Quote of the Day | 0729

Microsoft collects data to operate effectively and provide you the best experiences with our services. You provide some of this data directly, such as when you create a Microsoft account, submit a search query to Bing, speak a voice command to Cortana, upload a document to OneDrive, or contact us for support. We get some of it by recording how you interact with our services by, for example, using technologies like cookies, and receiving error reports or usage data from software running on your device.

‘Microsoft Privacy Statement’


Hurdy Gurdy
Te fietsen | week 31

Opvallend aan de fiets vind ik uiteindelijk nog het meest dat alle onderdelen erop vastgeklemd worden, en daarom ook zo weer los zijn te halen.

Meest duidelijk is dit bij het wiel. Want wie met draad- of vouwbandjes rijdt, klemt zo’n buitenband in de velg vast door de binnenband daaronder heel hard op te pompen. Raakt de binnenband lek, dan is ook de beschermende band daar omheen zo weer van het wiel te halen.

Vrijwel alles aan een fiets kan kapot gaan, en vervangen worden. Logisch dat daarom weinig er voor de eeuwigheid aan is vastgemaakt.

Maar soms levert die los-vastheid van alles toch problemen op.

Bij het achterwiel van mijn Clubman geldt, zoals bij alle achterwielen, dat daar vanuit twee richtingen kracht op komt. Dat wiel moet aan de as worden vastgeklemd in de achtervork, anders komt de achterband tegen het spatbord, en is er niet verder mee te rijden. Ondertussen trekt de ketting dat achterwiel aan de rechterkant wel de hele tijd naar voren onder het rijden.

En dan volstaat het doorgaans wel, voor enige tijd, om dat achterwiel goed vast te zetten, zodat het op de juiste plaats geklemd blijft zitten.

Alleen blijkt er nog betrekkelijk weinig nodig te zijn om dit evenwicht te verstoren. Een ketting ‘rekt’ in het gebruik; althans dat lijkt zo; het laagje smeerolie in de bussen van de schakels verdwijnt mettertijd.

Combineer dit met toch een millimeter of wat kruip in de as-bevestiging achter rechts, en ineens kan de ketting er vanaf lopen.

Om éen of andere reden overkomt mij dit dan altijd als ik net een kruising over rijdt, en een wasbordje aan opgekropen asfalt nemen moest.

En een afgelopen ketting is simpel weer op te leggen. De asbouten opnieuw vastdraaien, iets verder achteruit, kost al evenmin veel tijd. Toch zocht ik al even om een ouderwetse kettingspanner — alleen dan éen die ook werkt op het vorkeinde van een antiek Gazelle racefiets-frame.

Blijkt daar inmiddels meer vraag naar te zijn, en dus handel in te zijn gekomen. Moest de beste oplossing, bestaande aan een miniem stukje staal met een schroef, alleen wel dertig euro kosten.

Hoe klemmend is dan mijn probleem?


Quote of the Day | 0727

I was a journalist at the Financial Times. Whenever you work at a newspaper, particularly a newspaper with high standards, you’re struck by the gap between the story that appears in the paper the next day and what the journalist who wrote that story will tell you about it after deadline. The version they tell over a drink is much more interesting. It may be legally riskier, sometimes more trivial, and sometimes it fits less neatly into the institution’s narrative. Usually it’s a lot truer. A journalist will ask another journalist who has a story in the paper, “So what really happened?”—now, just think about that question. It’s a powerful question. It’s the essence of all meaningful gossip.

‘Gawker’s growing up’


Bidon
Te fietsen | week 30

Hoe lang gaat een waterfles mee? Als die van het merk Tacx is, dat er mee schermt enkel biologisch afbreekbare plastics te gebruiken? Want hoe snel breekt dat plastic dan af?

Dat er op flesjes water uit de supermarkt een houdbaarheidsdatum staat, komt omdat er op een gegeven moment te veel weekmaker uit die verpakking in het water is gelekt. Percentueel. Wat de inhoud er dan niet gezonder op maakt. Percentagegewijs.

Maar wat geldt er bij bidons voor op de fiets? Waar doorgaans geen water in zit?

Op de langere fietsritten heb ik meestal twee drinkbussen bij me. Eén met water — ook nuttig om onderweg mijn handen te kunnen schoonwassen — en éen met mijn variant op sportdrank. Dat is meestal aangelengde appelsap, met in de zomer wat extra zout.

En altijd worden dezelfde drinkbussen gebruikt voor precies dezelfde taak. Want die drinkbussen met zoete troep erin gaan altijd schimmelen op den duur. Dat blijven petrischaaltjes. Hoe goed ik ook ze na afloop ook schoonmaak. Dat deze bidons na elke zomer worden weggegooid voor mijn gezond, is inmiddels routine.

Duidelijk is ook dat plastic bidons slijten in gebruik. Aan de buitenkant tenminste. De drinkflessen rijden mee door ze vast te klemmen in een houder. En het kost altijd moeite om ze uit die omhelsing te bevrijden. Net als dat bij het terugzetten de houder schuurt tegen de fles.

Want dat gaat vaak op de tast. ‘s Winters in het donker zeker.

Verschillen zijn duidelijk zichtbaar tussen een nieuwe bidon en éen die frequent is gebruikt. Alleen voor het mooi al zouden de bidons waar enkel water in gaat ook elk seizoen moeten worden vervangen.

Waarom voelt dat dan toch als zonde?


Rondje v
Te fietsen | week 30

Tweehonderd keer hetzelfde rondje van ongeveer 65 kilometer rijden, leidt tot de weinig bijzondere conclusie dat de tijd behoorlijk elastisch kan zijn. Terwijl deze ontdekking toch iedere keer weer gedaan moet worden, en dan zelfs als heel wezenlijk kan voelen.

Want, de afstand van dat rondje blijft van week tot week hetzelfde. Relatief gezien. Die voelt daardoor als de constante. Terwijl de tijd die het fietsen me kost behoorlijk varieert.

Er kan tot wel drie kwartier verschil zitten tussen het moeizaamst afgelegde winterrondje — met windkracht 5 à 6 Beaufort uit het oosten, en een temperatuur van net boven het vriespunt; waardoor die wind een muur wordt — en de zonnige dagen waarop het allemaal geen enkele moeite lijkt te kosten.

Alleen roepen die zomerse rondjes daarmee de vraag op: gaan die dan zo makkelijk, omdat ik dan er minder dan tweeënhalf uur over doe? Waar ‘s winters dezelfde afstand met enige pech ruim 30% langer duurt?

Of speelt domweg mee dat alleen het buiten zijn al plezieriger is bij temperaturen van 20°C of hoger?

Is fietsen domweg veel leuker bij hogere snelheden, die vrijwel moeiteloos behaald worden? Wat ook kan meehelpen aan mijn humeur?

Moest ik kortom ‘s zomers mijn rondjes eigenlijk verlengen van die 65 à 66 kilometer naar iets van 80 kilometer? Om het hele jaar door dezelfde moeite te investeren? Zodat het verschil tussen zomer en winter wat minder extreem wordt? Zodat het fietsen ‘s winters makkelijker lijkt?

Kan ik ineens ook heel wat meer bruggen benutten om over dat stomme Prinses Margrietkanaal te komen.


Citaat van de dag | 0723

Bij de bouw van ict-systemen gaat het niet alleen in de uitvoering mis. Ook de aan­sturing, de begeleiding vanuit de opdrachtgever, leidt regelmatig tot verwarring. Haye Mensonides, voormalig directeur publieke sector voor softwarebedrijf Logica, was betrokken bij ict-­projecten van uitkeringsinstantie UWV. In zijn verhoor door de commissie-Elias schetste hij een spiegelpaleis. ‘Je verwacht dat aan zo’n project mensen meewerken die al tien tot vijftien jaar bij het UWV werken en die de organisatie kennen. Het verbaasde mij echter dat daar vooral mensen werkten die ook van buiten ingehuurd waren.’ En dat waren er niet twee of drie, maar ‘wel honderd’. ‘Je denkt dat je met de klant zelf te maken hebt.’ Maar dat was vrijwel nooit het geval.

De Groene: ‘Gezellig samen falen
Waarom ICT-projecten bij de overheid steevast te duur uitvallen’


Rondje iv
Te fietsen | week 29

Hoezeer de infrastructuur voor fietsers ook geprezen wordt in Nederland, de meeste routes van A naar B gaan noodzakelijkerwijs over paden en wegen van een heel verschillende kwaliteit.

Ook ligt het aan de uitverkoren fiets, en de breedte van de gemonteerde banden, welke wegen van A naar B het prettigst rijden voor mij. Het zo vaak voorkomende fietspad met scheef liggende tegels is zelden prettig om te nemen. Maar op een racefiets met knalharde bandjes wordt zo’n fietspad een straf.

Daarom gebruik ik ook zelden mijn snelste fietsjes op het rondje boekenhalen. Er liggen te veel stukken rot wegdek op de route. En die zijn helaas niet altijd te vermijden. De klinkerweg naar de brug bij Burgum is nog wel het ergst. En klagen bij de instanties helpt niet.

En zo’n brug is nu net een onverbiddelijke fuik.

Kruisingen zijn de andere oversteken die problemen kunnen opleveren — al geldt dat dan vaak alleen tijdens de spitsuren.

In de spits kan het daarom ineens een voordeel zijn om wel de kruisingen met verkeerslichten te kiezen. Want die geven tenminste nog weleens mogelijkheid om over te steken. Bij een kruising met een voorrangsweg blijft zo’n kans tijdens de drukke uren vaak ellenlang uit. Die bieden dan ruim de gelegenheid om de eeuwige vraag te herhalen wat toch maakt dat iedereen altijd precies op hetzelfde moment naar zijn of haar werk wil.

Dus vermijd ik de spitsuren liefst.

En ook heb ik een hekel aan verkeerslichten. Want alles wat de normaal voortgang stoort, is nu eenmaal hinderlijk. Fietsen wil ik. Niet plotseling stoppen.

Want stoppen voelt altijd als opgehouden worden.

Net als dat langzamer rijden als kan, door het slechte wegdek, voelt als opgehouden worden.


Quote of the Day | 0721

then I began seeing one self-described journalist after the next treat the accusation from these anonymous officials as tantamount to Proven Truth. They just started asserting that Snowden’s revelations helped ISIS without a molecule of doubt, skepticism or critical thought. That’s what makes this process so destructive: once the New York Times uncritically publishes a claim from a government official, even (maybe especially) if anonymous, huge numbers of “journalists” immediately treat it as Truth. It’s shocking to watch, no matter how common it is.

Greenwald, ‘The Spirit of Judy Miller is Alive and Well at the NYT,
and It Does Great Damage’


Rondje iii
Te fietsen | week 29

Fiets ik naar Groningen, dan is daar eigenlijk geen vaste route voor. Vele wegen lopen er redelijk parallel aan de snelweg A7. En het maakt betrekkelijk weinig uit welke ik daarvan neem. Het verschil in de afgelegde afstand bedraagt in Stad uiteindelijk hoogstens een kilometer.

Wel fiets ik op de terugreis altijd aan de andere kant van de A7, zodra dit kan. Heen en weer over hetzelfde pad voelt armoedig.

De wekelijkse tocht naar Leeuwarden biedt aanzienlijk minder ruimte voor improvisatie, om het brede kanaal dat Friesland in tweeën splitst. Dat water is enkel te passeren via een brug hier en daar — de pontjes die er zijn, varen alleen ‘s zomers voor de toeristen — en zelfs de dichtstbijzijnde bruggen dwingen al tot een omweg.

Daarom is het rondje boekenhalen altijd zeker 65 kilometer, in plaats van goed 50.

Komt daar bij dat men al een tijd bezig is met de aanleg van de Centrale As, een snelweg van Nijegaasterhoek naar Dokkum. En dat ook deze bouwwerkzaamheden de mogelijkheden om een eigen fietsroute te kiezen nogal beperken.

Al jaren nu moet de fietser die de brug bij Burgum benut bijvoorbeeld ook over het erf van het stinkfabriek in Sumar; alwaar er kadavers worden verwerkt.

Dus is er iets voor te zeggen om altijd via Burgum naar Sumar te rijden. En zo te profiteren van de afdaling die de brug biedt, en met een vaartje het stinkfabriek en alles wat daar bij hoort te passeren.

En toch werkt het niet zo. Ik ga bijna altijd op de heenreis over Burgum, en terug via Fonejacht. Omdat de wind meestal uit het westen komt, en ik daar meer van lijk te profiteren op de lange stukken open weg die via Wergea en Warten voeren.

[ wordt vervolgd ]


Rogi Wieg [1962 — 2015]

Boeklog over Rogi Wieg’s Liefde is een zwaar beroep:

Bovendien kleeft er altijd een vleug waanzin aan het werk van Rogi Wieg — die naar eigen zeggen een pillenjunk is sinds zijn twintigste, vanwege zijn depressies en andere geestelijke problemen. In dit boek zijn die moeilijkheden telkens samengevat onder het label OCD.


Rondje ii
Te fietsen | week 28

Tegenwoordig rijd ik het rondje boekenhalen met een gemiddelde van 24 à 25 km/u. Tenzij het waait dat het rookt. De inspanning is tot ontspanning geworden. Ik zweet er hoogstens nog bij als ik me te warm heb aangekleed, of als het domweg heet is.

Thuis kan ik bovendien meteen verder gaan met mijn leven.

Het idee na afloop iets gepresteerd te hebben, is verdwenen. En toch moest dat rondje ook deze week weer gereden worden. Anders mist er iets. Routines zijn als rituelen. Ze creëren rust.

Terugblikkend valt me bovendien op dat het rondje de afgelopen jaren behoorlijk vormend was op hoe ik fiets.

In de begintijd ontstond de gewoonte om vroeg in de week naar Leeuwarden te fietsen. Liefst op een dinsdag, als dagsluiting. Want dan was de bieb ‘s avonds open — en na afloop van de fietsrit lukte me toch verder niets meer, zo moest ik wel toegeven.

Hoefde ik ook niet tijdens de drukke spits door de stad te rijden.

De stilte van die dinsdagavondritten maakte al snel dat ik me moest verdiepen in fietsverlichting — want het werd herfst, en vervolgens winter — en daardoor het gemak ontdekte van de naafdynamo en de LED-koplamp.

Ik leerde me te kleden op inspanningen van een uur of drie. In regen en wind.

En ik vond uit wat voor mij de beste fietstas is om boeken op te halen. Dat bleek een grote Carradice zadeltas te zijn, op een rekje gemonteerd, zodat het ding in een paar tellen los meegenomen worden kan.

Gewone fietstassen, op een bagagedrager, worden namelijk heel erg vies als de wegen er nat bij liggen, in de winter.

[ wordt vervolgd ]


Rondje i
Te fietsen | week 28

Vier jaar terug begon ik om verschillende redenen opnieuw met fietsen. En éen daarvan had met de zomer te maken. Want de provinciale bibliotheek, waar ik zo veel van mijn lectuur betrok, was ineens aanzienlijk slechter te bereiken. Vakantiedienstregeling in het openbaar vervoer. Dus simpelweg wat boeken wegbrengen en ophalen, kostte ineens een halve dag tijd, enkel omdat er zo weinig bussen reden.

Grappig is dat ik, tot deze woorden eens achter elkaar werden gezet, nooit beseft heb hoezeer mijn lezen invloed heeft op andere domeinen van het leven.

Op de fiets naar de bieb gaf me aanzienlijk meer controle over mijn tijd die zomer. Zelfs al was het een eind trappen. Zeker 64 kilometer. Wat een rondje boekenhalen zo een inspanning maakte van een uur of drie.

En een inspanning was dat rondje absoluut, de eerste keren. Ik kon vrijwel niets meer, eenmaal thuis gekomen. Maar wel mocht ik me dan koesteren met de gedachte iets gepresteerd te hebben. En vermoeidheid is dan vrij goed te dragen.

Pas later, toen ik een lichter sneller fietsje kocht, en het fietsen nog wat serieuzer nam, ben ik mijn dagafstanden in een spreadsheet bij gaan houden. Helemaal zeker is het dus niet dat het rondje bieb inmiddels 4 jaar x 52 weken = minstens tweehonderd keer werd verreden. Veel kan het nooit schelen.

En dat lijkt misschien saai. Telkens hetzelfde rondje te rijden. Alleen is het dat nooit. Zo wordt er in de provincie telkens aan de weg gewerkt overal. Noodgedwongen kan het rondje de ene week best heel anders zijn dan het volgende.

[ wordt vervolgd ]


Citaat van de dag | 0713

Clinical Evidence Handbook van de British Medical journal Publisher meldt dat van de 2500 meest voorgeschreven medicamenten en behandelingen:

  • 3 procent een groter ongunstig dan gunstig effect scoort.
  • 5 procent waarschijnlijk geen gunstig effect heeft.
  • 8 procent evenveel gunstige als ongunstige effecten heeft (uitruil middelen).
  • 12 procent enig bewijs van gunstig effect scoort.
  • 23 procent een zeer zwak bewijs voor enig gunstig effect laat zien.
  • En, dat van 49 procent totaal niet bekend is wat voor effect het heeft.

‘Medische wetenschap blijkt kwakzalverij’


Friese veldweg
Te fietsen | week 27

Is dat fietsen van je niet altijd hetzelfde, vroegen ze. Je zegt immers zelf alle wegen in een straal van vijftig kilometer rond je huis al eens verkend te hebben?

Maar zelfs al zijn de wegen waarover ik me verplaats vaak dezelfde. Zeker in de eerste tien kilometer. Dan nog zijn er de seizoenen om een verschil te maken. En het weer.

Opvallend vind ik wel dat er duidelijke voorkeuren bestaan in de wegen die ik neem. Er zijn er bij die alleen gekozen worden als het echt niet anders kan. Omdat die dan toevallig de kortste verbinding bieden, en die enkele eigenschap dan toevallig even het belangrijkst is.

Daarentegen zijn er ook wegen waar ik voor om rijd. Om ze even mee te kunnen nemen.

Eén zo’n weg was de Friese Veldweg, komend vanaf Blesdijke, in de gemeente Weststellingwerf. Dat is op zich gewoon een willekeurig landweggetje. Ware het niet dat er enige glooiing in zit, naar het einde toe, en de route daarmee alvast aankondigt dat ik zo meteen ‘echte heuvels’ ga beklimmen, aan de andere kant van de N761.

Is er vlak voor de Friese Veldweg ook nog dat krankzinnige kasteeltje tussen de bomen waar éen man nu al vijfentwintig jaar aan werkt.

En het moet wel de anticipatie zijn, bedacht ik me van de week, waarom deze weg me op dit moment zo bevalt. Want vrijdag reed ik hem eens andersom, komend van Basse. Uit de heuvels weg. En toen was er werkelijk niets aan. Ineens viel me op dat er nogal wat bebouwing te zien is. Belachelijk veel zelfs voor iets dat veldweg heet.

Veld weg met enkel een spatie erin betekent ook: veld verdwenen.


Citaat van de dag | 0710

Feit is dat sinds de bankencrisis onder meer Nederland en Luxemburg belastingontwijking van multinationals faciliteren. Bijna de helft van alle buitenlands kapitaal in Griekenland wordt via Nederland en Luxemburg omgeleid, vooral via postbusvennootschappen. Nederland speelt een belangrijke rol in de kapitaalvlucht uit Griekenland. De stock aan kapitaal vanuit Griekenland in Nederland nam toe van 3% voor de crisis naar bijna 16% na de crisis.

Inti Ghysels – John Crombez, Geheime agenda trojka :
niet Griekenland redden maar kapitaal van multinationals


Je reinste wetenschap
Hans van Maanen

[…] Tegelijk lees ik nu al decennia Hans van Maanen, en zijn collega’s. Om daardoor ook op te merken dat het helemaal niets heeft uitgemaakt wat ze doen. Kunnen ze nog zo helder uitleggen waarom sommig nieuws nooit als nieuws had worden gebracht. Morgen wordt de krant weer gevuld met precies dezelfde onzin, over wat gezond is om te eten, mensen langer leven laat, en nu weer Alzheimer zal gaan overwinnen. […]

boeklog 9 juli 2015


In beelden aanwezig
C.O. Jellema

[…] Mooi aan die eerste niet eerder gepubliceerde pagina’s vond ik overigens niet eens alleen het onderwerp. Prettig was het ook om te zien hoe C.O. Jellema nog bezig was om zijn gedachten te vormen.

Want het blijft een probleem van menige uitgave dat daarin enkel een eindproduct staat.

Met regelmaat vermoed ik dat voor mij als lezer het proces vooraf aan dat eindresultaat veel interessanter was geweest. […]

boeklog 3 juni 2015


Citaat van de dag | 0709

Toch wordt de mythe dat de nieuwe Griekse regering geen dadenkracht kent, ruim verspreid. Zo schrijft Wouter De Vriendt van Groen dat de Griekse regering tot nog toe geweigerd heeft om ‘de grote vermogens te belasten’, en hij roept vanuit Oostende de Griekse regering op, om dat toch te doen. De waarheid is dat de Griekse regering maatregelen neemt om de privileges af te schaffen, en om de grootste vermogens te doen betalen. Maar dat de meeste maatregelen geboycot worden door de zogenaamde ‘instellingen’ (dat is het nieuwe woord voor de Trojka).

‘Beste Guy Verhofstadt, van uw maandloon kunnen 40 Griekse families leven’


Tolhekbuurt
Te fietsen | week 27

Wie weleens door de wereld gaat, en daarbij rond kijkt, valt hopelijk van alles op.

En waar ik me met regelmaat over verbaas, is dat de wegen bedoeld voor fietsers en bestemmingsverkeer vaak al zo oud zijn. Die staan dan ook op antieke kaarten, met precies dezelfde bochten en kruisingen — ik schreef daar eerder over.

Dus als zo’n weg ergens een onverwachte kromming heeft, kan het best zijn dat daar eeuwen terug iets was, dat dwong tot zo’n bocht; wat er inmiddels niet meer is. Wat het nu vreemd maakt dat de straat niet gewoon rechtdoor loopt.

Ook is me opgevallen dat ik nogal eens oude tolpunten passeer. Waaraan dan heel soms een oud tolhuisje herinnert, maar veel vaker nog de straatnaam aan memoreert. Vlakbij al is er bijvoorbeeld een Tolhekbuurt.

En vanzelfsprekend heb ik me daarom weleens afgevraagd tot wanneer daar dan tol werd geheven. Of wat ik vandaag de dag kwijt zou zijn, als al die tolpunten nog vol in bedrijf waren geweest.

Maar een heleboel toch nogal logische vragen stelde ik ook niet — omdat het onderwerp net te klein was om onderzoek aan te gaan wijden. Zoals waarom het ooit nodig was om ergens een tolhek te plaatsen.

Daarom was ik zo blij met het onderzoek dat Harry Perton heeft gedaan: Het tol van Eelderwolde was een aardige melkkoe. Omdat hij daarin met allerlei logische verklaringen kwam, voor wat mij onderweg was opgevallen. Vanzelfsprekend dat die tolwegen opkwamen in een tijd dat mensen zich over een verharde weg wilden kunnen verplaatsen. Logisch dat het wegverkeer sindsdien veel intensiever is geworden, en gestroomlijnd werd, waardoor die oude tolpunten inmiddels zo vaak ergens achteraf lijken te liggen.


Leven
Te fietsen | week 26

Nederlanders leven langer omdat ze fietsen. Gemiddeld. Want dat fietsen houdt ze gezonder, zo blijkt uit vergelijkend onderzoek. Is het zelfs nog zo dat éen uur fietsen precies éen uur langer leven oplevert.

Zo bezien kost fietsen dus geen tijd.

Achteraf.

En als de uitkomst gunstig is, wordt het altijd verleidelijk om een groot bevolkingsonderzoek terug te redeneren naar de eigen situatie. Maar, helaas werken statistieken zo niet. Die vertellen helemaal niets over de situatie van een enkel individu.

Kan dit individu nog zo veel uren fietsen. Voor zijn plezier.

Statistiek en kansberekening zijn dan ook erg moeilijk om te begrijpen. Zelfs voor geschoolde statistici.

Het enige waar dit onderzoek naar gekeken zal hebben trouwens, is of er een aanvaardbare verklaring was voor een lichte afwijking.

Nederlanders bewegen meer dan gemiddeld, door dat fietsen. Alleen zien zij dat zelf helemaal niet als bewegen; maar als verplaatsen; bij bewegen denken wij aan sport — dus was er eerder weinig aandacht voor dit gegeven.

Werd daarop een vraag waarom die Nederlanders vrijwel allemaal weleens fietsen. Van jong tot oud.

Blijkt er toch ook nog iets te zeggen te zijn over de kwaliteit van de infrastructuur. Waarover ooit bewust keuzes gemaakt werden. Sinds veertig jaar overig pas. De Fietsersbond vierde onlangs het veertigjarig bestaan — en die begon in een tijd dat ouders protesteerden tegen de kindermoord op onze straten.


Klem
Te fietsen | week 26

Mijn voorkeur voor lichtgewicht sportieve fietsjes komt met éen nadeel. Ik ben lang altijd niet lichtgewicht en sportief gekleed.

En al evenmin is het hier eeuwig zomer.

Jammer genoeg.

Sinds ik voor mijzelf erkend heb dat de Koga Gentsracer-s mijn favoriete fiets was, riep dat toch ook de vraag op waarom dat dan wel precies is. En toen viel toch moeilijk te ontkennen dat het altijd lekker weer is, als ik op die fiets rijd. Noodgedwongen, vanwege het ontbreken van spatborden. Wat toch op zijn minst een deel van de positieve eigenschappen kon verklaren toegedacht aan dat ding. Fiets ik erop, schijnt de zon.

Niettemin berijd ik zelfs de Koga Gentsracer-s weleens in lange broek. Waarvan de rechterpijp dan onderaan enig gevaar loopt tussen ketting en cranktandwiel vast te komen zitten. Lichte en sportieve fietsjes hebben nu eenmaal geen kettingkast.

Gelukkig bestaan er verschillende methoden om te voorkomen dat zo’n broek vast loopt. En vervolgens blijk ik zelfs een mening te hebben over de meest geschikte manier — toch een onderwerp waarover ik eerder nooit vermoedde nog eens een mening te zullen vormen.

Zo is het bijvoorbeeld mogelijk de fiets aan te passen, door een kettingscherm te monteren, of het crankstel van een extra beschermende ring te voorzien. Voordeel is dat zo’n fiets dan in alle kleding te berijden is. Nadelen zijn de kosten — ik heb meer dan éen fiets — en het extra gewicht.

De hipste methode is het om de wapperende broekspijp gewoon op te rollen, tot een veilige hoogte; zodat er nooit een flap tussen de ketting kan waaien.

Een vergelijkbare maar oneindig veel sulliger methode bestaat eruit om de broekspijp in een sok te stoppen. Of om de pijp strak te trekken door aan de buitenkant onderaan de zoom een wasknijper te klemmen.

Zijn er ook nog tal van commerciële oplossingen te koop, variërend van onhandig en goedkoop, zoals de stalen HEMA-klemmen, tot onhandig en duur, zoals de lederen band van Brooks.

Broekklemmen moeten namelijk allereerst breed zijn; anders zal de broekspijp alsnog vrij makkelijk uit de wurggreep loskomen. Bovendien klemmen smalle klemmen veel te hard, waardoor je ze altijd zitten voelt.

Neen, de enige broekklem die mij in de praktijk wel bevalt, is de zeker vijftien centimeter hoge Vaude. Want die hoeft niet klemvast te worden aangebracht om toch goed te blijven zitten; waardoor je dat ding niet merkt.

De beste klem is dus de klem met de minst ervaren klem.

Zit er nog een reflecterende streep op. Wat ook al helpt bij sportieve en lichtgewicht fietsjes met pedalen zonder reflectoren.

Charmant mag evenwel geen van de genoemde oplossingen heten. Alleen is een kettingkast dat al evenmin.