Citaat van de dag | 0126

Na al die tijd kan ik niet anders dan concluderen: de kans is groot dat de AIVD de moord op Van Gogh had kunnen voorkomen. En: naar het zich laat aanzien heeft de dienst een agent de dood in gejaagd door dit in de doofpot te stoppen.

Maar kom, laten we ons nu weer echt druk maken: wie zou de nieuwe CDA-leider worden?

Kustaw Bessems, “Een geruisloze schande”


Gedichtendag 2012

Zie het dossier gedichtendag, voor alles wat ik te zeggen had over dit onderwerp.

Verder is er een dossier Dode dichters, en een hele rubriek gewijd aan poëzie.

Ook boeklog heeft een rubriek poëzie, met doorgaans citaten.


Holidays in Heck
P.J. O'Rourke

[...] Holidays in Heck zou het vervolg zijn op Holidays in Hell. Alleen zijn er twee tamelijk fundamentele verschillen tussen de boeken. P.J. O’Rourke is niet langer oorlogsverslaggever; of zoals het in het vak heet: ‘shithole specialist’. Hij trouwde weer eens, kreeg vlot daarop drie kinderen, en kan eigenlijk niet meer zo maar in zijn eentje weg.

Dus zijn in de meeste verhalen er de kinderen bij. Die alle drie hun eigen wil hebben, [...]

boeklog 26 i 2012


Te fietsen | week 04
marsepein

Kennis is een merkwaardig goed. Ik ben opgeleid tot historicus, en werk weleens als journalist. En voor allebeide bezigheden geldt dat je je gauw en oppervlakkig nieuwe kennis moet leren eigen maken — al was het maar om te kunnen onderscheiden wat we menen zeker te weten, en wat juist nog niet bekend is.

Specialisatie, of diepgang, vindt daardoor zelden plaats. En meestal is dat geen probleem. Behalve dan in de confrontatie met een echte specialist. Omdat het zo verleidelijk is om op zijn of haar kennis te gaan leunen — terwijl dat eigenlijk niet zou moeten.

Tijdens alle jaren die ik nu nadenk over sport heb ik allerhande specialisten wijsheden horen vertellen waar achteraf meestal veel op af te dingen viel. Wat overigens allereerst betekent dat er nog heel erg weinig harde kennis is — misschien omdat de economische noodzaak voor die kennis ook nooit zo groot was.

En nu heeft Graeme Obree een boek geschreven over trainingsmethoden voor fietsers.

Obree is alleen al uniek omdat hij zich buiten de traditionele wielerploegen om tot een toprenner ontwikkelde. Zo verbeterde hij twee keer het werelduurrecord — beide malen door een lichaamshouding aan te nemen die de UCI inmiddels afkeurt.

Als over Obree iets op te merken is, dan toch zeker dat hij het experiment niet schuwt. En dus bestaande kennis niet voetstoots wenst aan te nemen.

Graeme Obree werd onlangs publiek geïnterviewd over zijn trainingsmethoden.  [1] Waarbij hij onder meer ademhalingsoefeningen deed met de zaal — omdat zijn theorie is dat vuile lucht zo gauw als kan uit de longen moet verdwijnen; dwars in tegen hoe de evolutie ons heeft leren ademen.

En de uitleg bij die ademhalingstheorie was jammer, omdat hij daarmee toch weer te veel de experimenterende autodidact leek; die niet gehinderd werd door een teveel aan benul.

Terwijl Obree tot dan zo veel zinnige dingen had gezegd. Zoals dat we tweeënhalf tot drie uur aan brandstof in onze spieren kunnen bergen — wat precies overeen komt met mijn ervaring. Of dat zelfs in de benen van Tour de France-renners 70% van de spiermassa dient om die energie op te slaan, en slechts 30% de kracht levert voor de voortgaande beweging.

Ook heeft hij uitgesproken ideeën over de voeding onderweg. Omdat fietsers doorgaans wel meer dan die tweeënhalf tot drie uur onderweg zijn, en dus die energiereserves onderwijl moeten aanvullen. En voor Obree begint het energie tanken al bij het kauwen, omdat dan enzymen aan het eten worden toegevoegd, en de verwerking van deze brandstof beter lukt.

Dus is het eten van zoiets simpels een stukje marsepein aanzienlijk beter dan het naar binnengieten van welk geoptimaliseerd gelletje of sportdrankje ook.

En nu vraag ik me af of ik Obree hierin wel geloof omdat hij net genoeg aanreikt om te kunnen wegen, met mijn kennis over de stofwisseling onder inspanning. Of dat ook mijn afkeer van mierzoete spullen als die gel het oordeel verkleurt.

Mijn voornaamste fietsvoedsel is momenteel overigens de Luikse wafel.

  1. Helaas heeft The Bike Show deze podcast niet meer online staan; anders dan daar normaal is. Wat ik natuurlijk pas ontdekte na deze woorden geschreven te hebben [ ]

Wet van de dag | 0125

  1. Herhalen is de beste manier om te leren, daarmee worden hersenverbindingen gesmeed.
  2. Herhalen is de beste manier om te leren, daarmee worden hersenverbindingen gesmeed.

    Hersenen niet geschikt voor klassikaal onderwijs..


Herzog | uiteindelijk
Saul Bellow

[...] Alles overziend valt me op dat ook deze roman van Bellow in de details zoals de gebruikte taal en de terloopse anekdotiek werkelijk prachtig is. Maar dat er als boek toch iets aan schort, omdat de tempi domweg niet deugen om het boek als roman een totaalbelevenis te laten zijn.

Dus blijft staan dat ik The Adventures of Augie March waarschijnlijk Bellow’s leesbaarste roman vind – terwijl aan dat boek dan weer merkwaardige probleem kleeft dat ik de inhoud altijd verwar met die van The Apprenticeship of Duddy Kravitz van Mordecai Richler. Beide gaan op dezelfde manier over Joodse jongens die zich vanuit de nederklits opwerkten.

Bellow heeft waarschijnlijk ook te veel navolging gekregen om nu nog werkelijk indruk te maken. Navolgers hebben waarschijnlijk allang onzichtbaar gemaakt wat er ooit origineel was aan dit boek. De figuur van de vastgelopen intellectueel, die alleen houvast heeft aan de academische shoptalk die voor kennis doorgaat, is een archetype geworden. Bijna de vaste hoofdpersoon ook inmiddels in romans van Nederlandse auteurs die willen laten zien dat ze enige scholing hebben gehad.

De kunst is dan om een boek over een treurig type niet ook treurig te maken. [...]

boeklog 25 i 2012

[ volg mijn gedachten over Bellow's Herzog hier ]


Citaat van de dag | 0124

Van daaruit zijn vier moderne kernwaarden geformuleerd, te weten: „Gespreide verantwoordelijkheid, solidariteit, publieke gerechtigheid en rentmeesterschap” – of zoals dat in 1995 werd genoemd: „Gerechtigheid in het publieke leven, solidariteit, rentmeesterschap en verantwoordelijkheid.” Op grond daarvan wordt een aantal „strategische keuzes” gemaakt: voor een „slagvaardige overheid”, voor een „versterking van Europa” en voor „een duurzame dynamiek” – of zoals dat in 1995 werd genoemd: „een solide overheid”, „een effectief Europa” en „het duurzaam bewerken van de aarde”.

Zo kan het CDA weer met vertrouwen een wereld tegemoet waarin „alles verandert en beweegt”. Bijna alles dan.

Rob Wijnberg: ‘CDA 2.0′


Muziekjes van week 04 | 2012

Henk van Nazareth – De reünie van 4 Havo is in lokaal 31
D-A-A-N, Hé Hallo!

Twee keer de schoolreünie tot lied verwerkt door veertigers. Eenmaal in het toffe Dijkshoorn-idioom dat in de Randstad voor leuk doorgaat, begeleid door een vette maar lome Neil Young-achtige riff. En eenmaal door de Friese Daan, die zijn melancholie verpakt in een blijmoedige rap, en het voor zijn clip onder meer in illustraties uit de Wehkampgids heeft gezocht.

De éen is niet beter of slechter dan de ander. Beide hebben iets dan in het gehoor blijft plakken. Geen van beide overtuigt me zo’n reünie te bezoeken.

 

 


Overwegingen | 0123

Kranten doen het niet snel goed meer, voor mij. Als ze het nieuws nog eens brengen, was dat vaak elders al veel eerder bekend gemaakt. En als ze het nieuws analyseren, wordt al gauw de storende ruis ingevoerd die opinievorming heet;

Maar nog ergerniswekkender dan al dat is het als kranten het nieuws gaan voorspellen;

Ook voorspellingen zijn namelijk meningen, en meningen zijn doorgaans heel oninteressant;

Dat is een feit, zo niet een wet — voor u mij ergens van beschuldigt;

Krantenvoorspellingen zijn bovendien altijd aan de sensationele kant, en als ze uitkomen immer behoorlijk ingrijpend in het dagelijkse leven;

Beste voorbeeld van hoe onzinnig het is om nieuws te gaan voorspellen: in oktober werd aangekondigd dat er een horrorwinter zou aankomen. Een Brits weerbureau had het al over een ‘winter des doods’;

Nu duurt de meteorologische winter nog ruim een maand, en kan er best nog van alles gebeuren. Feit blijft dat het tot nu toe vooral gekwakkeld heeft, en het amper een paar nachten vroor;

Was er vandaag toch weer de voorspelling dat volgende week Siberische lucht naar deze streken stroomt, en dan alles potdicht zal vriezen. Terwijl iedereen weet dat het weerbericht voor morgen vaak al niet klopt. Toe nou;


Quote of the Day | 0123

You ask whether online criticism has made literature into a more or less isolated cult. Not really. I think literature itself was already becoming an isolated cult. Bernardo Soares, Pessoa’s heteronym in The Book of Disquiet, writes, ‘I am today an ascetic in my own religion. A cup of coffee, a cigarette, and my dreams can easily replace the sky and its stars, work, love and even the beauty of glory. I have, so to speak, no need of stimulants. My opium I find in my soul’. When it comes to literature, many of us have their own cult, their own religion, their own literary sky and stars. But there is a sadness to this, I think. Our stars are toy stars, like the ones which glow on a child’s bedroom ceiling. We are isolated; we read on separate islands. And reading, for us, is a hobby, a pastime, and little more than that, even if it once meant much more than that.

‘The Situation in American Writing: Lars Iyer’

Boeklog over The Book of Disquiet.


CliChe | 74

Alle foto’s die met ‘Che Guevara’ getagd werden in het archied van het IISG. Zoals de afbeelding hierboven van spatlappen. [via]

alle CliChés op eamelje.net


Quote of the Day | 0122

So, the starting point for me, when thinking about how economics works as a discipline, is to realize that the traditional model of submit, get refereed, publish, and then people will read your work broke down a long time ago. In fact, it had more or less fallen apart by the early 80s. Even then, nobody at a top school learned stuff by reading the journals; it was all working papers, with the journals serving as tombstones.

Paul Krugman, ‘Open Science And The Econoblogosphere’


Opgezwolle
week 3

Utrecht heeft de naam, of anders Amersfoort wel. Als daar eens een sein verkeerd staat, of een wissel bevriest, kampt meteen heel het treinverkeer in Nederland met een vertraging.

Toch bestaat er een nog veel groter knelpunt in het Nederlandse spoorwegnet. Het treinstation Zwolle. Omdat alle verkeer naar de drie noordelijke provincies door dat ene station moet. Een alternatieve route bestaat er niet, onnozel genoeg. En alleen daarom al voelde het als een ontstellende minachting voor drie hele provincies dat NS en ProRail station Zwolle wel even een paar maanden dicht konden doen in de zomer van 2012.

Er moest worden verbouwd.

Ondertussen gingen er dan bussen rijden tussen station Meppel en het station in éen van die muffe legerplaatsjes aan de IJssel. Geschatte vertraging zeker een uur. Hoe het dan moest met reizigers die een fiets meenamen in de trein wist nog niemand.

Daarom zou ik opgelucht moeten zijn dat er blijkbaar voldoende protest is geweest, en station Zwolle nu wel gewoon openblijft tijdens de verbouwing.

Alleen blijft dus dat knelpunt bestaan. En bedenk ik me voor het eerst dat in alle pleidooien voor de Zuiderzeelijn maar zelden is benadrukt hoe goed het zou zijn om naast Zwolle een alternatief te hebben voor een verbinding met het Noorden. [En ik heb wat pleidooien voor de Zuiderzeelijn aangehoord].

Dus blijft het railnet in Nederland merkwaardig negentiende-eeuwse trekjes houden.

Nu goed, alle problemen met de Ketelbrug indertijd hebben bewezen dat ook het autoverkeer naar Noord-Nederland heel makkelijk te ontregelen is. Maar voor auto’s bestaan er nog altijd sluiproutes — of desnoods het alternatief om niet door de polders te rijden, maar gewoon om de oude Zuiderzee heen.

En normaal kost het me amper veel meer dan een uur om vanuit het Noorden met de auto in Amsterdam te komen. Dat de afstand andersom voor Amsterdammers oneindig veel groter lijkt, mag niet verrassend heten. Daar is alles poesta en boerenland eenmaal buiten de stadsgrens gekomen.

Ik hoef dus helemaal niet door Zwolle met de trein. Alleen moeten ze me de mogelijkheid dat wel te kunnen doen niet zo maar afpakken; bijvoorbeeld omdat ik in de trein wel werken kan, en achter het stuur alle reistijd verloren tijd wordt.


Law of the Day | 0121

3 (a). Advice to people at the beginning of their careers: do not imagine that you have to know everything before you can do anything. My own best work was done when I was most ignorant. Grab every opportunity to take responsibility and do things for which you are unqualified.

(b). Advice to people at the middle of their careers: do not be afraid to switch careers and try something new. As my friend the physicist Leo Szilard said (number nine in his list of ten commandments): “Do your work for six years; but in the seventh, go into solitude or among strangers, so that the memory of your friends does not hinder you from being what you have become.”

Freeman Dyson, ‘The 60 Year Job’


Herzog | pagina’s 298 – 371
Saul Bellow

Jammer dat de roman ineens was afgelopen, zo voelde het. Ik wilde nog wel even door. En weten hoe het verder ging. Want weliswaar schijnt Herzog weer een beetje onder de mensen te zijn gekomen. Helemaal zeker lijkt me dit allerminst. Bovendien trekt hij zich toch weer in zijn eentje terug – zelfs al heeft hij dan eindelijk de stroom laten aansluiten in zijn zo duur verbouwde zomerhuis waar hij al weken rond scharrelde.

Maar de tweede helft van Herzog beviel me aanzienlijk beter dan de eerste – zelfs al was het begin heel niet slecht. De laatste weken lezen brachten alleen naast taal en anekdotes ook enig leven in het boek.

Mijn Penguin-editie bevat een inleiding van Philip Roth, die ik nu ook eindelijk lezen mocht, waarin hij van een hele reeks aan Bellow-romans opsomt wat daaraan te bewonderen is.

Het personage Moses E. Herzog is daarbij de meest geniale schepping van al.

En ik vraag me af of ik aan deze loftuitingen twijfel omdat Herzog nu juist een archetype lijkt van de man die daarna nog zo veel Nederlandse romans zou vullen — maar dan vanzelfsprekend heel wat lulliger en minder briljant beschreven. Die talmende intellectueel. Het onhandige type dat op alles wat in zijn leven passeert, reageert met toevallige filosofietjes — of erger nog: door wat halfbegrepen kennis uit een oude Prismapocket over de kwantummechanica te extrapoleren naar diens eigen leven.

De vastgelopen loser komt hier nogal vaak voor als boekpersonage. In de VS mag dat juist niet, want dat verstoort ‘The American Dream’ maar, en maakt zo’n roman meteen tot literatuur, en daarmee enkel voor fijnproevers.

En daarom zal ik vast ook iets moeten schrijven over het type roman dat Herzog is.

Een uitgebreid Boeklogje volgt woensdag.

[ volg mijn gedachten over Bellow's Herzog hier ]


Law of the Day | 0120

Never attribute to malice that which is adequately explained by stupidity.

Hanlon’s Razor


Lotgevallen van de brave soldaat Švejk
Jaroslav Hašek

Liefst wil ik in Boon aan het lezen zijn, als halfweg maart herdacht wordt dat hij honderd jaar eerder geboren werd. Maar begin ik nu in De Kapellekensbaan – Zomer te Ter-Muren dan is dat boek tegen die tijd al uit.

Daarom, als kort intermezzo, zullen de komende drie weken langzaam lezen gewijd worden aan de klassieker aller anti-oorlog-klassiekers. De lotgevallen van de brave soldaat Švejk in de wereldoorlog van Jaroslav Hašek. Omdat ik indertijd na deel 1 gestopt ben. En het dus hoog tijd wordt dat deel 2, ‘Aan het front’ weer eens gelezen wordt.

Bovendien ben ik in een biografie bezig van Hašek, en dat is zo mogelijk nog een merkwaardiger man dan zijn brave soldaat.

[volg mijn ideeën over De lotgevallen van de brave soldaat Švejk hier]


Hand in glove
illustratie van week 3

De meeste winters koop ik wel een nieuw paar handschoenen. Vaak zijn die van wol, want dat zou de meeste warmte geven. Of anders van een kunststof, zoals fleece, die van geretourneerde frisdrankflessen gemaakt schijnt te worden. Om dan toch altijd weer mijn oude paar leren handschoenen op te duikelen, en die voor alles te gebruiken.

Leer is tenminste waterdicht. Leer keert de wind. Leer is ideaal, al blijft misschien jammer dat er beest stierf voor mijn comfort.

Maar dat ik telkens toch nieuwe handschoenen koop, komt door éen elementair gebrek aan die leren handschoenen. Ze zijn te kort. Mijn polsen blijven onbedekt. En wat de winkels in de verkoop hebben aan leer is niet langer.


Quote of the Day | 0119

Beyond his physical disability, Pistorius is unlike his peers in another, less visible way. Lots of athletes at his level hoard their energy for a single purpose. They train, they eat and they sleep — some of them, like infants, up to 12 hours a day counting their long afternoon naps. They become dull boys or girls as a result — or perhaps they are capable of such narrow focus because they were dull to begin with.

‘The Fast Life of Oscar Pistorius’


The Sense of an Ending
Julian Barnes

[...] The Sense of an Ending won de Booker-prize in 2011. En daar is wel wat voor te zeggen. Omdat deze korte roman zich vlot laat lezen, en universele thema’s aansnijdt. En alleen daarom al velen zal overtuigen dat er nog altijd goede en normale boeken worden geschreven.

Tegen het boek spreekt voor mij dat ik tot tweederde van de tekst dacht dat Julian Barnes listig de roman Bougainville en nog wat later werk van F. Springer aan het overdoen was. [...]

boeklog 19 i 2012


Te fietsen | week 03
framing

Het belangrijkste onderdeel van de fiets is het wielenpaar. Wielen moeten simpelweg altijd recht blijven, probleemloos draaien, en toch soepel de problemen oplossen die de weg opwerpt. Daarom zou vrijwel iedereen het prettigst rijden op dikke worstenbanden. Zulke banden hebben de minste rolweerstand. En ze dempen alle onregelmatigheden weg.

De enige groep die problemen heeft met de worstenband, zijn de types die zo snel als kan willen fietsen. Racefietsers gaat het namelijk eerst om een laag gewicht, en zo weinig mogelijk luchtweerstand. Dus nemen ze voor lief dat de vingerdikke tuubjes waar zij op rijden ongenadig hard kunnen doorgeven hoe de weg er bijligt.

Toch gaat het bij de discussies over wat nu de beste fiets is nooit over de wielen. Of hoogstens luidt nog weleens een vraag of 26 inch-wielen voor sommige toepassingen niet beter zijn dan 28-inch.

Waarschijnlijk is er te weinig op te scheppen over wielen zonder dat het meteen heel technisch wordt.

Gediscussieerd wordt er daarentegen wel altijd over het frame, en wat dan het meest ideale materiaal zou zijn om een fiets van te maken. Terwijl ik dat nu een werkelijk heel onbelangrijke kwestie vind. Omdat bijna elke oplossing werkt.

Zoek maar even online, en zie dan dat er prachtige en weinig wegende fietsframes te maken zijn van de meest uiteenlopende materialen. Er is een Japanner die ze uit mahonie maakt. Onder zelfbouwers is bamboe tegenwoordig heel geliefd. Het traditionele materiaal was natuurlijk altijd staal. Maar aluminium heeft als voordeel dat het niet wegroest. Carbon-fietsen zijn erg licht van gewicht.

En misschien is titanium wel het meest ideale materiaal om een fiets van te maken. Het heeft alle voordelen van aluminium en geen van de nadelen, zoals het gebrek aan flexibiliteit, maar is nog lichter, en gedraagt zich als het op schokdemping aankomt nog beter dan staal.

Alleen. Zo’n eigenschap als die goede schokdemping valt dus echt pas op als de wielen te veel van de weg doorgeven aan de fiets.

Dus telt er voor mij eigenlijk maar éen ding als ik naar fietsen kijk. Hun esthetiek. Waarbij dan heel simpel geldt dat ik opgroeide in een tijd dat alle fietsen nog van staal waren. En dat de fietsen waar ik naar lustte van staal waren. En deze liefde alles verkleurt.

Van zo’n plastic fiets, hoe duur het frame ook mag zijn — en de Look 695 is aan de prijs — vind ik de lijnen van het frame gauw veel te grof. In dit geval van de voorvork.

Plastic-fietsers vinden dan weer dat ik op een dranghek rijd. Maar die zijn meestal in een andere tijd groot geworden.

[wordt vervolgd]