Kamervragen
week 20

Het Kamerlidmaatschap is een droevig lidmaatschap. Hoogstens de leden van de traditionele regentenpartijen mogen hopen dat hun tijd daar slechts even een sociale dienstplicht is. Een nare rite de passage.

Daarna kunnen ze plaatsnemen op de eeuwig draaiende baantjescarrousel van de uitzendbureaus CDA, VVD, en PvdA, en wordt het leven leuker.

Immers, wie in de Tweede Kamer zit namens een regeringspartij is niet meer dan stemvee — er is van hogerhand al besloten hoe hij of zij moet denken.

Een Kamerlid van de oppositie daarentegen heeft nog minder te vertellen. Die ontbeert de kennis en mankracht om echt gefundeerde kritiek te kunnen uiten op het regeringsbeleid, en zo een meerderheid aan zijn zijde te krijgen.

Daarom werd ooit de Raad van Economisch Adviseurs (REA) opgericht. Die zou het kennisniveau van de Kamer moeten opkrikken; en dan vooral over ontwikkelingen op lange termijn. En die Raad gaf behoorlijk drieste adviezen — al valt op dat hun wens om het ministerie van Landbouw af te schaffen inmiddels stilletjes toch vervuld is.

Maar ook REA maakte het verschil niet. De Raad werd ook snel weer opgeheven. En de Kamerleden uit de oppositie baseerden zich ondertussen weer vooral op krantenberichten uit boulevardblad De Telegraaf om vragen te stellen aan het kabinet.

Nu denk ik niet dat het beantwoorden van een Kamervraag een vast bedrag vergt, zoals weleens beweerd wordt. Dat welke willekeurige hersenscheet van een Kamerlid de samenleving meteen € 20.000 à € 30.000 kost.

Maar toch. Welk landsbelang is er gediend met het indienen van Kamervragen over een eindexamentekst? Heeft de geschiedenis dan niet geleerd hoe onnozel dat is?

Toegegeven. Mevrouw Roos Vonk is allereerst activiste, en daarmee niet bepaald iemand die waardenvrije wetenschap bedrijft. Zo ze al een benul heeft van wat wetenschap is.

Vraag dan waarom de Radboud Universiteit haar gehandhaafd heeft, ondanks haar innige samenwerking met de Baron von Münchhausen der psychologie: Diederik Stapel.


Woord van de dag | 0516

Tsundoku

[uit het Japans]: het kopen van een boek en dat dan niet lezen, waardoor het op een stapel eindigt met meer van zulke ongelezen boeken.


May Week Was in June
Clive James

[...] Clive James vond zichzelf een verschrikkelijk iemand, in retrospect. Een opschepper vooral. En voor het boek betekent dit dat hij alle moeite doet om de jonge man die hij was zo belachelijk als kan neer te zetten. Vanzelfsprekend levert dit komische beschrijvingen op. Maar ik ontwaarde toch ook geen enkel mededogen bij James met zijn jongere zelf. [...]

boeklog 16 v 2013


Taal yn Fryslân; Op ’e nij besjoen
Durk Gorter & Reitze J. Jonkman

[...] Ondertussen was voor mij vraag geworden hoeveel mensen eigenlijk met regelmaat in het Fries schrijven — hoeveel directe slachtoffers het taalbeleid van een tamelijk overbodig politiek orgaan gaat eisen; behalve dan dat hele bibliotheken onleesbaar worden omdat het woordbeeld gaat veranderen.

En dan blijkt dat in officiële stukken nog altijd terugverwezen wordt naar de enquête Taal yn Fryslân; Op ’e nij besjoen van Gorter en Jonkman uit 1995. [...]

boeklog 15 v 2013


Te fietsen | week 20
pompen

Wie weleens wat langer fietst, wordt vanzelf ook een waarnemer van het weer. En door dit waarnemen — dat met het hele lichaam gebeurt — valt er weleens iets op. Zo is er volgens mij nauwelijks een dag geweest dit jaar dat het niet of nauwelijks waaide.

Steeds ook geven de buienradars en weerplaza’s van deze wereld minstens 4 Beaufort aan, als het al niet 5 is. Of meer.

Nu heeft zo veel wind niet alleen nadelen. Een stevige rugwind maakt van de sloomste fietser nog een hardrijder.

Tegenwind daarentegen blijft vervelend. Vooral omdat tegenwind altijd zo veel langer duurt dan meewind. Je gaat er nu eenmaal langzamer door rijden.

Maar, omdat het alle dagen waait, en er aan het weer niets te doen is, blijf ik stoïcijns bij tegenwind. Ik probeer alleen wel te zorgen dat mijn fiets zo licht loopt als kan. En dat het ding voldoende versnellingen heeft, om nog eens terug te kunnen schakelen.

En de belangrijkste eigenschap van een lichtlopende fiets is dat de banden hard genoeg zijn opgepompt. Punt. Zo simpel kan het leven zijn. [1]

Toch rijden vrijwel alle Nederlanders op te zachte banden, volgens Testkees van de Fietsersbond. Wat dan weer komt omdat de best verkochte fietspomp hier een ouderwetse Jumbopomp is. Die nieuw al lekt. En eenmaal op leeftijd al helemaal niet meer de luchtdruk kan leveren die nodig is voor een beetje prettig fietsen.

Een goede pomp heeft dan ook een drukmeter. Die biedt namelijk nuttige informatie. Op de wang van elke fietsband staat wat de maximale druk is die de band aan kan in bars — en de gemiddelde stevig gebouwde Nederlander mag wel zo ongeveer lucht tegen die maximale druk pompen in zijn band.

Dat is al teveel gevraagd van een Jumbopomp.

Toegegeven, nadeel van een harde band is wel dat die stuiteriger rijdt. Maar eerder schreef ik ook al dat brede banden comfortabeler zijn dan smalle. Rijden banden met soepele wangen weer prettiger dan banden met stugge anti-lek-lagen; maar dat zijn al de fijnere details.

  1. Er zijn wel meer goede tips, overigens, maar die bandenspanning is het makkelijkst en snelst te regelen [ ]

De kleine keizer
Martin Bril

[...] Napoleon is eerst mythe en dan pas mens — en omdat mythische figuren zo weinig voorkomen, willen nogal wat mensen per se verklaren waarom hij zo anders was. Daardoor kan een geringe lichaamslengte ineens gezien worden als een bron van motivatie; iets waardoor de man zich extra heeft willen bewijzen.

Ik vind dit alleen kul. [...]

boeklog 14 v 2013


Rokjesdag
Martin Bril

[...] Tegelijk kan het goede weer morgen over zijn.

En normaal is het eigenlijk te onbenullig voor woorden te wijden om deze jaarlijkse overgangsperiode. Alleen mensen die verder niets te melden hebben, praten over het weer. En toch is het prettig dat iemand alle aarzelingen heeft weten te benoemen die horen bij de weersomslag naar de zomer. [...]

boeklog 13 v 2013


Citaat van de dag | 0513

Twee eeuwen militaire dienstplicht, het is mooi geweest. Geforceerde pogingen om een militaire dienstplicht te verbreden tot een sociale dienstplicht zijn gestoeld op de valse juridische veronderstelling dat een overheid gerechtigd is dwangarbeid te organiseren voor leden van bepaalde jaarklassen. Een reeks internationale mensenrechtenverdragen staat alleen een uitzondering op het verbod op dwangarbeid toe met het oog op de militaire dienst.

Stan Meuwese, ‘Het is mooi geweest met de dienstplicht’


Zondagmorgen zonder zorgen
Gerard Reve

[...] Aan de taal lag het niet per se. Ik heb vrij weinig Reve gelezen de laatste vijftien jaar. Was daarmee zijn toon ontwend. En daardoor kon hij ineens heel grappig lijken.

Het lijkt alleen ook of Gerard Reve op een gegeven moment alleen nog een zwaar ironisch gekleurd soort meta-proza schreef. Alsof elke tekst die hij publiceerde enkel voor goede verstaanders bedoeld was, die de feiten zelf al grotendeels konden invullen. [...]

boeklog 12 v 2013


3D
week 19

Eén voordeel heeft het om goede SF te lezen. Er is vaak al eens iemand geweest die plots actuele problemen zag aankomen, en daarop dan al heeft doorgedacht.

Vanzelfsprekend zullen 3D-printers gebruikt worden om wapens te maken. Dat is eigen aan mannen. Maar Cory Doctorow gaf al terloops aan in de roman Makers wat daar dan tegen te doen is.

Als je er vanuit moet gaan dat iedereen over een pistool kan beschikken, zorg dan dat de kogels duizend dollar kosten per stuk.

Makers lijkt als boek een verkenning te zijn van wat 3D-printers allemaal mogelijk gaan maken. Enerzijds is dat spannend. Anderzijds valt dan wel op dat de schrijver voor het gemak heel wat praktische problemen negeerde.

Zelf geloof ik namelijk niet direct in de blijvende kwaliteit van producten die met hulp van een poedertje of gel geprint worden. Dat komt simpelweg door de materiaaleigenschappen van nogal wat dat de industrie fabriceert — daar komt vaak enorme hitte bij van pas, ter versteviging bijvoorbeeld; of zelfs om andere kristalstructuren te laten ontstaan in een metaal.

Er zijn heel goede redenen voor dat staal in een hoogoven geproduceerd wordt, met forse walserijen. En dat staal niet simpelweg te maken is door wat roest bij elkaar te vegen, en dan met een gel aan elkaar te kitten.

Dus ben ik het voor de verandering eens met de autoriteiten die waarschuwen tegen het zelf printen van pistolen.

Het geprinte pistool is voor mij van dezelfde orde als geklooi in een schuurtje om vuurwerk te maken dat nog harder knalt. Jazeker, er is zwart kruit uit rotjes te halen, en bij elkaar te gooien in een grotere buis.

Klaag alleen niet als deze doe-het-zelferij al ontploft op het moment dat jou niet goed uitkomt.


De zomer beschrijf je het best op een winterdag

[...] Ibsen stamde uit Noorwegen. En dat land ontworstelde zich in de negentiende eeuw langzaam aan Deense en Zweedse overheersing. Typerend genoeg schreef Henrik Ibsen in het begin van zijn carrière vooral stukken die de Noorse eigenheid benadrukten — gebaseerd op heldensagen en andere roemruchte daden uit het verleden. En het is dan altijd mooi om iemands keuzes in het leven in een breder perspectief te kunnen kunnen zien. Want, wat deed Ibsen anders dan meehelpen om tradities uit te vinden? [...]

boeklog 10 v 2013


May We Borrow Your Husband?
Grahem Greene

[...] Er is alleen ook iets eendimensionaals aan de meeste verhalen — wat misschien verklaart dat ik die lezen kon alsof ze nieuw waren. Ze bieden momentopnamen, zo niet anekdotes, die niet per se meer vertellen over het leven van de personages verder.

De eerste verhalen in de bundel worden zelfs telkens verteld door een schijnbaar neutrale buitenstaander — steeds in man op leeftijd, in wie de schrijver kan worden vermoed.

Dus zou ik nu kunnen concluderen: een straffeloos eeuwig te herlezen bundel. [...]

boeklog 9 v 2013


Citaat van de dag | 0508

De totale schuld van Nederlandse gezinnen en bedrijven is in een paar decennia toegenomen van ongeveer vijftig procent naar 250 procent van het gezamenlijk inkomen. Vrijwel de gehele toename van die schuld is gaan zitten in niet-productieve sectoren, zoals onroerend goed en financiële speculatie. De overmatige schuld is dus niet ontstaan als krediet voor fabrieken, machines of infrastructuur. In plaats daarvan heeft ze de prijzen van huizen en kantoren opgedreven en de balansen van banken en beleggers doen groeien.

Hans de Geus, ‘Gij zult aflossen’


The Works of
W.B. Yeats

[...] In Yeats’ dichterschap zijn verschillende perioden te onderscheiden — voor wie daar lust toe voelt. Hij begon zweverig, en ook Iers nationalistisch. Weliswaar is zijn poëzie dan altijd vormvast, maar vele regels worden ook geteisterd door symboliek.

Alleen deed hij vervolgens wat vrijwel geen andere dichter ooit lukte. Hij vernieuwde zich, en werd op middelbare leeftijd beter dan daarvoor. Na zijn late huwelijk met een veel jongere vrouw.

En tot dat late werk behoren gedichten die ik nog onverwacht hoog wist te waarderen. [...]

boeklog 8 v 2013


Te fietsen | week 19
uit elkaar


[click voor groter]

Zijn boek verschijnt deze maand, dus komt bovenstaande foto van Todd McLellan nu nog al eens langs op websites die over fietsen gaan. Maar voor het project Things Come Apart is van alles uit een normaal huishouden uit elkaar gepeuterd. Een telefoon. Een brandblusapparaat. Een kettingzaag. Een wekkerradio. Een mechanische typemachine.

Opvallend voor mij aan die gedemonteerde fiets is dan dat ik mijn Batavus Sprint vorig jaar ook in bijna net zo veel onderdelen uit elkaar heb gehad — en daarna toch probleemloos weer in elkaar zette.

Toegegeven, de ketting kwam gewoon heel uit een doosje. Het zadel was nieuw, en geen bouwpakket. En ik heb slechts éen wiel van de Sprint eigenhandig gespaakt.

Het freewheel met de versnellingen was eveneens al gemonteerd.

Toch schrikt zo’n foto als hierboven niet af.

En dit komt ongetwijfeld omdat de fiets negentiende-eeuwse technologie is; en daarmee volkomen mechanisch, en achteraf altijd nog eens te repareren. In tegenstelling tot alle elektronica die tegenwoordig op de markt verschijnt. Waarbij een firma als bijvoorbeeld Apple het zelfs onmogelijk maakt om eigenhandig de accu te vervangen — terwijl die accu doorgaans vreselijk snel slijt.

Aan elektronica valt ook weinig te zien, uit elkaar gepeuterd. Want het vergt al behoorlijk wat kennis om te begrijpen waar de onderdelen op een printplaat toe dienen.

Oudere technologie spreekt gauw voor zich.

En alle onderdelen van een fiets zijn ook gewoon los te kopen.

Toegegeven, het zelfvertrouwen waarmee ik zo’n foto van onderdelen nu bekijk, heeft zich moeten ontwikkelen. Maar iedereen met een internetverbinding kan zichzelf handig maken — YouTube is de ambachtschool van deze era. Over elk denkbaar klusje heeft wel een handigerd een video met uitleg online gezet.

Domheid, of klunzigheid, wordt daarmee steeds meer een keuze.


Zo waarlijk helpe mij
week 18

De meeste tradities lijken oud,maar zijn opvallend jong; omdat ze kort geleden werden uitgevonden. Alleen moet je een oprechte belangstelling voor geschiedenis hebben om dit te willen zien. En wie heeft dat, en durft dan nog een te relativeren?

Het is immers zo veel makkelijker om bij alles met de menigte mee te juichen.

Nederland heeft slechts goed dertig jaar een absoluut koningschap gekend. En dat dit er kwam was al toeval.

Napoleon lijfde de Republiek der Nederlanden in, en maakte daar plots een monarchie van — had zijn broertje ook leuk vast werk. En toen Napoleon wat later naar Elba verdween, waren de overige landen in Europa heel blij om eindelijk eens eisen op te kunnen leggen aan die merkwaardige Republiek van voorheen. Dus kregen de Nederlanden een soeverein vorst toegewezen.

Schoonheidsfoutje was toen dat die Willem I zich binnen een jaar zelf tot koning maakte.

Maar ach, in 1848 kwam er een grondwet die de positie van het parlement tegenover de monarch vastlegde, en was het gedaan met het absolute koningsschap. De oude situatie werd als het ware hersteld. Want Nederland is al sinds de opkomst van de steden in de late Middeleeuwen een maatschappij van regenten en handelslieden.

Hoogstens had in tijden van crisis de aanstelling van een adellijk heer tot stadhouder nut — omdat deze dan iets van centraal gezag kon nemen, zonder bij alles eerst te hoeven vergaderen.

Maar tot vergaderen is Nederland dus al snel teruggekeerd. En in die zin was het toepasselijk dat koning Willem-Alexander in een vergadering zwoer de Grondwet trouw te dienen. Hoogstens was vreemd dat daar zo veel visite bij zat, voor de pronk.

Hij werd ook koning door even een contractje te tekenen. En wanneer zijn zulke juridische handelingen ooit feestelijk?

Al de rest eromheen was poppenkast, ons verkocht als traditie, en daarmee kunstmatig gewichtig gemaakt. Waarbij de nationale omroep de hele dag rechtstreeks verslag bleef doen van niets — en het geouwehoer van de ingehuurde deskundigen bijzonder ijle hoogten haalde — om te benadrukken hoe bijzonder 30 april 2013 wel niet was.

Ik teken daarom nu maar aan, mocht me in een komende decennium de nieuwsgierigheid overvallen om nog eens te willen weten hoe ik de troonswisseling ervoer: werkelijk niemand durfde deze personeelsmutatie in het familiebedrijf publiek te relativeren. Alles toeterde dat het geweldig was wat er gebeurde.

Maar meest ergerlijk nog was dat die permanente opwinding al sinds eind januari dat jaar duurde.


Dagboek 1920
Isaak Babel

[...] Babel zwierf maanden rond met het leger, door delen van de Oekraïne, Polen, en Slowakije. Ondertussen had hij nauwelijks idee wat er speelde; afgesloten van vrijwel alle andere informatie dan wat hij zelf kon zien.

Babel had in 1920 vrijwillig dienst genomen in het Sovjet-leger, en werd daarin correspondent voor de legerkrant Krasnyj kavalerist [Rode cavalerist]. Zijn mentor Maksim Gorki had hem geadviseerd zich wat meer onder de mensen te begeven. En die raad leidde tot een levensveranderende keuze. [...]

boeklog 7 v 2013


On the Wealth of Nations
P.J. O'Rourke

[...] Een direct gevolg van The Wealth of Nations was allereerst dat de politici van die tijd Book 5 spelden. En er prompt allerlei nieuwe vormen van belasting werden ingevoerd; geïnspireerd door opmerkingen van Smith.

Het indirecte effect van het boek is dat de metafysica grotendeels verdween uit het denken over economie. Omdat er onder alle wirwar en chaos soms wel degelijk systeem te ontwaren valt. Zelfs al waarschuwde Adam Smith tegelijk ook tegen de gevaren van theoretische modellen — en dat is een waarschuwing die nog altijd niet doorgedrongen lijkt te zijn tot economen in hun adviezen. [...]

boeklog 6 v 2013


Dictaat
week 17

Al sinds ik eamelje.net begon, wordt me verweten dat deze website niet genoeg aan het Fries doet. De naam roept dat blijkbaar op dat die taal mijn voorkeur zou hebben. En daar heb ik dan geen antwoord op. Behalve dat er een geschiedenis ligt. In 2001 bestonden er vrijwel geen Friestalige weblogs, op dat van Joop Boomsma na misschien. Alle beweging vond elders plaats.

Dus leek er ook geen publiek te zijn.

Bovendien ligt het er het simpele feit dat ik oneindig veel meer training heb in het schrijven van het Nederlands dan in welke andere taal ook. Nederlands van allerlei aard daarbij.

Dus kan ik me schrijvend in deze taal meteen op de inhoud concentreren, omdat het met de woorden vanzelf wel goed zit, terwijl dit in het Engels, Duits, of Fries iets meer aan moeite vergt.

En op mijn weblogs staan altijd eerste versies van teksten. Daar wordt zelden nog iets aan veranderd. Meerdere versies schrijven van iets gebeurt alleen als het om werk gaat.

Dat deze woorden hier in het Nederlands staan, is kortom zeker geen principiële keuze. Tenzij gemakzucht ineens een principe is. En daar zou iets voor te zeggen zijn. Beleidsmakers in Nederland zouden er volgens mij goed aan doen een stuk gemakzuchtiger te worden; en het nu eens na te laten om overhaast maatregelen te treffen.

Omdat ik in meerdere talen lees en schrijf, is aardig te vergelijken hoe moeilijk deze me vallen in de praktijk. Alleen weegt ook dan mee dat gewenning alles kleurt. Het Engels heeft natuurlijk een krankzinnige spelling, omdat uitspraak en schrijfwijze zo vaak verschillen. Maar deze moeilijkheid valt mij niet meer op — gewend als ik ben aan het woordbeeld.

Het Fries heeft ook iets idioots in zijn spelling — maar dan omgekeerd, omdat deskundigen juist zo goed mogelijk daarin de uitspraak wilden volgen. Dat is alleen al vreemd omdat de taal geen eenheidstaal is, maar bestaat uit verschillende dialecten — waarin de meest basale woorden al verschillend worden uitgesproken. Slechts in het geschreven Fries bestaat er een standaard.

En daarin worden alle leenwoorden worden sinds die invoering van de Steatestavering ruim dertig jaar terug fonetisch geschreven. Ofwel, toen zijn al deze woorden van hun achtergrond en geschiedenis ontdaan. Niemand heeft me ooit kunnen uitleggen waarom. Dus is mijn theorette dat men dacht dat het Fries zich zo duidelijker kon onderscheiden van andere talen [1]. Terwijl ik juist meen dat juist door het doorsnijden van de band met die collectieve leenwoordenschat de taal met zijn rug naar de wereld is gaan staan.

De keuze voor een afwijkend woordbeeld benadeelt volgens mij ook iedereen die het Fries wil leren schrijven — behalve de allergrootste fanaten; de mensen van slechts éen taal. Training om aan die fonetisch Fries gespelde woorden te wennen, is in een minderheidstaal veel minder goed mogelijk dan in talen waarin meer mensen schrijven. En dus meer in druk beschikbaar is.

Ik blijf er domweg moeite mee houden om een woord als journalist, dat in vrijwel alle West-Europese talen gewoon journalist is, in het Fries te spellen als sjoernalist.

Tegelijk is spelling het meest oninteressante aspect aan een taal.

In het Nederlands bestaat er zowel het Groene boekje als het Witte boekje, en beide claimen een woordenlijst te bieden met de juiste spelling. Daardoor bestaat de juiste spelling per definitie al niet. En is ook zo’n jaarlijks Groot Dictee van de Nederlandse taal leuke poppenkast, goedkoop drie uur op TV gevuld, en verder onzin.

Praktisch gesproken, spel ik zoals het me uitkomt. De algemene regels worden braaf gevolgd — zodat iedereen ziet dat ik niet van de straat ben. De uitzonderingen daarop vul ik naar eigen voorkeur in. En in mijn werk geeft dit nooit problemen.

Keer ik me daarom nu fel tegen de aanstaande spellingswijziging van het Fries? Zoals Provinciale Staten onlangs, zonder discussie, tot een voldongen feit maakte?

Ik begrijp allereerst zo’n beslissing niet. Waarom Statenleden, die normaal vooral over ruimtelijke ordening gaat — zoals de vraag of een boomwal gekapt of herplant moet worden — ineens ook menen over taal te kunnen oordelen. En daarvan dan zeker weten dat daar nog aan geklooid mag worden, omdat die nog veel beter kan.

Maakbaarheidsillusies zijn o zo gevaarlijk.

  1. lees: zo veel als kon van het Nederlands zou gaan afwijken [ ]

Citaat van de dag | 0505

Eén simpele hoorzitting veranderde deze week zijn zaak in een aanklacht tegen het hele systeem van vreemdelingenbewaring. Dat brengt vreemdelingen mentale schade toe, zoals al jaren bekend. Illegalen opsluiten in een strenger regime dan criminelen is juridisch en politiek niet houdbaar. Het rapport toonde aan dat in de ‘vreemdelingenketen’ essentiële persoonsinformatie weg lekt of onbetrouwbaar is. Discipline en mentaliteit van het personeel deugen vaak niet, protocollen worden niet nageleefd, persoonlijk initiatief is er te weinig. Informatiesystemen sluiten niet op elkaar aan, letterlijk. Er blijkt in de rechtspleging verbazend veel faxverkeer te bestaan. Ambtenaren voeren dat met de hand in de eigen systemen in, dagen later. Of typen het zelfs over. Als het niet zo treurig was, was het grappig. Er blijkt in de vreemdelingenrechtspleging niet één informatiesysteem te bestaan, maar zeven. Er is intern ruzie over de standaard van invoeren, die dan ook niet bestaat. Zelden oogstte een Kameronderzoek met minder moeite, één dagje interviewen, zo’n omvangrijke bestuurlijke chaos.

Folkert Jensma, ”Computer says no’ en Dolmatov hangt zich op’


Te fietsen | week 18
restauratie ii

Eén jaar is mijn Batavus Sprint uit 1981 nu weer in gebruik, na een totale restauratie. Ruim tweeduizend kilometers zijn er op afgelegd. En dat gebeurde doorgaans met plezier.

Wel heeft de fiets vorig jaar herfst nog spatborden gekregen, van het type ‘longboard’. Er kwam een naafdynamo, in een wiel dat ik zelf heb gevlochten, en LED-verlichting. En de 32-jaar oude zilverkleurige pomp werd vervangen door een hedendaags exemplaar bovendien. Omdat ik eenmaal mijn arm lam pompte bij de tweede lekke band die me vorig jaar trof.

Verder veranderde er niets.

En plannen om nog iets te veranderen, zijn er niet meteen.

Toch is deze Batavus Sprint bijna steeds tweede keus. De fiets kan vrijwel alles heel redelijk, maar blinkt helaas nergens in uit. En voor vrijwel alle doelen waarvoor fietsen benut worden, hebben ik inmiddels meer specialistische fietsen in gebruik.

Hoe trots ik als jongetje ook op de aankoop was, een echte racefiets kocht ik namelijk indertijd niet. Bijvoorbeeld. De Sprint is wat toen een ‘supersportfiets’ heette. Het frame weegt veel meer dan dat van een racer. De buizen staan wat meer achterover. De wielbasis is groter, waardoor de fiets beter rechtuit rijdt.

Daardoor kon ik op vakanties wel weer fijn een paraplu mee nemen tussen achterspatbord en zitbuis.

De fiets is, zeker met vette banden, allereerst comfortabel om te rijden. En comfortabel is iets anders dan snel. Bijvoorbeeld. Comfortabel is ook zelden een doel op zichzelf.