Quote of the Day | 0331

We’re living under what Mill called a “tyranny of prevailing opinion”, of stifling conformism and suffocating consensus, all kept in order by “means other than civil penalties”, as Mill said. But this tyranny is only as powerful as we allow it to be. It is parasitical on people’s willingness to silence themselves and to bend their knee to the new personal, highly individualised blasphemy laws. We can smash it by being brave and risking social ostracism through saying what we truly believe, regardless of what little god it pisses off.

Brendan O’Neill, ‘Thou shalt not blaspheme against *me*’


Citaat van de dag | 0330

‘En nu rijdt er weer een auto het peloton tegemoet.’
‘Oei.’
‘Het is een auto met een Franse nummerplaat.’
Arie en Gé Temmes in een commentaarhok.
Even later wapperde de Vlaamse reus Gert Steegmans in een beek, van de weg geblazen als een modderig metrokaartje (dit gebeurde echt, bewijzen staan hier).
‘Wij horen zojuist dat Gert Steegmans volledig in een beek is beland.’
‘O jee.’
‘Laten wij hopen dat Gert het overleeft en dat hij dinsdag kan starten in de Driedaagse.’

Frank Heinen, ‘De mooiste Gent-Wevelgem ooit’


Een vooroorlogse Godwin | x
Te fietsen | week 14

Eind maart 2014 had ik op hetzelfde moment in het jaar duizend kilometer meer gefietst dan nu. Maar al te grote conclusies zijn daar verder niet aan te verbinden. Het was domweg beter weer tijdens de eerste drie maanden vorig jaar. Waardoor het heel goed mogelijk is dat ik me toen relatief gezien aanzienlijk minder heb hoeven inspannen dan dit jaar van me eiste.

En het scheelt nogal in de beleving, als het fietsen geen moeite kost.

Eens het weer boven de 8° à 9° C is, dan ligt mijn kruissnelheid meteen zeker 10% hoger, bij dezelfde inspanning. Eenmaal de altijd klapperende winterkleding uit kan, en al die laagjes de beweging niet langer belemmeren, biedt dat eveneens zo al 10% winst.

Er is een behoorlijk verschil als je weet in een uur of vier gemakkelijk 110 kilometer te kunnen fietsen, of in dezelfde tijd met moeite 84 kilometer af te zullen leggen; zoals me dit weekend overkwam, tijdens alle storm en regen.

Ik moest daar aan denken tijdens de wielerklassieker Gent – Wevelgem gisteren. Toen professionele renners ondanks de voorspelde windstoten toch met hoge velgen gingen rijden, waardoor sommige pardoes van de weg waaiden. Hun wielen werkten als zeil.

Ik moest daar ook aan denken toen gisteren het nieuws doorkwam dat Steve Abraham van de weg is gereden door een brommer. Met als gevolg een zware enkelblessure, en een verwachte operatie, en daarmee een ietwat onverwacht slot aan zijn tijdrit van een jaar.

Want Abraham heeft in hetzelfde rotterige winterweer rondgereden als ik; alleen trof hij daar vanzelfsprekend nog veel meer van; want hij was elke dag tot wel achttien uur op pad. Leuk fietsen zal er in 2015 voor hem nog altijd niet vaak zijn bij geweest.


Citaat van de dag | 0329

dat neemt niet weg dat moderne liberalen veel beter zouden moeten nadenken over de kwalitatieve, morele dimensie van ongelijkheid. De afgelopen decennia van speculatie, stijgende huizenprijzen en groeiende ongelijkheid bieden daar meer dan genoeg aanleiding toe. Is deze rijkdom allemaal verdiend door knap ondernemerschap, of ook door gewoon te rentenieren? Was het allemaal noeste arbeid, of was het ook toeval, geluk of zelfs oplichterij?

Rutger Bregman en Jesse Frederik, ‘Mark Rutte, anti-liberaal’


Een vooroorlogse Godwin | ix
one year time trial


Een vooroorlogse Godwin | viii
Te fietsen | week 13

Het krankzinnige van dat jaarrecord fietsen is dat er vooraf al sommetjes over te maken zijn. Die daarbij dan de inspanning nog tastbaarder maken.

Want, gegeven dat een dag 24 uren telt, en een jaar 365 dagen, dan volgt daar het aantal uren uit per jaar. Neem dan de jaarafstand van Tommy Godwin uit 1939, die 120805 kilometer, en dan is meteen ook al bekend dat iemand die dit record wil breken 13,79 km per uur moet rijden — het hele jaar lang, tijdens elk uur van de dag.

Rijd slechts twaalf uur per dag — een mens wil tenslotte ook weleens eten, of desnoods slapen — dan moet er tijdens die tijd op de fiets gemiddeld 27,58 km/h gereden worden.

En dat is hard.

Dat haalt de gemiddelde mooiweer-rijder op zijn pluisgewicht carboonwonderfiets namelijk niet eens, zoals het overzicht bleek dat Strava publiceerde. En dan rijden die mooiweer-rijders hoogstens een afstandje van 45 kilometer per keer.

Toch hanteert Kurt Searvogel deze tactiek. En hij zorgt er daarbij wel voor vlakke wegen te hebben, en windje mee. De meeste van zijn dagen beginnen ook telkens ergens anders. Hij leeft het grootste deel van de tijd dat hij niet fietst in een camper.

Zijn rival Steve Abraham kiest er daarentegen voor om langere dagen te maken op de fiets. Tot achttien uur per etmaal aan toe. En van de zomer kunnen dat er best weleens twintig worden — wat zal moeten, want ook Tommy Godwin reed krankzinnige dagafstanden in de zomer van 1939.

Ik moet toegeven dat in mijn fascinatie voor deze recordpogingen een paradox zit. Enerzijds blijft er voor mij wat willekeurigs aan kleven dat beide mannen telkens hun eigen route kiezen, afhankelijk van de wind vooral — dat ze weliswaar wat rondfietsen, maar dat ze nooit ergens aankomen; omdat enkel de afgelegde dagafstand telt. En anderzijds is de lichamelijke en geestelijke inspanning die beiden verrichten onbegrijpelijk groot.


Quote of the Day | 0327

almost every man alive can trace his origins to one common male ancestor who lived about 250,000 years ago. The discovery that so-called “genetic Adam”, lived about 100,000 years more recently than previously understood suggests that humans must have been genetically diverging at a more rapid rate than thought.

‘Study shows humans are evolving faster than previously thought’


Stiller | Fiertes Heft, Fünftes Heft, Sechstes Heft
Max Frisch

De roman Stiller is te dik. Al wist ik dat van tevoren ook wel. Erg weinig boeken met meer dan vierhonderd pagina’s zijn namelijk te dun.

Maar de derde leesweek van dit projectje bracht gewoon te weinig plezier. Alles wat gezegd moest worden voor de intrige van het boek, was namelijk in de eerste twee delen al gezegd. Dus brachten de relatieve korte delen vier, vijf, en zes enkel op details nog nieuws. Waarmee nogal wat noodzaak ontbrak aan de tekst.

Vele bladzijden hadden ook zonder problemen weggelaten kunnen worden.

Frisch schreef ook telkens van die ondoorgrondelijk lange paragrafen; die zich dan pagina’s voortslepen, en de layout van zo’n bladzijde tot een afschrikwekkend geheel rechthoekig grijs front maken.

Goed daarom dat ik nog slechts een week hoef van mijzelf met deze roman.

Enfin, aan te tekenen voor het uiteindelijke boeklogje over deze roman moest nog wel dat de openbare aanklager, Rolf, die het nawoord schrijft, ook al eerder in het boek de vertellende instantie is. En over hoe het zit tussen hem en Stiller is me nu meer duidelijk geworden.

[ lees mijn reeksje over Stiller hier ]


Quote of the Day | 0325

Some are let off, some are punished. But the clear message sent by all this heavy-handed state intervention into the arena of thought and speech is that there are certain things you cannot say; certain views you cannot hold; certain opinions you must not express.

So if you want to see regimes which still, in the 21st century, punish people for singing songs or which destroy decadent art, you don’t have to look to the Islamic State.

Brendan O’Neill, ‘The vast Empire of Censorship in Europe – and how to fight it’


Ride of My Life ii
Te fietsen | week 13

In éen week kwam ik twee artikelen tegen over mannen met nogal stellige ideeën over fietsen. Beiden wisten namelijk zeker dat het vroeger beter was.

De Taiwanees Asawi Chang heeft een indrukwekkende collectie fietsen. Maar hij verzamelt het liefst wat er tussen 1968 en 1988 werd gebouwd. Want dat was de glorietijd, voor de schaalvergroting, en de overgang naar het plastic, toen de topfietsen zelfs bij de bekendste merken nog met de hand werden gemaakt.

En via een wat ouder artikel uit ‘De vogelvrije fietser’ — dat de hedendaagse exemplaren te slap noemt voor de meeste Nederlanders — kwam ik bij een interview met een handelaar. George Chardon verkocht alleen fietsen die tussen 1930 en 1980 werden gemaakt.

Wat maakt oude fietsen beter? ‘Voor de naven gebruikte men vroeger beter staal dat veel harder is. Ook de schroefdraad was fijner waardoor er minder snel dingen los rammelden. Nu heeft Shimano een wereldwijde norm voor de schroefdraad gesteld, die veel ruimer is. Dat is jammer, want je kunt nu de fietsen minder goed afstellen en alles rammelt eerder los.’ Ook roest kreeg vroeger minder kans door de matzwarte ‘asfaltlak’. ‘Om milieuredenen mag dat niet meer gebruikt worden.’

Waarop gebeurde wat altijd plaatsvindt als ik iets lees waarvan me de strekking bevalt. Ik begon tegenwerpingen te verzinnen.

Want, de kwaliteit van de banden voor de fiets is nu beter dan ooit. Daar heeft alle industrialisatie dus geen negatieve invloed op gehad.

En de hoge aluminium velgen van het moment maken ook de wielen aanzienlijk beter dan ze vroeger konden zijn. Toen fietswielen lage zware stalen velgen hadden, en gemaakt werden met verzinkte spaken, die altijd gingen roesten na een winter of wat.

En juist wielen bepalen nogal veel van het fietscomfort.

Stellige uitspraken over dit onderwerp zijn dus eigenlijk niet te doen. Op die ene terloopse constatering na dan dat Nederlanders hun fietsen anders gebruiken dan wie ook in de wereld — waar fietsen toch allereerst leukigheidjes zijn voor erbij.

Vrijwel al mijn fietsen dateren door een vreemd toeval uit de jaren 1979-1981. Die gaan nog rustig vijfendertig jaar mee — er even van afgezien dat banden, remblokjes, kettingen, en tandkransjes slijten, en vervangen zullen worden. Maar alles wat er aan die fietsen slijt, op de naafversnelling van de Clubman na wellicht, kan ik zelf thuis repareren.

En ik meen toch ook dat dit aan mijn waardering meehelpt. Dat een bezwaar tegen de lichtgewicht racefiets van het moment is dat die bijvoorbeeld gecombineerde rem- en schakelhandels heeft die niet te repareren zijn. Of buitenboordlagers in het bracket die er niet tegen kunnen om nat te worden. Of wielen met slechts veertien spaken, die meteen in totale onbalans zijn als daar eens iets mee mis mocht gaan.


Ping

Sommige gewoonten hoeven niet veranderd te worden, wat mij betreft, omdat verandering dan nog altijd geen verbetering is. Zo zet ik woorden als deze nog altijd online met oeroude software — wBloggar — die allang niet meer up to date wordt gehouden door de maker. Sinds 2007 verscheen er geen nieuwe versie meer van. In software-tijd was dat ergens in de late Middeleeuwen.

Voordeel van wBloggar boven alle andere methoden, inclusief de back-office van WordPress? Ik heb sneltoetsen aangemaakt voor de meest gebruikte opmaakcodes. Want tekstjes voor weblogs worden gauw eens voorzien van illustraties, of hyperlinks, en er is weinig vervelender dan de codes daarvoor met de hand te moeten invoeren.

Wat wBloggar ook trouw doet, is een ping uitsturen, als ik iets online zet.

Maar, zijn er nog wel servers die iets met zo’n ping doen? In 2001 was het heel wat dat je meteen de hele wereld automatisch kon laten weten iets online te hebben gezet. Ondertussen is zelfs RSS al achterhaald — zonder dat daar iets beters voor in de plaats kwam.


Citaat van de dag | 0322

Politieke grootspraak eindigt in Nederland altijd in een nieuwe commissie.

Toen Teeven in zijn afscheidsverklaring verkondigde dat hij zijn deal gesloten had „voor volk en vaderland”, legde dat pijnlijk precies de kwestie bloot. Inzetten met overspannen retoriek en daarna lastige feiten onder het tapijt.

Bas Heijne, ‘Grote mond’


Quote of the Day | 0321

Uber, the world’s largest taxi company, owns no vehicles. Facebook, the world’s most popular media owner, creates no content. Alibaba, the most valuable retailer, has no inventory. And Airbnb, the world’s largest accommodation provider, owns no real estate. Something interesting is happening.

Tom Goodwin, ‘The Battle Is For The Customer Interface’


Quote of the Day | 0320

Rather like pyramid-selling scams, housing markets need a constant stream of fresh-faced hopefuls coming in at the bottom in order to keep delivering big returns at the top. No new buyers equals no more sellers’ market, equals no pressing reason all of a sudden to pay half a million for a four-bedroom modern box in Worcester or a one-bedroom flat in much of London – and what then?

Britain’s obsession with ownership has turned housing into a pyramid scheme


Stiller | Zweites Heft, Drittes Heft
Max Frisch

De vraag wat literatuur is, zal nooit beantwoord kunnen worden. Definities schieten tekort. Per definitie. Maar voor mijzelf kan ik wel een antwoord geven op de vraag wat goed schrijven is.

Goed schrijven, is wat Max Frisch presteerde in de roman Stiller. Door dit boek zo veel rijkdom te geven dat er ook van te genieten valt zonder dat het verhaal me nu zo wezenlijk interesseert. De wisselingen in register zijn bijvoorbeeld opvallend knap. En goed voor het tempo; wat opnieuw een kwaliteit vormt.

Want dat verhaal is wel bekend uit de rest van zijn oeuvre. Te vaak lijkt het alsof Frisch in diens fictie alibi’s aan het verzinnen was, voor wat hij mispeuterde in zijn eigen leven. Zoals in zijn vele verwikkelingen met vrouwen. Uit bijna elk boek blijkt dan telkens dat hij niet anders kon dan weer een ander neuken.

Zogenaamd.

Zo gaat het Tweede schrift dat Stiller/White volschrijft over wat deze man af weet over het huwelijk vroeger tussen de beeldhouwer Stiller en de mooie ballerina Julika.

Julika was altijd moe, en als ze eindelijk naar een dokter gaat, blijkt daar ook een reden voor te zijn. Dus moest ze kuren. In Davos.

Aldaar laat ze zich uiteindelijk de belangstelling van een man aanleunen, mede omdat Stiller thuis evenmin stil zat, en een affaire was begonnen met Sybille — een vrouw die veel later de echtgenote zal blijken te zijn van de openbare aanklager, in de zaak waarvoor hij heel de roman gevangen zit.

Het Derde schrift is dan weer net als het eerste, een chaotisch opeenvolging van korte scènes. Met Stiller/White de zwetser voortdurend aan het woord. Al komt opnieuw Julika op visite, en weten dankzij haar nu ook de laatste twijfelaars zeker dat Stiller toch echt Stiller is. En daarmee dat het meeste van wat die mijnheer White hen vertelde lulkoek was.

[ lees mijn reeksje over Stiller hier ]


Citaat van de dag | 0319

[…] dat is het echte drama van de UvA. Met de megalomane vastgoedprojecten is zij forse financiële verplichtingen aangegaan, heeft zij haar bestuurlijke slagkracht moeten vergroten, heeft zij voor een sterk hiërarchisch bestuursmodel gekozen en heeft zij een extreem kostbare organisatie gecreëerd. De 21ste-eeuwse versie van de ‘tragedie van de gemeengronden’ is niet langer dat de wol van schapen prevaleert boven het vreten van mensen maar dat studenten en docenten moeten wijken voor vastgoed. […]

Ewald Engelen, ‘De uni is geen zakenbank’


Ride of My Life
Te fietsen | week 12

Toevallig kwam ik online de documentaire Ride of My Life tegen. Waarin de Brit Robert Penn de wereld over reist om overal de beste onderdelen te halen voor zijn droomfiets — de fiets waar hij de rest van zijn leven op wil rijden.

Penn schreef overigens ook een boek, over dezelfde reis, dat heet It’s All About the Bike. Boeklog gaf er in 2011 aandacht aan.

En normaal is vier jaar te kort tijd om een boek te herlezen, of een documentaire opnieuw te zien. Alleen waren toevallig de afgelopen vier jaar voor mij gevuld met fietsen. En met gepruts aan fietsen; of hun onderdelen.

Tegenwoordig vlecht ik mijn wielen zelf. Indertijd had ik nog geen moment nagedacht over fietswielen — behalve dan hoe je een slag in de velg kunt verwijderen, of de lagers in een naaf kunt stellen.

En doordat mijn kennis zo vermeerderde, was Penn’s documentaire nauwelijks nog te bekijken. Want daarin liep de maker domweg zelf veel te vaak olijk in beeld. Terwijl het informatieve gehalte ook al tegenviel.

Maar vier jaar terug vermaakte zijn werk me nog wel.

Dus beleefde ik dat toen op precies het juiste moment.

Ik denk dat de afgelopen jaren me vooral geleerd hebben dat de droomfiets domweg niet bestaat. Wat daarmee meteen al het uitgangspunt van Penn’s queeste onderuit haalt. Er is geen fiets die voor alle omstandigheden deugt. Op het lichtgewicht racertje van Robert Penn kun je niet even snel boodschappen doen. In grote delen van de wereld is het zelfs link om zo’n fiets onbeheerd buiten te laten staan, als hij binnen even een kopje koffie drinkt.

Zwijg ik, na een heel natte winter, nog over de noodzaak van spatborden. Of verlichting.

Penn’s droom ging niet alleen over die fiets. Die behelsde ook het mooie weer om op zijn droomfiets te rijden. De rustige wegen daarbij. En de geestelijke ontspanning om van dit al te genieten.

Dus is het meer alsof hij zichzelf een mooie zwembroek uitzocht.


Sitaat fan ’e dei | 0318

Ach, gean der dochs mar efkes hinne. Oars is it ek sa sneu foar de lju fan it stimburo. Mar doch mar wat. Makket net safolle út. It belied yn Fryslân feroaret net. It belied fan it wetterskip ek net. […]

Eelkes Weblok

Boeklog over Eelke Lok [En de Provinciale Staten].


Citaat van de dag | 0316

Verbazingwekkend genoeg baart de voortdurende dreiging van belangenverstrengeling – en daarmee van latente corruptie – in Nederland zelf nauwelijks opzien. Er zijn wel eens wat publicaties over het opvallende feit dat de Eerste Kamer voor een goed deel vol zit met beroepslobbyisten, maar dat wordt bepaald niet een schandaal gevonden.

Nederland is dus niet het voorbeeldige, transparante land dat zichzelf zo graag ten voorbeeld stelt aan andere landen. Ondoorzichtigheid en nette en minder nette corruptie wordt al eeuwenlang min of meer gewoon gevonden.

Syp Wynia, ‘Dat Eerste Kamer vol zit met lobbyisten,
wordt nooit schandaal’


Koffiemolentje
Te fietsen | week 12

Nederland is zo vlak, dat je met een fiets zonder versnellingen — op die ene na dan — ook overal komen kunt. Tegelijk hebben al mijn fietsen óf een derailleur óf een naafversnelling. Hoe weinig ik ook van de mogelijkheden gebruik die er daarmee kwamen.

Heel deze winter reed ik mijn Clubman voornamelijk in éen enkele versnelling. De vijf. Tenzij er heel erge tegenwind was. En nooit is tegenwind een ondringbaarder muur dan in de winter. Dan zakte ik soms éen twee versnellingen terug.

Dus al die tijd nam ik zonder bijgedachten die kilo aan extra gewicht van een naafversnelling op de koop toe. Want het kon eens tegenzitten, en dan was het wel fijn om terug te kunnen schakelen naar een lichtere versnelling.

Opmerkelijker nog vind ik dat ik de hele winter het verzet 44 x 21 trapte. Want de vijfde versnelling van een 8-versnellings Nexus- of Aline-naaf is 1 : 1, en die 44 en 21 staan voor het aantal tandjes van die bladen die gemonteerd zijn.

Voor elke omwenteling van mijn trappers legt mijn achterwiel 44/21 x de wielomtrek af.

Toen ik mijn eerste fiets kocht, was de allerkleinste versnelling daarop mogelijk namelijk 42 x 21. En die werd normaliter nooit gebruikt. Ik heb zelfs nog lange heuvels beklommen op dat indertijd belachelijk klein ogende verzet.

Alleen, toen reed iedereen zo zwaar. Kijk naar videos van oude wielerklassiekers, of lees Tim Krabbé’s De renner, en let dan op de reuzenversnellingen die iedereen probeert rond te krijgen.

Het koffiemolentje kwam pas later in — al leerde ik uit de boeken over Bobet of Anquetil dat er tot de jaren zeventig ook altijd met een hoge beenfrequentie werd gekoerst. Niet op kracht.


Quote of the Day | 0314

information on reader engagement could help a publisher acquire titles more effectively and market them better. So the sale of the data surrounding books could represent a new revenue stream, opening up the possibility that books could be sold at breakeven or even at a loss, with data sales comprising all of an online retailer’s profit. And here we have one of the fundamental truths of publishing in the twenty-first century: economic value is migrating from content to the metadata that surrounds that content.

Joseph Esposito, ‘What We Got Wrong About Books’