Citaat van de dag | 0826

‘De democratische rechtsstaat van Nederland kan de stresstest niet doorstaan’, concludeerde hij aan het slot van zijn oratie. Over de oorzaak zei hij onder meer: ‘Er is sprake van systeemfalen. Het politieke bestuur kan steeds minder tegenspraak velen en weert tegen­stemmen en tegenkrachten uit ons bestel.’ Het beeld dat uit zijn betoog opdoemt, is dat van een interventie­staat die zich weinig aan zijn tegenkrachten gelegen laat liggen. Daaraan draagt ook de sluipende invloed die het populisme op de oude orde uitoefent bij, met zijn boodschap dat ‘Haags gedoe’ een directe uitvoering van de wil van de zwijgende meerderheid in de weg staat. Onder deze druk heeft de uitvoerende macht een grotere legitimatie voor krachtig interventio­nisme, zonder al te zwaar tegenwicht van haar controleurs.

Alex Brennikmeijer in: ‘Het weefsel erodeert’


Shermer’s nek ii
Te fietsen | week 35

En nu? Interessanter bijna nog dan de verhalen over hoe een monsterrit verliep, vind ik wat er te zeggen valt over de dagen daarna.

Felix Wong werd achtste in de Trans AM Bike Race, en somde een schier eindeloze lijst aan lichamelijke problemen op, na afloop. Nog afgezien van het geheugenverlies dat hem parten speelde tijdens de laatste dagen.

Vooral de handen van een mens zijn niet gemaakt om daar dagen achtereen op te leunen. Daar kunnen ze RSI van krijgen, omdat al gauw een vrij belangrijke zenuw wordt afgekneld. Leun daarom dus altijd met de buitenkant van uw handen op het fietsstuur, en nooit op de gevoelige zone tussen duim en wijsvinger.

Britse randonneurs die Parijs-Brest-Parijs reden vorige week, wisselen dezer dagen online uit hoe ze er lichamelijk voor staan. Waarbij hun wederwaardigheden voor mij toch allereerst illustreren dat het nogal ongezond is om zo veel dagen met veel te weinig slaap een heel eind te gaan fietsen.

Ook niet als je daar enigszins getraind voor hebt.

Nu goed, ik zal hier altijd een watje in blijven. Vele malen heb ik naast mensen gefietst die de marathon liepen, om hen daarin te begeleiden onderweg. En nooit groeide er enige behoefte om zelf die afstand te gaan doen — want er gaat me te veel stuk in de laatste tien kilometer.

En dan is een marathon nog in drie vier uur te lopen, voor een gemiddeld getrainde atleet. Wat me iets anders lijkt dan de drie vier dagen van Parijs-Brest-Parijs.

Punt blijft vanzelfsprekend dat ik me de pijntjes en ook de zwaardere lichamelijke problemen die zullen komen bij duurprestaties heel wel kan voorstellen. Maar wat me niet lukt, is om de trots te voelen die hoort bij het volbrengen van zo’n bedachte en daarmee nogal kunstmatige prestatie.

Ik ben ook wat te cynisch, en kijk dan haast meewarig toe hoe mensen duizenden euro’s investeerden in materiaal, en honderden uren van hun tijd, om enkel iets te doen wat talloze anderen ook al deden. Omdat de waarde er dan blijkbaar in zit dat al die anderen hen zijn voorgegaan. [1]

Zodat nog weer anderen de prestatie kunnen waarderen.

  1. Niet dat al mijn duurprestaties nut hebben. Zo heb ik ooit bewust twee jaar lang elke dag minstens éen boek gelezen, en besproken. En goed, daar kon ik dan wel bij blijven zitten. Het was ook niet of ik nooit eerder elke dag gemiddeld een boek had gelezen — mijn gemiddelde in de jaren negentig lag aanzienlijk hoger.

    Aanraden kan ik deze inspanning evenmin. Boeken verliezen er hun waarde door. [ ]


Quote of the Day | 0824

China is having its first fully-fledged capitalist crisis. To date its response to it has been to try to sustain the unsustainable: to transfer the bubble from housing to the stockmarket, and to keep the stockmarket rising like some production target for wheat from the bad old days before the fall of the Gang of Four. It can’t be done. At some point, the Chinese government is going to have to make the transition from generating a credit bubble to trying to contain its aftermath.

Steve Keen, ‘Is This The Great Crash Of China?’


Citaat van de dag | 0823

Wie komt er, nu de boekenbranche de leescultuur zo schraal mogelijk maakt, nog op voor ons lezers? Je zou denken: de boekenbijlagen van onze kranten. Nog altijd is het zo dat ik elke week wel een of twee interessante boeken ontdek waar ik anders niet van zou hebben gehoord. Tegelijk kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat de dames en heren critici steeds meer onderdeel worden van de boekenbranche.

Mainzer Beobachter: ‘Pletter toch op met je “nieuwe boekenseizoen”


Snelheid
Te fietsen | week 34

Op mijn wekelijkse rondje ligt er tussen twee kerken een stuk van precies vijftien kilometer. En als de wind uit het westen waait — wat de wind in Nederland doorgaans doet — dan lukt het doorgaans wel om dat eind binnen het half uur te fietsen. Wat dan makkelijk te controleren is door de klokken in die kerktorens.

Waarmee mijn snelheid op dat ene stuk dus met regelmaat boven de dertig kilometer per uur ligt, gemiddeld.

Toch ligt mijn gemiddelde over zo’n hele rondrit daar een flink stuk onder. Ik moet tijdens die 66 kilometer ook nog hele einden door een drukke stad fietsen, en hobbel kalm door alle kleine dorpjes onderweg. Er komen verkeerslichten op mijn pad, die me tot soms heel lang stilstaan dwingen. En, belangrijker nog, ik race nooit.

Mijn hartslag blijft te laag om van racen te kunnen spreken. Bovendien stop ik altijd, indien nodig. En al evenmin doe ik moeite om vanuit stilstand of na een bocht zo snel als kan weer op snelheid te komen.

Dat ik die dat stuk van vijftien kilometer soms zo snel rijd, heeft dan ook als simpele reden dat er onderweg vrijwel geen hindernissen te overwinnen zijn. Nergens hoeft te worden gestopt. Goed, ik moet wel bij de Fonejachtbrêge op fietsen, maar dat kost me tegenwoordig geen snelheid meer. En iets verderop moet er éen soms drukke weg worden overgestoken.

De hoge snelheid ontstaat dus vanzelf door de lange stukken rechtuit op die route. Die snelheid is slechts een heel geringe persoonlijke verdienste.

En toch blijkt het makkelijk te zijn om deze wet te vergeten. Elders. Als mijn gemiddelde snelheid wel gedrukt wordt door alle barrières onderweg. Want ook al schreef ik hier eerder al eens dat de gemiddelde snelheid een maat van niets is, ik trek me met regelmaat iets aan van dat domme getal.


Citaat van de dag | 0820

Een teken van succes vindt Krizek de aanwezigheid van ‘indicator species’. Een begrip uit de biologie. Als je bijvoorbeeld ijsvogels ziet, weet je dat het water helder en schoon is. Als je veel kinderen en ouderen ziet fietsen, weet je dat het fietsklimaat in orde is. In Nederland kan doorgaans eigenlijk iedereen overal op de fiets komen.

Krizek noemt het Nederlandse fietsen ‘accelerated walking’. Dat geeft al aan hoe alledaags het is: fietsen is zoiets als lopen, alleen wat sneller.

‘Wetenschappers duiken op de fiets’


Citaat van de dag | 0818

Atletiek is één van die klassieke olympische sporten, zoals gewichtheffen, boksen, turnen, zwemmen, die moeten opboksen tegen modernere populair wordende sporten als snowboarden, mountainbiken, windsurfen, kitesurfen. Terwijl natuurlijk ook een sport als voetbal veel potentiële atleten naar zich toe trekt. Men is liever een derderangs voetballer dan een eersterangs atleet. Neem het ze eens kwalijk.

Henk Kraaijenhof, ‘Help, mijn sport is stervende!’


Paris-Brest-Paris
Te fietsen | week 34

Om 16:00 uur vanmiddag gaan bij Parijs de eerste rijders van start op weg naar Brest, om daar dan doorgaans direct om te keren voor de terugreis. Gevolgd door groep na groep van andere randonneurs. In golven van om de tien minuten.

1200 kilometer willen ze rijden, en ook de langzaamsten onder hen moeten dit binnen 90 uur klaarspelen om op tijd binnen te zijn. Waarbij geldt dat wie snel fietst veel tijd overhoudt om te rusten, desnoods in een hotel. Maar een enkeling weet ook de komende dagen nauwelijks slaap te zullen krijgen.

Parijs-Brest-Parijs was ooit een wedstrijd voor professionele renners. Alleen vonden die de inspanning te zwaar, en de opofferingen te groot, dus wordt de rit al decennia niet meer als wedstrijd verreden.

In plaats daarvan is het enkel nog aan de liefhebbers, eens in de vier jaar, die zich hebben moeten kwalificeren via een reeks van lange ritten eerder dit jaar — met een voltooide randonnée van 600 kilometer als zwaarste eis.

Ik ken twee mensen die meedoen deze keer, en ik zal hun verrichtingen volgen via de tracker online
.
Eén probeerde telkens om mij over te halen om ook mee te doen. Misschien uit oprecht enthousiasme over het evenement. Wellicht om minder eenzaam te zijn op de lange trainingsritten in de voorbereiding hier. Maar dezelfde massaliteit waarvan randonneurs zo genieten bij Parijs-Brest-Parijs — want eindelijk fietsen ze eens niet anoniem, er staat veel publiek langs de route — schrikt mij nogal af.

Net als dat ik hier nog wel meer bezwaren tegen lange fietsritten heb geopperd de laatste tijd.

Tegelijk lees ik de verhalen van deelnemers aan Parijs-Brest-Parijs met graagte. Om daarbij toch ook telkens weer te moeten constateren dat fietsen wit schrijft. Hoe het is om onderweg te zijn, zo veel uur, zo veel dagen, weet vrijwel niemand over te brengen.

Mij gaat het alleen te ver om ooit nog eens een poging te gaan doen om dat gebrek aan kennis weg te nemen. Ik kan me er wel iets bij voorstellen. Zij het niet tot in alle gruwelijke details.

The habit of French towns and villages decorating their streets with cobbles and speed ramps is something that moves from an irritation, to a curse, to a personal vendetta on the part of each municipal to cause as much pain to a long-distance cyclist as possible. I need a new pair of cycling mitts. The ones that served me so well on the return from Edinburgh to London on LEL are now, several thousand miles in, worn thin, and they did not protect my palms as they should. As I write I contemplate whether or not to pop the two penny-sized blisters on my palms. The legs hurt. The delayed-onset-muscle-soreness that reduces my walk to a drunken stagger and a descending flight of stairs to an ordeal is worse after this PBP than it has been for any ride since that first PBP in 2007. My knees are sore from the 150,000 or so revolutions of the pedals it has taken to propel me 1230 kilometres from the outskirts of Paris to Brest and back. Mercifully I had only one bout of hotfoot, the excruciating pain that a ride can get from contact points on their feet. But worst of all was the acid reflux, constant, almost-incapacitating pain stretching from the gut to the neck, with the accompanying nausea and lack of desire for food.

‘A PBP ancien rides again with mixed thoughts but ultimately happiness’


Quote of the Day | 0815

If you’re keeping score, in the past month Trump has bitch-slapped the entire Republican Party, redefined our expectations of politics, focused the national discussion on immigration, proposed the only new idea for handling ISIS, and taken functional control of FOX News. And I don’t think he put much effort into it. Imagine what he could do if he gave up golf.

Scott Adams, ‘Clown Genius’


Een vooroorlogse Godwin xii
Te fietsen | week 33

Het hele idee om 330 kilometer te fietsen op een dag kwam er enkel omdat op dit moment enkele dapperen proberen om net iets meer te rijden, elke 24 uur, over een heel jaar gemeten. Tommy Godwin zette een stevig record in 1939.

In Engeland is Steve Abraham op 8 augustus aan een hernieuwde poging begonnen, nadat hij in maart van zijn fiets werd geramd door een dronken brommerrijder, en daarbij zijn enkel brak.

Kurt ‘Tarzan’ Searvogel is al doende sinds 10 januari, begeleid door zijn vriendin, rondtrekkend in een camper; zodat ze telkens het ideale weer kunnen opzoeken in de VS. Searvogel rijdt nooit meer dan twaalf uur op een dag. Ondertussen heeft hij bloedarmoede, en last van zijn longen.

En in Australië is ene Miles Smith bezig, na al eens een poging te hebben afgebroken door ziekte.

Want dat is dus de constante. Niet dat hele eind fietsen elke dag. Maar het simpele gegeven dat je daarbij gezond moet blijven, om morgen weer zo’n zelfde afstand te kunnen rijden. Terwijl de herhaalde inspanning nu net ten koste gaat van je welzijn.

Waarbij er dus ook nog het geluk moet zijn onderweg niet al te veel idioten tegen te komen.

Mijn zaterdagrit van 218 kilometer heeft de inspanningen van de recordjagers wat tastbaarder gemaakt. In de zin dat ik hun dagafstand ineens eigenlijk wel mee vind vallen. Mijn eerder zo gekleurde herinneringen aan dergelijke lange dagen op de fiets kwamen ook omdat ik die ritten zelden in mijn eentje deed op mijn eigen tempo, zoals nu, maar in jachtgroepjes van testosteron-gedreven jonge mannen.

Tegelijk zijn die recordpogingen onwezenlijker dan ooit geworden. Elke dag weer die fiets op, met als enige doel om kilometers te maken. Zinlozer activiteit is ineens nauwelijks denkbaar.

Die ene lange dag op de fiets maakte mij ook duidelijk hoe vervelend een jaar van hetzelfde moet zijn.


Mislukte generale ii
Te fietsen | week 33

De enige fout van mijn 218-kilometer rit was dat ik pal naar het oosten trok, om daar de verten te verkennen. Want, de wind kwam met 4 Beaufort uit het noorden. Door een route haaks op de windrichting te kiezen, leek me dat de wind me die dag het minst parten zou spelen.

En dit was ook zo.

Evenmin valt er te klagen over wat ik daar in het oosten trof. De streek rond Onstwedde en Vlagtwedde doet inderdaad on-Nederlands aan, door alle heuveltjes daar. Wat mijn fietsrit zelfs iets van een vakantiegevoel gaf; net als de enkele kilometer die ik over Duits grondgebied reed.

Goed, Bourtange had ik beter kunnen negeren. De vesting Bourtange is een toeristenval, waar veel te veel mensen waren samengetroept, om weer andere mensen te bekijken die zich voor de gelegenheid in 17e-eeuws lijkende kostuums hadden gehesen.

Bovendien maakte het geheel aan gebouwen toch al een kunstmatige, want veel te aangeharkte indruk. Zo nep-antiek als Esonstad was het weliswaar niet, toch kreeg ik er een zelfde gevoel bij.

Nee, wie vrijwel recht naar oosten rijdt, moet op een gegeven moment ook weer pal naar het westen terug, om thuis te komen.

Dus keek ik op die mooie zonnige zaterdag een kleine honderd kilometer lang recht tegen de langzaam ondergaande zon in. Waarop ik uit arren moede mijn regenpet moest dragen, om tenminste niet telkens totaal verblind te worden.

Gelukkig nog dat ik die pet altijd meesleep. Anders had ik grote stukken met éen hand boven mijn ogen moeten fietsen. Nu was er enkel wat meer zweet op mijn hoofd dan gewenst.

Maar dit was dus het enige verhaal, eigenlijk, van die lange zaterdag op de fiets. Van dat je in de planning nooit mag vergeten dat op kalme zomerdagen tijdens een rit naar het westen de zon je verblinden kan.

Bij een late start, dat is.

[ is vervolgd ]


Mislukte generale
Te fietsen | week 33

218 kilometer reed ik zaterdag. Wat me ruim 8½ uur kostte aan pure zadeltijd. En daarmee is dan het meeste gezegd over de rit. Ik bleek deze afstand en de tijdsduur heel wel aan te kunnen. Tijdens het laatste uur fietste ik nog even vlot als in het eerste. En noch tijdens de rit noch daarna protesteerde enig lichaamsdeel door pijntjes.

Waarop ik concluderen moest dat het betrekkelijk weinig zin heeft om nog langer te willen fietsen op een dag. Er zijn nu heel goede gronden om aan te nemen dat ook een afstand van 330 kilometer me wel lukken zou. Dat hoeft daarmee voor mijzelf verder niet bewezen te worden.

Waarmee de generale repetitie voor zo’n lange fietsdag de eigenlijke lange fietsdag overbodig heeft gemaakt.

Onderweg had ik namelijk tijd genoeg om te bedenken dat er wel een heel groot doel moet zijn, wil het lonen om zo lang op een fiets te gaan zitten. 8½ uur. Meer dan een werkdag. Waar dan nog zeker 4 uur bij zouden komen voor die 330 km.

En zo’n doel heb ik domweg niet. Tegenover mijzelf hoef ik niets te bewijzen; en nu zeker niet meer. Anderen wil ik al helemaal niet lastigvallen met fietsverhalen.

Heroïsch is zo’n prestatie ook al niet. Daarvoor had er namelijk een heleboel mis moeten gaan, en hadden er grote problemen overwonnen moeten worden.

Mijn rit had amper een verhaal. Zelfs achteraf niet.

En tweehonderd kilometer fietsen is niet twee keer leuker dan honderd kilometer rijden. Bovendien blijft er na zo veel tijd in het zadel vrij weinig van mijn dag over eenmaal weer thuis. Anders dan na een ritje van honderd kilometer, dat simpel in een dagdeel is af te doen.

[ is vervolgd ]


Shit
Te fietsen | week 32

Chris White kwam loslopende koeien tegen op de Strada dell’Assietta — een hooggelegen gravelweg van 40 kilometer lengte, die de deelnemers aan de Transcontinental dit jaar verplicht moesten af fietsen. En die beelden herinnerden mij eraan dat het ook voor mij de afgelopen jaren normaal was om onderweg op de fiets koeien tegen te komen. Men woont in een plattelandsregio, of niet.

Alleen is wat ooit gewoon was dat in 2015 ineens niet meer.

Waarop een vraag wordt: heeft dit te maken met het vrijgeven van de melkprijs? En daarmee met het gegeven dat de veehouders nog technischer zijn gaan boeren; en hun koeien het liefst dus het hele jaren op stal houden?

Er kwamen ook enkel koeien op mijn pad als die gemolken moesten worden, en de melkmachines ergens anders stonden dan in hun weide.

Soms keerde ik dan gelijk maar om — als mijn fiets geen spatborden had, en de dames de weg besmeurden met hun kledderstront.

Toegegeven, in natuurgebieden zoals het Fochteloërveen is er nog altijd een behoorlijke kans om op een loslopende koe te stuiten. Daar zetten de beheerders het Hitler-rund in als grote grazer — een dier dat in de jaren ’20 door de broertjes Heck werd gefokt uit een vreemde mengeling van nog niet gedomesticeerde runderrassen, in een poging de Europese oeros te recreëren.

De Nazi’s hebben daar wat later nog leuke sier mee gemaakt. Die hadden trouwens als beleid niet-inheemse gewassen en dieren uit te roeien.

En deze Heck-runderen schijnen agressief te kunnen zijn.

Aanzienlijk groter is de kans om onderweg op schapen te botsen. Of anders wel langs ladingen van hun poep op het fietspad te moeten rijden. Schapen zijn werkelijk overal in gebruik als levende grasmachine.

Nu ja, poep is overal. Shit happens. Paardenmest wordt ook nooit eens opgeruimd.

Met de hondenpoep daarentegen, kwam het uiteindelijk wel aardig goed. Soms schrijdt de beschaving toch nog voort; zij het langzaam; haast onwillig.
 


Quote of the Day | 0807

on any given day, I’d say 75 percent of what you read in the tech press is somewhat accurate, 20 percent is complete bullshit, and 5 percent is actually true.

‘The 75—20—5 Rule
Don’t believe everything you read. Or anything, really.’


Shermer’s nek
Te fietsen | week 32

Het is altijd wat vreemd als iemand twee heel verschillende hoedanigheden blijkt te hebben. Zo kwam het voor mij als een verrassing dat de wetenschapshistoricus en professioneel skepticus Michael Shermer een roemrucht verleden bezit als lange-afstandsfietser.

Hij is namelijk ook de man naar wie ‘Shermer’s nek’ werd genoemd; een merkwaardige kwaal die alleen optreedt bij mensen die te lang doorfietsen, en daardoor hun nekspieren overbelasten. Waarop ze hun hoofd niet meer overeind kunnen houden.

In de Transcontinental van dit jaar — een afstandsrace van de Muur van Geraardsbergen naar Istanbul — kreeg James Mark Hayden daar last van. En zoals dit slag fietsers dan placht te doen, er wordt van alles geïmproviseerd om toch vooral door te kunnen rijden. Desnoods door het hoofd met hulp van tape achterover te trekken.

Niettemin viel hij even later uit.

Nu is de kans niet heel groot dat mij ooit Shermer’s nek overkomen zal. Ik rijd geen races, noch zijn er plannen dat ooit nog te gaan doen.

Toch is het bestaan van zo’n aandoening ook voor mij een waarschuwing. Fietsen blijft een nogal eenzijdige beweging. Waarbij het lichaam niet altijd een natuurlijke houding inneemt. Bijvoorbeeld omdat het hoofd in de nek wordt gelegd, om vooruit te kunnen kijken.

Komt daar in Nederland bij dat het terrein er vrijwel overal vlak is. Waardoor je als fietser op de langere afstanden bewust je houding moet gaan variëren om niet telkens dezelfde spieren op krekt dezelfde manier te belasten.

Het ware daarom niet verkeerd als ik mij aanwende om elke vijf kilometer even de kont van het zadel te lichten, en een stukje op de trappers te dansen.

Want uit mijzelf gebeurt dit niet. Fietsen gaat domweg te makkelijk om het niet te laten lijken alsof de inspanning eeuwig zo volgehouden worden kan.

 
Hoe het is om Shermer’s neck te hebben
Het verhaal van James Mark Hayden over de Transcontinental


The World Beyond Your Head
Matthew B. Crawford

[…] Ook Matthew B. Crawford baseerde een heel boek op het gegeven dat niemand zich nog langer dan zes tellen ergens op richten kan. Zij het dat bij hem niet enkel internet de schuld krijgt.

Het is namelijk nog erger.

We weten domweg niet meer wie we zijn. Het ontbreekt ons aan individualiteit. En dit ontbreken van een stevige kern zadelt ons de hele tijd met het idee op van alles te missen. Waarop we vluchten in trivialiteiten. […]

boeklog 6 viii 2015


Citaat van de dag | 0806

welke functie vervullen banken en financiële markten eigenlijk in 2015? Toch niet dezelfde als die ons de crisis bracht – het financieren van handel in vastgoed, aan­delen, grondstoffen en bedrijfsovernames, terwijl financiering van productie en innovatie in niet-financiële bedrijven blijft afnemen? Helaas, dat lijkt wel de grote gemene deler achter deze berichten. Waarde­vermeerdering – het opblazen van huizenprijzen en aandelen – verdringt waardecreatie. Natuurlijk, in beide gevallen krijg je geld in handen en is er meer te besteden. Maar we moeten leren onderscheid te maken tussen duurzame en niet-duurzame groei […]

Dirk Bezemer, ‘Help we groeien’


Quote of the Day | 0805

It is surprising how much brighter Earth is than the moon.

From a Million Miles Away, NASA Camera Shows Moon Crossing Face of Earth


Zomer
Te fietsen | week 32

Nog altijd heb ik het vage plan om dit jaar eens te kijken hoeveel kilometer het mogelijk is om te fietsen op een dag.

Alleen gaat de tijd inmiddels wat dringen. De dagen korten alweer — zelfs al zal er vandaag hier nog voor 15 uur en 29 minuten daglicht zijn. Volgende week is dat alweer een half uur minder. Zo’n poging moest eigenlijk dus wel in augustus.

Die driehonderddertig kilometer op éen dag van Tommy Godwin’s gemiddelde kost namelijk alleen al meer dan dertien uur fietsen, bij een gemiddelde van iets boven de 25 km/u — wat sneller is dan bijna elk ander rijdt op het fietspad onderweg. Dan is die 2½ uur aan mogelijke pauze daarbij niet veel. Wil ik voorkomen om in het donker te moeten fietsen.

Anderzijds is het niet heel erg om een uur of wat in het donker te rijden. Bekende routes genoeg die ik ook in het winterduister heb afgelegd.

Moest ik ondertussen ook zorg dragen dat het mogelijk is om onderweg telkens iets aan eten en drinken bij te kopen. Dat de pontjes nog varen. Of omgekeerd: dat mijn gemiddelde snelheid niet enorm keldert doordat de bruggen onderweg telkens open moeten voor recreërend bootjesvolk.

Zondag was ik van plan om minstens een century te rijden — honderd ouderwetse mijlen — wat er niet helemaal van kwam omdat mijn geplande route wat korter uitviel dan gedacht. En dan ga je niet nog een eindje omrijden, dat uur voor dat je thuis kan zijn.

Toch was zondag leerzaam.

Zo heb ik me niet verveeld onderweg; mede door twee goed geplande korte pauzes, en het gegeven dat in de grotere plaatsen de supermarkten open zijn op zondag; zodat er altijd ruim genoeg leeftocht was.

En verveling onderweg vreesde ik nog het meest.

Want als de vraag zich opdringt waar ik nu eigenlijk mee bezig ben, komt dit meestal vanwege een tekort aan suikers, of door ander fysiek malheur; zoals uitdroging.

Maar zondagen zijn de juiste dagen niet voor een poging tot een afstandsrecord in deze nieuwe era. Mijn duim werd lam van het constante gebel om ruimte te krijgen van de grijze duo’s die breeduit naast elkaar elke normale doorgang op de fietspaden blokkeerden.

Had ik een euro gekregen voor elke fiets met elektrieke ondersteuning die onderweg werd ingehaald, ware er dat middagje makkelijk voor een jaarsalaris opgestreken.


Citaat van de dag | 0804

Kritiek levert al snel het verwijt op dat je anti-Fries bent, dat je voor Heerenveen bent en tegen Leeuwarden – of Cambuur – en omgekeerd. Dat je links bent of rechts. Dat je alles bij het oude wilt laten en dus de progressie in de weg staat.

Wio Joustra, ‘Plop! De Friese Ziekte’

Ziet ook: Kiest uw vijanden met zorg


Kennis
Te fietsen | week 31

De ergste storm die er ooit was in juli, en de dagen met herfstweer er meteen na, nodigden niet uit om naar buiten te gaan.

Toch heb ik het voor mijn gezond nodig om buiten te zijn.

Binnenzitten brengt me wat in het Engels ‘cabin fever’ heet; het beklemmend wordende gevoel opgesloten te wezen.

Dus deed ik afgelopen dinsdag toch maar een rondje boekenhalen. Ondanks dat de wind met 6 Beaufort uit het noordwesten blies.

Waarop ik moest nadenken over de zegeningen van alle nieuwe technologie. Twintig jaar terug had ik niet kunnen weten hoe hard de wind waaide een eind verderop. Dan was er hoogstens even naar de lucht gekeken, alvorens de fiets werd gepakt.

Want je kunt dan wel weten welk weer er komt, alleen verander je daar zo weinig aan.

Nu kwam de kennis over de weersgesteldheid ook nog samen met mijn kennis over het komende parcours. Waardoor ik wist zeker twaalf kilometer de wind pal tegen te krijgen, waarvan zeker vijf op een totaal open vlakte.

En dat schrok af.

Terwijl er weinig afschrikwekkends is aan tegenwind. Het enige dat wind tegen doet, is de tijd vertragen. Het duurt daardoor aanzienlijk langer dan normaal om dezelfde afstand te rijden.

En goed, zowel van die extra tijdsduur als van het idee dat je wat harder moet dan eigenlijk kan, is het mogelijk om moe te worden.

Komt daar bij dat de overdreven hoeveelheid rugwind op de weg terug nooit een goede compensatie biedt, voor het tijdsverlies dat de heenreis bracht. Weliswaar ligt de snelheid dan meer dan twee keer zo hoog, daardoor kost dezelfde fase nog niet eens de helft van de tijd.

Nadenken alvorens te doen, is lang niet altijd goed.