Uit de school
Graa Boomsma

[…] In Uit de school is auteur Graa Boomsma vaag over zijn motivatie voor de klas te willen staan. Hij gebruikte de toelichting vooral voor een anekdote over hoe hij op een middelbare school in de Bollenstreek belandde en daarbij om te tonen hoe wanhopig de schoolleidingen zijn tegenwoordig. Boomsma hoefde niet eens te solliciteren voor zijn betrekking.

Dat hij ooit gratis, bij zijn afstuderen aan de VU, een eerstegraads-bevoegdheid had gekregen voor het leraarschap volstond namelijk wel. […]

boeklog 25 v 2015


Citaat van de dag | 0525

Economie probeert twee dingen te zijn: een methodologie en een studiegebied. Maar je kunt niet allebei zijn.

Brett Scott, in: ‘Geld verbindt mensen niet’


Elfstedentocht
Te fietsen | week 22

Geen uitnodiging heb ik vaker afgeslagen dan om samen de Fietselfstedentocht te gaan rijden. Op Tweede Pinksterdag. Want dat is mijn leuk domweg niet. Waarmee ik niets zeg over de vijftienduizend die wel tegelijk die 235 kilometer gaan rijden.

Want ik kan me best voorstellen dat zo veel gezamenlijkheid aardig is. Of dat het helpt om een duurinspanning te verrichten als een heleboel anderen daar op datzelfde moment ook mee bezig zijn.

Of zelfs dat het iemand opvrolijkt om een dorp of stadje binnen te rijden, en daarbij dan begeleid te worden door een hoempa-bandje.

En juist omdat degenen die de Fietselfstedentocht nog eens willen rijden zo enthousiast zijn over het evenement, is het al gauw onbeleefd om een vriendelijk bedoelde uitnodiging af te slaan.

Misschien moest ik daarom toch eens opschrijven waarom deelname aan dat evenement bij mij instinctief al huiver oproept. Dat helpt vast om diplomatieker te worden in de toekomst.

En dan denk ik dat me het meest tegenstaat aan de tocht om de weg de hele dag door met vijftienduizend andere idioten te moeten delen. Wier pure aanwezigheid dus constante alertheid vereist. Terwijl ik nu net fiets om niet de hele tijd te hoeven opletten.

Secundair daaraan, maar zeker ook belangrijk, is dat de Elfstedentocht grotendeels door redelijk oninteressante stukken van Friesland voert. Zelfs bij Dokkum wordt heel bewust de luwte van de Friese Wouden ontweken. De route voert namelijk enkel over kaal kleiland. Met hier en daar weliswaar een aardig dijkweggetje, en de passage onderin door Gaasterland naar Stavoren is om de heuvels ook bij mij favoriet. Maar er zijn verder heel weinig wegen op het traject die spontaan bij mij plezier oproepen, en dus de wens om daar ook te willen rijden.

Moest ik 235 kilometer willen fietsen op een dag, dan bieden die Friese elf steden me domweg te weinig van wat ik in zo’n dag uit zoeken zou. Dan doe ik liever een rondje heuvels richting Holterberg.


Citaat van de dag | 0524

Je kunt al die parlementaire enquêtes zo samenvatten: de bestuurlijke klasse blijkt in de greep te hebben verkeerd van een idee – privatisering, marktwerking, automatisering – dat uiteindelijk maar half begrepen werd, maar werd doorgedrukt op de nietsontziende manier die bekeerde gelovigen eigen is.

Bas Heijne, ‘Doodskop’


It paad werom
Te fietsen | week 21

De amateurklassieker die hier onlangs in de buurt werd verreden, was 160 kilometer lang. Toch fietsten de deelnemers nooit meer dan een kilometer of vijftien zestien bij de start en finish vandaan [pdf].

Men hoeft geen einden weg te gaan om toch een grote afstand af te leggen.

Alleen gelden voor een wielerwedstrijd vanzelfsprekend andere regels dan voor het fietsen dat ik ter ontspanning doe. In zo’n wedstrijd is het niet erg als de route over enkele kilometers aan rampzalig gelegde klinkers voert — dat maakt de koers extra selectief. Net als alle draaien en keren. Ik vermijd hobbelwegen liever.

Maar door de kaartjes van zulke wielerkoersen heb ik wel iets ontdekt, dat zo voor de hand lag, dat het mij niet eerder was opgevallen.

Ik fiets namelijk het liefst rondjes. Zelfs al lijken deze rondjes zelden op een cirkel.

De terugweg moet namelijk altijd via een andere route verlopen dan de heenweg.

En er hoort daarom een moment te komen waarop ik weet inmiddels op de weg terug te zijn gekomen.

Het enige doel daarbij is om in het landschap te zijn.

Nu ja, ik heb óok het plan om alle doorgaande wegen binnen een straal van vijftig kilometer om mijn huis eens te bekijken  [1]. En bij de meeste zal dan gelden dat de eerste kennismaking meteen ook de laatste was. De enkele wel geslaagde ontmoeting sla ik op in mijn geheugen, voor later.

En ja, soms helpt het daarbij dat nijvere lieden de mooiste routes al hebben uitgezocht, in het fietsknooppuntensysteem, of voor de lange-afstandfietsroutes; en dat ik dan in de mooiste fietsgebieden van Nederland schijn te wonen.

Ik blijf alleen altijd liefst zelf nog baas over welke weg het vervolg gaat bieden.

  1. in sommige richtingen is dat inmiddels 70 km. [ ]

Citaat van de dag | 0522

Amsterdammers zijn al lang niet meer afhankelijk van de bieb voor een goedkoop en toegankelijk aanbod van boeken, aldus de VVD. Via websites als Marktplaats is van alles voor soms een paar euro per titel te koop. ‘Van W.F. Hermans tot Homerus, van Jip en Janneke tot Anna Karenina. Eenmaal gelezen kan het net zo gemakkelijk weer worden verkocht.’

‘VVD: ‘Marktplaats kan de openbare bibliotheek best vervangen”


Meer, beter
Te fietsen | week 21

Het gesprek holde naar de conclusie dat je met regelmaat je grenzen moet verleggen om ergens beter in te worden. En ik vond die redenatie net wat te simpel.

Anders dan mijn gesprekspartners had ik dan ook de ervaring gehad overtraind te zijn geweest — mij was al eens overkomen enkel slechter te worden van alle extra inspanning die mij beter had moeten maken.

En toen werd ineens mijn boeklog tegen me gebruikt als argument. Omdat ik op boeklog inderdaad heb gemeld betere beschouwingen te schrijven als dit voor een ander moet gebeuren.

Wat ik overigens niet ontken.

Maar boeklog was nooit vol te houden geweest al die tien jaar als ik geen plezier had gehad in het schrijven van een tekstje iedere dag. Dat zo’n eeuwige eerste versie vervolgens niet ook nog hoogstaande literatuur opleverde, leek me daarbij logisch. Alleen was het mij daar nooit om te doen. Anders dan in wat ik verlang van de teksten die ik schrijf voor anderen.

Net zo beleef ik genoeg plezier aan mijn fietsen om daar geen extra training naast te willen doen, om de inspanning nog beter te kunnen verdragen. Ik heb in mijn tienerjaren genoeg buikspieroefeningen gedaan om de rest van mijn leven nooit meer te willen.

De hele winter doorrijden, ondanks alles wat het klimaat naar me gooit aan kou en nattigheid, lijkt me mede daarom training voor de zomermaanden genoeg.

Alsof er geen grenzen verkend worden door er toch even uit te gaan bij een windkracht 5, als het rond het vriespunt is, en er neerslag dreigt. Alsof de psyche niet evenzeer een rol speelt bij inspanningen als het lichaam.


Quote of the Day | 0517

the idea that fiat money is going to be worth more in ten or 20 years from now than it is today is delusional. The system doesn’t work like that.

If we were talking about a finite system of money such as gold or bitcoin, then, yes, I get it. But debt-based fiat money in an age of massive government overspending, unpayable debts and so many vested interests aiming to get inflation over 2%? CPI does not represent the value of money.

So when I look at negative government-bond yields in various parts of Europe, ten-year UK gilts yielding under 2%, and 30-year American bonds at under 3%, I’m incredulous.

It may be the ‘new normal’, but it would have been unthinkable once upon a time. It may go on – this is an extremely ‘protected’ (some might say ‘rigged’) market, but it will not go on forever.

Dominic Frisby, ‘Three bubbles that are ready to pop’


Toverhoedje
Te fietsen | week 20


© Wikipedia Commons

“Helm op!” zo werd me gisteren in het voorbijgaan toegebeten door een bejaarde vent met een baard, en een buik, op een veel te dure fiets. En over die futiele gebeurtenis moest ik helaas toch een paar kilometer nadenken.

Ik was weer eens op een gelovige gestuit. Een zendeling op een nietsonziende missie, die iedereen per se aan het toverhoedje hebben wil. Een paar keer per jaar zijn zulke ontmoetingen onvermijdelijk.

Altijd met mooi weer trouwens. ‘s Winters kom ik bijna nooit andere fietsers tegen. Laat staan toverhoedje-fanaten.

Nu is de helm-discussie een discussie die normaal enkel in het buitenland gevoerd wordt. Waar er relatief weinig mensen fietsen; wat de schaarse fietsers die er zijn tot nogal kwetsbare weggebruikers maakt. Als ze in een ongeluk betrokken raken, gaan ze relatief vaak dood.

Overheden in zulke landen zouden op deze verkeersdoden kunnen reageren door de infrastructuur voor fietsers beter te maken. Zodat bijvoorbeeld ook meer mensen durven te gaan fietsen; zoals in Nederland en Denemarken gebeurt; en automobilisten leren om te gaan met ander verkeer op de weg. Maar in nogal wat landen elders doen overheden weinig anders dan om slachtoffers de schuld geven. Enkel de fietsers krijgen daar allerlei verplichtingen opgelegd. Zoals het dragen van een helm. Zoals het dragen van reflecterende hesjes eenmaal het donker is.

En zulk beleid wordt dan altijd met propaganda verkocht. Waardoor er leugens in de wereld komen; die belachelijk hardnekkig zijn.

Nu heb ik wel een helm. En een reflecterend hesje. Alleen draag ik liever geen helm. Dat is geen principieel standpunt. Ik heb gewoon liever niets op mijn hoofd. ‘s Winters moet het al erg koud worden voor ik een muts opzet.

En ik zie het dragen van een helm toch ook als een aller- allerlaatste veiligheidsmaatregel, in een leven waar risico’s nu eenmaal nooit helemaal uit te sluiten zijn — gezien de enkele verwonding die al mijn fietsen me bracht, zou ik trouwens beter elleboogbeschermers kunnen dragen. Veel belangrijker is het om anticiperend te rijden; door goed op te letten in het verkeer. En vooral om daarbij geen domme dingen te doen — zoals wielrenners in groepjes wel allemaal verrichten.

Ik houd me netjes aan de verkeersregels. En ik rijd nooit in groepjes. Laat staan dat ik blind achter een ander aan met ruim veertig in het uur een kruispunt over sjees; zoals ik nu weer elke zondagochtend anderen kan zien doen.

Maar zelfs zulke idioten zou ik niets in het voorbijgaan toebijten.


Citaat van de dag | 0514

Bovendien maken Europese grootbanken veruit de meeste winst op hypothecaire leningen (en de minste op MKB-leningen) en hebben ze zich dus meer en meer ontpopt tot hypotheekverstrekkers. Vijftig tot zeventig procent van de moderne Europese bankbalans bestaat uit hypotheken.

Hier komt het eigenlijke doel van het groenboek om de hoek kijken: politieke steun verwerven voor het weer opstarten van de Europese markt voor verpakte hypotheekleningen. En daarmee voor het aanblazen van huizenzeepbellen. Gelegitimeerd door de economische groei die dat genereert: nieuwe keukens, nieuwe badkamers, hogere huizenprijzen en de transactiebelasting die dat overheden oplevert. Het MKB dient slechts als cover-up.

Ewald Engelen, ‘Europa creëert moedwillig een nieuwe huizenzeepbel’


Citaat van de dag | 0513

Het vrijgeven van zo veel mogelijk van die data, en het slimme gebruik ervan, zet overheden onder druk om beter te presteren.

Stuiveling ziet haar gelijk bevestigd in de moeizame wijze waarop dit jaar de uitvoering verloopt van de decentralisatie in de zorg en de onderkant van de arbeidsmarkt. ‘Je zou denken dat de betrokken ministeries de uitvoeringskwaliteit heel goed volgen, maar dat doen ze niet. Wij hebben vooraf aangeboden een digitale kaart met signalen van ellende te maken, maar dat wilden ze niet.’

‘Haagse kaasstolp moet internet omarmen’


Strava 2
Te fietsen | week 20

Smartphones zijn peilzenders. En benut daar dan ook nog een dienst als Strava op, en dan wordt helemaal duidelijk hoeveel data gebruikers genereren voor derden. Terwijl deze enkel denken een gemakkelijke manier te hebben gevonden om bij te houden hoe snel ze fietsten, of hardliepen, en hoe lang.

Strava kan namelijk een ‘heat map’ samenstellen, van alle ritten van al zijn klanten. En die tezamen leveren dan een alternatieve kaart van Nederland op, zoals hierboven. Waarop duidelijk is te zien welke wegen het meest worden befietst.

En dan kijk ik zo’n kaart waarschijnlijk met net wat meer inzicht dan de meesten. Want op de meeste van de doorgaande wegen, in een straal van tachtig kilometer rond mijn huis, heb ik ondertussen gereden. Ik weet daarom ook hoe het land er daar bij ligt.

Daardoor valt mij bijvoorbeeld op dat de populariteit van een route niet alles zegt.

Zo gaat er slechts éen weg rechtstreeks van Friesland naar Noord-Holland. Vandaar dat deze Afsluitdijk duidelijk herkenbaar op de kaart staat. En zo zijn er meer schijnbare populaire routes, die volgens mij hoogstens zo veel volk trekken omdat er in de buurt geen enkel alternatief bestaat — zoals geldt voor het fietspad langs de Dokkumer Ee.

Ook is ergens in het Drents-Friese Wold een dom klein rondje opvallend populair. Dat lijkt me dan weer een mountainbike-route. Waar misschien slechts een enkeling op actief is, die dan vele malen per week zijn tijden klokt.

En van een heleboel wegen in de regio snap ik de populariteit ook domweg niet. Want die mijd ik nu net meestal — tenzij er een heel sterke rugwind staat — vanwege te recht en te saai. En wegen leiden naar dorpen en steden, die ik meestal liever niet in ga.


Quote of the Day | 0510

In summary, the financial overdevelopment of the Netherlands has two dimensions: a bloated domestic banking sector and financial globalization. Both have been accompanied by a policy preference for private over public finance growth.

The domestic financial sector is extremely large by historical and international standards. International research suggests that this comes with a number of disadvantages: lower investment, more inequality, lower growth, and fragility.

Dirk Bezemer & Joan Muysken, ‘Dutch Financial Fragilities’ [pdf]


Citaat van de dag | 0507

De meeste mensen denken bij economie aan geld, maar in de economische wetenschap speelt geld gek genoeg eigenlijk geen rol. Geld is voor economen en in economische modellen gewoon een ruilmiddel, het heeft geen zelfstandige eigenschappen en invloed. Je kunt schulden en bezittingen tegen elkaar wegstrepen en ‘dus’ zijn zowel schulden als kapitaalbezit economisch niet relevant. Sterker nog, geld creëert evenwicht, doordat prijzen zich aanpassen aan vraag en aanbod. Aldus de leer.

Geen wonder dat je dan de financiële crisis niet zag aankomen, zegt de Groningse econoom Dirk Bezemer.[…]

Mirjam de Rijk, ‘De crisis is toch voorbij?’
Dertien mythes over (oorzaken en bestrijding van) de economische crisis


Jobst Brandt [1935? — 2015]
Te fietsen | week 19

YouTube maakte me tot fietsenmaker, zo wil ik tegenwoordig nog weleens zeggen. Maar vanzelfsprekend is dat niet waar. Domweg de dingen doen, dat bracht me allereerst het ambacht bij. En dan hielp het inderdaad dat er tegenwoordig over alle mogelijke reparaties instructiefilmpjes online te vinden zijn.

Alleen zie je het nut of de intelligentie van een bepaalde handeling zo vaak pas in als je zelf eerst een tijd hebt zitten prutsen.

Literatuur over het ambacht las ik verder niet. Zo veel bestaat daar ook niet van. Op éen boek na. Dit. The Bicycle Wheel, van de online zo legendarische mopperaar Jobst Brandt.

Ik had toen al mijn eerste wielen gevlochten. De eerste keer zelfs onder begeleiding van een ervaren wielmaker. En toen leek het nog relatief simpel te zijn om een wiel te construeren van een losse velg, een naaf, een bosje spaken, en wat nippels van messing.

Problemen kwamen ook pas bij een wiel waarin ik een naafversnelling had gevlochten, waarvan na drie- vierduizend kilometer telkens spaken knapten, bij de kop. Waren dat telkens spaken aan precies dezelfde kant ook.

The Bicycle Wheel leerde me om net die spaken vlak na de kop nog even tegen de flens aan te buigen, waarna inderdaad de spontane breuken zijn verdwenen.

Of misschien waren alle spaken die konden knappen inmiddels al vervangen door nieuwe. Dat kan natuurlijk ook.

Brandt schreef zijn boek omdat hij gemerkt had dat het maken van wielen door fietsenmakers als een soort zwarte kunst werd gezien. Men leerde het ambacht enkel van meester op gezel. En kennis over de beste vuistregels kwam eigenlijk nooit naar buiten.

Met The Bicycle Wheel wilde hij het onderwerp van al die geheimzinnigheid ontdoen. Wat hem ook goed gelukt is. Al zal dit vanzelfsprekend een boek blijven voor een beperkt publiek.

Alleen was een boek als dit nodig. Want het fietswiel blijft een uitzonderlijke constructie, werktuigbouwkundig gezien. De spanning in de spaken is al uitzonderlijk hoog bij heel lage snelheden. En leg maar eens uit waarom een goed gebouwd fietswiel zonder problemen meer dan honderd keer zijn eigen gewicht kan blijven dragen.

Al zal het velen inmiddels niet moeilijk zijn om inhoudelijk kritiek te geven op Brandt’s werk. De auteur nam gewoon de laatste ontwikkelingen in de industrie niet mee — carbon, hoge velgen die werken als zeilen, zestien spaken per wiel — omdat het hem er nu eenmaal eerst om ging de principes uit te leggen.

En Jobst Brandt is nu dus dood, op zijn tachtigste. Al zweeg hij al enkele jaren. Op zijn 76ste verjaardag crashte hij met de fiets, in de mist. En het daarop volgende verblijf in het ziekenhuis deed hem geen goed. Waarna het kwakkelen bleef.

Terwijl Brand’s aanwezigheid online tot dan immens te noemen is. Ik was zijn naam ook al met regelmaat tegengekomen voor dat The Bicycle Wheel op mijn weg kwam, en had toen enkel gedacht: wat een eigenwijze man.

Brandt bleek alleen iemand te zijn die het aandurfde om bullshit ook bullshit te noemen. Die een gezonde hekel had aan hypes, die er altijd zijn in een industrie waar marketing veel bepaalt. En die oordeelde op basis van zelf verworven kennis.

Hij heeft nooit in de fietsenindustrie gewerkt, en kon dus ook de kritische outsider blijven.

What I like is durable functional equipment. In rims that was the 36h Mavic MA-2, in spokes it was the DT 1.8-1.6mm diameter spoke, and hubs it was the 6/7-speed Shimano cassette hub. I do not find useful, colored or patterned tread road tires, nor 9 and 10 uni-directional side cut sprockets with pressure faces less than 1mm wide, replaceable only as clusters.

I see no benefit in small tire clearances that prevent the passage of dirt on tires either through the fork crown or brake caliper. Along those lines, low spoke count is a useless fad. All this falls into the category of spoilers on family cars or trunk lids on Porsches that open above 40mph, that of imaginary aerodynamic advantage. Short wheelbases, bent stays, and vanishing tire clearances do nothing for the bicycle or rider other than make riding less reliable such that a broken spoke or a bit of mud on the road disables the bicycle.
bron

Jobst Brandt, The Bicycle Wheel
Third Edition
142 pagina’s
Avocet, z.j.

Citaat van de dag | 0506

Wij bevinden ons in een fase waar de ‘big data’ verzameldrift op tal van gebieden om zich heen grijpt. Het ongericht en ongebreideld verzamelen van persoonsgegevens wordt goedgepraat met het argument dat de overheid er pas naar kijkt als het nodig is.

Op 4 mei herdachten wij het verzet tegen de Duitse bezetting. Een van de grote heldenfeiten uit die bezetting is de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister met als doel verzamelde persoonsgegevens te vernietigen om de Duitse bezetter te verhinderen onschuldige burgers op te pakken. Afgezet tegen het gemak waarmee vandaag over het massaal verzamelen van persoonsgegevens wordt gepraat, lijkt dat zo langzamerhand wel heel lang geleden.

Egbert Dommering en Nico van Eijk, “Verzameldrift ‘big data’ grijpt om zich heen”


Af en op
Te fietsen | week 19

Enkel als ik naar het zuiden fiets, stuit ik niet al bijna meteen op een helling. Want de fietsvoorzieningen lokaal zijn van niveau. Fietsers worden netjes over de autowegen geleid, via tunnels, of over een fietsbrug.

En dan neem ik die fietsbrug opvallend minder vaak. Terwijl deze toch verreweg het beste uitzicht biedt.

En nu vraag ik me af waarom mijn voorkeur zo vanzelfsprekend naar die tunnels uitgaat.

Simpelste verklaring lijkt me dat tunnels aanzienlijk minder inspanning vragen dan bruggen. De helling omlaag, en daarmee de zwaartekracht, zorgt meteen al automatisch voor vaart. Waardoor de helling omhoog met een behoorlijk grote aanvangssnelheid genomen kan worden. En dat scheelt al de helft.

De diepe tunnel onder de autosnelweg door is het makkelijkst te doen als ik helemaal beneden minstens 40 km/u fiets, en die snelheid dan nog gewoon een paar tellen aanhoudt.

Doorgaans doe ik niet zo gek, overigens.

De lokale fietsbrug heeft naast het bezwaar van die zware klim eerst ook het probleem relatief smal te zijn. En doordat de ontwerper er een slinger in aanbracht, is bovendien slecht in te schatten of er tegenliggers aankomen of niet.

Maar voor nogal wat oudere fietsers is de fietsbrug te steil. Die lopen dan de helling op, met hun fiets aan de hand, en zijn door het domme ontwerp van het rijvlak soms pas op het laatste moment zichtbaar.

Gelukkig daarom dat er keuze is aan routes.

Kan ik er overigens zelfs nog voor kiezen om alle hellingen te vermijden, en netjes voor een verkeerslicht te gaan wachten. Alleen is zelfs het opzwoegen van een vreemd ontworpen fietsbrug aantrekkelijker dan bij een kruispunt stil te staan.


Quote of the Day | 0504

Democracies often take liberties with their values in the name of national security. Faced with real or spurious threats, governments arm themselves routinely with an entire arsenal of laws aimed at muzzling independent voices. This phenomenon is common to both authoritarian governments and democracies.

Reporters WIthout Borders: ‘News Control: Powerful Weapon of War’


Om ii
Te fietsen | week 18

Het kan ook zijn dat mijn sterk negatieve gevoel over omrijden komt door de regionale geografie. Ik woon aan de rand van het Friese merengebied. Wordt de provincie bovendien nog doorsneden door een breed kanaal; waarover slechts een beperkt tal bruggen bestaan.

En al dat water beperkt de bewegingsvrijheid zeer.

Wil ik naar de linkerhelft van Friesland, dan is er ook geen enkele echt logische verbinding. Zelfs de route van of naar de dichtstbijzijnde brug is vanuit vogelperspectief bekeken enorme einden om.

Voordeel is dan nog wel dat deze bruggen zo hoog zijn dat ze zelden open hoeven; ook niet tijdens het watersportseizoen. Anders dan de bruggen over de meeste Friese waterwegen in het merengebied.

Ik bedoel, het had nog erger gekund.

Naar het oosten is er nog een natuurlijke barrière van water, die ook een taalgrens is, het riviertje de Tjonger — ookwel Kuinder. Aan de andere oever spreekt men geen Fries meer. Zo was het tenminste ooit. En ook bij dit water is het tal bruggen beperkt. Alleen valt dat daar minder op, om éen of ander reden; misschien omdat de bruggen niet heel hoog zijn, en ook omdat ze nooit open hoeven voor het bootjesvolk.

Die bruggen voelen niet echt als overgang naar een andere oever.

En dan weet ik door het bekijken van oude kaarten dat het vroeger allemaal nog veel ingewikkelder was, en de enige logische wegen bestonden uit de waterwegen.

Alleen was de fiets er toen nog niet. Laat staan de auto. Terwijl de wegen waarop ik rijd wel vaak nog de oude routes volgen waar het water toen toe dwong.


Quote of the Day | 0502

With hardly any significant exceptions, religion recedes whenever human security and well-being rises, a fact that has recently been shown in numerous studies, but was suspected by John Calvin in the 16th century. He noted that the more prosperous and comfortable his Genevans became, the less dependent they were on church. Presumably, those who deplore the decline of religion in the world today would not welcome the sort of devastation and despair that could give religion its second wind.

Daniel C. Dennett, ‘Why the Future of Religion Is Bleak’


Citaat van de dag | 0430

Dokters, hulpverleners en therapeuten denken al geruime tijd – sinds eind jaren zestig – na over de mogelijk perverse effecten van hulp en medisch ingrijpen. Zij weten dat ze vaak beter niets kunnen doen (hoewel vooral dokters het moeilijk vinden om zich daar aan te houden). Nieuwe beterweters beheersen die techniek nog niet. Het meest populaire spreekwoord onder nieuwe beterweters is: alles kan altijd beter en dat leidt ertoe dat er altijd nog beter kan worden gemeten en geregistreerd, nog grondiger kan worden verantwoord, nog beter kan worden gepland, nog preciezer afgestemd en nog meer gecommuniceerd. En zo zitten we met een administratieve lastendruk van jaarverslagen, handelingsplannen, verbeterplannen, registratiesystemen, kwaliteitszorgsystemen, HKZ keurmerken, benchmarks en jaarplannen waar menige gewone professional diep ongelukkig van wordt.

Margo Trappenburg, ‘Betweters in het publieke domein’ [pdf]