Duddy & Augie | week 2
Richler vs Bellow

Een plan voor dit jaar was om alle boeken van Bellow te herlezen waarin de naam van de hoofdpersoon in de titel staat. Alleen ziet het er naar uit dat ik al in de eerste steken blijf. Want streven is weliswaar iets moois, maar de benodigde inspanning moet dan ook wel iets opleveren.

En The Adventures of Augie March interesseren me hoegenaamd niet. Op dit moment. In die roman staan te veel woorden in die er niet toe doen, in mijn beleving.

Wellicht komt die weerzin door het contrast met The Apprenticeship of Duddy Kravitz; dat wel een zeer vlot verteld boek is.

Hoewel ook dat boek niet helemaal probleemloos leest. Want voor Duddy Kravitz vooruit kon komen in de wereld, plaatste zijn schepper hem eerst voor problemen. En dan blijken zelfs de altijd zo vriendelijk lijkende Canadezen niet vrij van antisemitisme te zijn.

En ik wil ook daar niet altijd over lezen — hoe handig Duddy Kravitz zich overal uit mag draaien.

[ Lees al mijn gedachten over Augie March en Duddy Kravitz hier ]


Citaat van de dag | 0425

Volgens het McKinsey rapport is de kans groot dat juist hoge hypotheekschulden van huishoudens opnieuw een crisis gaan veroorzaken. Hoge private schulden zorgen er verder voor dat de recessie die er op volgt dieper is en langer duurt omdat huishoudens die tot hun nek in de schuld zitten geen toegang meer hebben tot nieuwe kredieten, moeite hebben met het terugbetalen van hun lening en zich gedwongen zien om hun consumptieve uitgaven verminderen. Bovendien kijken velen tegen een negatieve woningwaarde aan ten opzichte van hun hypotheek. Huishoudens met hoge schulden zijn kwetsbaarder bij veranderingen in inkomen of werkloosheid en bij stijgende kosten voor bijvoorbeeld zorg, belastingen, wonen, pensioenopbouw en, niet te vergeten, rente. Zeven landen worden in het rapport met name genoemd. Het zijn landen waar de hoge hypotheekschuld van huishoudens momenteel om eerder genoemde redenen mogelijk als ‘unsustainable’, onhoudbaar wordt bestempeld. Bovenaan die lijst staat Nederland.

Maartje Martens, ‘Meer hypotheekschuld leidt niet tot meer welvaart,
maar hindert economisch herstel’


Wachten
Te fietsen | week 17

Aantekeningen als deze, over fietsen, hebben soms nog een onverwacht nut. Ik was bijvoorbeeld blij om te lezen dat in 2013 het voorjaar ook aan de kille kant was. Waardoor het tot in mei duurde voor ik mijn winterspullen durfde op te bergen.

Dus is het niet vreemd deze week nog met handschoenen aan te hebben gefietst.

Wat deze kennis alleen niet doet, is het verschil in beleving verklaren tussen het fietsen in de zomer, en het fietsen in de winter.

‘s Zomers is het niet vreemd om na het avondeten nog even een rustig rondje te doen, en dan hup spontaan veertig, vijftig kilometer af te leggen. Zelfs een ontspannen ritje van honderd kilometer kan er dan weleens tussendoor glippen.

In de winter kan de gedachte om naar buiten te gaan en daar op een fiets te stappen al te zwaar zijn. Nogal wat van mijn winterse kilometers zijn verreden desondanks; om soepel te blijven draaien, niet omdat ik daar verder ook maar iets aan beleefde.

En hoewel mijn fietsen een fietsen op gevoel moet blijven, groeit er ondertussen dus wel nieuwsgierigheid naar net wat kennis meer. Hoeveel waarheid zit er bijvoorbeeld in het idee dat een rit van 65 kilometer bij temperaturen onder de 6° à 7° Celsius aanzienlijk meer energie kost dan een zomeravondtoertje van honderd kilometer plus?

Terwijl ik ‘s zomers ook nog eens 20% sneller fiets?

Er zijn dan vanzelfsprekend meters te koop, die tonen hoeveel Watts een fietser trapt. Maar afgezien van de hoge prijs van dergelijke technologie denk ik dat die het antwoord me niet eens geven kan. Want, er speelt ook nog een duidelijk maar onmeetbaar mentaal aspect. Zonder enige inspanning met een redelijke snelheid fietsen is bijvoorbeeld domweg leuk. Omdat alles dan zo vanzelf lijkt te gaan.

En leuk maakt alles zo veel lichter.


Citaat van de dag | 0422

Terwijl de kwetsbaarheid van computersystemen me zeer aan het hart gaat: een cyberversie van de wapenwedloop propageren is niet de oplossing. Dat pad zadelt ons op met geheime diensten die doelgericht gaten in software laten maken, met spionagediensten die permanent hun bevoegdheden misbruiken, met massasurveillance die tijd, geld en aandacht vreet en amper iets oplevert, met ondoorzichtige en warrige systemen.

Karin Spaink, ‘Cybergruwelen’


Klaas kwam niet
Willem Frederik Hermans

[…] Hermans vanuit Parijs over Nederland of de Nederlanders zien klagen, maakt hem kleinzielig, wat slechts een opvallend kleine stap is tot zielig. Hoe waar zijn conclusies daarbij soms ook zijn mochten.

En dat lijkt me niet eens het enige bezwaar.

In Klaas kwam niet staan bijvoorbeeld twee lange kritische beschouwingen over Popper. Waarbij Hermans de wat merkwaardige positie inneemt om Karl Popper allereerst te beschouwen als het licht debiele neefje van Ludwig Wittgenstein, […]

boeklog 22 iv 2015


Citaat van de dag | 0421

Onze democratie is heel zwak. Dat zie je ook aan het gedoe rondom met Rutte 1 en Rutte 2. Maar daarvoor ook met de kabinetten. Sinds 2010 hebben we weet ik niet meer hoeveel verschillende kabinetten gehad. De politiek is heel erg zwak en slaat wat wild om zich heen in de richting van rechtsstatelijke uitgangspunten.”

“De spanning tussen democratisch bestuur en de rechter wordt steeds groter. Dat is niet goed. Dan krijg je steeds meer dat de politiek zegt dat de rechter voor zijn beurt praat en dat is helemaal niet zo.”

Brenninkmeijer: Nederlandse rechtsstaat faalt op alle fronten’


Citaat van de dag | 0420

Dat is een belangrijke karakteristiek: de staat die zijn surveillance legitimeert door te waarschuwen voor de dreiging van een derde partij, die ons, als de staat niet ingrijpt, schade zal berokkenen. De molenaar die het ongedierte niet bestrijdt, de pedofiel die in een chatbox onze kinderen verleidt, de uitkeringsfraudeur die het verpest voor de goedwillenden en de terrorist die de samenstelling van een explosief googelt. De woorden ‘fraude’ of ‘terrorisme’ zijn het Sesam-open-u van de privacy; noem ze en ons privéleven wordt openbaar en onze grondrechten verdampen. De al dan niet fictieve Dritte im Bunde bedreigt, als hij de ruimte krijgt, ons welzijn en onze individuele vrijheid. En om onze vrijheid op lange termijn te beschermen, maakt de overheid zich er op korte termijn meester van.

Aan het monsterverbond dat is gegroeid tussen burger en overheid, ligt de angst voor een derde ten grondslag – angst die levend gehouden en aangewakkerd moet worden om effectief te zijn. De overheid gedraagt zich als een pooier, die beschermt wie zij in feite gijzelt:

Tommy Wieringa, ‘Niemands meester, niemands knecht
Kousbroeklezing 2015′


Nooit meer wachten
Te fietsen | week 16

Het is goed dat de belangrijkste wielerwedstrijden op zondagmiddag worden verreden. Dan maakt het niet zo veel uit als ze tegenvallen. Een rustig middagdutje is ook heel mooi.

En tegenvallen doen de professionele wielerwedstrijden tegenwoordig altijd. Omdat de meest kansrijke deelnemers steevast blijven wachten tot de laatste kilometers. Zodat een TV-uitzending die vier à vijf uur kan duren doorgaans hoogstens vier à vijf minuten iets van spanning brengt.

Enkel Gent – Wevelgem dit jaar week van dat stramien af. Wat dan alleen kwam omdat het zo hard waaide dat de renners spontaan van de weg af dwarrelden. Want op hoge velgen bleven ze rijden, ondanks de wind.

Dus ligt eigenlijk al vast dat de mooiste wielerwedstrijd van 2015 al verreden werd.

En gezien de protesten van de deelnemers naderhand over het gevaar onderweg bestaat er een aardige kans dat er zelfs nooit meer zo’n koers zal komen.

Een paar weken later kropen dezelfde protesterende renners overigens onder gesloten spoorbomen door. Seconden voor er een TGV langs vloog.

Maar als het peloton niet rijden wil, noch het parcours de wedstrijd maakt, moet het dus wel van het weer komen om nog iets aan strijd te zien; en daarmee onverwachte ontwikkelingen te krijgen. Is het ineens bijna jammer dat er zo weinig in winterweer wordt geracet.

Dus komt er ineens een einde aan een heel tijdperk. Waar ik voorheen nog zei nooit meer televisie te kijken op het moment dat een programma wordt uitgezonden, op de rechtstreekse sportuitzendingen na, is ook die laatste uitzondering weg. Nooit wil ik meer wachten tot het misschien nog eens spannend wordt.


Quote of the Day | 0418

After the tyranny of the military dictatorships he realised that the armed road had been a disaster, that the Cuban revolution could not be imitated blindly. The birth of new social movements and the Bolivarian victories were both a source of inspiration and concern. He did not want to see old mistakes repeated. Whenever we met this was very strong in him. We were not simply defeated by the enemy, he would insist, but also, to a certain extent, by ourselves. Revolutionaries are not infallible.

‘My hero: Eduardo Galeano by Tariq Ali’


Quote of the Day | 0417

How to respond, then, to this now permanent condition of overproduction? With cheerful skepticism. With gratitude for those rare occasions when we come across a book that speaks to us personally. With forgiveness for those critics and publishers who induce us to waste our time with some literary flavor of the day. Absolutely without indignation, since none of this is anyone’s particular “fault.” Above all with a sense of wonder and curiosity at the general and implacable human determination (mine included) to fill endless space with dubious mental material when life is short and there are so many other things to be done.

Tim Parks, ‘Too Many Books?’


Duddy & Augie | week 1
Richler vs Bellow

Plannen bedenken blijft mooi, alleen wacht er dan ook altijd de uitvoering nog. En die bepaalt pas of leuke ideeën werkelijk haalbaar zijn.

Meteen al bij het begin van mijn geplande parallelle leesestafette is duidelijk dat de gehoopte aanpak nooit werken zal. De toon van de te vergelijken boeken verschilt daarvoor te veel.

Richler’s Apprenticeship of Duddy Kravitz is een puur leesboek, dat me geen enkele moeite kost om door te nemen. De hoofdstukken zijn kort. En ze brengen veel dialoog. Zonder enige inspanning las ik in éen keer meteen al bijna een derde uit.

Saul Bellow’s Adventures of Augie March daarentegen riep direct die ene kritische opmerking weer in gedachten van Joseph Epstein. Bellow is geen schrijver om te herlezen. Slechts bij de allereerste kennismaking met een roman van hem kan zijn taal diepe indruk maken. De tweede keer al lijkt al die taalpracht leeg.

Een illusionist als Hans Klok moet het ook hebben van windmachines en mooie assistentes, om het publiek te doen laten geloven dat er heel wat te gebeuren staat.

The Adventures of Augie March is kortom een moeizamerd — en daarmee typisch een boek voor de gebruikelijke leesproject-aanpak. Daar zal ik me nog vier weken mee bezig moeten houden. Richler’s klassieker is dan al heel lang uit.

[ Lees al mijn gedachten over Augie March en Duddy Kravitz hier ]


Identificatie
Te fietsen | week 16

Sinds Steve Abraham door een idioot op een brommer van zijn fiets werd gereden, is mijn belangstelling voor de tijdrit van een jaar verdwenen.

Ergens ver weg, in de VS, rijdt Kurt Searvogel weliswaar elke dag nog zeker tweehonderd mijl — hij zal ook wel moeten. Maar interessant is dat niet meer.

Begon ondertussen in Australië een derde kandidaat aan zijn poging om zo veel mogelijk kilometers als mogelijk te fietsen in een jaar. Miles Smith luidt zijn naam. ‘Go Miles’ heten daarom zijn Facebook-pagina en website; nomen lijkt weer eens omen.

Smith kiest voor een iets elementairder aanpak dan Abraham of Searvogel. Hij gaat gewoon dezelfde weg het hele jaar door op en neer rijden. En goed, dat is dan wel een weg met een lengte die in Nederland zo niet bestaat.

Daarbij heeft hij in zoverre gelijk dat het makkelijker fietst op bekende wegen dan op onbekend terrein. Schijnt deze ‘Beach road’ ook nog dagelijks vele andere fietsers te trekken. Zodat hij er allicht met regelmaat gegangmaakt kan worden.

Kende hij deze weg bovendien al van het dagelijkse forensen — waarvoor hij 155 km op een dag reed.

En toch zegt ook zijn poging me weinig.

Ik weet domweg niet hoe het is om in Australië te fietsen.

Wat me beviel aan Steve Abraham’s poging was hoe makkelijk het was om me met hem te identificeren. Het weer dat hij had, was hier ook; of anders kwam dat wel een dag later. Als hij in het hartje van de winter in het donker op zijn fiets stapte, was het ook hier nog nacht. Te vaak ben ik blij geweest in januari en februari dat er voor mij niets moest. Empathie telt.

Speelt met de pogingen in de VS en Australië ook nog mee dat die in heel andere tijdzones plaatsvinden. Dat pas lang achteraf duidelijk is wat er gebeurde.

Abraham was een beter mens dan ik ooit zijn kon. Hij reed opdat ik niet hoefde. Die andere fietsers zijn eerder freaks.


Nico Frijda [1927 — 2015]

Boeklog over Psychologie heeft zin:

Voor mijn ideeën over de geschiedenis van het ik is allereerst de relativering van belang dat zoiets basaals als de menselijke emotie door de tijd heen kan verschillen; en zowiezo nu al per plaats verschilt.

VPRO Marathoninterview met Frijda uit 1999.


Eduardo Galeano [1940 — 2015] ii
in memoriam

Als in korte tijd twee bekende schrijvers sterven, en iedereen het enkel over die andere dode heeft, wiens werk mij nooit zo veel zei, dan dwingt dat tot enige reflectie.

Eduardo Galeano heeft toevallig dezelfde sterfdatum als Günter Grass [1927 — 2015]. Grass kreeg alleen die Nobelprijs wel, en diens werk is wel verfilmd.

Bovendien was Günter Grass er op school al. Waar zijn romans op een verplichte leeslijst Duits stonden, samen met die van de andere Duitse Nobelprijswinnaar met een monosyllabe als naam. Waarmee me dus ingewreven werd dat hun werk enorme kwaliteiten had; zelfs als ik die misschien nog niet kon zien.

Maar dat zien lukte me ook later niet. Toen ik eindelijk ontsnapt was van de wurgende invloed van al het genoten onderwijs. Hoeveel moet een zelfstandig denkend mens wel allemaal niet afleren na school?

Grass’ noch Böll’s boeken waren voor mij bedoeld. Domweg. Die stonden toch te vaak in het teken van een Vergangenheitsbewältigung mij vreemd.

Niet dat ik wel het ideale publiek was voor Galeano’s werk. Maar Eduardo Galeano is voor mij misschien wel de beste illustratie dat een auteur kan boeien ondanks wat er allemaal op hem aan te merken valt.

Mijn kennismaking met Galeano verliep een kleine vijfentwintig jaar terug via Het boek der omhelzingen. Dat is een bundel ultrakorte verhalen met proza van een kracht die zelfs poëzie vrijwel nooit weet te halen.

Vergelijken met deze Galeano zijn zelfs andere minimalisten enorme ouwehoeren. Zwijg ik liever over het aangedikte en opgeblazen proza in de doorsnee roman.

Zijn reputatie als schrijver versterkte zich voor mij doordat de enige boeken van hem in de handel de Kroniek van het vuur was. Drie delen zijn dat vol vignetten met nooit eerder geschreven geschiedenis, over Latijns-Amerika. Toevallig verramsjte De Slegte die boeken net op dat moment. Hij was in Nederland alweer uit de mode.

Nam ik de rest van dat oeuvre op de koop toe. Tot Voices of Time verscheen, in 2007,en de meester van het ultrakorte verhaal zich eindelijk weer toonde.

Galeano’s taal heeft de mijne onnoemelijk verrijkt — omdat ik zonder te weten nogal eens formuleringen van hem overnam. Geen andere schrijver ooit heeft zo’n directe invloed gehad. Dat alleen al.


Gitaarvissen en banjoklokken
Willlem Frederik Hermans

[…] Toch komt een aantekening over zo’n live-show voor in het dagboekje Gitaarvissen en banjoklokken. Hermans merkt daarbij op dat de meisjes ‘kegeltjes van metaalpapier over haar tepels’ dragen. […]

boeklog 13 iv 2015


Vagamundo
Eduardo Galeano

[…] In deze bundel wordt in telkens strijd gevoerd — alleen blijft telkens wel buiten de vertelling tegen wie deze strijd dan is; en zelfs in welk land alles zich afspeelt.

Enkel het slotverhaal onttrekt zich aan deze regel; dat lijkt me een autobiografisch stuk, over hoe Eduardo Galeano uiteindelijk het hele continent moest ontvluchten door naar Barcelona te gaan. […]

boeklog 21 i 2015


Eduardo Galeano [1940 — 2015]

Gestorven, een auteur die de taal zo onder druk wist te zetten dat zijn weinige zinnen konden schitteren en snijden als diamant.

Maar vanzelfsprekend vindt de wereld vandaag de dood interessanter van Grass.
 

Boeklog over Galeano


Citaat van de dag | 0413

liefst 17 miljoen m2 van het kantooroppervlak in Nederland is overbodig. Dat is zo’n 30% op het totaal van 54 mln m2 aan kantoorvloeren in Nederland. Dat meldt het FD op basis van onderzoek van OfficeRank dat maandag wordt gepubliceerd. Het bedrijf schat dat het overschot aan kantoorruimte een marktwaarde vertegenwoordigt van €22 mrd.

Groot en groeiend structureel overschot kantoorruimte


Hel van het Noorden
Te fietsen | week 15

Op een fietsvakantie lang terug heb ik nog eens een pelgrimage gemaakt naar het Bos van Wallers-Arenberg — éen van de beruchtste hobbelpassages uit de wielerwedstrijd Parijs – Roubaix. En ja, de stenen lagen er slordig bij daar. Alleen maakte dat niet per se uit, omdat het pad slechts éen keer per jaar serieus werd gebruikt. Tijdens de koers Parijs – Roubaix. Op alle andere dagen sloot een slagboom de toegang af.

En een weg tijdens een fietswedstrijd is toch een heel andere weg dan op zo’n willekeurige andere dag. De fantasie moet stevig aan het werk om nog iets bijzonders te zien in verlaten plaveisel. Hoe beroerd dat er ook bij liggen mag.

Hoogstens bij beruchte berghellingen voelt het als een prestatie om over dezelfde weg te rijden als beroemde profwielrenners hebben gedaan.

Tegenwoordig weet ik dat het gevoel van Parijs – Roubaix ook vlak bij huis te vinden is. De regionale fietsinfrastructuur ligt er met regelmaat knap beroerd bij. En dan gaat het zelfs om doorgaande wegen. Niet enkel om de paadjes achteraf, waar hoogstens landbouwverkeer langskomt, zoals in die wielerwedstrijd.

Eerder schreef ik ook al daarom het liefst op banden te fietsen waar wat lucht in kan; om als stootkussen te dienen; dat mijn banden aanzienlijk breder zijn dan die de wielrenners gebruiken.

En op dit uitspraak moet ik inmiddels toch wat terugkomen. Mijn vlugste fiets staat namelijk op harde vouwbandjes met een breedte van amper een inch. Alleen is me iets merkwaardigs aan deze banden opgevallen. Die rollen pas lekker als ik enige snelheid heb ontwikkeld. Onder de 25 km/u zijn ze veel te botserig, en daarmee naar. Een slecht wegdek wordt daarmee pas echt slecht.

Grote delen van het jaar is het alleen niet mogelijk om die snelheid makkelijk te halen. Dan is het weer er niet naar. Alleen probeer ik dan ook weleens vlug te fietsen. Op die dunne bandjes.

Nooit heb ik een grotere hekel aan scheef liggende klinkers dan dan. Nooit is mijn oordeel over de wegbeheerders stelliger.


Noch einmal für Thukydides
Peter Handke

[…] Het was met deze uitgave alsof Handke telkens een foto, of zo’n Vine video van vijf seconden, navertelde in woorden. Nadruk leggend op details die anders ongezien zouden zijn gebleven.

Alleen gebeurt er niets bijzonders in dat beeld — voor mij als lezer tenminste. […]

boeklog 12 iv 2015


Duddy & Augie | een verwarring
Richler vs Bellow

Het lijkt me niet waarschijnlijk dat er ook maar iemand met hetzelfde probleem kampt. Mij plaagt alleen al een tijd dat ik twee romans in mijn herinnering totaal niet uit elkaar kan houden.

Moest ik in kort bestek na vertellen waar Saul Bellow’ roman The Adventures of Augie March over gaat, dan luidt die samenvatting namelijk niet anders dan die van Mordechai Richler’s The Apprenticeship of Duddy Kravitz.

De enige verschillen die ik nog benoemen kan is dat Richler’s boek zich hoofdzakelijk in Montreal afspeelt, en Bellow voor Chicago koos als grootstad. Ook is Mordechai Richler aanmerkelijk humoristischer. In mijn herinnering tenminste.

Beide boeken beschrijven alleen ook de Bildung van een Joodse jongen uit een lagere klasse, die zich maatschappelijk wat weet op te werken. De jongens streven rijkdom na. Wat dan niet altijd op een manier verloopt die mag volgens de wet. Speelt er ook nog liefde vanzelfsprekend — die een schrijnende liefde is.

Beide boeken zijn picaresken daarbij.

In de zoveelste jaargang van mijn reeks leesprojecten ga ik daarom proberen eens iets anders te doen, door twee romans parallel geschakeld te lezen. Geen idee of dit kan. Geen idee of ik daardoor juist deze boeken niet nog meer met elkaar ga verwarren.

Ik hoop domweg op het effect dat zich vaker voordeed bij serieel lezen; dat beide boeken beter te beschrijven zijn omdat er ineens een degelijke vergelijking mogelijk is.

[ Lees al mijn gedachten over Augie March en Duddy Kravitz hier ]