#TCRNo5
Te fietsen | week 32

De afgelopen week — beginnend op 28 juli om tien uur ’s avonds — vond de spannendste fietswedstrijd van het jaar plaats. Die misschien wel zo spannend is omdat je als volger de beleving zelf moet maken, door naar stipjes op een landkaart online te kijken, en te zien wat foto’s en filmpjes op de sociale media tonen.

En hoewel de ‘race’ nog altijd voort duurt, is mijn belangstelling wel sterk verminderd sinds de eerste fietser de eindstreep passeerde in midden Griekenland.

James Hayden is ditmaal de snelste geweest. Wat hem zeer gegund zij na de pech die hij bij zijn eerste en tweede deelname had gehad. In 2015 viel hij uit met Shermer’s Neck, waarbij de spieren het hoofd niet meer omhoog kunnen houden — een typische blessure voor lange-afstandsfietsers. Vorig jaar moest hij na de eerste dag noodgedwongen 36 uur rusten met een longinfectie; om daarna heel het veld in te halen en alsnog als vierde te eindigen.

De Transcontinental, die dit jaar voor de vijfde keer verreden werd, is zo interessant omdat de wedstrijd pas ruim vierduizend kilometer verderop stopt, aan de finish, en het daarbij zeker niet alleen gaat om wie het hardst kan fietsen. De deelnemers moeten alles op eigen kracht doen, zoals zelf hun route bepalen, en voldoende eten en drinken weten te vinden onderweg, plus nog eens afwegen hoe lang ze slapen iedere dag.

Gezond blijven, en heel, ondanks alle verkeer; dat lang niet overal gewend is aan fietsers, is daarbij al helemaal cruciaal.

Hayden zat gauw eens ruim achttien uur per dag op zijn fiets. Bijna negen dagen lang.

Kwam daar dit jaar nog een hittegolf bij, met daarop flink noodweer, in de regio waar de fietsers door moesten.

Was er alleen dit jaar ook de dood onderweg van Frank Simons, een paar uur na de start al, waardoor het evenement meteen nogal wat glans kwijt was. Terwijl elke fietser weet hoe gevaarlijk auto’s zijn, en het risico altijd daar is.

Inmiddels kan ik overigens de keren dat een auto me bijna dood reed op een nabije rotonde — waar fietsers toch echt voorrang hebben — al niet meer tellen. Het ongeluk zal mij dus waarschijnlijk niet overkomen op een onverlichte gewestweg ergens in Wallonië, op een tijdstip vrijdagnacht waarop de enkele automobilist onderweg waarschijnlijk drank op zal hebben.

Het enige dat rest is om er voetstoots vanuit te gaan dat elke automobilist die op een kruising aan komt rijden blind en idioot zal zijn.


Lichtlopend
Te fietsen | week 31

Mijn hok is een Tetris puzzel. De ruimte is klein. Alles wat er in moet, past weliswaar. Alleen dan wel op slechts éen manier.

Dus was het een kleine ramp toen de gemeente me enkele jaren terug nog een derde vuilcontainer verplichtte, voor de afvalscheiding. En dat ik daarbij toen ook mijn kleine groene container moest inruilen voor een grote, terwijl ik niet eens een tuin heb.

Hielp daarop evenmin mee dat ik tegenwoordig elk jaar wel een nieuw oud fietsje lijk te kopen, om op te knappen.

Containers vullen een ruimte raar — ook al omdat ze een groot deel van de tijd vrijwel leeg zijn. Maar fietsen hebben al helemaal een vreemd formaat om op te bergen. Ze zijn zo lang en hoog, en tegelijk enkel bij het stuur en de pedalen van enige breedte.

Inmiddels hangt zelfs het plafond vol. En daarom ben ik er eindelijk tot over gegaan eens wat zaken weg te doen. Of, in elk geval, om een poging daar toe te wagen. Zo hing daar altijd nog een goudkleurige Batavus Runner uit 1973; een fiets waarop ik jarenlang had rondgereden in een stad waar fietsendiefstal normaal was, waarvan het bezit alleen daarom al een trofee was geworden. Ware het niet dat de Sturmey Archer naaf in het achterwiel nu al decennia geblokkeerd is.

Zin om dat oude ding op te knappen, was er niet echt. Demontage zou het alleen een stuk makkelijker maken om van het lijk af te komen.

En daardoor ‘ontdekte’ ik toch ook nog wel het éen en ander. Zoals het basale gegeven dat de Nederlandse fietsfabrieken, toen die hun fietsen nog bij de honderdduizenden verkochten, sterk bezuinigd hebben op onderdelen. Zo kregen de standaardmodellen wel heel simpele brackets, zonder schroefdraad — anders dan de ooit zo dure sportfietsjes waar ik het liefst aan pruts.

De trapas is daarbij eenvoudigweg vastgezet tussen twee ingeperste kogellagers. Zette een merk als Batavus nog wervend op het frame ook dat de fiets daardoor licht zou lopen.

Hoe zo’n ouderwets inslaglager te verwijderen, evenwel? Bleek me dat dit met een hamer moest. En met daarop heel veel hamerslagen. Ofwel: met bruut geweld.

Die demontage was mede daarom een exercitie in nederigheid. Elke handeling was moeilijker of tijdrovender dan vooraf gedacht.

[wordt vervolgd]


Citaat van de dag | 0728

Zoals het nu gaat, gaat het niet nog twintig jaar goed. Het model dat gebaseerd is op eeuwigdurende economische groei en voortdurende toename van productie en consumptie vernietigt de planeet. Daarbij zal de sociale en economische ongelijkheid alleen maar toenemen omdat dat precies de bedoeling is van het kapitalistisch systeem: winnaars creëren en verliezers. Daarmee wordt de democratie steeds meer een farce. Ik vat het even in mijn eigen woorden voor u samen. En ik ben het er nog mee eens ook, dat is het probleem.

Ilja Leonard Pfeijffer, in: ‘De kracht die van kwetsbaarheid uitgaat


Tour de wrangs xvi
Te fietsen | week 30

Grootste voordeel van mijn groeiende onverschilligheid over professioneel wielrennen als kijksport is: de maandag na een grote ronde komt niet meer met een kater. Wie zich drie weken lang weinig aantrekt van een groot sportevenement elders, dat ’s middags al uren aan televisie inneemt, en ’s avonds nog eens talkshow na talkshow vult, mist na afloop al evenmin iets.

Enfin, mijn gevoelens over de Ronde van Frankrijk zijn ook al even bekend. Saaier tour bestaat er niet. Die wedstrijd is te belangrijk gemaakt, waardoor de grootste kanshebbers vooral rijden om niet te verliezen. En bovendien weten hun ploegleiders alles door de hedendaagse communicatiemiddelen, waardoor hun verdedigende tactiek nog tijdens de etappe kan worden bijgesteld.

Maak de belangen te groot, en de wedstrijd gaat dood.

Merkte ik dit jaar bovendien nog iets anders op. Mijn Fernweh is weg.

In de tijd dat er ook voor mij geen belangrijker sportwedstrijd bestond dan die Tour de France keek ik netzo goed om te zien waar de rijders fietsten. Want zelfs in de romantiek, toen Gele Trui-dragers nog onbekommerd zelf ten aanval trokken, waren er ook saaie momenten in de etappes. En de wielerwedstrijd is ook éen lange TV-spot voor de bekoorlijkheden van het land. Waarbij de commentatoren zelfs de VVV’s nog van dienst zijn, door in hun live-verslag allerlei informatie te geven over bezienswaardigheden onderweg.

Ooit heb ik vakantiebestemmingen gekozen aan de hand van wat ik op TV had gezien. Om aldaar te gaan fietsen, uiteraard. Hoezeer de wegen er ook bergop mochten gaan.

Had ik later bij het TV-kijken nog profijt van ook, als ik soms uit eigen ervaring wist hoe het parcours er bij lag onderweg.

Maar zelfs nu de luchtshots breed in HD op mijn scherm komen, leidt dat verder niet tot enige emotie bij mij. Ik zie de bekoorlijkheden of uitdagingen wel, voor mij als fietser. Lust om die op te gaan zoeken, komt er niet.

Dáar is het niet te vinden, weet ik nu.


Brieven aan Doornroosje
Toom Tellegen

[…] Zo’n verhaal moet daarmee wel uit een tijd stammen dat logica er niet toe deed, en kennis van de biologie al evenmin.

Wel toevallig dat die verkrachtende prins net langskwam tijdens dat paar dagen in de maand dat Doornroosje vruchtbaar was. […]

boeklog 17 vii 2017


Onmogelijkheden
Te fietsen | week 29

Is dan alles geweldig aan een vouwfiets? Heb ik werkelijk niets aan te merken op dit soort fietsen? Ondanks alle compromissen vorig jaar al eens opgesomd?

Nou, vouwfietsen vragen aanzienlijk meer onderhoud dan gewone. Het telkens loshalen en weer vastklemmen van de onderdelen helpt bijvoorbeeld niet echt. Alles wat losgedraaid kan, moet zo af en toe even weer wat steviger worden vastgezet.

Kan al wat scharnieren wil bovendien heel irritant gaan kraken tijdens het rijden. Alle bouten kwistig insmeren met kopervet helpt daar overigens tegen.

En dan nog staat de zadelbuisklem ineens veel losser dan eigenlijk moet, bijvoorbeeld, waardoor je onder het fietsen vervolgens langzaam aan naar onderen zakt.

Blijf ik verder een probleem houden om in het donker het zadel weer op de juiste fietshoogte te zetten, en de zadelpunt daarbij precies naar voren te laten wijzen. Het is vrij moeilijk om een merkteken aan te brengen op een zwarte zadelpen dat én in het halfduister ook zichtbaar is, én niet heel snel wegslijt — bijvoorbeeld doordat de zadelbuisklem niet meer genoeg klemt, en de zadelpen heel langzaam omlaag schuift.

Heeft mijn vouwfiets het standaardbezwaar verder van elke fiets met een terugtraprem, dat het vervangen van een lekke binnenband achter een geklooi is. In plaats van even een snelspanner los te halen, moeten twee asmoeren worden losgedraaid met een sleutel 15, en is er een sleutel 10 en een 5 mm inbussleutel nodig om de remarm los te koppelen. En die moet je allemaal maar net toevallig mee hebben onderweg.

Overigens zijn er wel vouwfietsen met snelspanassen, zoals racefietswielen hebben. Dat zijn dan de fietsen met ook een derailleur. Deze vouwers hebben alleen niet zelden de beperking dat die derailleur vóor de as van het achterwiel is gemonteerd in plaats van erachter, zoals bij normale fietsen. Bij zulke modellen moet je dan eerst de ketting van het voorblad tillen, om het achterwiel eruit te kunnen halen.

Geen probleem natuurlijk voor wie zijn ketting goed schoon weet te houden.

Ook moest ik nodig eens nadenken over de vraag of alles dat nu vouwen kan werkelijk vouwen blijven moet aan mijn fiets. Zo kwam mijn exemplaar met klappedalen, die ik al snel verwijderde — de asjes daarvan zijn nogal kort, en onderhoud leek er niet aan mogelijk te zijn. Het gekozen alternatief, om normale pedalen te gebruiken die met een snelsluiting zijn los te nemen, bezorgt me evenwel ook ergernis. Er komt te makkelijk speling op het mechanisme waarmee het pedaal snel los is te clicken. Dat levert dan bij elke pedaalomwenteling een krijsend protest op van metaal op metaal.

En hoe vaak haal ik de pedalen nu echt van de fiets? Hoeft er bovendien slechts éen af, om een kleiner opgevouwen pakketje te krijgen. Die andere zou dus ook best een gewoon pedaal kunnen zijn.


Buyology
Martin Lindstrom

[…] Zo was daar het gegeven dat de afschrikwekkend bedoelde afbeeldingen en teksten op sigarettenpakjes de rokers niets doen. Want die associëren het zien van zo’n pakje nog altijd eerst met het roken, dat zij zo plezierig vinden. En de belofte van genot overheerst vervolgens alles. […]

boeklog 15 vii 2017


Mogelijkheden
Te fietsen | week 28

Door een grote stad fietsen, had voor mij normaal niets van wat fietsen zo prettig maakt. Er is te veel ander verkeer daar. En er staan stoplichten. Waardoor ik de hele tijd gespitst moet zijn op de fouten van anderen, en nooit een lekker ritme krijg in het ronddraaien van de trappers.

Zo was het tenminste altijd.

Maar sinds ik een vouwfiets heb, is mijn afkeer opvallend verminderd. Helemaal nu er genoeg kilometers zijn afgelegd om die fiets mij volkomen vertrouwd te laten zijn. De vouwfiets past me als een prettig paar schoenen.

Weliswaar is het nog mooier om een vreemde stad eerst per fiets te bereiken, om er daar dan rond te rijden of je er hoort. Maar de vouwfiets weet me toch bijna eenzelfde gevoel te geven. Maakt daarbij niet uit of ik eerst met het openbaar vervoer of een auto ter plaatse ben gekomen.

Ik ben op eigen kracht nieuw terrein aan het veroveren.

Er zit domweg een heel menselijke maat aan dat fietsen, die geen andere manier van vervoer me biedt. Wandelen gaat te langzaam. Een eigen auto of een taxi rijden te snel. Bussen, trams, of metro’s moeten met anderen worden gedeeld, wat niet op elk moment van de dag een plezier is, en brengen de onzekerheid of je er wel op de goede halte uit stapt.

Weet ik bovendien dat een kilometer fietsen me tussen de 2½ en drie minuten kost — daar waar de reistijd met andere vervoersmiddelen veel minder goed voorspelbaar is. Behalve dan het wandelen.

Zo voelt vrijheid dus, binnen alle beperkingen, als jij je daar bewust van wordt.


Veilig leren lezen
Esther Gerritsen

[…] Toch stoort het geen moment dat deze bundel schijnbaar uit solipsismen bestaat. Ondanks dat ‘ik’ het meest voorkomende woord zal zijn in het boek, lijkt Gerritsen met haar overpeinzingen tegelijk naar beschrijvingen te speuren over universeel menselijk gedrag.

Goed, anders dan zij zal ik mijzelf er zelden op betrappen altijd zo veel te praten in gezelschap.[…]

boeklog 11 vii 2017


Quote of the Day | 0710

The Earth has experienced five mass extinctions before the one we are living through now, each so complete a slate-wiping of the evolutionary record it functioned as a resetting of the planetary clock, and many climate scientists will tell you they are the best analog for the ecological future we are diving headlong into.

David Wallace-Wells, The Uninhabitable Earth


Japanners komen nooit te laat
Gijs van Middelkoop

[…] van Middelkoop melkt een andere trope uit in dit boek. Dit is weer eens een verhaal van de vreemdeling in een land ver weg, waar deze plotseling analfabeet wordt omdat daar een vreemd schrift in gebruik is. Houdt de bevolking er ook nog eens andere zeden op na ook. Misverstanden en andere conflictsituaties zullen daardoor automatisch ontstaan. […]

boeklog 9 vii 2017


Citaat van de dag | 0709

[…] het Achtuurjournaal (NOS), dat zich vooral richt op de grote groep mensen die het nieuws niet zo veel interesseert. Die lok je dan met menselijke reportages over onderwerpen die dicht bij hen lijken te staan, zoals de schuldenproblematiek van vrouwen in een Blijf-van-mijn-lijf-huis of de sekspastor van Curaçao. Het kan een nuttige strategie zijn om een breed publiek niet totaal te laten wegdrijven naar fakenieuws op Facebook, maar ik hoef er gelukkig niet meer naar te kijken.

Hans Beerekamp, in: ‘wat hij wel en niet blijft kijken’


De blauwe muze
Manon Uphoff

[…] Zo is het voor mij al een behoorlijk zwaktebod dat Manon Uphoff het enkel over recente TV-series heeft. Die weliswaar op dit moment geweldig kunnen lijken, maar waarover een vraag is hoe ze over twee, drie decennia zullen worden bekeken. Want er is weinig dat zo snel veroudert als film, en dus ook TV-drama. […]

boeklog 7 vii 2017


Quote of the Day | 0704

The first edition of Montaigne’s Essais was published in 1580, at only about a third of its eventual length. He had cobbled it together over the preceding decade. Its audience, argues Desan, was really just one man: King Henry III. Montaigne wished to be appointed an ambassador, and he thought his book would help.`

Robert Minto, ‘The Myth of the Apolitical Montaigne’

Boeklog over Montaigne