Sue Townsend [1946 — 2014]

Ik meen me van lang geleden te herinneren dat Sue Townsend het na twee boeken over Adrian Mole eigenlijk wel best vond. Het leukste was wel verteld. Mannen worden na al die vreselijke onzekerheden uit hun puberteit op zijn best nog onnoemelijk saai.

Uiteindelijk schreef ze zes boeken, over Adrian. Omdat ik daarvan de twee hierop volgende nooit eerder gelezen heb, volgens mij, ben ik onder meer benieuwd of die net zo humoristisch zijn — al is Townsend op dat gebied absoluut te vertrouwen. Ook interesseert me of de boeken menselijk blijven; of de personages dan niet te veel poppenkastpoppen zijn, die door hun auteur ruw in allerlei vervelende situaties gebracht worden, om te kijken hoe ze daarop reageren.

Boeklog over Sue Townsend

Obit. in The Guardian


Slijtage
Te fietsen | week 06

Alles slijt. En daardoor vergt alles onderhoud. Wat ik bij fietsen dan zo merkwaardig vind is dat mijn banden zo veel langer meegaan dan de kettingen, of de cassette met versnellingskransjes achter.

Rubber is toch zo veel minder hard dan staal. Alleen heeft een normale band meer dan twee meter aan omtrek, anders dan een kransje met zestien tandjes achter, waar elk tandje dus onnoembaar vaak aangegrepen wordt.

Slijtage aan banden valt bovendien vrij snel op. Zo’n band bevat normaliter lucht, en als die lucht niet meer vastgehouden worden kan — door welke oorzaak dan ook — dan heet zo’n band lek. En lekke banden rijden niet lekker.

De slijtage aan ketting en versnellingskransjes verloopt veel aanmerkelijk subtieler.

Om vast te stellen of de ketting vervangen moet worden, is zelfs speciaal gereedschap nodig. Of een stalen liniaal van minstens dertig centimeter, opdat te zien is of twaalf schakels van de ketting nog altijd precies twaalf inch lang zijn.

Fietskettingen slijten op hun draaiende deeltjes, de rollen. De smering die het buigen daar mogelijk maakt, verdwijnt. Daardoor lijkt of schakels uitrekken met de tijd.

En als een ketting is uitgerekt, tast die op zijn beurt de radertjes aan waarover deze lopen moet. Een versleten ketting laat ook de rest van de aandrijving extra snel slijten.

Spreek ik nog niet eens over wat er gebeurt als zo’n ketting smerig is. Of de fiets in de winter gebruikt wordt, en de wegen nat zijn van de pekel.

Bij goed onderhoud zou een cassette met tandkransjes achter gemiddeld drie kettingen mee moeten kunnen gaan. Mij is dat nog nooit gelukt. Door een verschijnsel simpelweg dat in de foto hierboven vrij duidelijk zichtbaar is. Ik heb een grote voorkeur voor een beperkt tal versnellingen. Sommige kransjes achter worden aanzienlijk vaker gebruikt dan de andere.

Ik ben dus ondertussen tot een andere school overgegaan — de school van de iets grotere onverschilligheid. Waarvan de pupillen hun cassettes en kettingen beide helemaal verslijten, en dus tegelijk pas vervangen als de aandrijving bij het trappen ineens gaat overslaan.

En dat kan ook best, omdat de kettingen noch de cassettes die ik gebruik vreselijk aan de prijs zijn. Met iets meer dan twintig euro elke vijf-, zesduizend kilometer ben ik wel klaar.

Maar vorig jaar hoorde ik van iemand die per se op een peperdure fiets wilde rijden; een kopie van de fiets waarop een aanzienlijk betere renner de Tour de France had gewonnen. Toen deze man de cassette en de bijbehorende superlichte ketting bij de fietsmaker liet vervangen, kostte dat hem in een klap meer dan vijfhonderd euro.

Ook ijdelheid bleek toen te kunnen slijten.


Quote of the Day | 0410

This is a pivotal moment in the history of medicine. Trials transparency is finally on the agenda, and this may be our only opportunity to fix it in a decade. We cannot make informed decisions about which treatment is best while information about clinical trials is routinely and legally withheld from doctors, researchers, and patients. Anyone who stands in the way of transparency is exposing patients to avoidable harm. We need regulators, legislators, and professional bodies to demand full transparency. We need clear audit on what information is missing, and who is withholding it.

Ben Goldacre, ‘What the Tamiflu saga tells us about drug trials and big pharma’

Boeklog over Ben Goldacre’s Bad Pharma.


Niets bewoog in Langelille
Te fietsen | week 05

De kans dat ik ooit nog eens in Langelille kom, lijkt me niet heel groot. Al is er maar éen enkele reden om het gehucht te vermijden. Ik hoef er namelijk niet voor om te rijden. Langelille ligt op de doorgaande route naar het zuiden voor mij, mocht ik dat willen. En de weg naar het zuiden voert al gauw door de Noordoostpolder — hoe kaal het daar ook zijn mag, en hoe recht de wegen er ook gaan.

Langelille ligt in het onderste puntje van Friesland — daar waar de provincie bijna Overijssel is. Of Flevoland. Iets zuidelijker al kronkelt de oude Zuiderzeedijk er op het droge door het land; als een altijd weer vreemd overbodige hoogte in een verder oneindig vlak polderland.

Punt is alleen dat de weg er direct naartoe zo slecht te berijden valt. Op de fiets. Die weg is gemaakt van een ouderwets soort klinkers, die er niet helemaal lekker meer bijliggen. En dat hotst en botst vervelend. Op de fiets. Dus neem ik altijd een kaarsrechte landbouwweg, van asfalt, hemelsbreed misschien honderd meter naar het westen. Die rijdt wel prettig. Al zitten er verschillende wildroosters in.

Toen Martin Bril in Langelille kwam kijken, vond hij juist dat wel gezellig. Die klinkerweg riep hem herinneringen op aan hoe het ooit was overal. Alleen bedacht hij dit op zijn autostoel. Voor hem maakte een slechte weg hoogstens een hoop meer geluid, omdat de niet helemaal vlak liggende stenen het profiel van zijn banden er dwongen tot een luid protest.

Ofwel, wie ergens gaat kijken hoe het er is, doet dit nooit onbeschreven.

Martin Bril schreef voor het tijdschrift Noorderbreedte elf verhalen over plekken in de drie noordelijkste provincies van Nederland. Een regio waar hij zich geen vreemde voelde. Zijn ouders komen er vandaan. Bril woonde onder meer in Drachten, en heeft in Groningen gestudeerd. Zijn grote familie leeft in Friesland.

En als Martin Bril geen jeugdherinneringen ophaalde in dit boek, dan hebben de verhalen een simpel stramien. Hij stapte ergens uit zijn auto, om dan te zien wat er gebeuren zou. En lang niet altijd gebeurde er wat. Niets bewoog in Langelille.

Sommige van de verhalen uit Noorderbreedte zijn ondertussen ook gebruikt in de bloemlezingen op thema die uitkwamen sinds Bril’s dood. Ik merkte ze inmiddels wat anders te lezen. Mijn kennis over wat er te zien is in de drie noordelijke provincies nam toe — door mijn fietsen. Dus als Martin Bril een gehucht als Langelille beschrijft, kan ik hem zelfs uit eigen herinnering controleren. En dan constateren ook dat ik over zo’n plaats waarschijnlijk heel andere zaken beschreven had. Maar zoals opgemerkt, niemand komt ergens helemaal onbeschreven binnen.

Martin Bril, Niets bewoog in Langelille
De verhalen van Martin Bril uit tijdschrift
Noorderbreedte
106 pagina’s
Stichting Noorderbreedte, 2012

Quote of the Day | 0404

I cannot return to England, my country, because of my journalistic work with NSA whistleblower Edward Snowden and at WikiLeaks. There are things I feel I cannot even write. For instance, if I were to say that I hoped my work at WikiLeaks would change government behaviour, this journalistic work could be considered a crime under the UK Terrorism Act of 2000.

Sarah Harrison, ‘Britain is treating journalists as terrorists – believe me, I know’


Rose Catalogus 2014
Te fietsen | week 04

Herinner me er bij gelegenheid aan dat ik nog een logje aan het telefoonboek moet wijden. Ergens dit jaar, zolang boeklog nog via de normale dienstregeling loopt. Niet dat ik ooit een heel telefoonboek gelezen heb. Bovendien krijg ik de nieuwste edities al niet eens meer, na me ooit te hebben uitgeschreven. Maar het gebruik van dat soort uitgaven sterft uit. Dus moet daar iets over worden vastgelegd.

Bovendien ben ik heel benieuwd wat ik over het telefoonboek te boekloggen zou hebben. Want zulks blijkt altijd pas na het schrijven.Het is niet alsof ik doorgaans al een duidelijk idee heb wat hier komt te staan voordat het er staat.

Deze week plofte de catalogus op de mat van het Duitse fietswarenhuis Rose Versand GmbH. Daar had ik niet om gevraagd. Alleen gaven enkele bestellingen bij de webwinkel van het bedrijf blijkbaar genoeg reden om mij op een verzendlijst te zetten.

Die catalogus is overigens Nederlandstalig. En 525 pagina’s dik. De eerste 200 gaan evenwel over kleding en helmen. Zonnebrillen ook. En schoenen. Wat ik opvallend vond. Bovendien is nogal wat van dat spul opgesierd met grote logo’s. Wat ik onnoemelijk lelijk vind. En me ook beseffen laat geen directe doelgroep te zijn van de leverancier.

Maar het is al snel lonender om in Duitsland fietsspullen te kopen — zeker als het om onderdelen gaat. De markt is er veel groter, de winkels zijn er beter gesorteerd, en de verzendkosten gauw eens hetzelfde of lager als bij winkelen in Nederland. Bestellingen uit Duitsland zijn bovendien niet zelden sneller binnen.

In Nederland is er domweg geen dominante speler actief op de markt voor fietsen, onderdelen, en accessoires. Elke fietsenmaker op de hoek heeft hier weliswaar zijn eigen webwinkeltje. Alleen brengen die vooral wat iedereen al biedt. En weliswaar zijn er ook enkele groothandels in fietsspullen actief online, alleen hebben die zeldzaam ouderwets ogende websites; die bijvoorbeeld nooit vertellen of een onderdeel op voorraad is.

Rose heeft een eigen huismerk voor onderdelen en accesoires. En doordat het bedrijf ook zelf fietsen maakt kan het onderdelen in bulk aankopen, en deze vervolgens tegen lagere prijzen aanbieden dan waar een Nederlandse fietsenmaker ze voor inkopen kan.

Toch is het vreemd om de collectie van een webwinkel nu eens op papier te zien — met de wetenschap bovendien dat het aanbod in de webshop groter zal zijn.

Bovendien ontbeert de Rose Catalogus 2014 Nederlands een duidelijk register, zodat ik enkel door te bladeren vond wat ooit nog bruikbaar zou kunnen zijn.

Alleen viel me op dat de catalogus toch een onverwacht nut had. Want al zijn de plaatjes van de aangeboden producten niet heel groot. Omdat er meerdere goed vergelijkbare spullen op éen pagina staan afgedrukt, en tegelijk daarbij worden beschreven, is direct een onderlinge vergelijking mogelijk. Anders dan online kan. Want daar zijn de beschrijvingen pas zichtbaar als een product wordt aangeclickt — waarna de eigen pagina van dat product zich opent. In isolement.

De catalogus bevat bovendien mededelingen van een algemeen nut die me op de website van Rose nooit zijn opgevallen.

Badinerend schreef ik ooit over een oude postordercatalogus dat de firma Wehkamp me vroeger twee keer per jaar de hele website uitgeprint toestuurde. Mede om aan te geven dat de wereld veranderd was. Omdat al het oude behoorlijk vreemd kan lijken gezien door ogen die gewend zijn geraakt aan het nieuwe.

Alleen is het dus anders. Papieren catalogi hebben wel degelijk nog steeds een eigen functie.

Rose Catalogus 2014 Nederlands
525 pagina’s
Rose Versand GmbH, 2014

Citaat van de dag | 0318

Veiligheid is hét voorbeeld van een repressief soort maakbaarheid, die uiteindelijk niets meer is dan het dempen van een bodemloze put. Je kunt voor iedere nieuwe bedreiging een nieuwe veiligheidsmaatregel verzinnen. Maatregelen die, eenmaal ingevoerd, zelden weer worden teruggedraaid, zo waarschuwt veiligheidsfilosoof Bruce Schneier al jaren. Immers: is het gevaar geweken dan zal men dat aan de maatregel toeschrijven en die dus intact willen laten; manifesteert het gevaar zich alsnog, dan zullen alleen maar méér maatregelen nodig worden geacht.

Rob Wijnberg, ‘Hoe onze oplossingen problemen werden’


Quote of the Day | 0316

This is the most alarming part of the Snowden revelations: not just that spies are spying on all of us – that they are actively sabotaging all of our technical infrastructure to ensure that they can continue to spy on us.

There is no way to weaken security in a way that makes it possible to spy on “bad guys” without making all of us vulnerable to bad guys, too. The goal of national security is totally incompatible with the tactic of weakening the nation’s information security.

Cory Doctorow, ‘If GCHQ wants to improve national security
it must fix our technology’


Quote of the Day | 0228

Economics, for example, which is central to our life at the moment … I just drift off when people talk about collateralised debt obligations, and I am not alone. It’s impossible to illustrate on television, it’s impossible to tell a story about it, because basically it’s just someone doing keystrokes somewhere in Canary Wharf in relation to a server in … I dunno … Denver, and something happens, and that’s it. I use the phrase, ‘They are unstoryfiable’. Journalism cannot really describe it any longer, so it falls back onto its old myths of dark enemies out there. Whether those dark enemies are Al-Qaeda, Soviets, or criminal masterminds who are grooming children for white slavery. All of which may or may not be true, but it’s what they fall back on and don’t report. I mean, the Guardian made a noble attempt to describe that company, Serco, which no-one has ever heard of, but which is an incredibly powerful outsourcer of government things, and it’s been doing some not very good things recently, but it’s incredibly boring and that’s the problem. Journalism is a trick to find a way of making the boring interesting, and as yet it hasn’t found a way of doing it.

Adam Curtis, in: ‘We don’t read newspapers because the journalism is so boring’


De man die… | The Man Who…
experiment voorlopig afgesloten

Drie boeken had ik liggen had waarvan de titel begon met dezelfde drie woorden. ‘The Man Who…’. Daarop dacht ik, misschien is daar een leesreeksje van te maken. Om al snel te ontdekken dat het niet veel moeite kosten zou om een hele maand te vullen met zulke boeken. Er is zelfs genoeg uitgebracht om een heel jaar te vullen. Alleen bestaat er geen enkele goede reden om dit vervolgens ook te doen.

Zesentwintig uitgaven las ik daarom, in februari 2014, waarvan de titels allemaal begonnen met dezelfde aankondiging.

Ik had alleen iets meer tijd mogen nemen voor dit leesexperiment. De voorbereiding was te krap. Ik las nu ook boeken uit, noodgedwongen, die me niet interesseerden; enkel om de serie niet te onderbreken.

En niet alles wat ik wilde lezen, op basis van de titel, kwam deze maand al in huis. Dus kan het goed zijn dat boeklog nog eens terugkomweekje houdt over dit project.

Ik had zo al een hele maand boeken kunnen lezen waarvan de titel begint dezelfde vier woorden. ‘The Man Who Invented…’. Al zaten daar behoorlijk wat biografieën onder. En die zijn mijn geliefde genre niet. Het portret is te moeilijk. Ik verwacht van zulke boeken aanmerkelijk meer dan biografen mij geven.

Mede om dit voorbehoud las ik nu meer biografieën dan me lief was. ‘De man die…’ blijkt een standaardfrase te zijn voor titels van boeken met portretten. Het cliché. Al komt die nog vaker voor als de subtitel van dergelijke boeken. Gauw eens is de naam van de geportretteerde simpelweg ook hoofdtitel. Waarop een toelichting volgt over diens daden of ideeën.

‘Adolf Hitler: De man die zich zag als de Duitse Messias’

Opvallend veel boeken ook waarvan de titel begint met ‘De man die…’ gaan over Jezus. Als om zo te benadrukken dat de zoon van God niet alleen Goddelijk is, maar vooral een mens. Van alle mogelijke Jezus-titels las ik er slechts éen. Waarin Hij eens niet ter hemel vaart na te zijn verrezen. Bij D.H. Lawrence ontdekte Jezus de geile neuksex.

Opmerkelijk vond ik verder dat in het Nederlandse taalgebied vooral Vlaamse schrijvers boeken schrijven over een man die iets meemaakt.

Korte conclusie dan toch: ja dit is een leesproject om nog eens te herhalen. De lichtelijk debiele eis om alleen boeken te mogen lezen waarvan de titel met dezelfde drie woorden begon, zette me tot speuren aan. En daardoor las ik boeken die me anders jammer genoeg ontgaan zouden zijn.

Waarschijnlijk zal ik zo’n leesexperiment nog weleens herhalen — zij het met aanzienlijk meer voorbereidingstijd. Om dan misschien boeken uit te zoeken die allen éen enkel opvallend woord delen in de titel.


Quote of the Day | 0219

No one is as real to me as people in the novel. It grows like a living thing. When I realize they do not exist except in my mind I have a feeling of sadness, looking around for them, as if the half-empty café were a place I had once come to with friends who had all moved away.

Mavis Gallant, ‘The Hunger Diaries’


Mavis Gallant [1922 — 2014]

De Canadese schrijfster Mavis Gallant schijnt vooral een writer’s writer te zijn. An acquired taste. En wat mij betreft klopt dit ook wel.

Deze verzameling verhalen leerde mij namelijk pas tijdens het lezen hoe ze gelezen moesten worden. Dit komt omdat Gallant zo veel meer verzwijgt dan vertelt. Ook haar toon vroeg om gewenning. Ze lijkt vaak afstandelijker dan ze wel is; haar ironie is intelligent, maar verbergt een grote empathie en betrokkenheid.

boeklog over Mavis Gallant


Quote of the Day | 0218

I had a No 1 single with a song about a robot prostitute and no one knew.

Gary Numan, ‘how we made Are ‘Friends’ Electric?’


Quote of the Day | 0211

Take, for example, the ability to imagine and plan for the future. Monkeys are bad at this – in one case, a group of capuchin monkeys who were fed biscuits once each day would invariably eat their fill then throw the leftovers out of their cage, only to regret this and desperately try to retrieve them when hungry a few hours later. Chimps, on the other hand, demonstrate some foresight and self-control: they can resist the biscuit in front of them if they know doing so will result in their receiving many more biscuits. But the longest any chimp has managed this feat of self-control is eight minutes. Compare this with humans who can delay gratification for days, weeks, or even a whole lifetime in the hope of getting their reward in heaven.

Stephen Cave, ‘What sets humanity apart’


Quote of the Day | 0209

What are we to make of economics? Not much. So let’s move on to celebrity. It’s become fashionable among my dinner companions to dismiss celebrity culture, but in so doing they let the illiterate determine the celebrity agenda. The broadsheet newspapers should be doing more to promote celebrities from whom we can learn and improve ourselves. Men such as St Gengulphus of Burgundy, the patron saint of difficult marriages.

‘The News: A User’s Manual by Alain de Botton – digested read’


Tweet van de dag | 0202


Citaat van de dag | 0202

Onze zorg is goed om mensen die last van die chronische aandoeningen hebben in leven te houden, maar kan het echte probleem niet oplossen.

Nu gaat 10 procent van ons nationaal inkomen naar de directe kosten in de zorg. Indirecte kosten erbij gerekend kom je op 20 procent. Geschat wordt dat het in 2030 respectievelijk 20 en 40 procent zal zijn. Alleen voor diabetes is het al jaarlijks 5 miljard aan directe kosten en 10 miljard als indirecte kosten erbij worden gerekend.

Ivan Wolffers, ‘De medische wetenschap faalt’


De man die… | The Man Who…
een tijdelijk experiment

Nieuwe boeken vinden om te lezen, vormt nooit een echt probleem voor mij. Het punt is eerder dat ik vrees mijzelf te zelden nog te verrassen met mijn boekenkeuzes. Die zijn aan de veilige kant. Nooit lees ik iets dat heel erg slecht is.

Dus om mijzelf te prikkelen moest er maar eens iets.

De moeilijkheid is dan om een leesprojectje te bedenken met boeken die daar door een grote mate van toeval in terechtkwamen.

Want zou ik een tijdlang alleen vrouwen lezen, of Zwitsers, of mensen die pas na hun vijftigste debuteerden, of een ranglijst aflopen met toptitels die anderen al eens opstelden bijvoorbeeld, dan ga ik toch weer kiezen.

Enkel boeken uit een serie lezen van heel verschillende auteurs — zoals de reeks privé-domein — probeerde ik al eens. Dat mislukte. Toen bleek dat er een groot nadeel zat aan egodocumenten; alleen autobiografische teksten lezen is niet heel boeiend.

Daarom probeer ik in februari 2014 een maand lang alleen boeken te lezen waarvan de titel begint met dezelfde drie woorden: ‘De man die…’; ‘The Man Who…’; ‘De man dy’t…’; of ‘Der Mann der…’. Daar bestaan er namelijk honderden van. En enkele stonden al op de lijst om nog eens te lezen.

Het zou met meer voorbereiding dan die tien dagen van nu, en met een veel groter budget dan normaal, waarschijnlijk heel goed mogelijk zijn om een heel jaar lang enkel boeken te lezen met titels die beginnen met de woorden ‘De man die…’; of een anderstalige variant daarop. Wat dan weer de vraag oproept waarom er zo veel boektitels zijn die met dezelfde drie woorden beginnen.

Voor feministen zou dat waarschijnlijk een vraag niet eens zijn.

Maar zouden de meeste van die titels misschien noodoplossingen vormen? Eerder beschrijvingen geven van de inhoud dan iets anders doen?
 

Q Heb je al iets beters gevonden voor je boek dan die vreselijk ingewikkelde werktitel?
A Nee.
Q Goed. Waar gaat het boek dan over, volgens jou? In éen zin?
A Over een man die spijkers op laag water zoekt.
Q Dan noemen we het voorlopig ‘De man die spijkers op laag water zocht‘, tot er iets beters is

 


Quote of the Day | 0127

The book is, thus, valuable as a compact and compelling expression of an opinion widely shared by eminent scientists these days. It is also valuable, as I will show, as a veritable museum of mistakes, none of them new and all of them seductive—alluring enough to lull the critical faculties of this host of brilliant thinkers who do not make a profession of thinking about free will. And, to be sure, these mistakes have also been made, sometimes for centuries, by philosophers themselves. But I think we have made some progress in philosophy of late, and Harris and others need to do their homework if they want to engage with the best thought on the topic.

Daniel C. Dennett, ‘Reflections on FREE WILL’

Dennett vol op het orgel in een bespreking van een boek van Sam Harris. Over dat meest uitgekauwde aller uitgekauwde filosofische onderwerpen; de vraag of er een vrije wil bestaat.


Intuition Pumps and Other Tools for Thinking
Daniel C. Dennett

[...] Intuition Pumps van Daniel C. Dennett is zelfs op twee manieren een leerboek.

De Amerikaanse filosoof had deze teksten allereerst bedoeld als een introductie voor zijn eigen studenten in de methoden om kritisch te denken. Vervolgens kwam er dus ook een versie voor het brede publiek.

Daarnaast biedt het boek terloops een degelijke introductie tot Dennett’s eigen kritische werk.

Nu lees ik Dennett al zeker dertig jaar — al sinds The Minds I dat hij samen schreef met Douglas Hofstadter. En ondanks dat er daarbij altijd iets schuurt tussen ons, houdt Daniel C. Dennett zich wel telkens bezig met onderwerpen die mij aanspreken. Dus bleek ik een diepere kennis te hebben van dat oeuvre dan gedacht. Waardoor Intuition Pumps me op éen niveau al wat tegenviel. Het bood mij te weinig nieuwe ideeën.

Veel van wat er nuttig is aan Dennett’s gedachten was me blijkbaar toch eigen geworden.

Goed aan hem blijft dat hij eeuwig de pretenties van de filosofie aanvalt — Daniel C. Dennett lijkt ook éen van de weinige filosofen te zijn die zijn denkbeelden af en toe bijstelt door wat harde wetenschap aan kennis heeft opgeleverd. [...]

boeklog 27 i 2014


Quote of the Day | 0125

While we are actually watching it, television (or movies), “displays all the features of short experiential time,” writes Rosa—intense action, emotional engagement, all those quick cuts, and so on. Time flies by. But once the show is over, “the remembered time rapidly shrinks.” Rather than seeming long in retrospect, as the classic psychological model has it, much of it vanishes. “Decontextualized” and “de-sensualized,” (i.e., we don’t touch, smell, or taste it), Rosa argues, there is little to hang on to after the fact. You binge-watch an entire season in a heady, compressed two-day period, and then what? As Rosa notes, studies have shown that people “express higher satisfaction during the activity of watching TV than after.”

Tom Vanderbilt, ‘The Pleasure and Pain of Speed’