Profronde
Te fietsen | week 30

Enig speuren in het archief van de Leeuwarder Courant leerde me dat ik in 1984 voor het eerst de Profronde in Surhuisterveen moet hebben bezocht.

Die werd toen overigens pas voor de derde keer gehouden.

Zoetemelk won indertijd, voor Laurent Fignon. En ik weet niet of me toen al bekend was dat het bij wielercriteriums er nu net nooit om gaat wie als eerste finisht. De winnaar staat voor de wedstrijd namelijk al vast. Wat volgt is een soort straattheater. Want er is toch geen toeschouwer die zien kan dat de wielrenners een heel stuk minder hard rijden dan ze in een serieuze wedstrijd zouden doen.

Een journalist van het Nieuwsblad van het Noorden voelde zich in elk geval in 1983 nog behoorlijk bekocht door het vertoonde in Surhuisterveen. Algemene kennis zal het toen niet geweest zijn, van dat toneelspel in de open lucht.

Belangrijkste herinnering aan 1984 was de ontdekking dat beroepswielrenners merkwaardig klein van gestalte waren. Joop Zoetemelk bleek een pezige tuinkabouter te zijn, waaraan alleen de baard ontbrak. Laurent Fignon een jongetje van tien met een zweetband om zijn ouwelijke hoofdje.

Tegenwoordig hebben profwielrenners wel een normale lengte. Alleen zijn ze inmiddels onmogelijk mager. Toen ik gisteravond Chris Froome ‘in het echt’ zag, bleek deze nog dunner te zijn dan gedacht. De TV maakt eenieder tien kilo dikker. En geel flatteert ook al bijna niemand.

Een constante is dus gebleven dat elke keer als ik profwielrenners zie me verbaast dat zij zo hard kunnen fietsen met die onmogelijke lijfjes.

In 1984 heb ik waarschijnlijk nog betaald om te mogen kijken. Tegenwoordig is de toegang tot de Profronde gratis, en als dank noemt de speaker van dienst vele malen de namen van allen die sponsorden op.

Anders dan toen is ook dat ik inmiddels te oud en cynisch geworden ben voor het vertoonde. Het lukt me niet meer om betoverd te worden door wat bekende sportmensen op een fiets, die een kleine twee uur lang rondjes toeren in een dorpscentrum ergens. Als een evenement duizenden bezoekers trekt ga ik tegenwoordig trouwens ook al automatisch de andere kant op. Bovendien zijn er tal van media bijgekomen die uitgebreid verslag doen van het gebeurde, in woord en beeld.

Wielercriteria sterven uit, schreef De Volkskrant. De renners worden te goed betaald door hun ploegen tegenwoordig.

En vreemd genoeg had ik ook het idee gisteren nog even iets heel ouds te hebben meegemaakt, dat plotseling verdwijnen kan, en niemand dan zal missen. Dat halve uur voor ik de stilte weer opzocht, en vond. Terwijl wielercriteria dus toch niet meer zijn dan een bedachte traditie.


Quote of the Day | 0725

Because of its size, altitude and the amount of water it holds, the Third Pole is a major engine of global weather.

Compared to the North and South poles it is understudied, so what Professor Qin and his team are discovering is hugely significant for the fate of the world.

[…] Professor Qin has found the rate of melting has almost doubled in the past decade.

Crisis on High


Pour Me
A.A. Gill

[…] Mislukte hij wel in de beeldende kunsten omdat hij daarin nooit iets eigens bereikte. Weliswaar leerde hij op de academies ambachtelijke vaardigheden. Alleen doet hij in zijn autobiografie opvallend badinerend over de positieve kant van die kwaliteiten. Want, wie goed tekent, volgt daarmee toch ook getrouw eerdere klassieke voorbeelden. En in de kunsten is dat nu net niet goed. […]

boeklog 25 vii 2016


Citaat van de dag | 0719

Losse databases en systemen zijn aan elkaar gekoppeld. Informatie stroomt van de ene database naar de andere, van het ene overheidsorgaan naar het volgende.

Niemand is verantwoordelijk voor het geheel aan datastromen. Er is geen enkel overzicht, geen overkoepelende visie, te weinig transparantie en veel te weinig mogelijkheden voor burgers om grip te krijgen op hun privégegevens. En bij het verzamelen en koppelen van informatie worden fouten gemaakt. Fouten mét consequenties.

‘Deze wetenschappers luiden de noodklok: Big Data heeft een tegenmacht nodig’


Quote of the Day | 0718

“I put lipstick on a pig,” he said. “I feel a deep sense of remorse that I contributed to presenting Trump in a way that brought him wider attention and made him more appealing than he is.” He went on, “I genuinely believe that if Trump wins and gets the nuclear codes there is an excellent possibility it will lead to the end of civilization.”

Donald Trump’s Ghostwriter Tells All


Laurent Fignon’s autobiografie
Te fietsen | week 29

Fignon, was dat niet de wielrenner die de Tour de France ooit met 8 seconden verschil verloor?

Nee, zo antwoordde hij zelf altijd daarop ietwat gepikeerd. Hij was de renner die de Tour twee keer heeft gewonnen.

Nous Étions Jeunes et Insouciants is de autobiografie van Laurent Fignon [1960 — 2010]. Het boek verscheen vlak voordat hij stierf aan kanker. En sindsdien komt de uitgave ineens met grote regelmaat terug op lijstjes van wielerboeken die ertoe zouden doen.

Die lijstjes zijn me altijd wat te optimistisch over het gebodene. Zo’n heel goed boek is dit ook niet, als boek. Al vertelt Nous Étions Jeunes et Insouciants heel leuk over wielrennen. Over het koersen dan nog in de laatste jaren van de romantiek. Voordat ploegleiders hun teams gingen besturen als waren het robotjes op fietsen. Voordat EPO en andere vormen van werkzame doping hun intrede deden in het peloton.

In Fignon’s tijd vielen de renners die er toe deden tenminste nog zelf aan. Toen wonnen enkel de kopmannen de grote ritten, in plaats van een anonymus uit een vroege vlucht die een kwartier voorsprong had mogen nemen.

Dus las ik een boek dat me nog het best beviel door het jeugdsentiment dat het opriep. De beste jaren van Fignon’s wielercarrière vielen toevallig samen met de tijd dat ik het wielrennen op TV intensiever heb gevolgd dan ooit. Toen hij de Tour de France won in 1983 als 22-jarige debutant — kom daar nu nog eens om — was ik ten diepste bedroefd dat Peter Winnen slechts derde werd uiteindelijk in dat klassement — kom daar nu nog eens om.

Toen Laurent Fignon de Tour in 1984 pakte, onder meer door vijf etappes te winnen, werd ook hij een held.

Maar medio jaren tachtig kwam er aan mijn middelbare schooltijd een einde, en daarmee verdween ook het automatisme om thuis meteen na school naar wielrennen te kijken op televisie. Alles wat er de tweede helft van de jaren tachtig of het begin van de jaren negentig allemaal in de koers gebeurde, beleefde ik mede daarom een stuk minder intensief.

Fignon kreeg al snel last van zijn Achillespezen, had een zware operatie nodig, en kwam daarna eigenlijk nooit meer op zijn oude niveau terug. Eén van zijn enkels kon hij nooit meer helemaal buigen. Desondanks won hij daarna onder meer nog tweemaal de klassieker Milaan-San Remo.

En er was die Tour de France van 1989.

Daarover schrijft hij dat hij de laatste beslissende tijdrit — die Greg Lemond de overwinning zou geven — op een ontstoken zitvlak had te rijden. Bovendien houdt hij staande dat het triatlonstuur dat Lemond gebruikte tegen de regels was. Dat stuur gaf Lemond vier steunpunten op de fiets — handen, ellebogen, voeten, kont. Terwijl renners volgens de regels slechts drie steunpunten mochten hebben.

Helemaal heeft hij die nederlaag dus nooit verwerkt. Al zal het ongetwijfeld geweldig irritant zijn geweest dat hij altijd weer aan die ene verloren wedstrijd herinnerd werd, en niemand ooit zijn dominantie herinnerde in die twee eerdere Tours.

Of dat zo makkelijk vergeten is hoe heel Italië tegen hem samenspande om te voorkomen dat hij de Giro van 1984 zou winnen. De televisiehelicopter ging zelfs telkens schuin voor hem hangen, zodat hij de wind van de rotoren hem in de laatste tijdrit onbehoorlijk hinderde.

Nous Étions Jeunes et Insouciants bleek een jongensboek te zijn, waarin een jongen aan andere jongens met plezier vertelt over de sterke stukken die hij beleefde. Ook leuk. Helemaal voor een late namiddag op de bank tijdens weer een saai Tour-etappe. Alleen wat eenzijdig daardoor. Al is het vanzelfsprekend al heel wat dat een sportman met intelligentie en soms zelfs relativering op zijn loopbaan terug durft te kijken.

Mij viel alleen op dat enkel zijn ploegleider Cyrille Guimard de enige was die ook een volledig portret kreeg in dit boek — en dit was dan ook nog doordat beiden ruzie kregen en uit elkaar gingen.

Laurent Fignon, We Were Young and Carefree
287 pagina’s
Yellow Jersey Press, 2010
Vertaling door William Fotheringham van Nous Étions Jeunes et Insouciants, 2009

The Report of the Iraq Inquiry
Report of a Committee of Privy Counsellors

[…] toch is The Report of the Iraq Inquiry niet helemaal een overbodig stuk, dat net als de studie van de Commissie Davids wel spoedig ergens in een la zal belanden om er nooit meer uit te komen. Zo hebben de onderzoekers de correspondentie weten te verkrijgen die er was tussen Blair en Bush. En die maakt onder meer duidelijk dat er al in 2002 besloten was tot invasie. Tony Blair zou de Amerikaanse president in alles volgen: […]

boeklog 17 vii 2016


Juli
Te fietsen | week 28

Er was nog niet veel zomer deze zomer. Tenminste, zo voelt het aan. Want er zullen vast al tal van dagen zijn geweest waarin ik wel ongestoord uren in de zon had kunnen fietsen. Alleen waren dat dan net de dagen niet waarop ik fietsen kón.

Als het eens niet regende en er ook geen buien dreigden, dan waaide het wel te hard.

Het tellen van de goede fietsdagen zou alleen misschien wel moeten nu. Statistieken aanleggen, om vage onlustgevoelens weg te kunnen nemen. Want als ik nadenk over wat het fietsen in de zomer nu precies ‘s zomers maakt dan treedt al meteen verkleuring op. Objectiviteit ontbreekt. Voor dat beeld wegen dan ineens alle zonovergoten zomerritten mee van de laatste jaren. En dit totaal is daarmee een vervalsing.

Misschien dus lijkt 2016 alleen de slechtste zomer te zijn, om te fietsen, sinds mensenheugenis.

Maar ik weet toch ook vrij zeker in 2012 nauwelijks in korte broek te hebben gefietst.

Mag toch ook niet worden uitgesloten dat veel in het fietsen inmiddels een routine is geworden. Te zelden nog fiets ik in een voor mij geheel nieuwe omgeving. Vrijwel alle wegen op mijn pad zijn me inmiddels bekend. En daarmee gaan mijn zintuigen toch zelden nog helemaal open; want het nieuwe en het onbekende maakt de waarneming onwillekeurig vrij wat scherper.


Vijf bijlen
A.L. Snijders

[…] Vervolgens onthoud ik dat verhaal over die ontmoeting nauwelijks, zelfs al is deze twee maal beschreven, en blijven me Snijders opmerkingen over dat schrijven juist wel goed bij.

Gaf hij zich zelfs nog een keer aan dat het schrijven van zkv‘s ook het vorm geven aan een onvermogen is: […]

boeklog 13 vii 2016


Quote of the Day | 0712

Facts don’t work’, and that’s it. The remain campaign featured fact, fact, fact, fact, fact. It just doesn’t work. You have got to connect with people emotionally. It’s the Trump success.

‘How technology disrupted the truth’


Quote of the Day | 0706

times of broad-based economic progress also tended to lead to moral progress, to “greater opportunity, tolerance of diversity, social mobility, commitment to fairness, and dedication to democracy”. Reverse the economic gains and the moral gains may also evaporate.

Tim Harford, “We’re all winners or losers now”


Citaat van de dag | 0705

Ze gaan nu in veertig woningen één kopje afwassen in plaats van veertig kopjes in één instelling. Iedereen kan uitrekenen wat per saldo duurder is. Dus gaan gemeenten flink beknibbelen op kosten en krijgen mensen thuis ook slechte zorg.

Bert Keizer in: ‘Verpleeghuis is de schuur van de losers’


The Good Story
J.M. Coetzee and Arabelle Kurtz

[…] Bood het boek zelfs een klassieke filosofische vorm aan dialoog. Coetzee oppert steeds een these, die dan vaak komt in de vorm van een vraag. Arabella Kurtz biedt daarop haar antithese. Waarop hij het woord weer krijgt, en zij vervolgens het hoofdstuk mag afronden.

Was het vervolgens blijkbaar aan mij als lezer om tot een synthese te komen, en lukte mij dat te zelden. […]

boeklog 4 vii 2016


Lint
Te fietsen | week 27

Wie online om informatie zoekt over fietsen of fietsonderhoud ontdekt al snel dat nogal wat kennis daar veeleer een persoonlijke mening is dan iets anders. Narcisme weegt nogal eens mee. Want iemand heeft dan nogal wat geld uitgegeven aan iets, en daarmee is dat vervolgens dan het beste product ooit.

Gelukkig daarom dat er ook neutralere kennisbronnen bestaan online, zoals de website die Sheldon Brown ooit begon.

Brown zwijgt er evenwel over hoe een stuurlint het best gewikkeld kan worden. Terwijl dat voor menigeen toch een heikel punt is.

De stammenstrijd begint al bij de vraag of je begint door het lint aan het uiteinde van het stuur aan te brengen, of dat je juist altijd vanuit het midden naar het uiteinde toewerkt.

Wordt het vervolgens nog een vraag hóe je wikkelt. Naar binnen gericht, of juist naar buiten.

Dus bestaan er zo al vier verschillende methoden om tape aan te brengen. En voor elk van deze vier zullen vast voorstanders te vinden zijn. Nog afgezien van de mensen die niet voor lint kiezen, maar liever een leren hoes aanbrengen, of soortgelijks.

Is er daarnaast ook nog strijd om het beste soort lint. Of om de vraag wit als kleur niet helemaal fout is. Of om de kwestie of het lint niet altijd dezelfde kleur moet hebben als het zadel. Of of je wel met éen laag kunt volstaan, en of dat daaronder toch wat aan demping nodig is. Er zijn kortom redenen genoeg te vinden voor felle discussies online, die vervolgens zo vaak weinig meer voorstellen dan wat geschreeuw over een strikt persoonlijke mening.

Ik beken daarom maar, ik wikkel altijd vanaf het einde van het stuur, naar buiten. Nepkurk heeft daarbij mijn voorkeur. En ik vervang een stuurlint pas als het echt te vies wordt om nog langer aan te pakken — wat bij zwart spul moeilijk te zien valt — of als de lijmlaag onder het lint loslaat, en de boel kan gaan verschuiven. Daar zit verder geen enkele principiële keuze bij. Het leven is te kort.

[Bovenstaande gebruiksaanwijzing bijvoorbeeld — aan elk uiteinde van het stuur af te slachten — eist dat ik naar binnen toe wikkel. Maar zoals ik het doe, werkt het ook.]