Centrale As | iv
Te fietsen | week 39

Zaterdag fietste ik zo’n anderhalf uur op een vierbaans autoweg. Want dat mocht voor een keertje. De weg gaat officieel namelijk pas op 7 oktober open. Maar de provincie en de betrokken gemeenten wilden voordien toch even aan alle omwonenden kunnen tonen hoe fraai alles er bij lag inmiddels .

Mij viel allereerst op dat er om deze weg, de Centrale As van Nijegaasterhoek naar Dokkum, nog heel wat werk te verrichten is. Door alle nadruk in de media op de afronding van het project wordt voor het gemak genegeerd dat ik als fietser nog geruime tijd overlast zal hebben van bouwwerkzaamheden. Het vijfde jaar op rij zal dat dan zijn.

Heel Burgum moet bijvoorbeeld nog overhoop, omdat de doorgaande weg voortaan langs het dorp loopt, en niet er dwars meer doorheen.

Is er daarmee wel een mogelijkheid bijgekomen om aan de andere kant te komen van het vermaledijde Prinses Margrietkanaal — het water dat Friesland zo principieel in tweeën deelt. De auto’s gaan voortaan onder een aquaduct door.

En ik geef toe vooral op de Centrale As te hebben willen fietsen om toch eens onder dat aquaduct te kunnen rijden. Want fietsen op een autoweg biedt verder niet veel. Dat is rijden in een volkomen prikkelarme omgeving. Expres saai gemaakt opdat die arme automobilistjes niet telkens van alles schrikken.

Ik dan weer had op weg naar Dokkum slechts enkele duizenden langzaam peddelende fietsers in te halen, die de meest onverwachte zwenkingen maakten, of soms domweg stil gingen staan, midden op de weg. Nederlanders wandelen op de fiets.

Het asfalt was fraai evenwel, en de bochten in het tracé zo wijd dat ze bijna niet opvallen. En er welde toch ook enige jaloezie op omdat zo’n ononderbroken route van 21 kilometer duidelijk maakte hoe zeer fietsers als derderangs weggebruikers worden beschouwd. Die hebben overal maar voor alles te stoppen, die krijgen wel altijd volkomen haakse bochten voorgezet, of erger.


Afsluitdijk
Te fietsen | week 38

Is er iets nog typischer Nederlands dan op goede dag helemaal de Afsluitdijk affietsen?

Op fietsgebied hoogstens het NK tegenwind, lijkt me. Want ook buitenlanders nemen de Afsluitdijk.

Ik bewaarde alleen enkele slechte herinneringen aan die dijk. Al begint inmiddels ook door te dringen dat dit komt omdat ik indertijd zulke stukken niet kalmpjes in mijn eentje reed, maar jagend in een roedel jonge mannen.

Viel éen van beide Afsluitdijk-ritten een metgezel ook nog zo beroerd dat hij niet verder kon. Bloed kleurde zijn witte Peugeot shirtje langzaam rood. Alle plezier in het fietsen bij de anderen in éen keer verdwenen, want ineens waren er zorgen.

De hernieuwde kennismaking met de dijk, die eigenlijk een dam is, viel van de weeromstuit nogal mee onlangs. Overigens zonder dat er daardoor plannen rijpen om dat stuk nog eens te fietsen.

Volgens de boekjes meet de Afsluitdijk 32 kilometer, alleen is die dat niet. Het waterkerende gedeelte meet 30 km. En op de fiets voelde het allemaal nog korter. Waarschijnlijk omdat ik eenmaal in Friesland terug het gedeelte tussen de Lorentz-sluizen en de vaste wal niet meetelde.

Startend vanuit Den Oever viel me op dat Het Monument al gauw zichtbaar werd, en daarna duurde het ook niet lang voordat het voormalige werkeiland Breezanddijk opdoemde aan de kim; waarop voor het gevoel slechts even verderop de Afsluitdijk al zichtbaar de kromming naar rechts maakte, die naar het einde verwees.

Was het wel redelijk weer tijdens mijn oversteek, wat scheelt voor het zicht.

Bovendien had ik windje mee — zoals voorspeld was. Anders ook had de hele onderneming niet eens plaatsgehad.

Maar meest opvallend aan dat gedeelte van mijn fietsrit was: je weet wel op een kunstmatig smal stukje Nederland te rijden, alleen voelt dat niet zo. Zicht op de Waddenzee is er bijna nergens. Het fietspad is gewoon een vier meter breed niet bijzonder goed onderhouden pad zoals overal in Nederland te vinden. En tussen jou en het water van het IJsselmeer zit een vierbaans autosnelweg waar ze 130 rijden.

Het idee maakte de ervaring groter dan die was.


Tribe
Sebastian Junger

[…] Junger heeft sinds zijn vuurdoop in Sarajewo 1991 meerdere oorlogen verslagen als journalist. Die ervaringen hebben hem beschadigd. Net als Kurt Vonnegut leed hij aan een posttraumatische stressstoornis (PTSD).

Punt is alleen dat geen PTSD hoeft te blijven duren. Als de omgeving tenminste een beetje medeleven toont, op de goede manier. […]

boeklog 23 ix 2016


Citaat van de dag

Alle middenpartijen – van GroenLinks tot VVD, van ChristenUnie tot D66 – dragen verantwoordelijkheid voor het zoenoffer dat honderdduizenden Nederlanders hebben moeten plengen op het altaar van de begrotingsfetisj. Denk dus nooit meer dat deze partijen uw welbevinden belangrijker vinden dan het begrotingstekort. En vergeet nooit meer dat zij u rücksichtslos in het ravijn zullen duwen als de balans erom vraagt. Het is de reductio ad absurdum van het boekhouden dat in het postideologische Nederland voor politiek doorgaat:[…]

Ewald Engelen, ‘De burger als stelpost’


Tapetenwechsel
Te fietsen | week 38

De eerste keer ergens langskomen op de fiets, is altijd nieuw. Zelfs als vooraf kaarten zijn bestudeerd. Of Google’s Streetview. Enkel de ervaring in het echt telt. En nooit zie ik meer dan bij de eerste kennismaking.

De tweede kennismaking geeft daarom wel een realistischer indruk van zo’n locatie dan de eerste, zo heb ik gemerkt.

Bij een derde en een vierde keer spelen alweer heel andere emoties. En kom ik ergens nog vaker langs dan word ik blind. Tenzij de omstandigheden ineens heel anders zijn. Vaak genoeg vallen de bochten in een weg me pas op in het donker, of bij heel hevige mist.

Alleen rijd ik inmiddels alweer enkele jaren rond op mijn fietsjes. Daarom zijn ondertussen vrijwel alle doorgaande wegen verkend in een ruime straal rond mijn woonhuis. Wat betekent dat ik te vaak bekende banen volg.

Speelt ook nog mee dat er lokaal nogal wat water is, in de vorm van meren, kanalen, en riviertjes, dat dan slechts via een gering aantal routes gepasseerd kan worden. Water komt met fuiken voor het wegverkeer. Dus leiden bijvoorbeeld alle voor mij logische fietsroutes naar Zuid-Friesland via Sloten.

‘In Sloten gaat Friesland op slot’.

Deze zomer had ik er daarom grote behoefte aan om andere landschappen te zien. Met glooiingen bijvoorbeeld. Of heuvels zelfs daarin. Dat betekende wel dat ik grotere afstanden aflegde dan ik gewoon ben te doen. Voor een keer kan dat alleen wel.

Was er toch ook een eenmalige ervaring die maar eenmalig blijven moest. Omdat de verrassing zo’n belangrijk deel uitmaakte van dat moment.

Na de langeafstandfietsroute (LF) langs de Vecht gevolgd te hebben vanaf Ommen, moest ik bij Zwolle nog éen keer over die rivier. Bleek daar een voetveer te zijn, in plaats van de verwachte brug. En dat handbediende pontje nu net daar had ik niet verwacht — want het fietspad werd rommelig, waardoor het veeleer leek of ik verkeerd was gereden, en op particulier terrein was beland.
 


Grunt
Mary Roach

[…] Oorlog is goed voor de wetenschap. Nu ja, sommige wetenschap. Al zijn er altijd onverwachte doorsijpeleffecten. En daardoor is zelfs te beargumenteren dat oorlog de mensheid vooruit helpt. Al vind ik deze gedachte dan weer te vreselijk om ooit zelf te gebruiken. […]

boeklog 19 ix 2016


Psychokiller
Te fietsen | week 38

Fietsen is uiteindelijk een mentale inspanning. Heb ik het wel over fietstochten van enige duur, niet over een ritje naar de buurtsuper om snel even nog een baal chips te kopen voor straks bij de TV.

Vorig jaar was mijn langste rit op een dag er éen van 218 kilometer — en dat vond ik toen bijzonder genoeg om er hier over te schrijven.

Dit jaar ging het in augustus nog straffer, meer dan éen keer zelfs. En heel interessant vind ik het niet meer om het daar in detail over te hebben. Behalve dan dat ik de eerste keer geestelijk een inzinkinkje kreeg toen ik nog honderd kilometer te rijden had, terwijl er tot dan toch al honderdvijftig waren afgelegd.

Toen hielp het om elke vijftien kilometer even van de fiets te gaan, mijn rug te strekken, en paar teugen te drinken, en vervolgens verder te peddelen op een heel licht verzet.

Het regende weleens, laat op die doordeweekse dag. De vakantieperiode was al afgelopen, of liep ten einde. Schuilgelegenheden, zoals Horeca, waren dicht of niet voorhanden in de regio waar ik door moest.

En ik verbeeld me dat die moeizame veertig vijftig kilometer van die ene monsterrit maken dat sindsdien al mijn fietsen met een zeldzaam gemak gaat. Want de wetenschap is nu werkelijk ingedaald dat mijn lichaam geen enkel problemen heeft met een langdurige inspanning. Dat enkel mijn benul zich onnozele vragen kan gaan stellen, over het waarom en het waarvoor — maar dit inmiddels pas gebeurt na al een werkdag onderweg te zijn geweest.

Eerstkomende test of deze theorette klopt, is komend voorjaar. Als ik een langzame en wat moeizame rit maakte dan, om vervolgens te merken dat alle ritten daarna aanzienlijk makkelijker gingen.


Waarom cola duurder is dan melk
Bas Haring

[…] In deze uitgave beantwoordt een buitenstaander, vrijwel zonder enig vakjargon, een groot aantal vragen over economie. Voor zover een antwoord mogelijk is dan.

Wat is een markt en moet-ie vrij zijn? Moet groei? Waar komt geld vandaan? Kunnen de economen nu echt zo’n recessie niet voorspellen? […]

boeklog 14 ix 2016


Quote of the Day | 0914

Why does Gillette need to market so many different kinds of razors and blades?

It’s the “clog the shelves” theory of marketing. Take up more space on the shelves, and you will look like the better product. The benefit is purely psychological.

John C. Dvorak, ‘Samsung’s Galaxy Note 7 Woes Are NOT About the Battery’


Kuifje 10: De geheimzinnige ster
Hergé

[…] De geheimzinnige ster is een oorlogs-Kuifje. Het verhaal verscheen in de kranten tijdens de Duitse bezetting van België. En daardoor kon er ineens heel veel niet meer in de avonturen. Dus speelt het verhaal thuis, en in zoiets onbestemds als ‘op zee’, […]

boeklog 13 ix 2016


Quote of the Day | 0913

Each of us, over a lifetime, has a one-in-113 chance of dying in a car. That’s crazy, isn’t it? So we bolt extra safety devices onto our vehicles, seatbelts and airbags. Those are all great, but they don’t get to the fundamental problem: We drive way too fast to survive collisions. The bottom line is that speeding is one of the major causes of fatal crashes.

In your book, you never use the word “accident” to describe a crash. Why?

They aren’t. Most occur because of choices drivers made. […]

Edward Humes on How Transportation Overkill Is Killing Us


42 x 18
Te fietsen | week 37

Laurent Fignon voelde dat zijn carrière als professioneel wielrenner ten einde liep, toen hij ineens op een minieme versnelling ging trainen. 42 x 18 werd het toen, in plaats van de gebruikelijk 52 x 15 of 16. Een toeristenverzet in zijn ogen.

En in De renner maakt Tim Krabbé een heel nummer over een vergelijkbaar klein verzet. 43 x 19. De versnelling van de onverzettelijke klimmer.

Die getallen bieden een tijdsbeeld. Van toen zelfs beroepswielrenners net zes tandkransjes achter hadden, ofwel twaalf versnellingen in totaal, en elk daarvan met zorg gekozen was.

Tegenwoordig kan iedereen die dat wil alleen achteraan zo al elf tandkransjes monteren.

Tegenwoordig hoor ik ook nooit iemand meer over zijn of haar favoriete versnellingsverhouding. Er is keuze te over. En niet de versnelling bepaalt de pedaaltred meer. Het is krekt andersom. Bij een bepaald beentempo en een zekere inspanning hoort een tandwielverhouding die daarbij de grootste efficiëntie toestaat.

Maar ik ben nog een beetje old school — door mijn voorkeur om op stalen fietsjes te rijden van bijna veertig jaar oud. Want die fietsen hebben soms slechts zes versnellingen achter. Zonder dat die me daarmee ooit het idee geven iets te missen. In bijna heel Nederland kan het met twee, drie versnellingen wel toe. Met hoogstens nog een vierde daarbij voor als er extra veel tegenwind staat.

Zo bezien zijn ook van die amper twaalf versnellingen van mijn geliefde afstandfiets er acht overkill.

En inderdaad blijk ik wel een geliefde versnelling te hebben. De 42 x 17. Daar toer ik overal ontspannen op rond. Pas als het heel lang boven de dertig kilometer per uur gaat, schakel ik eens een versnellinkje zwaarder.

De 42 x 18, of de 43 x 19, ontbreken op die fiets. Een 18 zit er ook niet op. Alleen is dat wel een aantal tanden dat nuttig kon zijn. Want ik kan nu enkel kiezen tussen de standaard 42 x 17, of de 42 x 19 die ik als eerste tegenwindversnelling zie.

En waar voor Tim Krabbé die 19 een klimverzet was, tol ik daar toch echt vrolijk op het vlakke mee, met een kruissnelheid van ruim boven de vijfentwintig kilometer per uur.


Why Be Happy When You Could Be Normal?
Jeanette Winterson

[…] Samenvattingen liegen alleen altijd. Zoals ik het beschrijf lijkt de auteur een soort boek te hebben geschreven over een levenslang worstelen met zichzelf. Zij, die als kind nooit geknuffeld werd. Terwijl deze schrijver het wonder verricht heeft om licht en boeiend te schrijven over een jeugd met Dickensiaanse wreedheden — waarvan het zo merkwaardig blijft dat deze zich afspeelde in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw; en niet in de negentiende. […]

boeklog 7 ix 2016


Scheetje beef
Te fietsen | week 36

Geen klacht van mij over de B17, het klassieke leren zadel van de firma Brooks. Ik wou dat meer in dit leven zo weinig problemen gaf.

Behalve dan dat er nu toch een observatie volgt.

Leer is een natuurproduct. Dat reageert op het gebruik. De B17’s in mijn bezit zijn naar mijn zitbotjes gaan staan. Daardoor zal geen ander heel prettig zitten op de zadels die door mij werden ingereden; behalve als het toeval ons met dezelfde anatomie heeft opgescheept daar onder.

Ook bleek me dat de zadels op den duur bij de punt een lichte afwijking naar rechts kregen. Kostte enige duizenden kilometers, maar dan werd altijd een kleine tordering zichtbaar.

Was die afwijking bij éen zadel opgetreden, dan was mij niets opgevallen. Alleen gebeurde dit dus bij allemaal. Daarom moest het probleem wel door mij zijn ontstaan. Blijkbaar drukt mijn linkerdij anders tegen de zadels dan mijn rechter.

Wat ook heel goed kan. Geen mens is recht. Niemand is perfect symmetrisch. Menig rechterbeen heeft een andere lengte dan het linker-. Alleen valt dit doorgaans pas op als er daardoor problemen ontstaan.

En ondanks de lichte ontzetting bleven de zadels goed zitten. Dus heel druk kon ik me nooit maken over de vraag of ik links anders de pedalen rondtrap dan rechts.

Tot ik een vouwfiets kocht.

Want vouwfietsen doen éen ding anders dan normale fietsen. Bij deze modellen moet de zadelpen makkelijk in hoogte te verstellen zijn, opdat zo’n ding snel tot een klein pakketje ineen te schuiven is.

En die losvaste klemming van zo’n zadelpen zit weleens te los. Dat gebeurt als zo’n klem met regelmaat open en dicht moet. Doorgaans zakt de zadelpen daardoor tijdens het fietsen omlaag.

Ik kreeg alleen een ander probleem. Mijn zadelpunt begon onder het rijden gestaag naar rechts te draaien. Voor eens en voor altijd aantonend dat mijn linkerbeen anders pedaleert dan het rechter. De afwijking bedroeg al gauw zeker een hoek van dertig graden.

Is overigens nog steeds het enige probleem dat die klem rond de zadelpen strak genoeg moet staan.