Ynhâld fan ’e leesprojecten-side

© eamelje.net 2001-2017. Alle rechten voorbehouden. All rights reserved

 

Oneindige jool
David Foster Wallace

Infinite Jest, zo heet het belangrijkste boek van de in september 2008 overleden Amerikaanse auteur David Foster Wallace. Deze roman telt liefst 1079 pagina’s, en dat is nog niet eens het enige obstakel om het ding te lezen. Wallace was een logicus, en wiskundige, en hij gebruikte die kennis ook in zijn werk. Plus zo nog wel wat meer.

Maar als er ooit een moment is geweest om dit boek te lezen, dan wel deze zomer. Al was het maar om het initiatief Infinite Summer, waarin iedereen aangemoedigd wordt Infinite Jest te proberen. Voor begeleiding is gezorgd. Schema’s zijn opgesteld. Wie er dertien weken over wil doen, hoeft maar 75 pagina’s per week te lezen. Dat is net iets meer dan tien bladzijden per dag.

Ik zal daarom elk weekend verslag doen van mijn leeservaringen met dit boek, en mijn aantekeningen met de wereld delen. En deze hele bups zal uiteindelijk wel iets opleveren dat op boeklog een eindbestemming vindt.

Mijn ideeën vooraf over het werk zijn nog gematigd negatief. De interviews die ik heb gelezen met Wallace waren wel spannend, maar zijn verhalen boeiden me niet. En van deze roman vrees ik dat die te veel postmoderne ongein bevat om me ooit echt te boeien. De opmerking dat ik nodig mijn Hamlet moet ophalen om iets van de vele verwijzingen te snappen — zoals de titel — doet weinig goeds beloven.

Enfin, vooroordelen zijn er om weggenomen te worden.

[volg de loop van mijn leeservaringen hier]


Experiment. Lezen als project

Experiment. In 2011 wil ik enige dikke boeken lezen waar ik voorheen altijd in strandde, of die nodig een keer herlezen moeten worden, maar me nu te veel afschrikken door hun omvang. Boeken die me nu verwijtend aankijken met hun rug.

De truc daarbij zal zijn om me te beperken tot een gering aantal pagina’s per week — honderd zeg ik nu, maar de praktijk zal misschien anders lopen — zodat elke leesbeurt een project wordt. Daarbij zal ik elke week op zaterdag of zondag een tussenverslag uitbrengen; in de hoop ook dat dit grote hoeveelheden tekst oplevert waar mooie boeklogjes uit te destilleren zijn.

Vergelijk dit maar met wat er in de Infinite Summer van 2009 gebeurde.

Morgen begin ik in Doktor Faustus van Thomas Mann. Die roman zal naar schatting een week of zeven in beslag nemen.

In week acht volgt dan waarschijnlijk Roberto Bolaño’s 2666, die me een week of negen verder 2011 in zal leiden.

Andere mogelijke titels zijn nu: Peter Handke’s Mein Jahr in der Niemandsbucht, Elias Canetti’s Masse und Macht, Schopenhauer’s Parerga und Paralipomena, en Martin Gardner’s The Night is Large. En eer ik die door ben, is het welhaast 2012.

Ondertussen, en als dit werkt, en als het me iets oplevert, zijn me dan allang andere titels ingevallen.


Doktor Faustus
Thomas Mann

Doktor Faustus is de laatste grote roman die Thomas Mann [1875 – 1955] zou voltooien. Verkozen, indertijd, door critici tot éen van de tien belangrijkste Duitstalige romans uit de twintigste eeuw. Het hoogtepunt, voor sommigen, uit het toch al zo rijke oeuvre van de schrijver; mede door de vele lagen.

En mij het lukte maar nooit om meer dan vijftig bladzijden te lezen in dit boek. Terwijl al die andere turven uit dat werk van Mann toch nooit problemen hebben gegeven.

En ondanks dat het gegeven me toch zou moeten aanspreken. Over een klassiek componist gaat dit boek, dus zit er veel kennis over de negentiende-eeuwse muziekgeschiedenis in verwerkt. Het boek zou ook in niet geringe mate de biografie van Nietzsche als inspiratie hebben genomen — en ik ken die levensloop.

Heeft Mann, tenslotte, ook nog een boek gepubliceerd waarin hij min of meer uitlegt wat er allemaal in Doktor Faustus verwerkt werd.

Dus doe ik nog een laatste poging om deze roman te temmen. Publiek. En veel langzamer dan ik normaal zou lezen. De komende zeven weken. Met elk weekend een tussenstand.

[volg mijn leeservaringen hier]


2666
Roberto Bolaño

Volgend op 700 pagina’s aan Doktor Faustus zal ik me de komende maanden wijden aan de 900 pagina’s van de roman 2666. Langzaam lezend. Voor mijn doen.

En waar me over het werk van Mann het meeste al bekend was, zonder daarvoor het boek te hoeven lezen, is dat helemaal niet zo bij dit postuum uitgegeven boek van Roberto Bolaño [1953 – 2003]. Ondanks alle hype. Ik kocht deze roman een paar jaar terug enkel om de vormgeving — vanwege de opvallende keuze om een dikke roman in drie delen op te splitsen, en deze in een nette cassette te stoppen.

Nu goed, ik weet dat de roman uit zelfs vijf delen bestaat. En dat het een labyrint van een boek is, geschreven in een vaak barokke stijl. En dat Bolaño even hot was; of misschien nu nog wel is.

Het literaire tijdschrift Paris Review zal de komende nummers een andere postume roman van hem, Het derde rijk, brengen als feuilleton. En daar trekken ze toch ook een jaar voor uit.

Bolaño was een Chileen. En het is raar om een schrijver te reduceren tot het land waar hij geboren werd, of zelfs het continent waar dat land in ligt. Toch ben ik benieuwd of hij tot de schaarse Latijns-Amerikaanse auteurs gaat behoren die me liggen. Of dat hij éen van de velen zal worden die me alleen al door hun manier van vertellen voornamelijk verveelt.

[ volg mijn ervaringen met 2666 hier ]


Mein Jahr in der Niemandsbucht
Peter Handke

Dik & Duits dan maar weer, in mijn project om boeken die me eerder niet genoeg zeiden nu eens heel langzaam te lezen. Eerder in 2011 kwamen de romans Doktor Faustus langs, en 2666.

Over de roman Mein Jahr in der Niemandsbucht weet ik vrijwel niets, vooraf. Behalve dan dat het over een schrijver zou gaan, die rondstapt in de voorsteden van Parijs; en daar aantekening van maakt.

Over de betekenis van Peter Handke voor mijn lezende leven heb ik op boeklog met regelmaat geschreven. Deze roman dateert alleen uit het midden van de jaren negentig; de tijd dat zijn invloed op mij al flink was getaand. Dit boek had ik toen misschien nog wel kunnen lezen, ware het niet dat het me veel te duur was. Het kostte in de Nederlandse vertaling meer dan honderd gulden, zo staat me bij.

Pas veel later, in de ramsj, kocht ik het voor een luttele ƒ 7,50.

Voor Handke gold toen al dat ik de boeken niet van de bieb kon lenen. Bij hem, sterker dan wie verder ook, moeten werkelijk alle omstandigheden kloppen, wil ik in zijn boeken kunnen verdwijnen — en soms komt dat weken niet voor. Want er gebeurt doorgaans te weinig om makkelijk gegrepen te worden. Het is de taal die het doen moet, en met de lading dient te komen die het lezen tot een evenement maakt.

[ volg mijn ervaringen met Mein Jahr in der Niemandsbucht hier ]


Hitch-22
Christopher Hitchens

Leesproject vier van 2011 wordt een maand met de autobiografie Hitch-22 van de journalist Christopher Hitchens.

Tien jaar geleden had ik dit boek allang uit gehad. Toen was Hitchens nog een onvervalste held, door de humor in zijn stukken, en om zijn eeuwige contramine. Toen de hele wereld moeder Theresa heilig verklaarde, schreef hij juist een boek om aan te tonen dat ze een vrouw was met heel enge ideeën. Daar alleen al sprak een prettige onafhankelijkheid van denken uit.

Maar toen kwam 9/11, en raakte Hitchens, voor mij, van het paadje af.

Ineens hoorde hij tot de felste voorvechters van illegale oorlogen in autonome landen, omdat het noodzaak was democratie in deze landen te brengen vanachter de loop van een geweer. Zonder daarbij ooit in te gaan op argumenten die anders bewezen. De oliemaatschappijen verdeelden al vooraf aan de invasie van Irak de olie daar; zo werd deze week nog bekend; al zal dat alleen nieuws zijn geweest voor heel naïeve mensen.

Vanaf de opmaat tot de invasie in Irak kon ik Hitchens dus niet meer om zijn ideeën lezen. Bleef er op zich genoeg over, aan stijl, en belezenheid, om hem niet te blijven citeren op mijn weblog. Alles zal ik me nooit meer aan hem over kunnen geven — ik geloof hem domweg niet meer.

En daarmee is het ook heel moeilijk gebleken zijn memoires te lezen. Ik kwam daar tot nu toe niet doorheen.

Toch kan er enige haast geboden zijn, met het boek. Hitchens was in januari al bijna dood. Hij heeft kanker, in stadium 4, waar stadium 5 al niet meer bestaat.

boeklog over Hitchens
eamelje.net over Hitchens

[ lees al mijn gedachten over de autobiografie Hitch-22 hier ]


Collected Stories
John Cheever

Zesde leesproject van 2011 wordt een experiment, waarvan ik niet weet of dat tot het einde vol te houden is.

Al sinds ik de biografie van John Cheever las [1912 – 1982] wil ik namelijk zijn verzamelde verhalen herlezen. Maar in de Engelstalige uitgave die ik heb, zijn dat er liefst 61. En meer dan een verhaal lezen per dag is een zonde. Dus kost dat boek me zowiezo negen weken continue aandacht.

Maak ik de opdracht iets minder strikt, omdat lezen geen werk mag worden, en lees ik zes verhalen per week, dan kost het boek me ruim tien weken. Worden het er vijf, dan ben ik er bijna drie maanden mee zoet.

Dat is altijd veel tijd om met éen schrijver door te brengen, zonder die weg te kunnen leggen.

Misschien zou ik daarom eerst de negenentwintig verhalen moeten gaan lezen die in de bundel Verhalen staan; het boek waarmee de kennismaking met Cheever begon ooit, nu al weer zolang geleden. Dat maakt alles een stuk overzichtelijker. En daarna is altijd nog te beslissen of ik verder ga.

Tegelijk geldt bij dit leesproject meer dan ooit dat dit het uiteindelijk boeklogje moet dienen. Verhalenbundels zijn notoir moeilijk te bespreken. Laat staan als zo’n boek de beste verhalen bevat uit een hele schrijversloopbaan.

Door hier wekelijks tussenstanden door te geven, wordt het ook eens mogelijk elk verhaal afzonderlijk te beoordelen, zonder in algemeenheden te hoeven blijven steken.

[ volg al mijn gedachten bij John Cheever’s Collected Stories hier ]


The Savage Detectives
Roberto Bolaño

De postume roman 2666 was het eerste boek dat ik las van Roberto Bolaño. Daardoor was het me onmogelijk om te zien hoe dit onvoltooide werk zich verhield tot de rest van zijn oeuvre. Ik kon het slechts vergelijken met de rest van wat ik aan literatuur gelezen heb. En in die zin ontbrak er dan iets aan het boek dat het samenhield.

Mede om commentaar van lezers doe ik daarom een hernieuwde poging om iets meer van Roberto Bolaño te lezen. Daartoe is de roman Los detectives salvajes verkozen. Een boek waarvan ik helemaal niets weet; of niet meer dan wat er aan samenvatting op het kaft staat, van de Engelse vertaling in mijn bezit.

Opnieuw zou het gaan om een speurtocht gaan naar een verdwijnen schrijver.

Tja.

[ volg al mijn ideeën over The Savage Detectives hier ]


Ideeën, Zesde en zevende bundel
Multatuli

Voor ik met mijn leesprojecten begon, in 2011, was me het nut van de techniek allang bekend. Sommige boeken moeten met systeem worden aangepakt. Desnoods door elke dag enige tientallen pagina’s verplicht te lezen. Anders komen ze simpelweg nooit uit.

Eerdere bundels met ideeën van Multatuli had ik ook nooit uitgekregen als daar niet een beetje huiswerk bij had gezeten. Daarvoor zijn de hoogtepunten in die boeken te schaars, daarvoor is hij vaak te wijdlopig. Bovendien zijn z’n stokpaardjes me inmiddels bekend, en daar dan weer een variatie op lezen, is niet vreselijk boeiend.

Staan er nog altijd twee delen in de kast. Die ik de komende weken maar eens doorneem, om dat werk dan achter me te kunnen laten.

De Zesde bundel belooft volgens de bezorger, J.J. Overstegen, veel Woutertje Pieterse.

De Zevende bundel lijkt een zwanenzang, die met de allergrootste moeite tot stand is gekomen.

[ volg mijn opmerkingen over Multatuli’s Ideeën hier ]


Tender Is the Night
F. Scott Fitzgerald

Na zes weken Multatuli, en al diens wrok om het gebrek aan erkenning voor zijn genialiteit, werd het tijd voor iets luchtigers. De komende twee of drie weken ruim ik in voor de roman Tender is the Night van F. Scott Fitzgerald. Die andere roman van deze schrijver op de eeuwige lijstjes, naast The Great Gatsby.

Normaal zou het geen probleem horen te zijn om een vlot geschreven boek als dit in een paar uur uit te krijgen. Toch ligt het al maanden op het nachtkastje, en kom ik nooit verder dan pagina drie, voor mijn gedachten afdwalen en het geen zin heeft om verder te lezen.

Over het leven onder rijken gaat het, aan de Franse zuidkust, in de jaren twintig. Zo vermoed ik tenminste.

[ lees mijn gedachten bij Tender Is the Night hier ]


The Thousand Autumns of Jacob de Zoet
David Mitchell

Het boek waar ik me de komende vijf weken zoet mee houd, is een historische roman van de Britse auteur David Mitchell.

Over The Thousand Autumns of Jacob de Zoet weet ik niets. Al is me wel de periode bekend waarin het boek zich afspeelt — de tijd dat alleen Nederlanders contact mochten hebben met Japan, via een basis op het schiereilandje Decima. Rudy Kousbroek heeft daar onder meer uitgebreid over geschreven. En hij was niet de enige die ik daar over las.

Over David Mitchell weet ik al evenmin bijzonder veel. Behalve dan dat er nog twee andere boeken van hem in de kast staan. Eén gekregen, de ander heel goedkoop gekocht om het kaft. En dat het nodig tijd wordt dat ik me eens in zijn werk verdiep.

Al is de voornaamste vraag nu eenvoudigweg of ik me over mijn gebruikelijke weerzin voor historische romans kan zetten. Met hun altijd veel te moderne mensen. Met hun vanuit de eenentwintigste eeuw ingekleurde verleden.

[ lees al mijn ideeën bij The Thousand Autumns of Jacob de Zoet hier ]


Arctic Dreams
Barry Lopez

Boek van de komende maand is Barry Lopez’ reportage over het koude noorden. En dan niet omdat enkele commerciële weerbureaus enkele weken terug een ‘winter des doods’ hebben voorspeld.

Al is het ineens wel viezig kil geworden buiten, met al die dagen mist.

Mijn reden om dit boek aan te vatten is prozaïscher. De dikke rug staat me al tijden verwijtend aan te staren vanuit de kast met ongelezen boeken. En bij de eerdere werken die ik van Lopez las bevielen de lange verhalen me beter dan die van enkele pagina’s. Maar een boek uit éen stuk las ik nog niet eerder van hem.

Enige dwang om deze dikke uitgave aan te vatten, is evenwel nodig.

[ lees al mijn gedachten over Arctic Dreams hier ]


Herzog
Saul Bellow

Eén illusie is me ontvallen. Ik kan geen boeken meer lezen met het idee de inhoud later misschien nog eens beter te begrijpen. Beter dan nu wordt mijn lezen niet.

Twintig vijfentwintig jaar geleden lag dit anders. Toen kon ik me nog koesteren in de waan te jong te zijn, te weinig ervaren, om de bedoelingen te begrijpen van enkele schrijvers. Als een boek me niet boeide, lag dit aan mij; en mijn nog onpeilbaar diepe onnozelheid.

Inmiddels heb ik doorgekregen dat sommige van die onleesbare boeken ook werkelijk onleesbaar zijn; gewoon omdat de schrijver dat zo bedoeld heeft.

Dus is het vreemd het toch als een gemis te voelen een zekere onschuld te zijn kwijtgeraakt, door het lezen.

Van de roman Herzog wist ik bij eerste lezing ook zeker er te jong voor te zijn. Maar dit had een andere reden dan dat het boek te onbegrijpelijk zou zijn. Herzog gaat over een intellectuele man van middelbare leeftijd, die zijn desillusies probeert te verwerken door hele reeksen aan brieven te componeren.

De hoofdpersoon van het boek heet Moses E. Herzog, en hij is 47 jaar. En dat leek al behoorlijk oud, toen ik de roman voor het eerst las. Inmiddels is dit niet meer zo.

Mijn leesproject voor het putje van de winter wordt daarom een poging Herzog nu eindelijk eens te herlezen. En me dan niet te laten verblinden door de pracht van Saul Bellow’s Engels.

[ volg mijn gedachten over Bellow’s Herzog de komende weken hier ]


Experiment vervolgd. Lezen als project

Twaalf titels vulden mijn langzaamleesproject in 2011. Al ben ik nog met de roman Herzog bezig, en is het lezen van John Cheever’s verhalen onderweg ergens vastgelopen, omdat dit niet op commando kon.

Elf tot twaalf titels zal ik dus ook in 2012 lezen, met elke week een tussenrapport op eamelje.net.

Daarbij komt dan de eis dat dit klassiekers moeten zijn, en liefst romans van enige omvang.

Voorlopig teken ik aan als titels om te lezen en vooral te herlezen:

  1. Als op een winterdag een reiziger, Italo Calvino
  2. At Swim-Two-Birds, van Flann O’Brien
  3. Catch 22, Joseph Heller, eventueel gevolgd door Slaughterhouse-five van Vonnegut;
  4. Far from the Madding Crowd, Thomas Hardy
  5. De meester en Margarita, Michail Boelgakov;
  6. iets Duits;
  7. minstens een boek van een vrouw;

En anders dan bij boeklog, leestips zijn ditmaal welkom; mits aan die twee luttele voorwaarden van hierboven is voldaan.


Lotgevallen van de brave soldaat Švejk
Jaroslav Hašek

Liefst wil ik in Boon aan het lezen zijn, als halfweg maart herdacht wordt dat hij honderd jaar eerder geboren werd. Maar begin ik nu in De Kapellekensbaan – Zomer te Ter-Muren dan is dat boek tegen die tijd al uit.

Daarom, als kort intermezzo, zullen de komende drie weken langzaam lezen gewijd worden aan de klassieker aller anti-oorlog-klassiekers. De lotgevallen van de brave soldaat Švejk in de wereldoorlog van Jaroslav Hašek. Omdat ik indertijd na deel 1 gestopt ben. En het dus hoog tijd wordt dat deel 2, ‘Aan het front’ weer eens gelezen wordt.

Bovendien ben ik in een biografie bezig van Hašek, en dat is zo mogelijk nog een merkwaardiger man dan zijn brave soldaat.

[volg mijn ideeën over De lotgevallen van de brave soldaat Švejk hier]


Kapellekensbaan | Zomer te Ter-Muren
Louis Paul Boon

Komende maand wordt in Vlaanderen gevierd dat Louis Paul Boon [1912 – 1979] honderd jaar terug geboren is. Dus vermoed ik dat er enige aandacht over hem in de media zal zijn. En dat maakt het weer handig om dan in een boek van Boon bezig te zijn. En dus over zijn werk na te denken — want nu hoef ik de secundaire literatuur over zijn werk niet op te gaan zoeken; die komt vanzelf op me af.

Daarom zal ik de komende zes weken lezen in het tweeluik De Kapellekensbaan [1953] en Zomer te Ter-Muren [1956]. Domweg omdat ik vrijwel alles van Boon gelezen heb, en deze twee boeken mij de eerste keer het minste zeiden.

Maar welicht heb ik ondertussen iets bijgeleerd.

Mij was het in elk geval vreemd te moede dat juist deze boeken als het meesterwerk van Louis Paul Boon worden gezien. Dat ze tezamen Boon’s anarchistische handboek zouden vormen. Dat de auteur nooit harder geprobeerd heeft om zijn lezers een geweten te schoppen dan met deze romans.

Ik herinner me alleen de verwarrende opbouw, mede doordat telkens krantenberichtjes aan de lopende tekst werden toegevoegd.

[ volg al mijn gedachten over De Kapellekensbaan | Zomer te Ter-Muren hier ]


Far from the Madding Crowd
Thomas Hardy

Eigenlijk is het idée om een jaar lang vooral klassiekers te lezen nogal onzinnig. Als er iets is dat een boek uniek maakt, wordt dat daarna al gauw door andere schrijver geplagieerd, geïmiteerd, of zelfs verbeterd. Daardoor valt weg wat het origineel zo sterk maakte.

Bovendien is een leesdieet met alleen maar erkende hoogtepunten zeldzaam vervelend, als dat niet wordt afgewisseld met ordinaire boeken, waar niemand pretenties aan ontleent.

Maar Far From the Madding Crowd wilde ik altijd nog eens lezen om de titel. Verder heb ik geen idee van de inhoud — al vertelt de titel wel iets — en las ik van Hardy [1840 – 1928] ook niet zo veel. Slechts van Tess of the d’Urbervilles en Jude the Obscure ben ik zeker.

Dus kan het best zijn dat ik een streekroman ga lezen.

Lees hier al mijn gedachten over Far from the Madding Crowd


The Rabbit Tetralogy
John Updike

De roman en ik, we staan momenteel wat onverschillig tegenover elkaar. Ik vind weinig troost in de boeken die andere verzonnen hebben. Uitgaven waarin feiten op een rij worden gezet, zijn me liever. Feiten zijn nog wel staat mijn wereldbeeld nog weer iets te laten kantelen, de ideeën en vragen die ik heb te verscherpen.

Terwijl de roman toch nu net het genre hoort te zijn dat mijn zekerheden ondermijnt, me toont dat er andere waarheden bestaan dan de mijne, dat weinig zo zeker is als het lijkt.

Voor de zoveelste aflevering van mijn leesproject neem ik daarom een grote gok. Ik ga deze sportzomer een reeks romans herlezen waarvan ik weet dat ze me bij eerste lezing niet bijzonder bevielen. De Rabbit-romans van John Updike. Ik acht Updike namelijk heel hoog als verhalenschrijver, en vind dat maar een gering tal van zijn langere boeken dat geweldige niveau halen.

Tegelijk staan die Rabbit-boeken bekend als dé erfenis van deze auteur.

Bovendien heb ik sinds de dood van Updike altijd het idee gehad om zijn befaamste boeken nog eens in kalmte te moeten herlezen. Zelfs al weet ik dat de hoofdpersoon een nare seksistische en reactionaire man is. En dat Updike met de autohandelaar ‘Rabbit’ Angstrom een alleman schiep die zo overduidelijk Amerikaans is dat een Europese lezer alleen daarom al op problemen kan stuiten.

De troost is in elk geval dat John Updike schrijven kon, en dat er op zinsniveau wel van alles te genieten zal zijn.

boeklog over Updike
eamelje.net over Updike

Lees al mijn gedachten over Updike’s Rabbit Tetralogy hier.


Catch-22
Joseph Heller

Langzaam-leesproject voor de maand september van 2012 is de anti-oorlogsroman Catch-22 van de Amerikaanse auteur Joseph Heller. Ook weer een boek dat ik eerder las. Ook weer een boek dat ik waarschijnlijk las op een te jonge leeftijd.

Catch-22 heeft nu eenmaal de naam een grimmige satire te zijn. En van zwarte humor heb ik altijd gehouden.

Alleen viel dit boek me indertijd zwaar tegen. Hoewel mijn voornaamste herinnering is dat ik de roman te lang vond.

Later dit jaar wil ik ook nog eens wagen aan Slaughterhouse Five van Kurt Vonnegut — dat is die andere anti-oorlogsroman uit de jaren zestig van een Amerikaanse auteur. Vonnegut werd na eerste lezing meteen een favoriet. Alleen bleek heel veel van zijn werk na herlezing me niet meer zo te bekoren.

Auteurs kunnen nu eenmaal bij een tijd horen, en boeken moeten maar net passen bij de leesleeftijd van het publiek.

Wellicht is Catch-22 alsnog het meesterwerk dat ik altijd onderschatte, en deemstert Slaughterhouse Five ineens in mijn waardering weg.

[lees al mijn gedachten over de roman Catch-22 hier]


Diary
Witold Gombrowicz

Mijn kasten staan vol met boeken van Gombrowicz [1904 – 1969]. Maar ik ken de schrijver alleen in het Nederlands. Terwijl hij een Pool was. Dus werd het alleen al tijd om hem eens te lezen in een andere vertaling; want met dat Pools zie ik het niet snel wat worden.

En toen was er een nieuwe Engelse versie van zijn integrale dagboek. Een veelgeprezen nieuwe versie.

Dat dagboek is geschreven om gelezen te worden. Witold Gombrowicz schreef het van 1953 tot zijn dood in 1969 in maandelijkse afleveringen voor het tijdschrift Kultura. Hij was daarbij in vorm en aanpak aanvankelijk nogal geïnspireerd door het publieke dagboek van André Gide.

En ik weet niet of ik de hele verzameling aan invallen, essays, en polemieken eerder ooit gelezen heb. In mijn kast staan alleen een selectie uit het dagboek, en het Dagboek Parijs – Berlijn.

Wel weet ik dat er een integrale uitgave is geweest in het Nederlands, maar die kwam ik nooit tegen in de antiquariaten indertijd. En toen via Boekwinkeltjes.nl de tweedehandsboekhandel serieus op gang kwam online interesseerde Gombrowicz me even niet meer zo.

Maar 2012 is op boeklog een jaar van de herwaardering aan het worden.

[ lees al mijn gedachten over Gombrowicz’ dagboeken hier ]


Reis naar het einde van de nacht
Louis-Ferdinand Céline

Langzaam-leesproject voor de donkerste maanden van het jaar wordt Voyage au bout de la nuit. Dat is de klassieke roman uit 1932 waarin de Franse arts Louis Ferdinand Destouches, onder het pseudoniem Céline, zijn ervaringen met oorlog en het kolonialisme verwerkte.

Vanzelfsprekend lees ik dit boek in vertaling. Er nog van afgezien dat het grondig lezen van een roman in het Frans me maanden zou kosten, in plaats van weken, doorspekte Céline zijn taal met nogal wat argot. Volkstaal die niet of nauwelijks in de woordenboeken is terug te vinden.

Wel wil ik de versie lezen die geïllustreerd werd door Tardi. Die neemt extra tijd. Omdat het bij mij zo vaak van tweeën éen is. Of ik kijk naar de plaatjes, óf ik lees de tekst. Beide tegelijk doen gaat niet.

Bekijk al mijn gedachten over Voyage au bout de la nuit hier


Manhattan Transfer
John Dos Passos

Het boek dat me de komende weken 2013 in moet leiden, is de roman Manhattan Transfer van de Amerikaanse schrijver John Dos Passos, uit 1925.

Voornaamste reden voor deze keuze is dat het al decennia ongelezen in de kast staat. Naast nog drie andere boeken van Dos Passos overigens: de U.S.A. trilogy. Eigenlijk moest die boekenreeks misschien eerder nog. De trilogie heet het ware meesterwerk te zijn van de schrijver. Maar drie romans in éen keer zijn wel een hoop bladzijden als de schrijver me slecht ligt. Eerder ben ik al eens in het eerste deel blijven steken.

Dus dient Manhattan Transfer als verkenning of het ooit nog tot die andere boeken komt.

Veel weet ik verder niet over de roman. Dos Passos schreef een veelgekleurde college van het leven in een grootstad, heet het. Daarbij experimenteerde hij met de vorm; bijvoorbeeld door passages in een ‘stream of consciousness te schrijven’. Manhattan Transfer [1925] moet in die zin in éen adem genoemd worden met die andere grotestadsromans uit deze periode, zoals Ulysses [1922] of Berlin Alexanderplatz [1927].

Ook in de filmkunst was het gewoel van het stadsleven ineens een thema. Bijvoorbeeld in de klassieker Berlin: Die Simfonie der Großstadt van Walter Ruttmann uit 1927, waarin heel wat nieuwe accenten in de beeldtaal werden vastgelegd die voor geoefende kijkers van nu volkomen vanzelf spreken. [Deze film staat zonder geluid online. Draai er uw eigen muziek bij].

Ik hoop wel dat door de abstractie van het woord Manhattan Transfer beter houdbaar is gebleven voor een hedendaagse consument dan Ruttmann’s door zo veel modes achterhaalde grootstadssymfonie. Maar dat zal al gauw. Beeld lijkt vlug bejaard.

[ leest al mijn gedachten over Manhattan Transfer hier ]


Geen experiment meer. Lezen als project

Ook in 2013 zal ik mijzelf huiswerk opgeven, en enkele lange romans in geringe partjes lezen. De aanpak heeft zich inmiddels bewezen. Onleesbaar dikke boeken zijn zo klein te krijgen. Elk boek heeft zijn eigen optimale leestempo, en doorgaans trek ik te weinig tijd uit om dat optimum te vinden.

Van wat ik in 2012 dacht te gaan lezen, is veel nog niet aangevat. Ondertussen kwamen daar in overleg met Achille van den Branden nog wat titels bij.

De algemene boodschap van het afgelopen jaar blijft evenwel staan. Ik moet meer Duits lezen, en veel meer vrouwen.
 


Makers
Cory Doctorow

Al twee jaar kom ik niet verder dan de eerste vijftig bladzijden in de roman Makers van Cory Doctorow. Terwijl dat nochtans een redelijk aantrekkelijke schrijver is, van romans met veel aandacht voor de gevolgen van technologische veranderingen — een genre boeken doorgaans dat ik vroeger verslond.

Makers speelt zich bovendien af in een heden dat redelijk op het nu lijkt. De economie is gecrasht, en de mensen moeten manieren vinden om daar mee om te gaan.

Sommigen vinden daarom zelfs een geheel nieuwe economie uit.

De komende weken hoop ik eindelijk een ingang te vinden tot deze roman. Hoewel die eigenlijk vanzelf, in éen zitting, uit te lezen moest zijn.

boeklog over Cory Doctorow

[ lees al mijn gedachten over Makers hier ]


At Swim-Two-Birds
Flann O'Brien

Langzaamlees-project voor februari wordt de roman At Swim-Two-Birds van de Ierse auteur Flann O’Brien/Brian O’Nolan, uit 1939. Mede omdat ik niet denk dat het boek snel te lezen is.

Deze roman is een wat pesterig geval. Zo hergebruikt O’Brien slechts personages uit bestaande boeken en verhalen; omdat er volgens hem al veel te veel bedachte romanfiguren waren.

Bovendien vertelt de roman niet éen verhaal, maar drie tegelijk. Waarbij de personages bovendien tegen hun schepper ingaan op een gegeven moment. En daarmee ging dit boek vele postmodernistische experimenten van decennia later vooraf.

Ik las de roman eerder in de vertaling van Bob den Uyl — die indertijd zeer chagrijnig was dat de uitgever daarvoor de titel Tegengif koos.

Den Uyl beschrijft ergens ook hoe hij zich voor de vertaling terugtrok in een vakantiehuisje, omdat hij alle rust en concentratie nodig had. Waarop de eigenaar van het huisje bij het zien van Den Uyl’s woordenboeken zei dat iedereen dat vertalen daarmee wel kon.

[ lees al mijn gedachten over At Swim-Two-Birds hier ]


Lucky Luke | week 01
Morris & Goscinny

De komende weken, zo niet maanden, besteedt boeklog aandacht aan de Lucky Luke-strips die geschreven werden door René Goscinny — die wellicht nog beter bekend is van de Asterix-strips.

Afhankelijk van de bron gaat het daarbij om zeker dertig albums, al kunnen dat er ook 39 worden, uiteindelijk. Maar wellicht ben ik na tien al uitgelezen. Of is er niets nieuws meer te schrijven over de boeken. Lucky Luke was geen jeugdheld van mij.

boeklog 7 vi 2013


Intuition Pumps
Daniel C. Dennett

Leesprojecten waren er genoeg dit jaar. Alleen schreef ik daar bijna niet over op eamelje.net. Enkel boeklog toonde dat ik soms hele reeksen boeken las van of over éen auteur.

Golo Mann’s leven werd bekeken. Leven en werk van Bruce Chatwin is gewogen. René Goscinny’s scenario’s voor Lucky Luke. En zo was er wel meer.

Maar omdat ik zo pijnlijk bleef steken in Flann O’Briens At Swim-Two-Birds werd verder geen boek besproken op hoofdstukniveau. Terwijl dat een aantal keren eigenlijk wel gemoeten.

Darwin’s Island van Steve Jones had een paar duizend woorden aan aandacht verdiend, in plaats van de paar honderd die ik er inderhaast aan gewijd heb. Bijvoorbeeld.

Daarom pak ik de draad van mijn publieke leesprojecten op met Daniel C. Dennett‘s Intuition Pumps; and Other Tools for Thinking.

Dennett is een filosoof die ik doorgaans niet heel goed kan lezen — van wie de terzijdes me doorgaans ook meer bieden dan de hoofdlijnen in zijn essays. Maar dit boek belooft toegankelijker te zijn dan zijn normale werk. Bovendien zou hij er nuttige wenken in geven om beter na te leren denken.

En beter kunnen nadenken, wie wil dat nu niet?

Zonder daarbij niet ook ineens het vele te zien dat voor het eigen gezond beter ongezien had kunnen blijven, zo denk ik dan.

[ Lees al mijn overwegingen bij Intuition Pumps hier ]


De man die… | The Man Who…
een tijdelijk experiment

Nieuwe boeken vinden om te lezen, vormt nooit een echt probleem voor mij. Het punt is eerder dat ik vrees mijzelf te zelden nog te verrassen met mijn boekenkeuzes. Die zijn aan de veilige kant. Nooit lees ik iets dat heel erg slecht is.

Dus om mijzelf te prikkelen moest er maar eens iets.

De moeilijkheid is dan om een leesprojectje te bedenken met boeken die daar door een grote mate van toeval in terechtkwamen.

Want zou ik een tijdlang alleen vrouwen lezen, of Zwitsers, of mensen die pas na hun vijftigste debuteerden, of een ranglijst aflopen met toptitels die anderen al eens opstelden bijvoorbeeld, dan ga ik toch weer kiezen.

Enkel boeken uit een serie lezen van heel verschillende auteurs — zoals de reeks privé-domein — probeerde ik al eens. Dat mislukte. Toen bleek dat er een groot nadeel zat aan egodocumenten; alleen autobiografische teksten lezen is niet heel boeiend.

Daarom probeer ik in februari 2014 een maand lang alleen boeken te lezen waarvan de titel begint met dezelfde drie woorden: ‘De man die…’; ‘The Man Who…’; ‘De man dy’t…’; of ‘Der Mann der…’. Daar bestaan er namelijk honderden van. En enkele stonden al op de lijst om nog eens te lezen.

Het zou met meer voorbereiding dan die tien dagen van nu, en met een veel groter budget dan normaal, waarschijnlijk heel goed mogelijk zijn om een heel jaar lang enkel boeken te lezen met titels die beginnen met de woorden ‘De man die…’; of een anderstalige variant daarop. Wat dan weer de vraag oproept waarom er zo veel boektitels zijn die met dezelfde drie woorden beginnen.

Voor feministen zou dat waarschijnlijk een vraag niet eens zijn.

Maar zouden de meeste van die titels misschien noodoplossingen vormen? Eerder beschrijvingen geven van de inhoud dan iets anders doen?
 

Q Heb je al iets beters gevonden voor je boek dan die vreselijk ingewikkelde werktitel?
A Nee.
Q Goed. Waar gaat het boek dan over, volgens jou? In éen zin?
A Over een man die spijkers op laag water zoekt.
Q Dan noemen we het voorlopig ‘De man die spijkers op laag water zocht‘, tot er iets beters is

 


The Histories | in negen afleveringen
Herodotos

Tweemaal las ik de afgelopen jaren een boek dat eigenlijk ging over een ander boek, van 2.500 jaar geleden. Zowel Ryszard Kapuscinski als John Marozzi schreven persoonlijk gekleurde hommages aan de Historieën van Herodotos, die bij hen even de meeste rijke tekst ooit leek.

Herodotos was namelijk niet alleen de eerste historicus — hij was ook nog eens de eerste reisschrijver daarbij.

Maar het sec lezen van zijn werk vergt een leesprojectje van zeker twee maanden, zo vrees ik. Want in totaal zijn er negen boeken overgeleverd van Herodotos. En die gaan allemaal voornamelijk over oorlog — over datgene dus waarin voor mij de eeuwige domheid van de mensheid zich het meest duidelijk toont.

Moesten de verhalen daarnaast wel heel goed zijn, wil het eigenlijke boek nog een beetje boeien. Want ik bepaal toch altijd zelf of de tekst mij aanstaat. Kan Herodotos nog zulke grote bewonderaars hebben gehad. Mag zo’n 2.500 oude tekst nog altijd in druk zijn. Maakt het niet uit dat de recente vertaling naar het Engels door Tom Holland overal geprezen wordt om de levendigheid.

Het projectje leverde in elk geval nu al op dat ik me even kon verdiepen in het werk van Coralie Bickford-Smith, die bovenstaand omslag ontwierp, en voor Penguin nog veel mooiere ontwerpen maakte ook.

[ Lees al mijn overwegingen bij The Histories hier ]


Stiller | in etappes
Max Frisch

Leesproject voor de maand maart 2015 wordt de roman Stiller van Max Frisch uit 1954. Ook dit is weer een dik boek dat me eerder grote moeilijkheden opleverde. Ik weet zelfs niet of ik het ooit heb uitgelezen.

En waarschijnlijk heeft dat te maken met het onderwerp.

Als lezer heb ik nu eenmaal een vreemde allergie voor alles wat dubbelgangers te maken heeft. Want wat is dat toch een versleten motief. Na wat de oude Grieken daar al over bedachten, is hoogstens met de Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde daar nog eens een nieuwe variant op gekomen. Want Stephenson ging net iets verder dan het oude idee dat iemand met een ander hoedje op, en kleren aan die niet bij zijn sociale klasse hoorden, al onherkenbaar iemand anders zou zijn.

Toch zal dat niemand weerhouden om niet ook nog het dubbelganger-motief te gaan gebruiken in romans over klonen, of met machines die alle menselijke geheugen overnemen — Houellebecq verkende dit namelijk al. En deed dat slecht.

Bij Max Frisch is Stiller de achternaam van de hoofdpersoon in de roman. Zelfs beweert dit personage evenwel White te heten, en Amerikaan te zijn; geen Zwitser.

Naast een onbetrouwbare verteller heeft het boek dus ongetwijfeld veel vragen over wat dat is, identiteit. Want dat fascineerde Frisch nu eenmaal.

[ Lees al mijn overwegingen bij Stiller hier ]


Duddy & Augie | een verwarring
Richler vs Bellow

Het lijkt me niet waarschijnlijk dat er ook maar iemand met hetzelfde probleem kampt. Mij plaagt alleen al een tijd dat ik twee romans in mijn herinnering totaal niet uit elkaar kan houden.

Moest ik in kort bestek na vertellen waar Saul Bellow’ roman The Adventures of Augie March over gaat, dan luidt die samenvatting namelijk niet anders dan die van Mordechai Richler’s The Apprenticeship of Duddy Kravitz.

De enige verschillen die ik nog benoemen kan is dat Richler’s boek zich hoofdzakelijk in Montreal afspeelt, en Bellow voor Chicago koos als grootstad. Ook is Mordechai Richler aanmerkelijk humoristischer. In mijn herinnering tenminste.

Beide boeken beschrijven alleen ook de Bildung van een Joodse jongen uit een lagere klasse, die zich maatschappelijk wat weet op te werken. De jongens streven rijkdom na. Wat dan niet altijd op een manier verloopt die mag volgens de wet. Speelt er ook nog liefde vanzelfsprekend — die een schrijnende liefde is.

Beide boeken zijn picaresken daarbij.

In de zoveelste jaargang van mijn reeks leesprojecten ga ik daarom proberen eens iets anders te doen, door twee romans parallel geschakeld te lezen. Geen idee of dit kan. Geen idee of ik daardoor juist deze boeken niet nog meer met elkaar ga verwarren.

Ik hoop domweg op het effect dat zich vaker voordeed bij serieel lezen; dat beide boeken beter te beschrijven zijn omdat er ineens een degelijke vergelijking mogelijk is.

[ Lees al mijn gedachten over Augie March en Duddy Kravitz hier ]


Zen and the Art of Motorcycle Maintenance | in delen
Robert M. Pirsig

Tijd om weer eens wat boeken te gaan lezen waar ik eigenlijk tegen aan hik. Om mijzelf huiswerk te geven, op een manier die dragelijk is, door de leeslast per week te beperken tot een tal pagina’s dat makkelijk behapbaar blijft.

Eén van de boeken die ik nodig herlezen moest, is Robert Pirsing’s Zen and the Art of Motorcycle Maintenance. Omdat ik daar bij eerste lezing in de jaren tachtig lang alles niet van begreep, en toch onder de indruk was — maar misschien wel daarom.

Sindsdien kwamen er nogal wat meer boeken op mijn pad over filosofie, en heb ik mij zelfs bezondigd aan colleges in de wijsbegeerte. Waarop er van de weeromstuit nogal een weerzin groeide tegen filosofen en hun neiging om hun ideeën over de werkelijkheid heen te projecteren en die daarmee dan te vervangen.

En toch blijven de quotes uit Pirsig’s Zen die ik zo af en toe tegenkom online mijn nieuwsgierigheid prikkelen.

Quality . . . you know what it is, yet you don’t know what it is. But that’s self-contradictory. But some things are better than others, that is, they have more quality. But when you try to say what the quality is, apart from the things that have it, it all goes poof! There’s nothing to talk about. But if you can’t say what Quality is, how do you know what it is, or how do you know that it even exists? If no one knows what it is, then for all practical purposes it doesn’t exist at all. But for all practical purposes it really does exist.

zen and the art of motorcycle maintenance