Zitat des Tages | 0827

Durch dieses wilde Lesen oder – statistisch gesprochen – durch diese vielen Stichproben im ersten Drittel des Leselebens verschaffen Sie sich ein repräsentatives Bild der literarischen Grundverteilung. Sie schärfen Ihr Urteilsvermögen – was es Ihnen später erlauben wird, radikal selektiv zu sein.

Rolf Dobelli, Weniger lesen, dafür doppelt


Kettingdynamo
Te fietsen | week 34

Eenmaal heb ik iets rechtstreeks in China gekocht via AliExpress. Voor een tientje. Dat was een extra lange zadelpen voor mijn vouwfiets. Daarover geen enkele klacht.

Maar AliExpress is een rare winkel — of beter, een vreemde intermediair voor al die duizenden handelaren daar die iets te exporteren hebben. Er gaat geen week voorbij dat ik niet toch even kijk wat AliExpress een klant als ik adviseert om te kopen.

Want, het blijkt verslavend te zijn om te sneupen naar wat er allemaal aan nieuwe producten bedacht wordt; in dit geval voor mij, die mannelijk geachte klant.

Het meeste daarvan is vanzelfsprekend troep. Tinnef. Rotzooi. Niet zelden goedkope namaak ook.

En toch komt er weleens een oorspronkelijk idee langs, dat me dan even fascineert. Deze week was dat de kettingdynamo. Die enkel voordelen heeft, volgens de handelaar. Omdat naafdynamo’s de snelheid remmen — waar ik nooit iets van gemerkt heb. Net als de ouderwetse banddynamo’s; terwijl deze nog eens voor extra slijtage zorgen aan een band.

Geven de traditionele oplossingen ook nog eens geen stroom af als de fiets stilstaat, volgens de verkoper. Die daarbij negeert dat fietslampen tegenwoordig met een condensator komen, die ze al gauw een minuut of vijf aan standlicht geeft.

Maar waar ik eerst dacht met een onzinproduct te maken te hebben, moet ik inmiddels toegeven dat er toch wel wat zit in dit idee. Want, deze kettingdynamo komt met een bufferaccu. Dus maakt het voor de stroomvoorziening niet per se uit dat ook een ketting niet altijd in beweging is — die staat zelfs met regelmaat stil tijdens het rijden; op fietsen met een freewheel tenminste.

Blijft alleen staan dat kettingen erg vies kunnen worden.

Ook had ik dit apparaat anders uitgevoerd, en het ding tegelijk laten functioneren als kettingspanner.

Kun je voor het aankoopbedrag bovendien heel redelijke batterijlampen krijgen.

Maar toch…


What Goes Around
Te fietsen | week 33

Ooit heb ik mijn geld verdiend met fietsen. Zonder daartoe beroepswielrenner te hoeven zijn geweest. Mijn taken bestonden helaas ook nooit uit dat fietsen alleen. De fiets was slechts het vervoermiddel waarmee ik andere zaken ter plaatse bracht. Die ene zomer dat ik ijs verkocht vanuit een bakfiets. De talloze ochtenden van de krantenwijk. Het zaterdagbaantje als reserve-hulpbesteller bij de PTT.

Nog altijd voelt het vreemd als ik op het platteland onderweg een postbode tegenkom op een brommer. Dat vervoermiddel hoort om éen of andere reden niet bij die taak.

Voor mij.

Fietsen is zo’n normale manier van verplaatsen in Nederland dat ik tot deze woorden zelfs nooit beseft heb daarmee mijn geld te hebben verdiend. Ook al omdat het inhoudelijk nooit een bewuste keuze was juist die baantjes te willen hebben. Mij ging het om het geld.

Niemand die me bij de sollicitatie ooit vroeg wat mij zo aantrok aan werken in de buitenlucht.

En ik geloof niet dat iemand me in dit land ooit om uitleg zou vragen wáarom ik vroeger ooit kranten heb rondgebracht. Want zo velen deden dit met mij als tiener. Evenmin zit er een roman in die bezigheid, laat staan verrassende memoires.

Maar met het bestaan als fietskoerier ligt dat allemaal net wat anders. Terwijl deze koeriers toch ook niet meer dan postbodes zijn, lijkt het allemaal aanzienlijk spannender wat ze doen — waarschijnlijk omdat wij daarbij eerder aan een Amerikaans verschijnsel denken; waarvan de subcultuurtjes zelfs zijn vastgelegd in films, en muziekvideo’s.

Zo reden Amerikaanse koeriers gauw eens op fixies; fietsen zonder vrijloop achter. Mede omdat dit de fietsen zijn die het minste onderhoud nodig hebben bij slecht weer. En als gevolg daarvan is menig klassiek stalen racefietsframe in Nederland verneukt; omdat men hier de doortrapper zag als een interessant modeverschijnsel om ook eens te proberen. Moesten al die rare uitsteeksels op de fiets er voor het mooi nog wel even worden afgeflext.

Emily Chappell was fietskoerier in Londen — al sluit ze niet helemaal uit dat vak nog weer eens op te pakken, als dat zo uitkomt. Want óf een beginnend koerier houdt er binnen veertien dagen mee op, óf zo iemand houdt er een verslaving aan over die heel lang kan aanhouden.

What Goes Around bevatten haar memoires aan deze periode — in de jaren vanaf 2008. Want die plaatsbepaling in tijd is wel belangrijk. Voor Emily Chappell sprak het al vanzelf via een radio te worden aangestuurd. Er was satellietnavigatie. En als ze winterkleding nodig had of een nieuw onderdeel voor haar fiets dan was dat allemaal online te bestellen.

lees hier verder


Citaat van de dag | 0817

Natuurlijk doen ‘feiten’ er toe, en natuurlijk moeten de leugens van Trump, de Brexiteers, de anti-TTIP’ers of de EU-haters worden ontmaskerd. Maar goede, evenwichtige, democratie dienende journalistiek mag niet selectief zijn in zijn ‘lies bashing’. Ook het establishment grossiert in verdraaiingen, halfwaarheden en leugens. Dat ze de uitkomst zijn van econometrische modellen, hun auteurs een doctorstitel dragen en hun rapporten scheefhangen van de voetnoten is irrelevant. Ons-soort-‘feiten’ zijn geen spat harder dan dat-soort-‘feiten’.

Ewald van Engelen, ‘Ons-soort-feiten’


De elleboogzenuw flossen
Te fietsen | week 33

Een fiets bestuur je met je heupen. Dat stuur boven het voorwiel kan er daarom ook wel af. In theorie.

Ik hoorde een fietsenbouwer het stuur ook eens omschrijven als een onderdeel dat allereerst dient om tegen aan te leunen. Want een stuur stuurt meestal niet.

Maar, een doorsnee fietser heeft slechts drie contactpunten met zijn of haar fiets. Pedalen, zadel, en stuur. En zeker bij de eenzame fietser die kromgebogen over zijn stuur tegen de wind rijdt, hebben die handen wel wat gewicht te dragen.

En dat gaat niet altijd goed.

Fietsen kan RSI-achtige verschijnselen geven, die ontstaan doordat zo iemand dan te lang éen van twee zenuwen heeft afgeklemd, door de hele tijd in dezelfde houding op het stuur te leunen.

Gelukkig heb ik daar geen last van — sinds ik mijzelf heb aangewend om met regelmaat het stuur net even anders beet te pakken. De voornaamste reden van mijn voorkeur voor racesturen is ook slechts dat die op zo veel verschillende manieren zijn vast te grijpen.

Neemt niet weg dat ik het verschijnsel van vroeger wel ken om slapende of tintelende vingers te krijgen tijdens het fietsen.

En een paar keer de hand van het stuur nemen om die dan los te schudden, hielp lang niet altijd afdoende.

Blijken er simpele oefeningen te bestaan om die tintelvingers te voorkomen. Belangrijk daarbij is zorg te dragen dat de elleboogzenuw [ulnar nerve] altijd vrij kan bewegen. Daartoe moet deze dan met regelmaat geflost worden. Volgens het internet.
 


Augustus
Te fietsen | week 33

Woensdag, zo beloven de voorspellingen nu, woensdag wordt de eerste dag in augustus waarop het geen moment zal regenen.

Vanzelfsprekend luiden de voorspellingen voor donderdag alweer anders.

Want, dat was de constante toch van deze zomer tot nu toe. Dat het onmogelijk werd om de bui hier en daar te ontlopen. Dat ik me geen fietsrit van enige lengte herinner zonder regen; zelfs al was die dan hoogstens een drup of wat uit een dreigende lucht.

Ritten genoeg ook waarop ik geen enkel moment mijn schaduw heb kunnen zien.

En erg is dit allemaal niet, vervolgens, alleen hoop je in de zomer altijd op beter en droger.

Deze zomer bracht ook de ontdekking hoe vervelend het is om in de stortregen te rijden op een snelle fiets zonder spatborden. Het hemelnat heeft dan namelijk een gulle natte echo, en die spat water gemengd met zand en andere troep van de weg omhoog.

De resten van doodgereden beesten.

Poep.

Heb ik nog het geluk gauw eens met een enorme zadeltas te rijden, zodat mijn rug dan niet wordt vies gespat.

Sommige wielrenners zien die bruine streep op hun rug na een regenrit weliswaar als een ereteken. Ik doe dat niet.

Naarst was trouwens nog dat ook mijn drinkbussen vies werden gespat, en dat dit dan bleef kleven; zodat je bij elke slok de kans had rotzooi binnen te krijgen. Want zo’n fles moet met je handen geopend worden, en naar de mond worden gebracht. Dus komt de troep van die flessen altijd op je handen terug.

Ik weet van iemand die doodziek werd na een regenritje op zijn racefiets langs de Waddenkust, over wegen waar ook nogal wat schapen liepen. Ongetwijfeld heeft die toen schapenpoep binnengekregen. Vloeibaar geworden of niet.

illustratie via GIPHY


Geen idee | ii
Te fietsen | week 32

Een dagje buitenspelen is dus nooit helemaal vrij. Dat lijkt me de voornaamste conclusie na wat me vorige week overkwam, toen ergens halverwege mijn fietscomputer onbetrouwbaar werd, en ik dat te laat ontdekte.

Daarop sloeg de verwarring toe, en verdween ook te veel plezier in de rit.

Er komt namelijk altijd een eind aan zo’n lange zwerftocht met onbekend doel. En op dat moment blijkt het nogal handig te zijn over een computertje te beschikken op het stuur die meehelpt bij het denken. Objectieve informatie ondersteunt dan het benul.

Als ik nog tachtig kilometer moet om naar huis te fietsen bijvoorbeeld, maakt het nogal verschil of me dat binnen een uur of drie kan lukken, of dat ik vermoed dat me dat zeker vier uur gaat kosten. Want als me duidelijk is dat de terugweg nog een grote en langdurige inspanning zal vergen dan hoort daar een bepaalde aanpak bij. Dan stop ik bijvoorbeeld eens wat vaker — om mijn rug te strekken. Dan kan het ook zijn dat ik onderweg nog ergens koffie ga drinken, of mijn voorraden aanvul in een supermarkt.

Moesten die nog wel open zijn, natuurlijk.

In Nederland is het niet zo heel moeilijk om in grote lijnen te weten hoe ver ik van huis ben. Punt blijft alleen dat het nogal nuttig is om te weten hoe hard ik de komende uren ontspannen fietsen kan — en dat hangt dan weer veel meer van de weersomstandigheden af dan van iets anders.


Quote of the Day | 0809

Trump’s campaign manager, has insisted that they “let Trump be Trump” and the wisdom of the strategy is undeniable. As long as he continues to say crazy shit, he will continue to dominate the news and will continue to attract crowds. The moment he ceases to entertain – to say crazy shit – he will evaporate.

Or even before that, people could just get bored. This happened in Sacramento. Just over halfway through his speech, people started leaving. Twenty-five minutes in, he had begun to repeat himself, […]

‘‘Could he actually win?’ Dave Eggers at a Donald Trump rally’


Geen idee
Te fietsen | week 32

Mijn fietscomputer kreeg kuren zaterdag, en dat ontredderde mij meer dan me lief was.

Ging het nog om een simpel computertje ook, dat niet meer deed dan het bijhouden van de snelheid van het moment en de afgelegde afstand.

Maar op een gegeven moment, nadat ik even was gestopt om iemand de weg te wijzen — vreemd toeval dat ik die wist overigens zo ver van huis — begon de computer de tientallen aan te zien voor honderdtallen. Voor elke kilometer op de teller legde ik er in werkelijkheid bijna tien af. Zo leek het tenminste. Want soms telde het ding wel correct.

Dat deed al geen goed aan mijn gemiddelde snelheid van dat moment.

En vervolgens was er ook geen touw meer vast te knopen aan de snelheid die het computertje toonde. Stilstaand reed ik soms tot wel dertig kilometer per uur, en voor de wind op een grote versnelling gaf de meter soms een getal aan van amper éen cijfer.

Dus werd het beter om de fietscomputer geheel te negeren. Alleen had ik toen ineens een probleem met mijn oriëntatie. Want fietstochtjes gaan dus blijkbaar op afstand — niet op tijd. Ik had trouwens ook geen idee hoe laat ik precies van huis was afgezet.

De kilometer is onderweg de maat der dingen. Geworden. Door die doorgaans wel betrouwbare fietscomputer. Want die getallen op het scherm zijn meer dan enkel een nummer. Die vertellen me vooral waar ik zo ongeveer ben, ten opzichte van het volgende dorp of de eindbestemming. Die laten me weten wanneer er zo ongeveer pauze moet worden genomen. Want of de vermoeidheid wel klopt bij de inspanning van dat moment.

Uren glijden ook te snel voorbij op zo’n dag buiten spelen.

En ik zal best veel meer op mijn gevoel kunnen fietsen — zonder computer of horloge — alleen is de simpele voorwaarde dan wel dat ik mijn tocht begin in de wetenschap op mijn gevoel te moeten vertrouwen.

Halverwege de dag overschakelen van exact naar diffuus wilde niet zo goed — vooral omdat ik geen benul had over hoeveel ik tot dan eigenlijk gefietst had. Honderd kilometer? Tachtig? Honderdtien?

Wat had ik al gedaan, en wat wat was er verder nog mogelijk daarmee?

Kwam trouwens ook om dat het nogal even duurde voor me duidelijk werd dat de fietscomputer onzin aan het produceren was. En dat die afgelegde kilometers op het scherm niet klopten.

Nog altijd geen idee wat er mis is met het ding.


Quote of the Day | 0805

This is a (dark) joy. All the madness you feel, you can now let it out and it’s okay. The very point of Trump is to validate the pleasure of spouting shit, the joy of pure emotion, often anger, without any sense. And an audience which has already spent a decade living without facts can now indulge in a full, anarchic liberation from coherence.

Peter Pomerantsev, ‘Why We’re Post Fact’


Quote of the Day | 0804

We often do not know what we like or why we like what we do. Our preferences are riddled with unconscious biases, easily swayed by contextual and social influences. There is less chance than we think that we will like tomorrow what we liked today and even less chance of remembering what led us to our previous likes. Even experts are hardly infallible guides to knowing what is truly good, to knowing their own feelings.

Tom Vanderbilt, paraphrased in: ‘a review on You May Also Like


Obsessive Compulsive Cycling Disorder
Te fietsen | week 31

Als ik iets doe, en daar plezier in krijg, dan vormt zich na een tijd vanzelf de wens om er nog beter te worden. In wat die bezigheid ook zijn mag. Tegelijkertijd staan er dan altijd wetten in de weg, en praktische bezwaren.

Mijn boeklogjes werden er niet beter op toen ik er meer tijd voor uit trok om ze te schrijven, en er een stuk minder hoefde te maken.

Ook met mijn fietsen zijn er nu grenzen waarop ik stuit. Zo zou het allicht baat hebben om mijn buik- en rugspieren bewust te gaan te trainen. Of om minstens éen keer in de week aan intervaltraining te doen op de fiets; om mijn hartslag dan een paar keer flink de hoogte in te jagen, en het lijf te doen zweten.

Of ik zou gezelschap op kunnen zoeken, omdat sportieve prestaties altijd beter worden als anderen met krekt dezelfde inspanning bezig zijn.

Om beter te worden in iets is het zo af en toe nodig buiten de normale oevers te treden.

Grootste bezwaar tegen al die extra moeite is dat ik die allemaal al eens verricht heb. Lang geleden. Ooit was het normaal voor mij om 250 herhalingen te doen op een dag van ene buispieroefening — dat ging zelfs door onder school of werk. Even zelfs fietste ik met regelmaat in een groepje hardrijders mee. Die deden dan sterke stukken; zoals op éen dag een rondje rijden om de voormalige Zuiderzee.

Ik verlang geen tel terug naar die inspanningen van toen. Ondanks dat ik er nu vast baat bij zou hebben. Ze waren allereerst geestdodend. Ze waren iets om tevreden op terug te kijken, nooit iets om met plezier te beleven.

En vanuit deze gemoedstoestand las ik het boek Obsessive Compulsive Cycling Disorder; een verzameling van persoonlijk gekleurde artikelen over fietsen van de Brit Dave Barter. Want het viel me meteen op dat veel van diens verhalen juist gaan over het opzoeken van zijn grenzen. Net als dat hij dit dan doorgaans deed in georganiseerde evenementen, tussen anderen. Streed daarbij niet zelden ook een bekende met hem mee.

Hij is ook lid van een fietsclub, met wekelijkse clubritten, en acht dit vanzelfsprekend. Al gaat zijn liefde eigenlijk uit naar het mountainbiken.

Zelfs zijn verhaal over de klassieke Britse fietsvakantiereis — van Land’s End naar Jon o’ Groats — draait allereerst om de inspanningen die hij daarin leveren moest. Terwijl zo’n fietsreis toch echt geen wedstrijd is.

Dave Barter komt daardoor over als een ietwat fanatiek man. Al relativeert hij tegelijk genoeg om niet ook met duidelijke humor te schrijven over dat fietsen.

En hij schrijft ook vanuit de verdediging — omdat het fietsen in andere landen dan Denemarken of hier niet iets vanzelfsprekends is, maar een bewust gekozen sport. Waardoor er elders dus altijd die extra plicht bestaat om tegenover buitenstaanders te moeten bewijzen dat fietsen geen compleet zinloze bezigheid is.

Ofwel, ik las een boek van iemand die veel fanatieker met dat fietsen is dan ik, en tegelijk was het alsof de auteur een onvergelijkbaar ander tijdverdrijf heeft.

Gelukkig dus maar dat ik niet enkel lees om bevestiging te vinden van mijn opvattingen. MIjn voornaamste persoonlijk gekleurde reactie op dit boek was dan weer: jammer toch dat er zo weinig heuvels zijn in Nederland; laat staan hellingen van enige betekenis.

Dave Barter, Obsessive Compulsive Cycling Disorder
214 pagina’s
Phased Publications, 2012

Transcontinental
Te fietsen | week 31

Deze week kijk ik meermaals per dag naar cijfertjes in purperen ballonnetjes op een scherm. En op dit moment bewegen veel van die cijfertjes zich met rukjes door de Alpen. Al zijn er ook die nog bij de bergen moeten komen.

De vierde Transcontinental Race is bezig. En hoewel dat race-element er dus wel degelijk in zit, gaat het mij daar eigenlijk niet om. De Transcontinental is een fietstocht die begint op de Muur van Geraardsbergen, en ditmaal eindigt in een Turkse badplaats. En de deelnemers hebben de route daartussen zelf te bepalen.

Al zijn ze onderweg ook verplicht een viertal controleposten te passeren.

En anders dan bij de meer traditionele fietsraces is de Transcontinental niet netjes in etappes verdeeld. De deelnemers bepalen zelf wanneer ze stoppen om te gaan slapen. Of te eten. De finish ligt pas helemaal op het eind. En anders dan bij Tour de France hebben de deelnemers zelf te zorgen dat ze voldoende eten en drinken krijgen onderweg. Die wordt hen niet aangereikt.

In de reglementen staat zelfs dat alle hulp van buiten verboden is. Tenzij die gewoon voor iedereen is in te kopen; in een winkel bijvoorbeeld.

En het is dit overlevingsaspect dat de Transcontinental zo boeiend maakt. Al weet ik ook best dat de verhalen daarover pas veel later naar buiten komen. Want, dat de deelnemers duizenden kilometers hebben te fietsen is éen. Maar hoe gaan ze met de eenzaamheid om onderweg — stayeren achter elkaar mag ook al niet — hoe met de roedels aan zwerfhonden in Oost-Europa, hoe met pijntjes en krampjes die na een paar dagen in het zadel helse problemen zijn geworden?

[ Een documentaire over de Transcontinental van vorig jaar staat hier:
 


Talking Cock
Richard Herring

[…] deze uitgave was mij dan weer aan de lange kant. Niet omdat de mannenpiemel mij als onderwerp te klein en onaanzienlijk is. Maar, de historische component bijvoorbeeld mistte voor mij te zeer. Want de penis werd nogal aanbeden in vroegere culturen. Alleen is dat een aspect dat het Christendom vervolgens uit de geschiedenis heeft proberen weg te maken. […]

boeklog 01 viii 2016