Dyer’s Hand by Auden has been one of my favourite books for many years, I never understood the title.

But, sometimes it is a bliss Americans know as little about those references as any non-native speaker of the English language does.

[Shakespeare's] duties as playwright and player are deplored as “public means” in Sonnet 111, a lament at Fortune, the “guilty goddess” who did not “better for my life provide / Than public means which public manners breeds” so that “my nature is subdued / To what it works in, like the dyer’s hand.”

Dirty work, in other words, though lucrative. [...]

John Updike, in the New Yorker


The Maple Stories
John Updike

[...] toch wilde ik per se dit mooie kleine gebonden boekje hebben. Omdat de verhalen over de Maples samen misschien wel de mooiste roman opleveren die John Updike ooit geschreven heeft. Om de woorden van Bob den Uyl maar weer eens te gedenken, deze verhalenbundel is als een roman zonder de vervelende stukken. [...]

boeklog 29 x 2009


Updike’s Early Stories

Updike practises, one might say, a sensualist’s pantheism, citing the world into a fuller being. His stories are plush with phrasing and, in them, the nap of the felt world made suddenly and wonderfully palpable. Who else would notice the ‘clean, sad scent of linoleum’, or the ‘hoarse olfactory shout’ of a football stadium, or the ‘sizzle of a defective neon-sign connection’? Who else would have a character opens a door on a summer’s day, to find that the ‘sunlight falls flat at his feet like a penitent’?

Updike’s genius for image-making, however, is his curse as well as his blessing. At times, his lust for detail thickens into the vulgar. In particular, Updike has never been able to leave his genitals alone. A penis cannot be a penis, it must be ‘that superadded, boneless bit of him, that monkeyish footnote to the godlike thorax’. Testicles must be ‘like dropped fruit, slowly rotting’, the vulva a ‘sacred several-lipped gateway’.

At moments like these – and there are many of them – we see Updike succumb to the danger which threatens a writer so improbably able at his job: tanked up on success, facility begins to vandalise felicity.

Robert Macfarlane, in The Observer

Read Updike’s first story on-line


Zomergasten

Ron Kaal weeft deze week af met Joost Zwagerman, in Vara’s TV Magazine.

Het geeft ook aan hoe dicht Zwagerman langs de kitsch laveert. Hij noemt zichzelf een kameleon. Zegt in interviews dat hij een per keer een onderwerp kiest en zijn stijl daarbij aanpast. Maar het is anders, hij kiest geen onderwerp, maar per keer een ander (buitenlands) voorbeeld.

Gimmick! (1989) is overduidelijk gebaseerd op Bright Lights, Big City (1984) van Jay Mclnerney en in minder mate op Less than zero (1985) van Bret Easton Ellis. Vals Licht (1991) is een overduidelijke update van Vestdijks De dokter en het lichte meisje (1951), en had beter kunnen heten: de student en het lichte meisje. De buitenvrouw (1994) is zichtbaar geschreven naar het model van Updike’s Rabbit-romans. Chaos en rumoer (1997) heeft zijn schema geheel ontleend aan The Information (1995) van Martin Amis. Ook een verhaal over twee schrijvers, de een rijk en succesvol, de ander arm en mislukt, en beiden overduidelijke afsplitsingen van de auteur zelf. Zes sterren (2003) was ondenkbaar geweest zonder het voorbeeld van het Wereldtijdschrift uit Elsschots Lijmen (1924). Zwagerman doet daar niet al te moeilijk over (‘Ik ben, als schrijver, een wandelende snaaier’); de meeste van zijn boeken bevatten wel verwijzingen naar hun grote voorbeeld.

[...] Het is geen plagiaat; het is iets anders wat misschien nog wel erger is: gebrek aan eigen ideeën.

Joost Zwagerman zal de komende zondagavonden weer Zomergasten presenteren. Of volgens Kaal: “Voor de eigentijdse schrijver die zich goed bewust is van de macht van de televisie waar het om verkoopbevordering gaat (het ‘Van Dis-effect’) is dit een gouden zomer.”