Een varend eiland
J. Slauerhoff

[…] als het in de brieven over zijn schrijfwerk gaat, is dit doorgaans al af.

Weetjes die ik terloops nog wel meepikte: Slauerhoff was 1,84 lang. En hij meldde aardig Fries te kunnen spreken, en amper te kunnen schrijven. Over hoe het met zijn Liwwadders stond evenwel geen woord.

Een negatief oordeel kwam dan weer van de samensteller van het boek, die constateerde dat Slauerhoff nogal eens raffelde[…]

boeklog 27 vi 2017


Mijn rondje iii
Te fietsen | week 26

Interessantste argument tegen het fietsen van vaste routes kwam van Marianne Vos, in het interviewboek Mijn rondje. Al vond dat gesprek plaats voor haar burn-out; en kan er dus best nog een andere verklaring zijn voor de weerzin in haar woorden.

Marianne Vos fietste het liefst elke keer over andere wegen, en zonder metertjes — om niet altijd en eeuwig met zichzelf in gevecht te hoeven zijn. Zou zij haar rijsnelheid weten, dan wist ze ook meteen hoe hard ze normaal reed op dat stuk. En die vergelijking kon haar dan tot een extra inspanning aanzetten waarvan ze inmiddels doorhad dat ze niet per se wilde. Het hoefde niet altijd sneller, of met meer Watts, dan de vorige keer.

Net zo komen vaste fietsrondjes met het probleem dat je op een gegeven moment weet wat de afstanden precies zijn, tot de plaats van bestemming, of tot je weer thuis bent.

Soms vormt dat geen probleem — als ik Groningen uit fiets, weet ik precies de punten waarop het nog veertig kilometer is naar mijn huis. En gaat het vlot, dan wordt zo’n afstand binnen anderhalf uur overbrugd. Gaat het minder, of staat de wind verkeerd, dan kost die een kleine twee uur aan fietsen. En dit kan een heel nuttige wetenschap zijn.

Maar als ik Groningen uit rijdt, zit ik doorgaans pas net weer op de fiets. En dan is een beetje afstand niet erg, noch afschrikwekkend.

Vervelend wordt het pas op lange ritten, als Groningen niet meer is dan een te passeren hindernis, en de wetenschap dat er vervolgens nog veertig kilometer moeten met het moede lijf nog naar kan aankomen.

En nog vervelender wordt het als je de kilometers gaat aftellen onderweg. Omdat fietsen ook zo’n geestelijke inspanning is. Eenmaal de fietsconditie er is, gaat opvallen dat elke rit blijkbaar precies zo lang moest duren als deze duurde. Maakt niet uit of je veertig kilometer rijdt, of tweehonderdveertig, ergens, vlak voor het einde, is iets in je onbewuste al thuis gekomen, waardoor dat fietsen liever niet te lang meer duren moest.


Een lange weg naar Tipperary
Ben Borgart

[…] De roman Een lange weg naar Tipperary bleek namelijk een vreemd onevenwichtig boek te zijn. Beter geschreven, bij vlagen, dan het standaard reisboek over een fietstocht door Ierland. Alleen, dit is veeleer een stoer jongensboek voor wat oudere jongens over een fietsreis — mede door de vaak net te toffe toon, die inmiddels behoorlijk verouderd aandoet — dan literatuur.

Een pub onderweg kan geen vrouw in de bediening hebben, of de lezer komt te weten hoe de hoofdpersoon denkt over haar tieten of kont. […]

boeklog 25 vi 2017


Voor altijd voor het laatst
Tjitske Jansen

[…] De scherven die het grote mozaïek maken, zijn in elk geval losse scènes uit het leven van iemand die Tjitske Jansen heet. En het zal de goede lezer opvallen dat die fragmenten lang niet altijd direct de lijm aanreiken om alles aan elkaar te kunnen plakken. […]

boeklog 23 vi 2017


Mijn rondje ii
Te fietsen | week 25

Vanzelfsprekend dat het interviewboek Mijn rondje me tot eigen gedachten aanzette. Want het ligt nogal voor de hand om na te denken over hoe jij dan de vragen zoudt beantwoorden die dat boek telkens stelt.

Alleen is mijn uitgangspunt nogal anders dan voor de fietsers waarmee gesproken werd in dat boek. Ik ben nergens voor in training. Voor mij is dat fietsen het doel al, en daarmee geen noodzakelijke en verplichte oefening op weg naar iets groters.

Sowieso is er nauwelijks iets verplicht aan mijn fietsen; behalve dat zo’n ritje voelen moet als buitenspelen.

Bij triestig weer hoef ik daarom doorgaans niets.

Kleed ik me verder lang niet altijd om voor het fietsen, en gebeurt dit op gewone schoenen, nee ’s zomers op sandalen zelfs. Hangt er verder meestal een enorme tas aan het zadel, als er geen fiets met bagagedrager werd gekozen.

Heb ik al evenmin éen werkelijk vast rondje. Meer. Want in 2015 is op deze website nog wel degelijk een reeksje ‘Te fietsen’ gewijd aan mijn wekelijkse tochtje naar voorheen de provinciale bibliotheek en weer terug. Die rit heb ik sinds 2011 een kleine driehonderd keer gemaakt. Alleen was dat afgelopen november ineens over. Want, ook al werd elke week geprobeerd om niet precies dezelfde wegen te volgen als de keer daarvoor, heel veel variatie is er domweg niet mogelijk; voor wie heen en terug niet over precies dezelfde straten rijden wil.

Heen ging het over de Zomerweg of De Warren, terug via Hempens of over Wergea/Warten — of verrassing, als de oostenwind te wreed was, dan reed ik het rondje krekt andersom. Veel meer smaken bestonden er niet.

En afgezien van die paar weken in de zomer dat alle wegen in Nederland er prachtig bij liggen, zijn de polders rond Leeuwarden me gewoon te kaal om daar met enig plezier door te fietsen.

Eenmaal de vaste gewoonte werd losgelaten, voor even dacht ik toen nog, is die ook geen tel gemist.

Dus dat zegt inmiddels genoeg.


Quote of the Day | 0620

“To be a good reader, paradoxically, doesn’t mean being a discriminating reader, it means being an omnivorous reader,” he explains. “You never know what will grab you.”

Adam Gopnik in: ‘What does it mean for a journalist today to be a Serious Reader?’


Amerikanen fietsen niet…
Gijs van Middelkoop

[…] En Delpeut’s Grote bocht moet hier wel genoemd worden, doordat daarin een nogal vergelijkbare tocht wordt beschreven van een man en een vrouw, die van oost naar west reden door de zuidelijkste staten van de VS. Alleen vond ik Gijs van Middelkoop’s Amerikanen fietsen niet… als boek een beter boek; ondanks het enorme verschil in status tussen beide schrijvers. Omdat deze auteur tenminste niet pretentieus ging doen over die reis. In plaats daarvan heeft hij enkel geprobeerd hun wederwaardigheden luchtig op te schrijven; wat hem wonderwel lukte.

Het is namelijk vrij belachelijk om per se te willen gaan fietsen in het land van de auto — daar waar fietsers óf geen geld hebben voor een auto, óf door een veroordeling hun rijbewijs zijn kwijtgeraakt, óf dan meteen een dure racefiets hebben waar een beetje renner de Tour de France op zou kunnen winnen.

Gijs van Middelkoop concludeert op een gegeven moment dat hun reis altijd op iets van meewarigheid stuit bij de Amerikanen die ze ontmoeten onderweg. Alsof zij kleine kinderen zijn, met grootse plannen, waarover volwassenen dan niet flauw willen doen. […]

boeklog 19 vi 2017


Mijn rondje
Cramer & Hodselmans

[…] Alleen vielen zelfs mij na een paar gesprekken al de constanten op. De interviewers wilden namelijk steevast precies dezelfde dingen weten:

Fiets je dat rondje het liefst alleen, of met anderen?
Rijd je altijd eerst tegen de wind in?
Ga je ook fietsen als het slecht weer is? Als het regent?
Wat neem je aan eten en drinken mee?
Stop je weleens onderweg, voor koffie?
Leg je de geleverde prestatie vast? En zo ja, met welke elektronische middelen?

En dat zijn allemaal volstrekt legitieme vragen — in interviews kan de vraag ook vaak niet simpel genoeg zijn om de gesprekspartner tot praten te verleiden. Alleen maakten de auteurs er ook een kwestie van of de fietsers wel een bel hebben. En of ze niet weleens de zonde begaan om met spatborden te rijden.

Toegegeven, de regels waaraan ‘echte fietsers’ zich hebben te houden gaan nog een paar stapjes verder. De interviewers hadden ook nog kunnen informeren of hun gesprekspartners altijd wel keurig witte sokjes aantrokken voor hun rit. […]

boeklog 13 vi 2017


Juni
Te fietsen | week 24

Elk jaar in juni, de stille blijdschap over hoe veel mooier het landschap eruit ziet als het aangekleed is met groen. En dan is mooier nog niet eens het goede zelfstandig naamwoord.

Zo veel minder onherbergzaam is het overal dan. Zo veel vriendelijker voor het oog.

En over dat element moet niet te gering worden gedacht. Mijn horizon wordt er namelijk automatisch groter van als de wereld groener is. Ineens verdwijnt voor even het lichte taboe om ook de streken te bezoeken waar in de winter en lente domweg niet genoeg te zien valt. Om de kaalte dan. Want, onvriendelijk lege polders volop in het Noorden. Of anders zijn wel de eindeloze hectares kleiland te noemen die ooit herwonnen werden op de zee; waar in de gure maanden enkel een weggetje hier en daar over een oud kronkelend dijkje de fietser iets extra’s heeft te brengen.

Zijn er eind mei en in juni bovendien dorpsfeesten volop in de plaatsen rondom. Die dan, zeker op avondritjes, het sterke contrast kunnen brengen van een opvallende levendigheid na tientallen kilometers stilte. Ineens zijn er ook mensen op straat, waar anders nooit iemand loopt.

En goed, dat die dorspfeesten zo vaak gepaard gaan met luide net-niet-hedendaagse muziek is dan iets anders. Al heeft zelfs die mechanische bombast nog wel wat als deze licht abstract, want verwaaid door de wind, van een afstand gehoord wordt. Want, daardoor kan ik doorgaans nog altijd beslissen om mijn route te veranderen. Om de normale stilte nog voor even te blijven koesteren.


Pekingeend bij nacht
Sylvia Witteman

[…] daarmee werd de extra waarde van de bundel dus ook dat deze me regelmaat het rommelige leven beschrijft met kleine kinderen. En zoals ze dat dan doet, zuchtend over het vaak zo onmogelijk egoïstische karakter van die kleintjes, en hoe die haar telkens tot van alles dwingen wat ze helemaal niet wil, is dat ook genoeg. Omdat die klaagzangen door de humor tegelijk liefdesuitingen worden. […]

boeklog 11 vi 2017


Bandenknecht
Te fietsen | week 23

Er bestaat dus gereedschap waar niemand je ooit over verteld, en dat prompt nogal onmisbaar wordt als je het hebt aangeschaft.

De bandenknecht is éen zo’n nuttige uitvinding. Helpt enorm als het erom gaat om snel en pijnloos net dat laatste stukje buitenband over de velgrand te krijgen.

Mijn vader heeft me weliswaar ooit goed en grondig geleerd om een binnenband te plakken — als zoon en kleinzoon van een fietsenmaker moest hij dat wel. Alleen wilde ook hij dat je naderhand dan het laatste kleine onwillige stukje buitenband met je duimen over de velgrand terugduwde.

En dat doet dan pijn aan je duimen. Als je nog geen harde werkhanden hebt.

Beter is het trouwens ook al om te duwen met het gedeelte van je hand net onder de duim.

Maar gebruik nooit een bandenlichter voor dat laatste moeizame stukje; zoals mijn vader me al waarschuwde. Al dateert dit advies uit de tijd van de dunne stalen bandenlichters, waarmee er inderdaad heel makkelijk een gat in de binnenband was te prikken; als zo’n ding een keertje uitschoot.

Een buitenband om de velg leggen is het moeilijkst bij nieuwe buitenbanden. Zijn vouwbandjes, met hun kevlar hieldraad, in mijn ervaring vaak nog net een stukje stugger ook dan de klassieke draadbandjes. Voeg nog wat antilek-gordels toe in zo’n band, waardoor die extra onbuigzaam wordt, en gereedschap is dan al haast verplicht.

Enige nadeel van zo’n plastic bandenknecht is alleen wel dat ze allemaal stuk gaan, op den duur. Dat kunststof haakje waarmee je het onwillige stuk band grijpt, breekt dan altijd af.


Avondrood
Te fietsen | week 22

Nog drie weken, en de dagen gaan al weer korten. Ondertussen benut ik de lange avonden nu niet zelden door na het eten nog een eindje te gaan fietsen. Want daar is het eindelijk weer voor.

De winter duurde me duidelijk te lang.

Stuitte ik laatst bij een wat langere avondrit wel op het merkwaardige probleem driekwart van de tijd tegen de ondergaande zon in te moeten kijken. Op mijn honderd-kilometer-rondje ging het eerst naar het zuiden, en later pas het zuidoosten. Maar dit betekende dat de terugreis voornamelijk in westelijke richting verliep. Alwaar die zon nog altijd niet onder de kim was gezakt.

Was ik blij eindelijk in korte broek en met korte mouwen rond te kunnen rijden, moest er nu ineens de hele tijd een pet bij op; om niet verblind te worden.

Nooit een tel er bij stil gestaan, kortom, dat ook een nadeel kan kleven aan mooi weer, en lange dagen.

Nu goed, helemaal spontaan en zonder na te denken op de fiets stappen, kon al niet; omdat ik de afweging had dienen te maken hoe snel het zou afkoelen; en hoeveel er aan kleding mee moest daarom. In het laatste uur trok ik er wel degelijk kniewarmers bij aan, en een shirt met lange mouwen, tegen de avondkilte.

Voortaan dus ook even stil staan over de mogelijke problemen van een routekeuze.


Citaat van de dag | 0530

[…] Nederlanders zijn bovengemiddeld vatbaar voor onderdrukking. Met hun Criminaliteits Anticipatie Systeem, hun open gordijnen en hun zeldzame bereidheid het onhygiënische contante geld in te ruilen voor valuta die eerst om legitimatie en identificatie vragen voordat je ze mag gebruiken.

Maxim Februari, Poets het leven niet uit de samenleving


God of Duivel
Peter Winnen

[…] De meerwaarde van een ex-prof als Winnen bij een onderwerp als doping is alleen al dat hij zelf, om te herstellen, weleens iets gedaan heeft of ondergaan moest wat volgens de regels niet mocht.

Waren dat alleen nog allemaal relatief onschuldige middelen. Pas met het gebruik van EPO veranderde er iets fundamenteels in het wielerpeloton. Van de ene dag op de andere werd de klimmer Winnen op hellingen voorbij gesjeesd door Italianen die voorheen nog geen heuvel op konden komen.

En toch waren die producten uit Winnen’s tijd zo onschuldig niet of mederenners konden er verslaafd aan raken. Verdovende middelen werkten ook om de pijn buiten de koers weg te nemen. Waren er nog wel meer redenen waardoor menig ex-prof niet heel oud werd, en zelf het leven beëindigde.

Wat goed blijft aan Peter Winnen’s columns is een paradox. Want, zo’n wielerwedstrijd, helemaal als die drie weken duurt, is een krankzinnig iets. Helemaal omdat de organisatoren telkenmale de ergste hellingen opzoeken om een parcours te krijgen dat strijd kan opleveren. Zo’n bestaan als beroep is moordend. En tegelijk blijft het peloton, ook in zo’n grote ronde, de meest leefbare plek die er bestaat voor een professionele fietser. […]

boeklog 29 v 2017